Donderdag 26/11/2020

David Byrne

Dansen en huilen

Op het eerste gehoor klinkt zijn nieuwe langspeler verrassend eenvoudig, maar wie David Byrne al volgt sinds zijn Talking Heads-periode weet hoe bedrieglijk zo'n eerste indruk kan zijn. Want zelfs op zijn meest poppy momenten vertoont de man nog dwarse en excentrieke trekjes. Byrne verstaat de kunst tegelijk arty en toegankelijk uit de hoek te komen: hij bedenkt pittige, meezingbare melodieën, maar verpakt ze doorgaans op zulk een onconventionele manier dat er bij iedere beluistering nieuwe details in oplichten. Look Into the Eyeball vormt op die werkwijze geen uitzondering: pas als je echt je oren gaat spitsen, stel je vast hoe ingenieus de nummers ook nu weer in elkaar zitten.

Drie jaar geleden speelde David Byrne een week lang in de New Yorkse Knitting Factory met de muzikanten van het klassiek geschoolde Balanescu Quartet. Door die samenwerking begon hij zich af te vragen of de warme klankkleur van zo'n strijkkwartet op een organische manier te combineren zou vallen met de aanstekelijke latingrooves die hij zich sinds Rei Momo eigen had gemaakt. Byrne wil zijn pubiek immers zowel aan het dansen als aan het huilen brengen, en naar de cd te oordelen is hij met verve in zijn opzet geslaagd. Producer Michael Mangini, bekend van Digable Planets en Imani Coppola, hielp hem echte en geprogrammeerde instrumenten met elkaar te verzoenen en voor de instrumentaties deed hij een beroep op doorgewinterde arrangeurs zoals Greg Cohen, die eerder al betrokken was bij The Black Rider van Tom Waits en Bob Wilson; Jaques Morelenbaum, cellist en al jaren de rechterhand van de Brazilianse superster Caetano Veloso en Thom Bell, de man die tijdens de jaren zeventig de orkestraties verzorgde voor Philadelphia Sound-producers Gamble & Huff. Het resultaat is erg gevarieerd maar op alle fronten geslaagd, zodat de songs niet alleen aan het hoofd en het hart, maar ook aan de zintuigen appelleren.

De strakke, hoekige funk van 'U.B. Jesus' en 'Broken Things' herinnert aan het beste van Talking Heads; 'The Great Intoxication' is onweerstaanbare batucada-met-violen en in 'The Revolution' en 'Smile' manifesteert de zanger zich als een ouderwetse crooner die net zijn eerste behoedzame stapjes op planeet Pop heeft gezet. 'Neighborhood' refereert rechtstreeks aan The O'Jays en The Stylistics, 'The Accident' heeft de grandeur van klassieke muziek en in 'Desconocido Soy', een duet met de zanger van de Spaanse rockband Café Tacuba, schrijft Byrne zelfs voor het eerst in de taal van Fuentes en Márquez. De voormalige Headmaster blijft zichzelf en de luisteraar dus uitdagen. Dat belooft voor zijn concert in de AB, volgende maand.

David Byrne, Look Into The Eyeball, Luaka Bop/Virgin

Tindersticks

Eenvormigheid doorbroken

Tindersticks vierden onlangs hun tiende verjaardag met een unieke concertreeks in de Brusselse Botanique en dit weekeinde verschijnt Can Our Love..., plaat nummer vijf, die door de heren zelf als een soort wedergeboorte wordt beschouwd. Die mededeling slaat echter meer op de situatie van de groep (nieuw management, nieuw patenlabel) dan op haar muziek, want alle bekende ingrediënten zijn ook nu weer overvloedig in de songs aanwezig. De overheersende tempo's zijn traag en trager, Stuart Staples zingt als iemand die net heeft vernomen dat hij terminaal ziek is en de dramatische inhoud van de nummers wordt onderstreept door knappe strijkers- en blazersarrangementen.

Na hun overweldigende debuut uit 1993 waren Tindersticks met hun vorige cd, Simple Pleasure, in een doodlopend straatje beland, maar op Can Our Love... worden af en toe lovenswaardige pogingen gedaan om de eenvormigheid te doorbreken. 'People Keep Comin' Round' dobbert zelfs op een ritmische groove en de soulinvloeden, waar eerder al mee werd gestoeid, worden dit keer iets nadrukkelijker in de verf gezet. De titeltrack herinnert aan de soulballads van wijlen Otis Redding, maar volgens Staples diende ook het oeuvre van Bobby Womack en Curtis Mayfield als inspiratiebron. In 'Sweet Release' en 'Chilitetime' schemert dan weer de avontuurlijke geest van The Velvet Underground door. Het Britse sextet heeft dus een deel van zijn vroegere vitaliteit hervonden en dat is goed nieuws. Maar het blijft wel aangewezen de cd in kleine porties te degusteren.

Tindersticks, Can Our love..., Beggars Banquet/V2

Mark Mulcahy

Licht in de duisternis

Een decennium of wat geleden maakte Mark Mulcahy deel uit van Miracle Legion, een Amerikaans bandje dat zo lang in het vaarwater van R.E.M. zat dat het er uiteindelijk in verdronk. Maar met de steun van Thom Yorke van Radiohead, die zich een grote fan noemt, maakte de zanger twee jaar geleden een opzienbarend solodebuut. Fathering was een sobere, bijwijlen ondraaglijk intense verzameling songs, slechts gedragen door Mulcahy's soepele stem en elektrische gitaar, die dermate imponeerde dat we ze zonder schroom aan durven te raden aan alle volgelingen van vader en zoon Buckley.

Op zijn nieuwe plaat stelt de ex-legionair zich iets menslievender en radiovriendelijker op. De liedjes zijn voller geproducet, gaan soms de rocktoer op en worden ingekleurd met een rijk instrumentarium, waarin we, behalve gitaren en drums, ook toetsen, cello, klarinet, mandolines en glockenspiel tegenkomen. Mulcahy's stemacrobatieën zijn dit keer een stuk minder halsbrekend, maar de man blijft natuurlijk wel een uitstekende zanger die zijn introspectieve mijmeringen op een warme en intieme manier voor het voetlicht brengt. 'Micon the Icon', het intrieste 'I Just Shot Myself in the Foot Again' of 'Wake Up Whispering' stralen een kwetsbaarheid uit die alleen de hele groten zich durven te permitteren. Maar al bij al klinkt Smilesunset als de cd van een artiest die enig evenwicht in zijn leven heeft gevonden en, zij het nog wat schoorvoetend, eindelijk wat licht in zijn werk binnenlaat.

Wie een nieuwe Fathering verwachtte, zal die ontwikkeling misschien betreuren. Maar je kunt van Neil Young toch ook niet verwachten dat hij ieder jaar een Tonight's the Night of een Time Fades Away maakt? Bovendien openbaart Smilesunset zich na enkele draaibeurten als een erg bijzondere langspeler, die met 'Alamo in Alabama' Tom Waits-terrein verkent, met het krakkemikkige walsje 'Until I Say So' de Kurt Weill-toer op gaat en voorts zowel bitterzoete melancholie ('Resolution #1') als paranoia ('I Hate to Needy Need You') in petto heeft. Mark Mulcahy zit helaas niet bij een label dat in staat is voor deze release alle promotionele registers open te trekken. Daarom moet u mij op mijn woord geloven: Fathering en Smilesunset zijn platen die je absoluut gehoord (en gevoeld) moet hebben.

Mark Mulcahy, Smilesunset, Loose Records/Munich

Red House Painters

Beter laat dan nooit

Voor wie houdt van goede muziek zijn grote platenmaatschappijen vaker een vloek dan een zegen. Red House Painters uit San Francisco kunnen er van meespreken: vier jaar geleden maakten ze voor Island de opvolger van hun major-debuut Songs For A Blue Guitar, maar door de fusie van de conglomeraten PolyGram en Universal kwam hun cd in het vriesvak terecht en werd ook de verdere toekomst van de groep bevroren. Spilfiguur Mark Kozelek hield zich dan maar onledig met met de samenstelling van een hommage aan John Denver en een bescheiden filmrol in Cameron Crowes Almost Famous. Tussendoor maakte hij ook twee fraaie soloplaten, waarvan de laatste, What's Next to the Moon, uitsluitend akoestische versies van AC/DC-songs bevatte. Dankzij de goede zorgen van het Amerikaanse Sub Pop-label komt de vermiste zesde langspeler van Red House Painters nu toch nog tot ons, wat ondergetekende er bijna toe noopt een fles champagne te ontkurken. Old Ramon is een ingetogen plaat waar een rouwrandje omheen zit, maar zeker niet van humor verstoken is. Zo blijkt opener 'Wop-a-din-din' bijvoorbeeld een liefdesliedje voor Kozeleks kat te zijn.

Verrassende wegen worden er door de Painters niet meer ingeslagen, maar hun folkrockvariant, met stevig elektrische gitaarmuren op een akoestisch fundament, is doorgaans wel fraai uitgebalanceerd. En net als de klankkleur iets te egaal dreigt te worden en het meteorologisch instituut een lethargische bui aankondigt, komt de groep met een stevige riff aandragen die je weer helemaal bij de les brengt. Toegegeven, Old Ramon kabbelt soms een beetje, maar na al die jaren zijn we al blij dat Red House Painters weer onder de levenden zijn.

Red House Painters, Old Ramon, Sub Pop/Konkurrent.

Cowboy Junkies

Sinistere schoonheid

De Canadese Cowboy Junkies raakten in onze streken bekend met hun opvallende fluisterversie van Lou Reeds 'Sweet Jane'. Sindsdien heeft de tijd echter niet stilgestaan. De groep is intussen al aan haar elfde langspeler toe en hoewel haar typische geluid intact is gebleven, wordt de klip van de stagnatie handig omzeild. Het geheim van de Junkies is dynamiek en in dat opzicht is Open zowat het stevigste werkstuk dat Margo Timmins en haar gezellen tot dusver hebben afgeleverd. Feedback wordt niet geschuwd en het gitaarwerk in 'Dragging Hooks' en 'Upon Still Waters' klinkt ongemeen scherp. Een en ander draagt bij tot het donkere karakter van de plaat, waarop thema's als ouder worden, verstoorde communicatie, overspel en moord centraal staan.

Gitarist en songschrijver Michael Timmins houdt van metaforen (door een van zijn liedjes stroomt alweer een rivier, die de levensloop van de ikpersoon voorstelt) en transformeert zijn midlifecrises in hypnotische melodieën die steevast smaakvol worden aangekleed (let op de mandolinesolo in 'I'm So Open'). De bereidheid van de personages al hun zekerheden los te laten en zich over te geven aan het onbekende, zorgt uiteindelijk toch nog voor een optimistische ondertoon. Open is van een sinistere schoonheid die je in het popmilieu beslist niet wekelijks tegenkomt.

Cowboy Junkies, Open, Cooking Vinyl/Bertus.

Dirk Steenhaut

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234