Dinsdag 07/12/2021

David tegen Goliath aan de Syrische grens

Majid haalt gewonden op aan de grens, Mahmood post berichten op Facebook, Muhannad smokkelt medicijnen en Fadi coördineert tussen gedeserteerde Syrische officieren in Turkije en het verzet in eigen land. Vanuit tentenkampen en benauwde appartementjes in Zuid-Turkije, vlak aan de Syrische grens, poken rebellen en leden van het Vrije Syrische Leger het vuur van de Syrische revolutie op.

Majid neemt nog een laatste, gretige trek voor hij de sigaret dooft in de asbak voor hem op de grond. Met zijn linkerhand - zijn rechter zit in het verband. De rook blaast hij uit tussen de haren van zijn grove, donkere baard. Een slok bittere koffie uit een plastic bekertje, een nieuwe sigaret in de mondhoek, en dan, haast terloops en bijna onverstaanbaar zacht: "Ik mag blij zijn dat ik er nog ben. Als zij er niet waren, lag ik nu weg te rotten in een of ander mortuarium in Syrië." Zijn broer naast hem - even zwarte baard, even dwangmatig rokend - knikt. "Acht uur lang hebben we hem om de beurt op de rug gedragen, van Al Najiyeh tot aan de Turkse grens. Meer dan vijf kilometer. Over de bergen, in het donker, over paden en door struikgewas. Majid bloedde bijna dood."

Nochtans was niet eens Majid het doelwit van de operatie drie dagen eerder. Ze waren 's nachts vertrokken naar Al Najiyeh, nadat ze waren gebeld vanuit Syrië. Hun kompaan, Maher Hassan, was gewond. Of ze hem konden ophalen en naar een Turks ziekenhuis brengen? Maar eenmaal ter plekke waren ze in geen tijd omsingeld door Syrische soldaten. "Ze schoten onmiddellijk. Ik probeerde Maher nog mee te trekken, maar een kogel raakte mijn hand. Ik liet los en ze schoten Maher dood."

Majid keerde gewond maar levend terug, Mahers lichaam bleef achter. Doden worden niet opgehaald. Het was de eerste keer dat een operatie mislukte en dat ze een gewonde rebel niet konden redden. Op dertig staat de teller vandaag: dertig keer trokken Majid en de zijnen in de acht maanden dat ze al in het vluchtelingenkamp in de Turkse provincie Hatay verblijven naar de Syrische grens om gewonden op te halen. Slachtoffers van de oorlog die president Bashar al-Assad begon tegen zijn eigen bevolking. Meestal vertonen ze kogelwonden, soms zijn ze in elkaar geslagen of hebben ze granaatscherven in het lijf. De afgelopen weken werden de missies steeds gevaarlijker want het Syrische leger legde mijnen. Wie het land nog uit wilde geraken, riskeerde opgeblazen te worden. Maar de Turks-Syrische grens is erg lang en poreus, en overal is er wel een plek die onder rebellen bekendstaat als veilig. "En anders vingen we daar een of ander klein dier en lieten we dat voor ons los. Als het veilig over de grens geraakte, volgden wij." Algemeen gelach. "Beter een dier dood dan wij."

Majid en zijn broer zitten op de vloer van een vochtig kamertje in een stenen gebouw, dat midden in het tentenkamp staat. Zetels zijn er niet, enkel wat stoelen. Het gebouw maakt deel uit van het complex van een voormalige sigarettenfabriek van het Turkse merk Tekel. Vorig jaar richtte de Turkse overheid hier een voorlopige verblijfplaats in voor de duizenden Syrische vluchtelingen die de grens over trokken.

De drie andere broers van Majid zijn er intussen bij komen zitten, net als zijn oom en zijn drie neven. Samen met vrouwen en kinderen telt de hele familie een vijftigtal leden. Ze vluchtten allemaal tegelijk uit Jisr al Shugur, in de Syrische provincie Idlib, toen Assad daar zijn offensief inzette tegen de rebellen. Alle vijf broers, drie neven en oom hadden zich aangesloten bij het verzet, dat flink terrein won. Maar toen het regime de ogen en wapens op Idlib richtte, maakten ze met hun weinige kalasjnikovs en RPG's geen kans.

In het kamertje zuigt de kachel alle zuurstof op en staan de ramen open. Aan een touw, dwars over de ruimte gespannen, hangen grauwe onderhemden, jeansbroeken en kinderkleren. Op de grond ligt een beige tapijt met een Turkse rode halve maan op. Hier en daar groeit schimmel aan de muren. Dit is al acht maanden hun thuis. Majid neemt nog een slok van het donkerbruine vocht in de beker. "Acht maanden zitten we hier nu, terwijl onze broeders ginds een oorlog uitvechten. Dat is erg frustrerend." De mannen rond hem mompelen instemmend. "We zouden daar zelf moeten vechten, we zijn jong en sterk. Maar we hebben geen wapens, ze zouden ons onmiddellijk doden. Als we vandaag wapens zouden krijgen, dan bleven er morgen alleen nog vrouwen en kinderen achter in dit kamp."

Schietlessen

Wapens: het grote woord is eruit. De internationale gemeenschap is het sinds vorig weekend, na maanden schipperen, eens geworden: de Syrische rebellen krijgen geld en wapens. Hoe dat zal gebeuren en wie precies wat krijgt, moet nog worden uitgedokterd. Tot het zover is, modderen de rebellen wat aan. "Wapens, ja." Mahmood glimlacht, maar niet van harte. We spreken hem in Antakya, de hoofdstad van Hatay, op enkele tientallen kilometers van het vluchtelingenkamp. "Je had ons bezig moeten zien op het slagveld, met onze roestige granaatlanceerders", zegt de jonge rebel. "Een tank van het Syrische leger tegenover ons, wij aan het morrelen aan dat toestel. 'Alstublieft, Allah, u bent groot, laat het ding deze keer werken', smeekten we keer op keer. Een keer proberen: niets. Twee keer: nog niets. De tank die steeds dichterbij rolt. De derde keer: eindelijk, de RPG vuurt. Tank kapot. Tranen van vreugde hebben we toen gelaten."

Mahmood beschrijft de scène met handen en voeten. Hier David, daar Goliath. "Het was een mirakel", zegt de 23-jarige jongeman geestdriftig. "Een zoveelste bewijs dat Allah met ons is. Niet dat we daaraan twijfelden, maar toch."

Mahmood, net als de meeste Syrische rebellen hier in Turkije een kettingroker, steekt er nog één op. Hij vluchtte twee weken geleden naar Antakya. Hij gaf zich niet aan bij de Turkse autoriteiten, die hem onmiddellijk in een kamp hadden ondergebracht, maar kwam het land in het geniep binnen. Bergpad, prikkeldraad doorknippen, die tactiek.

In Antakya vond hij andere rebellen terug in deze kleine, bedompte flat in het centrum van de stad. In de woonkamer slingeren overal laptops en gsm's, in de slaapkamer staat een vijftal bedden, waarin doorgaans tien mannen slapen, om de beurt. Als ze al slapen, want hier wordt de revolutie in Syrië van uur tot uur gevolgd. De tv wisselt af tussen Al Jazeera of Al Arabiya, op de computers worden de Facebookpagina's ieder halfuur geüpdatet, aan de telefoon worden de laatste posities van de rebellen in Idlib besproken. Mahmood checkt zijn e-mails, kijkt even of er nog nieuws is uit Idlib. Ziet dan hoe de buitenlandse media berichten over het gebrek aan wapens bij het verzet. "Eindelijk", zegt hij. "Na al die berichten over hoe gevaarlijk het is om ons te bewapenen. Want we zouden allemaal salafisten zijn en van Syrië een strikt islamistische staat willen maken. Ik geloof in Allah, ik geloof dat hij ons zal bijstaan. Wie in Allah gelooft, kan iedere tank de baas, ook met een kleine kalasjnikov. Maar een sharia, zoals in Saoedi-Arabië? Neen, dank u."

De jonge Mahmood studeerde tandheelkunde in Dubai en had er geen idee van hoe hij een kalasjnikov moest bedienen toen hij zich eind vorig jaar bij een groep rebellen voegde in Idlib. Voor 1.500 dollar kocht hij zijn AK-47, voor iedere kogel moest hij 4 dollar neertellen. Daarna kon de training beginnen. Al is dat een te groot woord voor de oefening die Mahmood kreeg. "We leerden hoe een kalasjnikov werkt en moesten enkele keren op een doelwit schieten. Als we er niet te ver naast zaten, was het goed. Kogels waren te duur om zomaar weg te schieten."

Alles voor de revolutie

Wie als rebel aan wapens wil geraken in Syrië heeft momenteel weinig keuze. Gedeserteerde soldaten houden hun geweer, maar de anderen moeten zich behelpen. Geruchten doen de ronde dat het verzet kan rekenen op binnengesmokkelde wapens uit Saoedi-Arabië of Qatar. Daar merken de opstandelingen hier in Antakya niet veel van. Ze zeggen dat er maar één manier is om een kalasjnikov op de kop te tikken. "Via via proberen we ze af te kopen van Syrische soldaten", zegt Mahmood. Hij haalt de schouders op. "Zodra die soldaten geld zien, blijft er niet veel over van hun trouw aan het regime." Syrische soldaten hadden snel door dat ze veel geld konden eisen voor hun geweer. Verkochten ze hun kalasjnikov enkele maanden geleden nog voor 1.000 à 1.500 dollar, dan wisselen zulke lichte wapens nu van eigenaar voor bedragen tot 4.000 dollar.

Mahmoods vader is rijk. Een eigen bedrijf in medicijnendistributie, een mooi huis in de chicste buurt van Idlib, vijf zonen die aan de beste scholen studeerden. Mahmood had in Dubai een luizenleventje, maar keerde prompt huiswaarts toen hij de eerste beelden van de opstand in zijn land zag. "Ik hoorde over de folteringen, zag hoe soldaten met scherp op de bevolking schoten. Ik moest gewoon terug naar Syrië."

De gewonden en de doden die hij zag tijdens zijn tijd bij het rebellenleger, het benauwde appartementje waarin hij nu leeft, zonder zekerheid over de toekomst: het is niet bepaald een vooruitgang in vergelijking met zijn luxeleven van vroeger. Mahmood schudt het hoofd. "Zo bekijk ik het niet", zegt hij. "Deze revolutie is iets groots. Allah is met ons, ook als we met kalasjnikovs vechten tegen tanks. In deze strijd zijn wij de good guys."

Een man met baard en honkbalpet ijsbeert plots ongeduldig door de woonkamer. "Waar zitten jullie nu", roept hij in zijn iPhone. "Wat hebben jullie nodig? Ik kom zo snel mogelijk af", zegt hij en hij sluit af. Muhannad (40) blijkt een vader van drie kinderen te zijn. Hij zat jaren in de auto-export in Zuid-Korea maar keerde vorig jaar terug naar Syrië. Zijn broer is commandant van een eenheid van het Vrije Syrische Leger in Idlib, hijzelf is coördinator van verschillende groeperingen. De Abu Bakr-milities, zo noemen ze zich. Naar Abu Bakr, de schoonvader van de profeet Mohammed en de eerste kalief, die verschillende succesvolle veldslagen leidde. Zijn familie in Idlib, waar vrouw en drie zonen in veiligheid werden gebracht nadat de Syrische autoriteiten hem op het spoor waren gekomen, ziet hij amper. De revolutie, dat is zijn leven nu.

Muhannad blijft nooit lang in Antakya. Zodra hij zijn zaakjes geregeld heeft - lees: de nodige spullen heeft verzameld - trekt hij met zijn zak vol smokkelwaar terug naar Idlib. "Medicijnen, voedsel, satelliettelefoons, geld, gsm's: alles wat de rebellen kunnen gebruiken", somt hij op. Ook wapens? Hij schudt het hoofd, heft wanhopig de handen op. "Wapens niet. Waar zou ik die hier vandaan moeten halen?"

Zijn hand ziet rood van de eosine en zit in het verband. Eergisteren verbrand toen hij in Syrië een kameraad uit een brandende auto wilde sleuren. "Dit is niets", wuift hij zijn pijn weg. "Belangrijker is het verzet."

Schieten op demonstranten

Niemand heeft zicht op dat verzet. Niemand weet precies hoeveel leden het Vrije Syrische Leger telt. Zestigduizend, zo wordt geschat, nemen het op tegen Assads leger, dat in totaal meer dan een half miljoen militairen telt. Niemand ook die de revolutie coördineert. Homs, Daraa, Idlib: iedere stad heeft zijn eigen verzetshaarden, groepjes jongeren zoals Mahmood die zich bewapenen, gedeserteerde soldaten die trouw zweren aan de revolutie. Hun leiders proberen onderling afspraken te maken, maar dat verloopt niet vlot. Er is onderlinge rivaliteit, en de belangrijkste leiders van het verzet bevinden zich in het buitenland. In Turkije, aan de Syrische grens, zit een vijfhonderdtal officieren, onder wie ook kolonel Riad al-Assad, de commandant van het Vrije Syrische Leger.

Fadi is net terug uit het kamp, waar hij met Assad heeft overlegd. "We bespraken hoe we de internationale hulp, die we nu hopelijk snel krijgen, zo efficiënt mogelijk kunnen verdelen bij het Vrije Leger in Syrië", vertelt hij. "Maar we weten nu al dat het moeilijk zal zijn."

Fadi (28) is zelf officier in het Vrije Syrische leger. Daarvoor was hij officier in het Syrische leger, nu coördineert hij tussen het verzet in Idlib en de afvallige Syrische officieren in het Turkse kamp. "In het geheim", zegt hij. "De Turken weten niet dat ik hier ben, ze willen geen activiteiten van het verzet in hun land."

We zitten in een pizzatent in het centrum van Antakya. Fadi heeft ons net een video getoond waarin hij vertelt over de laatste operaties van de opstandelingen in Idlib. Met balaclava op. "Ik moet wel, het regime speurt het hele internet af op zoek naar aanwijzingen."

Bij het regimeleger was Fadi een jonge belofte: zeven jaar voor scheepsingenieur gestudeerd in Rusland, later naar de academie van Homs getrokken. Daar maakte hij zijn officiersopleiding af en leerde hij met tanks omgaan. "In oktober werd ik naar mijn eerste demonstratie gestuurd. Ik had maar één bevel gekregen: met tanks schieten op demonstranten."

De revolutie in Syrië was toen al meer dan een half jaar bezig, maar Fadi was van niets op de hoogte. Het enige wat hij wist, was dat terroristen dood en chaos zaaiden in het land. In de kazerne was er maar één tv-zender, de staatszender Al Dounia. Internet was verboden en ook het gsm-gebruik werd strikt in de gaten gehouden. Af en toe kregen Fadi en andere soldaten in de kazerne een film te zien over de onrust in het land. "Ze zeiden dat de betogers terroristen waren en dat het onze taak was om hen te doden. Als wij hen niet zouden doden, zouden we zelf worden vermoord, zo klonk het. Veel soldaten werden uitzinnig nadat ze die films hadden gezien. Helemaal opgefokt van woede werden ze op betogers af gestuurd."

Maar ergens klopte het niet, zo ontdekte hij al snel. Onder militairen werd gesproken over de leugens van het regime. Sommige collega's verdwenen plotseling. Op medische controle, zo zeiden de officieren dan. Ze kwamen nooit terug, Fadi vernam via via dat ze dood waren. Op een dag trok hij zelf naar een internetcafé, zijn leven riskerend. "Maar ik moest het weten", zegt hij. "In dat internetcafé gingen mijn ogen pas open."

De eerste keer dat hij naar een demonstratie in Homs werd gestuurd, gaf hij zijn mannen bevel in de lucht te schieten en zeker geen burgers te raken. "Voor mij stonden vrouwen en kinderen, ongewapende mannen. Het zou pure moord geweest zijn." Toen Fadi enkele keren na elkaar had bevolen in de lucht te schieten, werd hij op het matje geroepen bij zijn superieuren. "Als je niet op betogers schiet, dan ben je tegen het regime, zeiden ze me. Dan ben je een verrader. De volgende weken merkte ik dat ze me in de gaten hielden."

Fadi wilde niet 'op medische controle' en besliste te deserteren. Toen hij in oktober vorig jaar naar Daraa moest, zei hij tegen zijn commandant dat hij op betogers zou schieten. Maar in de stad verliet hij zijn tank, trok hij de menigte tegemoet en vroeg hij om hulp. Enkele betogers brachten hem in veiligheid, daarna nam het Vrije Syrische Leger het over. Hij trok, onder bescherming van de rebellen, van stad tot stad. Ze trokken door de velden, ontweken zorgvuldig controleposten, en schaarden zich ten slotte bij leden van het Vrije Leger in Idlib.

Sindsdien vecht Fadi als hij niet op missie is in Turkije tegen zijn voormalige collega's. Hoe schat hij de winstkansen van de rebellen in, vragen we hem. Zestigduizend slecht bewapende rebellen kunnen, hoe vurig ze ook zijn, niet winnen van een leger van een half miljoen soldaten. Fadi zucht. "Jullie bekijken het allemaal verkeerd", zegt hij. "Wij kijken nooit naar aantallen. We doen gewoon ons best om het regime te bestrijden. Als iemand je familie aanvalt, kijk je niet naar de hoeveelheid wapens die hij heeft. Je gaat zonder nadenken in de aanval om je familie te beschermen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234