Donderdag 19/05/2022

David Hume

Dat Humes bed in zijn laatste uren getrild heeft, is zeker niet uitgesloten

'It was a strange blunder to send yr. letter by the carrier'

Veel kunnen wij leren op het internet. (Vul in naar believen.) Nog meer kunnen wij illustreren aan de hand van het internet. Zo, bijvoorbeeld, hoe roddels en kennis er verspreid worden ter meerdere eer en glorie van het eigen gelijk. Op zoek naar bronnen en nergens te verkrijgen bevestiging van de laatste woorden van de Schotse filosoof David Hume, valt op hoe elkaar radicaal tegensprekende versies worden geciteerd, afhankelijk van het kraam waarin ze passen. Een nauwelijks te overzien kraam op het web is dat van de gelovigen; niet zozeer believers in de Dutroux-betekenis van het woord, maar in de strikt religieuze. Een indrukwekkend exempel vind je op 'Dying words of infidels and believers' (www.pre-evangelism.com). Grossierend in gruwelverhalen over heidenen die in hun laatste minuten onverwachte doodsangsten uitstaan en zich alsnog bekeren om erger te voorkomen, illustreren deze gelovigen aldus het motto van hun site: "zowel moreel als mentaal is de atheïst een gek". De website bleef niet onopgemerkt. Op hun startpagina beweren ze dat al meteen één lezer "Jezus had aanvaard" en dat de getuigenissen niemand onberoerd kunnen laten. Ze zijn echter, zo waarschuwen de siteverantwoordelijken, niet zonder risico's: niet alleen kan lectuur je levensvisie grondig door elkaar schudden, zeker voor teergevoeligen is dit geen evident leesvoer - de moderne mens is zulke ongecensureerde, niet in morfine gesmoorde doodsreutels immers niet meer gewoon. Maar net op dat schokeffect speculeert men uiteraard. Vooral het grote verschil tussen de twee soorten getuigen zou het gewenste resultaat kunnen opleveren: waar de ongelovige spartelt, roept en ijlt, vertrekt de gelovige in volstrekte kalmte of vreugdevolle aanvaarding derwaarts. Terwijl gelovigen engelen waarnemen in hun stervenskamer, "alles is naar wens" prevelen of zich in de gloria wanen, voelen de heidenen Satan aan hun voetzolen kietelen of, erger, zien ze zichzelf vergaan in de eeuwig brandende vlammen van de hel. Het is een bekende tactiek: inspelen op des mensens doodsangst om zo zieltjes te winnen. En welk verhaal kan dan meer indruk maken dan dat van een notoire ongelovige? David Hume (1711-1776) wordt op de vermelde site voorgesteld als een godsloochenende filosoof die, niet toevallig in het Verlichtingszieke Frankrijk, vrienden had gevonden die even "gemeen" en "verloederd" waren dan hijzelf. Na zijn dood en tot vandaag werden overal verhalen verteld over de volstrekte gemoedsrust waarmee Hume, ook in zijn laatste, door ziekte en pijn geteisterde dagen zijn dood tegemoet zou hebben geleefd. Onzin echter, zo weten de evangelisten.com: zij citeren een vroegere huishoudster van de filosoof die meemaakte hoe Hume zich tegenover zijn vrienden inderdaad kranig en onbezorgd had betoond, maar hoe hij - in de eenzaamheid van zijn stervensuur - had liggen rillen tot zijn bed ervan begon te trillen. "Mentale agitatie" die alleen maar kon wijzen op een slecht geweten. Verder op deze site staat ook het verhaal van een Amerikaanse heiden die in doodspaniek "I'm in flames" zou hebben geroepen - een uitspraak die vreemd genoeg op talrijke andere plaatsen wordt toegeschreven aan... David Hume. En dat terwijl nog weer andere bronnen met graagte de anekdote opdissen waarin Hume aan zijn sterfbed James Boswell ziet opduiken. De gelovige Boswell hoopte dat zijn dwalende collega in dit uur van nood de mogelijkheid van een leven na de dood ten minste open zou willen laten. Hume antwoordde droogweg dat het zeer wel mogelijk was dat een stuk steenkool dat in het vuur wordt geworpen niet ontvlamt, maar dat het weinig redelijk was daarop te rekenen.

Waarna het moment gekomen lijkt om een bepalende instelling van deze filosoof toe te passen op de verhalen over zijn eigen levenseinde: scepsis. Want dat is wellicht waarvoor Hume het allerbekendst is - zijn ingebakken reserve bij de vele voorstellingen, vooronderstellingen en ideeën die ons bestaan bepalen en schragen. Die scepsis, zo vat Patricia De Martelaere het samen in de inleiding bij een nieuwe Hume-editie (Boom/Lannoo, 2004), betreft de volgende drie kerndomeinen: het bestaan van de buitenwereld (dingen bestaan niet voorafgaand aan de zintuiglijke ervaring), de betekenis van de dingen en het eigen ik (er is geen diepere betekenis in verborgen, los van wat waarneembaar is) en het causale verband tussen de dingen (elke uitspraak over oorzaak & gevolg is speculatief). Het bijzondere aan Hume is echter dat hij, als empirist, met veel overtuiging deze stellingen verdedigde, terwijl hij ook wel wist dat in het dagelijkse leven onuitroeibare overtuigingen spelen die ingaan tegen deze principes. Neem nu dat van de scepsis ten opzichte van causaliteit. Hume, die stierf nadat hij bijna een jaar aan een stuk diarree had gehad, besefte vast dat er een verband was tussen het innemen van voedsel en de kwaal die hem zachtjes aan uitwrong. Filosofisch gezien was dat misschien niet zo, maar praktisch beschouwd zeer zeker wel. Zelfs in de laatste zin die in zijn naam werd opgeschreven - zelf was hij te ziek, zijn neef noteerde wat de filosoof hem dicteerde - moet Hume zich bewust zijn geweest van dat onderscheid. Hij betreurt erin dat hij zijn laatste brief aan zijn goede vriend Adam Smith niet met de gewone post had gestuurd maar had meegegeven met een koetsier, in wiens kantoor hij onaangeroerd was blijven liggen tot Smith er was op uitgekomen. Zo was - terwijl hijzelf stervende was en er nog allerlei regelingen getroffen moesten worden over zijn literaire nalatenschap - kostbare tijd verloren gegaan. Principieel mocht dat oorzakelijke verband tussen het postvervoer en het tijdverlies dan misschien even onbewijsbaar zijn als het effect van de ene biljartbal op de andere, in de praktijk ontsnapte ook de filosoof niet aan deze gevolgtrekking. Overigens ook niet wanneer hij zelf biljart speelde. Maar de scepticus maakte wel duidelijker dan wie ook dat gevolgtrekkingen niet al te snel moeten worden gemaakt.

Dat Humes bed in zijn laatste uren getrild heeft, is dus zeker niet uitgesloten. Maar daaraan de conclusie verbinden dat hij in morele nood verkeerde, gaat al te ver. En de bewering dat hij kort voor zijn dood iets over vlammen zou hebben geroepen, is nog veel onwaarschijnlijker: vlak voor de deadline van de krant mij aan de voetzolen begint te kietelen, mailt een vooraanstaand Amerikaans professor van The Hume Society mij immers dat de filosoof al een dag voor zijn overlijden zijn spraakvermogen had verloren.

Geert Buelens

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234