Donderdag 13/08/2020

Boeken

De 100 boeken die David Bowie het meest inspireerden

In ‘Bowie’s Books’ kruist John O’Connell de (zeer eclectische) leeshonger van Bowie met zijn muzikale oeuvre, waardoor je veel songs nog intenser gaat beluisteren.Beeld Getty Images

Popwizard David Bowie, volgende maand alweer drie jaar dood, was een verwoed lezer. Hij had altijd boeken bij de hand, als waren het heilzame drugs. Muziekjournalist John O’Connell nam Bowies grillige lees­gedrag onder de loep.

Het is een geliefkoosd spelletje onder boekenwurmen: beelden sharen van beroemde lezers. Duimpjes gegarandeerd bijvoorbeeld met de legendarische foto die Eve Arnold maakte van Marilyn Monroe. In een streepjesbadpak zit de filmdiva op een kinderspeeltuig, achteloos verdiept in James Joyces Ulysses. Of ze de taaie Ierse klassieker ooit heeft uitgelezen, daar kissebissen biografen nog altijd over. Ook Brigitte Bardot en James Dean lieten zich gretig met boeken in de hand fotograferen.

Lezen is sexy. Tenminste, als het niet te lang duurt en mooie plaatjes oplevert, zoals ook jonge ‘book-instagrammers’ maar al te goed weten.

Nog aanlokkelijker is het gluren in beroemde boekenkasten. Ik zou een rib uit mijn lijf hebben gegeven om te mogen snuisteren in de excessieve verzameling kunst- en fotoboeken (300.000 exemplaren!) van wijlen modepaus Karl Lagerfeld. Hij zei ooit: “I hate leisure, except reading.” Wat zou er met de collectie gebeurd zijn?

Natuurlijk flirten ook popiconen – vooral die uit de jaren 70 en 80 – graag met boeken als artistieke munitie. Hoe zou het oeuvre van John Lennon, Nick Cave en David Byrne eruit hebben gezien zonder literaire input? En wie verdient eigenlijk de status van meest belezen popicoon?

Als het van de Britse muziekjournalist Joseph O’Connell afhangt, lijdt dat weinig twijfel. David Bowie spant de kroon. In zijn onthullende Bowie’s Books kruist hij de (zeer eclectische) leeshonger van Bowie met zijn muzikale oeuvre, waardoor je veel songs nog intenser gaat beluisteren.

Meesjouwen

De op 8 januari 1947 in het Londense South-Brixton geboren David Robert Jones was al op vroege leeftijd gek van boeken, schrijft O’Connell. Zozeer dat hij ze later weleens naar de overkant van de wereld meesjouwde. In de befaamde anekdote waarmee O’Connell zijn geestige boek opent, treffen we Bowie in juli 1975 in New Mexico, waar hij per trein naartoe tufte. Daar werd hij – afkickend van een cocaïneverslaving – verwacht door regisseur Nicolas Roeg voor de verfilming van The Man Who Fell to Earth (1976). En wat bracht Bowie mee als bagage? Liefst 1.500 boeken, netjes gestapeld in perfect geoutilleerde, openklapbare kisten, zo getuigde The Sunday Times.

‘Boeken waren onmiskenbaar een element van het spel dat Bowie het liefste speelde, als curator van zijn eigen mythologie’, noteert O’Connell. Toen Bowie eens de beroemde vragenlijst van Proust kreeg voorgeschoteld, bestempelde hij ‘lezen’ als het toonbeeld van ‘volmaakt geluk’. Op de vraag ‘Welke kwaliteit hij het meest waardeert in een man’, antwoordde hij: ‘Zijn vermogen om geleende boeken terug te geven.’

En wist u dat Bowie ooit een tijdlang recensies schreef voor de boekensite van Barnes & Noble? Of dat hij in de jaren 80 figureerde als model voor een campagne van de American Library Association, in zo’n typisch letterjack en met De idioot van Dostojevski in de hand?

Autodidact Bowie – hij ging op zijn zestiende van school af – zat al op zijn twaalfde op schoot met de romans van de Beat Generation, met natuurlijk Jack Kerouacs On the Road (1957), waarbij zijn oudere halfbroer Terry Burns als literaire leidsman fungeerde (Terry zou later schizofreen worden en zelfmoord plegen).

Bowie voelde zich vervolgens aangetrokken tot de Mods-beweging en koketteerde met T.S. Eliots The Waste Land, Albert Camus’ L’Etranger en met het surrealisme en dadaïsme. Ook de angry young men Alan Sillitoe en Keith Waterhouse konden hem bekoren.

A Clockwork Orange (1962) van Anthony Burgess, verfilmd door Stanley Kubrick, sloeg Bowie volkomen in de ban. Dat resoneert in Ziggy Stardust en de kostuums van Bowies begeleidingsband The Spiders from Mars, ontdekte O’Connell.

Wie wist dat een obscuur boek van de Italiaan Denti di Pirajno de directe inspiratiebron vormde voor ‘Heroes’?Beeld Redferns

Hoewel de beginnende muzikant, die van het ene groepje naar het andere hopte, ook even in hippie-sferen verzeilde, voelde Bowie zich ‘never a flower child’. Hij volgde zijn egotistische parcours, al was er aanvankelijk die hang naar esoterie en boeddhisme, vermengd met warrige denkbeelden uit sf-romans.

Persoonlijke canon

Via Bowie’s Books mogen we zonder gêne snuffelen in het boekenarsenaal van de hyperbegaafde muzikant. Uitgangspunt van O’Connell is een soort persoonlijke canon van 100 boeken, die Bowie vrijgaf bij de overdonderende expo in het Londense Victoria & Albert Museum in 2013, amper drie jaar voor zijn dood. De lijst werd als gek rondgetwitterd. “Mijn belangrijkste en meest invloedrijke boeken”, zo omschreef Bowie ze. ‘Een lijst zo veelzijdig en kameleontisch als de man zelf (…)’, merkte Katja de Bruin op in VPRO Gids. Bowies zoon Duncan Jones bouwde er zelfs postuum een boekenclub rond.

De lijst varieert van obscuur naar bekend, springt van houd-het-stiltips naar wereldklassiekers, en bevat naast veel literatuur ook boeken over soulmuziek, psychologie, biografieën of zelfs stripmagazines. We stuiten op Homeros en Dante maar ook op Julian Barnes (Flaubert’s Parrot), F. Scott Fitzgerald (The Great Gatsby), Don De Lillo (White Noise), Vladimir Nabokov (Lolita) en Peter Ackroyd (Hawksmoor).

O’ Connell zoekt in korte essays uit hoe al die boeken sporen nalieten in zijn songs – en soms gaat hij daarbij een tikje lachwekkend te werk. Moeten we echt geloven dat Bowie William Faulkners As I Lay Dying koesterde omdat tanden er een voorname plaats innamen en hij later zijn scheve gebit liet vervangen door implantaten? Zou het lezen van Homeros’ Ilias werkelijk Bowies hang naar kostumering, identiteitswissels en alter ego’s zodanig hebben gevoed?

Op andere momenten ligt de link voor de hand: Dante’s Inferno vloeit over in ‘Scary Monsters (And Super Creeps)’. En Bowies fascinatie voor 1984 van George Orwell resulteerde in nummers als ‘Big Brother’, ‘1984’ en ‘We Are The Dead’ op Diamond Dogs (1974). Die plaat is een spin-off van een groter, gekapseisd project. Van George Orwells weduwe Sonia kreeg Bowie een pijnlijke nul op het rekest, na zijn verzoek om een musical te maken van 1984.

In ieder geval zit je met O’Connells boek in een mum van tijd talloze Bowie-songs na te vlooien op hun literaire refererenties. De nomadische aantrekkingskracht van Bruce Chatwin (The Songlines), de baanbrekende politieke inzichten van James Baldwin maar ook de strips van The Beano en The Viz: ze oefenden invloed uit op Bowies artistieke parcours én sound, beweert hij. Bowies fascinatie voor het Berlijn van de jaren 30 (zelf ging hij er vanaf 1976 een poos wonen) vloeit deels voort uit de boeken van Alfred Döblin (Berlin Alexanderplatz) en Christopher Isherwood. Zijn japanofilie schemert door in zijn bewondering voor de macho-performances van Yukio Mishima, die harakiri pleegde, terwijl Bowie ook elementen van het kabukitheater in zijn shows smokkelde. En slechts echte Bowie-freaks kunnen bevroeden dat Alberto Denti di Pirajno’s obscure, autobiografische A Grave For a Dolphin (1956) de directe inspiratiebron vormde voor de song ‘Heroes’.

Kortom, Bowie’s Books toont een prikkelend, zeer uiteenlopend én ongrijpbaar leesavontuur. Gaandeweg rijst er een soort onorthodox biografisch portret van Bowie op, bewonderend maar zonder slaafse idolatrie voor deze muzikale duivelskunstenaar. En o ja, is het niet geruststellend te lezen dat ook Truman Capote, de auteur van In Cold Blood, Bowie zijn zegen gaf? Hij zag al vroeg zijn ontembare talent en verkoos Bowie veruit boven Mick Jagger. Die vond hij even ‘sexy as a pissing frog’.

John O’Connell, Bowie’s Books. The Hundred Literary Heroes Who Changed His Life, Bloomsbury Books, 19,49 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234