Donderdag 25/04/2019

Interview

De 10 waarheden van Ronny Mosuse: "Ouderlijke banden zijn er om doorgeknipt te worden"

Vrijdag maakt Ronny Mosuse (45) zijn nieuwe album Halfweg wereldkundig. Een typische midlifeplaat is het niet geworden. Maar terugblikken doet hij naar goede gewoonte wél. De conclusie? "Het had allemaal nog véél erger kunnen zijn."

Beeld Karel Duerinckx

Het is negen jaar geleden dat Ronny Mosuse – bassist bij The Clement Peerens Explosition, ex-aandeelhouder van The Radios en ex-lid van The B-Tunes – nog eens een plaat uitbracht. Dat kan twee ­dingen betekenen, zeg ik nadat we in een Antwerps café onze interviewposities hebben ingenomen: óf hij is een waardeloze ­carrièreplanner, óf hij had de voorbije jaren wel wat beters te doen dan een album maken. “Allebei, eigenlijk”, lacht hij. “Om eerlijk te zijn: ik maak niet zo graag platen. Je moet daar een artiest voor zijn en dat ben ik niet. Ik maak platen omdat het mijn job is en omdat mijn huis afbetaald moet worden. Met veel plezier, laat dat duidelijk zijn, maar niet vanuit een innerlijke noodzaak. Ik ben liever de producer achter de schermen dan de zanger op het podium. Maar wil ik als muzikant of producer opdrachten blijven krijgen, moet ik af en toe een plaat maken. Zo werkt dat nu eenmaal.”

Omdat hij zijn nieuwste verzameling liedjes Halfweg heeft genoemd, vraag ik welke gedachte overheerst wanneer hij op de eerste helft van zijn leven terugblikt: wat een feest? Of wat een gedoe? “Doe maar ‘wat een gedoe’. Niet omdat ik met het leven worstel – integendeel, ik leef gráág – maar omdat ik veel moeite moet doen om te begrijpen waar ándere mensen zich zo druk over maken. Ik zie veel mensen met problemen kampen die er volgens mij niet zijn. Zelf sta ik nogal pragmatisch in het leven. Als ik liedjes schrijf, is dat zelfs een probleem. Ik heb de neiging om in elk refrein te zingen: ‘Maar ça va nog.’ (lacht) Ik spreek mezelf regelmatig corrigerend toe: Laat ik hier maar eens het woord ‘donker’ gebruiken. Of ‘somber’. Of ‘haat’. Mensen hebben altijd meer bewondering voor zangers die gekweld door het leven gaan dan voor degenen die hun ellende relativeren.” (lacht)

Zijn Congolese vader en Belgische moeder verdwenen van het toneel toen hij vijf was. Hij bracht zijn kinderjaren door in meer pleegfamilies en tehuizen dan ze bij Kind en Gezin konden bijhouden. Maar nog voor de Dirk De Wachter in mezelf de woorden ‘moeilijke jeugd’ heeft kunnen uitspreken, zegt hij dat hij over zijn opvoeding niks te ­klagen heeft. “In een traditioneel gezin krijg je van je ouders een kant-en-klaar wereldbeeld mee. Ik had niemand die me vertelde wat ik moest denken en heb mijn visie op het leven zelf bij elkaar gedacht. Dat heeft één groot voordeel: ik ben sindsdien altijd goed in ­dialoog gebleven met mezelf. Ik moet geen lessen mindfulness volgen om uit te vissen wie ik ben en wat ik belangrijk vind. Dat weet ik al sinds mijn vijfde.”

Het bewijs: Mosuse had voor het verzamelen van zijn tien levenswijsheden welgeteld vijftien minuten nodig. Je zult het altijd zien: een goeie voorbereiding is het halve werk.

De Waarheid Bestaat Niet.

“Beschouw mijn eerste waarheid maar als een disclaimer bij al mijn andere oneliners: ‘Beste lezers, het staat jullie vrij te verwerpen wat ik zeg, want ik weet het zelf ook niet.’

“Ik heb een zoon en drie dochters. Zelfs als zij me om raad vragen, zeg ik: ‘Vraag het zeker ook eens aan iemand anders. Mis­schien heb ik het wel mis.’

“Ik ben niet iemand die snel zijn mening zal verkondigen. Ik wil eerst alle feiten kennen en alle pro’s en contra’s tegen elkaar afwegen. Mensen verwijten me wel eens dat ik geen standpunten inneem. Of dat mijn standpunten niet uitgesproken genoeg zijn. Maar ik weiger mij te laten opfokken. En ik vind dat meer mensen dat zouden moeten doen. Het is geen schande om een paar keer na te denken voor je iets zegt. Integendeel.

Beeld Karel Duerinckx / Gert Van Goethem

“Over racisme heb ik mij al wél ondubbelzinnig uitgesproken. Dat is een onderwerp waar ik door de jaren heen een zekere expertise over heb opgebouwd, zeg maar. Maar over thema’s waar ik minder van afweet, ben ik veel terughoudender. Je zult mij niet snel achter een spandoek zien stappen of een petitie zien tekenen. Ik moet eerst nog een paar dingen opzoeken, denk ik altijd.” (lacht)

Het Juiste Zeggen, Is Makkelijker Dan Het Juiste Doen.

“Mensen doen vaak grote uitspraken. Maar er ook naar handelen, blijkt vaak een stuk moeilijker. Veel beloften worden nooit ­nagekomen, veel ambities nooit waargemaakt. Wat helpt, is jezelf kennen. Weten wat binnen je geestelijke en lichamelijke mogelijkheden ligt. Anders raak je alleen maar gefrustreerd.”

Maar we kunnen onszelf toch verbeteren? Waarvoor dienen anders al die workshops die ons geestelijke groei en innerlijke rust beloven? “Ik vrees toch dat we maar in beperkte mate maakbaar zijn. Iemand die verlegen is, moet geen workshop volgen om minder verlegen te worden, maar om beter met zijn verlegenheid om te gaan. Anders krijg je rare toestanden. Voor je het weet slaat zo iemand je plots keihard op de schouder: ‘HEY! IK HEB EEN CURSUS GEVOLGD! IK BEN NU NIET MEER VERLEGEN!’ (lacht)

“Wat volgens mij wél zinvol is, is hulp inschakelen om dichter bij jezelf te blijven. Nogal wat mensen zijn door hun ouders in een strakke levensbeschouwelijke mal gegoten en willen zich daar op latere leeftijd uit bevrijden. Omdat ze voelen dat één en ander wringt, dat ze niet helemaal zichzelf zijn. Dat onthechtingsproces verloopt vaak moeizaam, omdat ook volwassenen hun ouders deep down nog altijd niet willen teleurstellen. Dat je op zo’n moment het advies van een lifecoach wil, begrijp ik wel.

“Ik ervaar het hoe langer hoe meer als een voordeel dat ik niet in een standaardgezin ben opgegroeid. Ik heb natuurlijk wel mijn vader en mijn moeder gemist, maar ik heb me tenminste in alle vrijheid mogen ontwikkelen. Ik heb me nooit moeten losrukken uit een beklemmende invloedssfeer.

“Ouderlijke banden zijn er om doorgeknipt te worden. Ik moedig ook mijn eigen kinderen aan om zich van mij en hun moeder los te maken. Ze moeten hun eigen leven leiden. Hoe dichter ze bij zichzelf blijven, hoe gelukkiger ze zullen zijn.”

Om Grondig Na Te Denken, Heb Je Tijd Nodig.

“Ik werk nog altijd regelmatig samen met Hugo Matthysen. En Hugo is iemand die heel lang durft na te denken. Ook tijdens een gesprek. Het gebeurt dat hij een stilte van vijf minuten laat vallen en vervolgens zegt: ‘Ik weet het niet, Ronny.’ Maar ik vind dat fijn. Ik hou ervan wanneer iemand niet onmiddellijk een mening klaar heeft.

“Journalisten zouden ook beter wat ­langer nadenken voor ze een opiniestuk schrijven. Dat ze mij eerst maar eens haarfijn uitleggen wat er precies gebeurd is. En dat ze vervolgens lang en goed nadenken voor ze hun mening ventileren. Er is geen enkele wet die verbiedt dat een opiniestuk pas een week na de feiten verschijnt. Journalisten schrijven te veel en te snel. Ik denk altijd: Wacht. Wacht tot het onderzoek is afgerond. Wacht tot je hebt nagedacht. Wacht gewoon. En als je echt niet kunt wachten, zeg dan dat je het nog niet weet in plaats van overhaast conclusies te trekken.”

Kiezen Is Niet Noodzakelijk Verliezen.

“Kiezen is verliezen: dat is behalve een dooddoener ook een zin die van hebzucht getuigt. Alsof we álles moeten hebben. Alsof we geen keuzes mogen maken omdat we dan automatisch iets verliezen. Dat klopt natuurlijk niet. Door de juiste keuzes te maken, kun je ook veel winnen. Ik heb op mijn achttiende ­resoluut voor de muziek gekozen en dat heeft me op allerlei manieren rijker gemaakt.

“Vandaag sta ik stilaan voor een nieuwe keuze. Blijf ik muziek maken? Of kies ik voor een ander beroep en maak ik van muziek opnieuw de hobby die het ooit was? Die vraag suddert momenteel onder mijn hersenpan. Voorlopig echter zonder dat er zich ook een antwoord aandient. We zien wel. Het zou niet de eerste keer zijn dat ik een belangrijke beslissing al peinzend een paar jaar voor me uitschuif. Beslissingen moeten ­kunnen rijpen.”

Beeld Karel Duerinckx / Gert Van Goethem

Vorig jaar schreef hij De verborgen geschiedenis van mijn vader: een familiekroniek waarin hij op zoek gaat naar het levensverhaal van zijn vader en al doende zijn eigen Congolese wortels blootlegt. Ik vraag of zijn vader – de in 1995 overleden Nathanael Mosuse – destijds wel een goede keuze heeft gemaakt door naar België te emigreren. Het lijkt erop, zeg ik, dat hij hier een eenzamer leven heeft gehad dan het bestaan dat hij in Congo had kunnen leiden. “Misschien wel, maar daar staat tegenover dat zijn verhuizing naar België goed was voor zijn zelfbeeld: omdat hij financieel zo goed voor zijn clan zorgde, werd hij in Congo beschouwd als een held. Daar genoot hij van. Plus: was mijn vader in Congo gebleven, dan had hij er de woelige jaren 60 meegemaakt. En dan was hij als jonge, België-gezinde intellectueel vrijwel zeker afgemaakt door de fanatieke onafhankelijkheidsstrijders van toen. Ik denk dat zijn komst naar België ondanks alles wel degelijk een goede keuze is geweest.”

De Mens Is Voor Alles Een Willend Wezen.

“Mensen die vreemdgaan, zeggen vaak: ‘Het is mij overkomen. Ik werd bevangen door een onverklaarbare drang.’ Dat is onzin, natuurlijk. Verliefd worden, dát overkomt je. Maar vreemdgaan, dat is iets dat je beslíst. Als je vreemdgaat, moet je niet zeggen: ‘Het is mij overkomen’, maar: ‘Ik heb het gewild.’ Of: ‘Ik kon mij niet bedwingen.’”

“Ik kan er niet goed tegen wanneer ­mensen niet de verantwoordelijkheid voor hun daden durven te nemen. Het is veel te gemakkelijk om je te verschuilen achter vage concepten als ‘een vreemde drang’. Je gedrag wordt gestuurd door je wil. Dat moet je kunnen erkennen.”

In Het Licht Van De Oneindigheid Valt Alles Best Mee.

“Het loont om je eigen miserie af en toe te bekijken in het licht van de oneindigheid. Wellicht zeg je nadien: het valt allemaal nog wel mee.

“Veel mensen kunnen het niet verdragen dat je hun problemen relativeert. Ze denken dan dat je hun emoties niet au serieux neemt. ‘Allez, jong. Jij erkent mij niet in mijn gevoel. Nu voel ik mij nog meer gekwetst.’ Maar geloof me: als we onze problemen met z’n allen iets vaker zouden relativeren, zouden we niet voortdurend ‘in ons gevoel bevestigd moeten worden’. We zijn een beetje te kleinzerig aan het worden, vrees ik.”

Beeld Karel Duerinckx / Gert Van Goethem

Ik lees de woorden voor die zijn broer Robert – in april 2000 overleden aan een hersentumor – een paar weken voor zijn dood liet optekenen in Humo: “Ik heb deze pech en iemand anders heeft andere pech, zo zie ik het. Het leven is een cadeau, maar het is een cadeau dat ook onaangename kanten heeft. De kunst is die onaangename kanten erbij te nemen zonder je erdoor te laten platdrukken.”

(knikt) “Ik zou het niet beter kunnen zeggen. Robert heeft zich nooit gewenteld in zelfmedelijden. Na zijn operatie was hij ­verlamd. Maar zelfs dan vroeg hij zelden om hulp. Dat was niet eens een kwestie van trots. Hij zei gewoon: ‘Mannen, ça va. Zolang het gaat, doe ik voort.’ Zo stond hij in het leven.”

Terwijl niemand het hem kwalijk had genomen, zeg ik, mocht hij – amper 30 en al terminaal – behoorlijk pissed zijn geweest. “In het ziekenhuis hing er een kruisbeeld boven zijn bed. Ik denk dat hij dáár soms wel kwaad op was. Niet dat hij zo gelovig was, maar toch. Hij heeft ongetwijfeld gedacht: ‘Halló, God?! Dit kan toch niet de bedoeling zijn, nietwaar?’”

Twee jaar na de dood van Robert bracht Ronny Stronger uit: een album dat in zijn ­discografie geboekstaafd staat als een rouwplaat. De titel Stronger is de afgekorte versie van de zin What doesn’t kill you, makes you stronger: een ook op sociale media vaak gebruikte levensleus, die door de realiteit niettemin weleens brutaal wordt tegengesproken. Is hij sinds de dood van Robert écht een sterker persoon dan voorheen? “Dat Robert zelf zo moedig was, heeft mij in ieder geval geholpen om mij niet te laten verlammen door mijn verdriet. Maar ik ben diep gegaan, natuurlijk. En mijn rouwproces is nog altijd niet voorbij. Het helpt niet dat Robert nog zo vaak in mijn leven opduikt. De radiozenders blijven onze liedjes draaien en dus blijf ik zijn stem horen. Mensen blijven mij over hem aanspreken en dus blijf ik hem tot leven wekken in verhalen. Robert is nog altijd heel erg aanwezig. En dat is natuurlijk wel fijn, maar het maakt het rouwen er soms niet gemakkelijker op.

“Een paar dagen voor zijn dood maakten we al zwanzend een afspraak: ‘Robert, als er leven is na de dood, geef je mij binnen de vierentwintig uur een teken, ok?’ De eerste vierentwintig uur na zijn dood speurde ik voortdurend mijn omgeving af, op zoek naar tekens uit het hiernamaals. Ik zag niks. Maar een paar dagen later ging ik tijdens een opnamesessie met The Clement Peerens Explo­sition naar het toilet en begon ik tot mijn verbazing bloed te plassen. Normaal gesproken doe je dat alleen als er iets scheelt aan je ­nieren of als iemand net keihard in je ballen heeft getrapt. Maar dat was niet zo. Ik heb er nooit een verklaring voor gevonden. En het is ook maar één keer gebeurd. (stilte) Soms denk ik: misschien was dát wel het teken.” (glimlacht)

Ik Geloof In Alle Goden, Ook In Degene Die Niet Bestaan. (Mona Mosuse)

“Toen mijn dochter Mona zeven was, voerde ik met haar eens een gesprek over God. Ik vertelde haar dat er ook mensen zijn die niet tot God, maar tot Allah bidden. Dat nog andere mensen niet in Allah geloven, maar in Boeddha. En dat daar soms ruzie van komt omdat de aanhangers van al die goden zeggen: ‘Onze God is de enige die bestaat. Alle andere zijn verzonnen.’ Ze dacht daar even over na en zei toen: ‘Pff. Ik geloof gewoon in alle goden. Ook in degene die niet bestaan.’ Dat vond ik een topzin. Ze vatte zonder het te beseffen de essentie van het geloof samen. En tegelijk zei ze: ‘Het maakt mij niet uit welke God welke wereld geschapen heeft. Ik geloof in alles en niks.’ Dat ze toen al zo goed kon relativeren, ontroerde me.”

Beeld Karel Duerinckx / Gert Van Goethem

Het Goede Of Het Kwade Bestaat Niet.

“Een paar weken geleden vond in Amerika het proces plaats van Dylann Roof: de jongen die in 2015 in een kerk in Charleston negen zwarten doodschoot. Roof toonde ten opzichte van de nabestaanden geen enkel berouw. ‘Ik heb nog altijd het gevoel dat ik juist heb gehandeld’, verklaarde hij. Waarop de vader van een van de slachtoffers zei: ‘Elke keer dat je zegt dat je geen spijt hebt, mogen ze wat mij betreft één van jouw ledematen afhakken. Voor mij ben jij geen mens meer.’

“Ik begrijp natuurlijk het immense verdriet van die man – ik mag er niet aan denken dat een van mijn eigen kinderen ooit iets zou overkomen – maar Dylann Roof is hoe je het ook draait of keert wel degelijk een mens. Een mens die zichzelf vreselijk in de problemen heeft gewerkt en die zijn medemensen onnoemelijk veel leed heeft berokkend, maar niettemin: een mens, en geen duivel. We sluiten onze ogen als we daders als Roof ontmenselijken en hen wegzetten als het absolute kwaad. Dan missen we de kans om te begrijpen wat hen bezield heeft, en om toekomstige Dylann Roofs te herkennen.”

Als Kind Lijkt Alles Nog Wat Het Is. En Later Is Niets Nog Wat Het Lijkt.

“Ik ben als veertiger al lang mijn kinderlijke onbevangenheid kwijt. En dat vind ik jammer. Ik wou dat ik de wereld af en toe nog eens kon bekijken zonder voorkennis. Dat ik opnieuw wat vaker verwonderd kon zijn. Als kind kon ik urenlang gefascineerd naar een dauwdruppel staren. Nu niet meer.

“Als je klein bent, zie je de wereld nog niet zoals hij is en dat is soms een groot voordeel. In de instellingen waarin ik ben grootgebracht, ontmoette ik nu en dan alcoholisten. Ik vond dat fantastische mensen: ze waren zo vrolijk en roken zo zoet. Ik besefte toen nog niet dat die mensen afzagen en dat ze ook hun geliefden vermoedelijk veel verdriet deden. Pas als volwassene zie je de tragiek van alcoholisten. Maar eigenlijk vind ik het beeld dat ik vroeger van hen had veel fijner. Ik heb nog lang geprobeerd om alcoholisten ook in mijn volwassen leven sympathieke vrolijkaards te vinden. Maar je kunt de realiteit niet blijven ontkennen, natuurlijk.”

Ik vraag of het omgekeerde volgens hem ook kan: dat de werkelijkheid later rooskleuriger blijkt te zijn dan je hem als kind ervaren had. “Vroeger vond ik mijn opvoeders met al hun regels een regelrechte pain in the ass. Maar nu ik zelf ouder ben, waardeer ik het dat ze mij op een aantal grenzen hebben gewezen. En weet ik dat ik in die tehuizen eigenlijk nog behoorlijk veel mocht. Ik ben als vader veel strenger dan mijn opvoeders ooit geweest zijn. Hopelijk zeggen mijn kinderen later ook: ‘Die pa van ons, met al zijn geboden, het is toch ergens goed voor geweest.’” (lacht)

Probeer Niet Iemand Anders Te Zijn. Zoek Liever Uit Waarom Je Dat Wil.

“Toen ik een puber was, hadden mijn vrienden maar één doel in het leven: grieten ­versieren. Zelf vond ik meisjes ook wel tof, maar toch niet tof genoeg om ze als een prioriteit te beschouwen. Het vooruitzicht om thuis aan mijn brommer te sleutelen of een partituur van Beethoven te ontrafelen, was altijd aantrekkelijker dan het perspectief op wat gekus en gesmos.

“Alleen: op een gegeven moment vreesde ik toch dat mensen mij een rare zouden beginnen te vinden. Ik dacht: misschien moet ik wat meer een charmeur worden, zoals Robert. Niet veel later ging ik naar een fuif en lukte het mij om twee meisjes binnen te doen. Nota bene vriendinnen van elkaar. (lacht) Maar toch voelde ik: dit is niet wie ik ben. Ik vond the mating game niet onprettig, maar toch had ik altijd de neiging om mij om te draaien en mij in mijn eigen wereld terug te trekken.

“Het heeft geduurd tot ik kinderen kreeg voor ik besefte dat ik gewoon een nerd ben. Dat ik liever in mijn zelfgecreëerde universum vertoef dan dat ik voortdurend het gezelschap van anderen opzoek. En dat dat helemaal oké is. Stilaan verdween mijn drang om iemand anders te zijn. En werd mijn leven een stuk eenvoudiger. Ik ben nu altijd dezelfde. Of ik nu thuis ben, in een tv-studio of in een winkel. En zo hoort het ook. Wees wie je bent. En als iemand je saai vindt: tant pis. Liever iemand die écht is dan een poseur.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.