Zondag 28/11/2021

David versus het Nederlandse spook

Vijfentwintig jaar geleden keek David Van de Steen, negen jaar oud, in de tweeloop van de ‘reus’ van de Bende van Nijvel. ‘Bam! En mijn heup was weg.’ Tot vandaag tracht hij te begrijpen waarom de Bende zo nodig zijn zusje, zijn vader en zijn moeder moest hebben. Waarom de reus achter hem aan rende, tot in de winkel. Misschien is er nu een begin van een antwoord. Exclusief: het een kwarteeuw lang vergeten Nederlandse spoor.

Door Douglas De Coninck

‘Zaterdag 9 november 1985, 19.37 uur. ‘Niet schieten, dat is mijn papa!’ roept mijn zus. Een keiharde knal, alsof er vuurwerk onder je neus ontploft. Mijn zus en mijn vader die in elkaar zakken. Dan de schrille, paniekerige stem van mijn moeder: ‘Lopen, David! Maak dat je wegkomt!’ Zelf rent ze naar de andere kant van de parking van de Delhaize. Van achter een auto duiken twee rare mannen op met riotguns en geweren. Ze dragen vuile kleren en een van hen heeft een zwartepietenpruik op. Een derde man komt van achter een stapel kratten. Instinctief loop ik terug naar de ingang van de winkel, terwijl ik onophoudelijk hoor schieten. Een van de gangsters heeft het op mij gemunt. Ratata! Ik word geraakt in mijn billen, maar voel het niet. Ik ren voor mijn leven, de winkel in. Eerst door het sas, waar klanten verstijfd achter hun karretje staan. Ruiten springen kapot, een man voor mij zijgt neer - hij is in het gezicht geraakt door een kogel die voor mij is bestemd. Ik spring over hem, storm de winkel binnen, denk dat ik daar veilig zal zijn.

Aan de ingang staat een rek met strips, waar ik daarnet nog in heb zitten lezen terwijl mijn ouders de boodschappen deden. Voor het rek ligt Jo, een jongen die ken van school, plat op de grond. Ik gooi me naast hem in de hoek, net achter de deur van de ingang. ‘Mijn vader is dood! Ik ben bang! Ik ben bang!’ Jo probeert me gerust te stellen, maar hij is even bang als ik. In de winkel rennen klanten hysterisch achter elkaar aan. Geroep, gehuil.”

MEDISCH MIRAKEL

Vorige week woensdag. Het is drummen in de trouwzaal van het stadhuis van Aalst. Burgemeester Ilse Uyttersprot heeft een receptie geregeld voor de voorstelling van het boek van de kleine jongen voor wie koningin Fabiola ooit een kussentje breide. Vader Uyttersprot was burgemeester van Aalst ten tijde van de laatste en tevens dodelijkste van alle aanslagen van de Bende van Nijvel. Zes maanden na de achtvoudige moordpartij zou hij overlijden, verteerd door woede en frustratie over hoe dit kon gebeuren. In de trouwzaal verbroederen nabestaanden met politieagenten die die avond ter plaatse waren. Ze willen hem aanraken, graag ook even knuffelen: het tot een beer van een vent uitgegroeide medische mirakel. De enige overlevende van het gezin Van de Steen is na ontelbaar veel operaties nog altijd wankel te been. “Er zitten nog acht kogels in”, wijst hij. Maar hij is hier, en hij leeft.

Het boek verhaalt hoe de kleine David werd opgevoed door zijn grootouders. Opa Albert Van den Abiel is er vanavond niet, helaas. Het gaat slecht met hem. “Hij heeft gezegd: ik wil nog meemaken dat het boek verschijnt”, zegt de auteur. “Dat het daar ligt en dat de mensen het nooit meer zullen vergeten.”

Het was de avond van Sint-Maarten. Marie-Thérèse Van den Abiel (38) had voor haar dochter Rebecca (14) een complete new-waveoutfit gekocht. Het meisje is ermee begraven. In het boek staat een foto van vader Gilbert Van de Steen (42 ten tijde van de feiten), met een stok en twee emmers balancerend op een wasdraad. “Mijn pa was een echte artiest”, zegt David.

Op zijn eenentwintigste trok hij met opa naar het parlement. Om de mensen van de parlementaire onderzoekscommissie te vertellen hoe het was geweest, daar in Aalst. En in de moeilijke jaren daarna. Negen jaar geleden nam hij met opa voor de allerlaatste keer deel aan een hoorzitting met de speurders van de cel Waals-Brabant (CWB). “Een speurder legde uit wie zoal op welke positie stond, die avond in Aalst”, weet hij nog. “Er klopte iets niet, en mijn opa en ik zeiden er wat van. Een speurder richtte zich tot mij: ‘Manneke, wat weet gij daar nu van.’ Toen is opa opgestaan en zijn we vertrokken.”

Het is allemaal een beetje aan David Van de Steen voorbijgegaan. De Kamercommissies, de theorieën, de boeken, de films. Onderzoeksrechter Freddy Troch, die in 1990 van de zaak werd gehaald, net toen hij op het punt leek te staan een doorbraak te forceren. Toen de natie zich erover opwond, lag de kleine David zijn pijngrens te verleggen bij de kinesist.

“Kinderen die iets gruwelijks meemaken, dissociëren”, zegt David Van de Steen. “Ze duwen het weg in een hoekje van hun geheugen. Bij mij was het niet zo. Ik zie alles heel scherp, tot het punt waarop ik in die tweeloop staarde. Elk moment van mijn leven daarvoor is een bijna tastbare herinnering. Het is ook alles wat ik nog heb van papa, mama en Rebecca.”

De agent die hem vond, trachtte hem bij bewustzijn te houden. Waar woon je? “Hyacintenstraat 43.” Waar? “Hyacintenstraat 43.” Wáár woon je? “Hyacintenstraat 43.”

DE LAATSTE 30 UREN

Een passage uit het boek: “Waarom werden wij vieren neergekogeld, op drie verschillende plaatsen? Waarom riep mijn zus naar een van die mannen: ‘Niet schieten, dat is mijn papa’? Toch een rare reactie, alsof ze die man kende. Mijn pa en mijn zus lagen vooraan op de parking, maar mijn moeder was naar de andere kant van de parking gelopen. Een gangster had haar eerst met een riotgun neergemaaid en had daarna nog de moeite gedaan om tot bij haar te lopen, om haar met een nekschot uit een revolver af te maken. Dat doe je toch niet als je gehaast bent, tenzij je daar goeie redenen voor hebt? Ook de kogels voor mij waren bedoeld om te moorden. (...) Mijn grootvader is ervan overtuigd dat de daders, of toch tenminste een van hen, ons kenden. En eerlijk gezegd denk ik er ook zo over. Niet dat de daders speciaal naar Aalst waren gekomen om met ons af te rekenen. Maar misschien zat er een dader bij die uit Aalst kwam en die ons kende.”

Opa heeft zich suf gepiekerd. Maar hoe zouden zijn dochter, schoonzoon of kleinkind enige connectie kunnen hebben met deze harteloze killers? “Rebecca was altijd bang in het donker”, zegt David Van de Steen. “Je kon haar makkelijk bang maken. Dit ene beeld spookt na al die jaren nog elke dag door mijn hoofd. Het heeft niet eens twee seconden geduurd. Die man duikt naast ons op, met zijn zwarte pruik en dat enorme wapen. Rebecca stapt op hem af en gaat voor papa staan: ‘Niet schieten, dat is mijn papa!’ Echt, alsof ze die man al eens eerder had gezien.”

Enkele maanden geleden legde David Van de Steen het bij met de speurders van de CWB. Hij nam deel aan de tv-reconstructie De laatste 30 uren van de Bende van Nijvel, die begin juni werd uitgezonden op vtm en RTL-TVi. De uitzending toonde hoe diverse ooggetuigen van toen het Texaco-benzinestation aan de E40 in Groot-Bijgaarden aanwezen als vermoedelijk vertrekpunt en verzamelplaats voor de Bende. Een getuige ziet iets voor zeven een man met een groot wapen te voet de E40 oversteken. Een werknemer van Texaco wordt weggejaagd als hij de voorruit van een donkerkleurige Golf GTI wil schoonmaken. De auto verplaatst zich naar een andere pomp, maar tankt niet. Even later rijdt Emile Wauters op de E40 naast een donkere Golf GTI. De auto lijkt een minikonvooi te vormen met een Mercedes met Nederlandse nummerplaat die voor hem rijdt.

De CWB hecht enorm veel waarde aan de getuigenis van Emile Wauters. Hij werd onder hypnose gebracht, en op zijn aanwijzing werd in de uitzending een robotfoto vrijgegeven van de chauffeur van de Golf. Hij werd ‘teruggebracht’ tot die bewuste avond in november en beschreef wat hij zag. De Mercedes, zegt hij, had geel-zwarte nummerplaten. Franse of Nederlandse, dat wist hij niet meer.

Na de moordpartij in Aalst wezen heel veel getuigen op het verdachte rijgedrag van een of meer Mercedessen, kort voor of op 9 november 1985. Enkele minuten voor de overval wordt de Mercedes met de buitenlandse nummerplaten nog gezien vlak bij de Delhaize.

HET NEDERLANDSE SPOOR

Vier miljoen pagina’s telt het Bendedossier inmiddels. Honderden speurders en magistraten hebben in de loop der jaren aan de zaak gewerkt. Het voornaamste werk werd destijds verricht door Freddy Troch, de kleine onderzoeksrechter uit Dendermonde. Hij was het die in 1986 in de buurt van het Hellend Vlak van Ronquières duikers in het kanaal deed afdalen. Ze vonden er de babykoffer van de Delhaize in Aalst, het kogelvrije vest dat die avond werd gedragen door de man die David neerschoot. En wapens. De vondst in het kanaal Brussel-Charleroi is de enige echte stap voorwaarts die het gerecht in 28 jaar onderzoek stelde. De wapens maakten het mogelijk om via ballistisch onderzoek een materieel verband te leggen tussen 23 feiten tussen 1982 en die waanzinnige avond in Aalst.

Freddy Troch kon een beroep doen op de zogeheten cel-Delta, een team van de beste rechercheurs die in die tijd bij rijkswacht en gerechtelijke politie te vinden waren. De cel-Delta bleef nog jaren na de aanslag speuren, wroeten, contacten aanspreken in het milieu. Op 29 maart 1990 - we zijn bijna vijf jaar na de feiten - stellen zij een vertrouwelijk rapport op voor onderzoeksrechter Troch: “Aan de Immerzeeldreef te Aalst staat een villa met strodak. Kort voor de feiten in Aalst zouden daar enkele onbekende personen hun intrek hebben genomen om na de feiten te Aalst plotseling te vertrekken.”

Een tweede rapport volgt op 6 april 1990: “Uit inlichtingen bekomen bij notaris Peers te Erembodegem blijkt dat een aantal Nederlanders in de eerste helft van 1985 op hem beroep deden voor de stichting van PVBA Ocean Trading. (...) De notaris tot de oprichting van de PVBA niet te zijn overgegaan omdat deze personen wantrouwen inboezemden door hun gedragingen en uitlatingen.”

Het bedrijf, zo staat er, zou aan “import en export” gaan doen van niet nader te omschrijven goederen. Er worden namen teruggevonden van de Nederlanders die hun intrek namen in de villa in de Immerzeeldreef 194: Bertus L., Roberto B., Wilhelmus P. Een buurtonderzoek leert dat de villa tot in augustus 1985 werd verhuurd aan L. en dat het er een dagelijks en vooral nachtelijk komen en gaan was van mensen in dure BMW’s en Mercedessen. De Nederlanders hadden weinig of geen contact met hun buren, zo rapporteert de cel-Delta: “Niemand in de buurt schijnt ooit geweten te hebben waarvan men (de Nederlanders, DDC) leefde en hoe het mogelijk was grote sier te maken met zulke grote wagens. (...) Ook maakten ze zich de bedenking dat kort na de feiten te Aalst op een slag en een keer er dan niemand meer te zien was.”

De villa werd begin februari 1985 gehuurd door Bertus L., die drie maanden huishuur betaalde en daarna niets meer. In augustus 1985 kwam de huisbaas de sloten vervangen, waarna de Nederlanders niet echt uit beeld verdwenen, maar voortdurend van woonplaats veranderden. Ze doken nu eens op in hotels of flats in Hekelgem, dan weer in Oordegem en dan weer in Erpe-Mere. De Nederlanders waren bekende figuren in het uitgaansleven rond Aalst. Ze werden vaak opgemerkt in ruigere etablissementen als The Vogue, The Fatz, The Golden Dollar en El Gringo. De door Bertus L. nagelaten adressen, in Amsterdam en Hoofddorp, bleken allemaal nep.

JEAN BULTOT

Het is niet de enige keer dat in het Bendeonderzoek richting Nederland wordt gewezen. Op 10 november 1985 wordt in het Bois de la Houssière het uitgebrande wrak teruggevonden van de Golf GTI die de Bende in Aalst heeft gebruikt. Naast het wrak liggen de restanten te smeulen van documenten die eveneens dienden te verdwijnen. In het gerechtelijk lab kunnen enkele snippers worden gered. Het gaat om notities die werden gemaakt tijdens een lezing over wapens door de vroegere gevangenisdirecteur Jean Bultot. Zijn naam zal later om de haverklap opduiken in het Bendedossier, de man zal op zeker ogenblik de wijk nemen naar Paraguay.

Een van de betere vrienden van Bultot is Antoine Delsault, een voltijdse spion van de Staatsveiligheid. Maar dat laatste lijkt Bultot niet te weten. Hij neemt Delsault in die mate in vertrouwen dat hij op 8 november 1985 (daags voor de aanslag) bij hem op bezoek gaat. “Hij vroeg me of ik hem een mitraillette kon bezorgen daar een van zijn vrienden die dringend nodig had”, aldus Delsault in een verklaring aan de cel-Delta op 3 december 1987.

Daags na de aanslag in Aalst, op zondag 10 november 1985, staat Bultot opnieuw voor de deur, voor het aperitief. Deze keer maakt Delsault een bandopname van het gesprek. Die opname zou zich vandaag ergens in de ruime archieven van de Belgische Staatsveiligheid moeten bevinden. Het is voor vele mensen duidelijk dat er ergens een connectie is tussen de Bende van Nijvel en Jean Bultot. Zie de verbrande papiertjes in het Bois de la Houssière. Maar wat betekent het?

Terug dat ene moment, waarop Bultot vrijuit spreekt en niet als een brok opgejaagd wild die roept en tiert dat “ze” die gruwelijke feiten in zijn schoenen willen schuiven, zoals hij in de jaren die volgen zal blijven doen. Jean Bultot, aperitievend bij zijn goede vriend Antoine Delsault, in proces-verbaal 101.747 van de cel-Delta: “Tijdens ons gesprek werden de feiten van Aalst aangehaald die de dag voordien waren gebeurd. Hij (Bultot dus, DDC) beweerde dat men die feiten in de schoenen van extreem rechts wou schuiven. Het gesprek ging verder, hij zei dat het vreemd was dat het steeds een Delhaize was en dat het om afpersing ging. Hij zei dat het Nederlanders waren.” Bultot noemde ook een naam. Die van de tegenwoordig in de VS een gevangenisstraf uitzittende topcrimineel Henk Romy.

Het onderzoek omtrent de villa met het dak van stro aan de Immerzeeldreef 194 is nooit voltooid. Alles wijst erop dat Bertus L. - als dat al zijn echte naam was - deel uitmaakte van het Amsterdamse milieu. Voor het overige is het één en al mist. De data op de vergeelde stukken verraden waarom.

Op 18 juni 1990, zo leert ons de Bendeliteratuur, wordt op het parket-generaal in Bergen een vergadering belegd met dertien vooral Franstalige magistraten. Op 11 december 1990 wordt Freddy Troch na een tussenkomst van minister van Justitie Melchior Wathelet verplicht om al zijn dossiers af te staan aan zijn ambtsgenoot in Charleroi. De documenten over het Nederlands-Aalsterse spoor bevinden zich ergens onderaan een berg van 4 miljoen pagina’s.

DE WERELD IS KLEIN

“Het leven stroomt uit mij. Ik voel nu wel duidelijk waar ik geraakt ben: in mijn heup. Mijn been is eraf, denk ik. ‘Ik zal nu wel vlug dood zijn.’ Er komt een soort rust over mij. Ik heb me al bij de dood neergelegd. Ik ben bewusteloos. ‘Hela! Bij mij blijven!’, roept een man. Ik voel iemand aan mijn lijf schudden en onophoudelijk vloeken. ‘Gotverdegotver...’ - aan één stuk door. ‘Hoe is je naam?’ vraagt de man. ‘Wie zijn je ouders?’ Ik versta hem moeilijk. Hij maakt me duidelijk dat hij van de politie is. Ik probeer te kijken, maar kan niks zien. Waar woon je? Met een heel flauw stemmetje antwoord ik: Hyacintenstraat 43.”

David Van de Steen is meegekomen. Hij vloekt. Hij leest de dossierstukken die we hebben meegebracht en begint verwoed huizen aan te wijzen. “Hier deed ik mijn eerste communie, in het kerkje, daar waar we nu staan. De Immerzeeldreef. Langs hier gingen wij naar school. Langs hier passeerden wij elke dag meerdere keren. Mama, papa, Rebecca, ik. We zijn op tweehonderd meter van de Hyacintenstraat 43. Nee, ik heb nooit wat gemerkt aan dat huis. Ik heb mijn ouders nooit horen spreken over Nederlanders. Hebben zij ons herkend? Man, dit is bangelijk.”

Bij de CWB tempert onderzoeksleider Eddy Vos de opwinding. “De moorden van de Bende van Nijvel waren alle zinloze moorden”, zegt hij. “Wie achterblijft, zal als vanzelf zijn hele leven lang blijven zoeken naar een vorm van ‘zin’ die erachter kan hebben gezeten. Het is hard om te zeggen, maar niet alleen de leden van de familie Van de Steen kregen een genadeschot.”

Vos heeft was opzoekingen verricht. De Nederlandse piste zegt hem op het eerste gezicht niets. Er zijn in 1990 wat faxen naar Nederland verstuurd en de piste is terzijde geschoven.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234