Donderdag 22/10/2020

ReportageAsielprocedures

David (22) werd geboren in Frankrijk en groeide op in Brussel. Toch dreigt hij naar Congo te worden uitgewezen

Dat David geen verblijfsvergunning had, wist hij als klein jongetje niet. 'Ik wist dat er een probleempje was, maar ik leefde mijn leven.’Beeld Illias Teirlinck

Hij groeide op in Brussel, maar kan nu elk moment het land worden uitgezet. Het levensverhaal van de homoseksuele David (22), dat prominent aan bod kwam in de Britse krant The Guardian, dreigt door absurde migratiewetten een radicaal andere wending te krijgen.

La rébellion.” Hij spreekt het bewust traag en met overdreven articulatie uit zodat het zeker blijft hangen. De tweeëntwintigjarige David (niet zijn echte naam) draagt rebellie hoog in het vaandel. De drang om uniek te zijn, moet ooit zijn stoutste dromen waarmaken: een eigen modemerk uit de grond stampen dat niet alleen rebellie uitstraalt, maar ook lak heeft aan alle regels. “Ik hou ervan om anders te zijn.”

En uniek is Davids verhaal ontegensprekelijk.

Niet omdat hij zich graag vrouwelijk uitdost. Niet omdat hij gebroken heeft met zijn familie omdat ze hem als homo niet wilden accepteren voor wie hij was. Niet omdat hij nu onderdak gevonden heeft bij Het Opvanghuis in Brussel, een vzw die lgbtqi+-jongeren opvangt die aan hun lot worden overgelaten. Wat zijn verhaal zo uniek maakt, is de kans dat een jongeman van 22, die in Frankrijk geboren werd en in Brussel opgroeide, daar al zijn diploma’s haalde, straks naar Congo wordt uitgewezen. Een land waar hij nog nooit is geweest. Toen een journalist van The Guardian een maand geleden op zijn verhaal botste, twijfelde hij heel even of hij het wel in de Engelse pers wilde vertellen. “Maar uiteindelijk kan met journalisten praten mijn zaak helpen.”

Je suis desolé.” Hij zal die drie woorden nog regelmatig herhalen. “Mais je comprends pas.” Hij begrijpt het niet. En hij is niet alleen. De ambtenaren wisten niet wat ze zagen. Ze wisten niet wat ze hoorden toen David zich in februari 2019 aanmeldde aan het loket van Vreemdelingenzaken. “Ik had fel gekleurd blond haar. Ik had me opgemaakt. Ik luisterde naar muziek met mijn Airpods. Aan het loket keken ze raar op toen ik in vlot Frans vroeg: ‘Kunt u een asielprocedure voor me openen?’”

David herinnert zich de emoties bij die dag maar al te goed. 

“In zo’n onthaal, waar je uren doorbrengt met wachten tot het aan jou is, zit het vol mensen die verscheurde kleren dragen, die haast zichtbaar net uit een bootje zijn gestapt na een helse tocht”, vertelt hij. Er hangt angst, onzekerheid. “Die mensen hebben bescherming nodig, iemand die voor hen zorgt.” David heeft naar eigen zeggen die bescherming niet nodig. Hij wil alleen zeker zijn dat hij in België mag blijven. “Mensen bekeken me met argusogen: wat komt die hier nu doen?” Zo voelde hij zich ook. “Ik voelde me slecht. Hoe is het mogelijk dat ik dezelfde procedure moet doorlopen als iemand die met een bootje de Middellandse Zee overstak? Ik kijk niet neer op die mensen. Integendeel. Maar het is toch absurd. Ik ben hier opgegroeid. Ik was gechoqueerd.”

Die absurde situatie is gecreëerd door een ongelukkige opeenstapeling van gebeurtenissen. David werd in 1998 in Frankrijk geboren toen zijn Congolese moeder zeventien jaar was. Ze was op dat moment niet klaar om voor een zoon te zorgen. Zijn Congolese vader wilde hem dan weer niet erkennen als zijn zoon. David belandde op driejarige leeftijd bij zijn grootmoeder aan vaderszijde in Evere, Brussel. 

“Mijn grootmoeder is een noeste werkster met een enorm sterk karakter, net als ik”, vertelt David over haar. “Wij hebben veel ruziegemaakt, over grote en kleine dingen. Dat klinkt erg, maar dat was het niet. We begrepen elkaar in dat roepen tegen elkaar. Ik ben haar enorm dankbaar. Ik heb een zorgeloze jeugd gehad. We hebben een grote familie in Brussel met veel tantes, nonkels, neven en nichten.” Dat David geen verblijfsvergunning had, wist hij als klein jongetje niet. “Ik wist dat er een probleempje was, maar ik leefde mijn leven.”

David: 'God zal wel over me oordelen. En er is, voor zover ik weet, nog nooit iemand van het paradijs teruggekeerd die ons zegt: ‘Om binnen te mogen aan de hemelpoorten moet je de volgende checklist afwerken.’'Beeld Illias Teirlinck

Hoe ouder hij werd, hoe meer zijn grootmoeder besefte dat haar kleinzoon op de een of andere manier geregulariseerd moest worden in België. Een verblijfsvergunning regelen via de moeder van David was geen optie. Ze vocht met psychische problemen en verslaving. Zijn vader, een Congolese vluchteling in België, had hem op zijn tiende nog altijd niet erkend. Dat weerhield hem er niet van om, na een gevangenisstraf van acht jaar te hebben uitgezeten, weer op te duiken in het leven van David.

“Mijn vader probeerde meteen zijn wil op te leggen. Maar ik kende die man helemaal niet. Het eerste wat we hadden moeten doen is een relatie opbouwen, maar dat gebeurde nauwelijks.” Hij haat zijn vader niet, zegt David, maar als beiden in een kamer waren, was er altijd ruzie. Ondanks het aanslepende conflict besloot zijn vader David op zijn zestiende officieel te erkennen als zijn zoon na een DNA-test. David ontving een verblijfsvergunning met het oog op gezinshereniging. Het document zou vijf jaar geldig blijven.

Alleen had de administratie zich vergist. Davids vader had zelf de Belgische nationaliteit niet, waardoor David slechts recht had op een verblijfsvergunning die hij jaarlijks zou moeten vernieuwen. Met andere woorden: hij zou elk jaar moeten bewijzen dat hij samenwoont met zijn vader, en dat hij voor hem zorgt. Onder andere door loonfiches en andere administratie van zijn vader voor te leggen. “Dat was geen gemakkelijk moment, maar ik heb me toen voorgenomen om door te bijten.” David had een plan. Hij zou wachten tot hij een diploma, werk én een eigen stek had om aan zijn familie te vertellen dat hij homo was. 

Dat plan bleek makkelijker gezegd dan gedaan. 

Op één avond blies David alle bruggen op. Het begon allemaal met een opmerking van zijn grootmoeder. De zoveelste opmerking. Hij was net terug van een dagje door Brussel kuieren met een vriendin, Marie. “Ik herinner het me nog goed. Ik had een leuke bontjas gekocht bij Melting Pot, een van mijn lievelingswinkels. Ik was echt content.” Maar die gemoedstoestand sloeg meteen om toen zijn grootmoeder opnieuw vroeg of Marie zijn vriendinnetje was. Zijn liefje.

“Ik was dat zo beu. Ik heb het er dan maar uitgegooid. Ik ben homo. Het is niet alsof ze dat niet wist, hé. Ik kleed me heel vrouwelijk.” Tijdens het gesprek met De Morgen draagt David een zwart T-shirt en een jeans, zijn ogen zijn subtiel gemaquilleerd. “Vandaag ben ik inderdaad casual gekleed. Maar thuis had ik een grote kleerkast vol sexy en provocerende kledingstukken.” Hij kon de hypocrisie in zijn familie niet meer verdragen. “Iedereen wist dat ik homo was en toch moest ik doen alsof ik het niet was. Les hommes, ils n’aiment pas le verité. Les hommes, ils aiment faire semblant.” Het rolt eruit als een songtekst. Hij was het beu. Hij vond het tijd dat iedereen de waarheid onder ogen zag.

“Die avond is de politie zelfs moeten komen. Ik had mijn gerief gepakt, maar ze wilde me niet laten gaan. ‘Ik ga me van kant maken. God gaat je straffen’, dreigde mijn grootmoeder.” God. Ook David legt zijn lot in bovenmenselijke handen. “Mais, excusez-moi, God zal wel over me oordelen. En er is, voor zover ik weet, nog nooit iemand van het paradijs teruggekeerd die ons zegt: ‘Om binnen te mogen aan de hemelpoorten moet je de volgende checklist afwerken.’ Je suis désole. Ik leef voor mezelf.”

Ook al betekent dat geen dak boven zijn hoofd. Geen verblijfsvergunning via zijn vader. David verbleef maanden bij tantes en vrienden, die hem geld en eten toestaken. Hij zwierf. Op zoek naar een plek in Brussel. “Ik had er helemaal niet bij stilgestaan dat die impulsieve beslissing ervoor zou zorgen dat ik uit België gezet kan worden.” David is nog nooit in Congo geweest, Brussel is zijn natuurlijke biotoop, met dansclubs en kleurrijke klerenwinkels waar hij zich graag uitleeft. “Ik had een heel uitgebreide kleerkast, maar nu moet ik van nul weer beginnen.”

David: 'Ik was dat zo beu. Ik heb het er dan maar uitgegooid. Ik ben homo. Het is niet alsof ze dat niet wist, hé. Ik kleed me heel vrouwelijk.'Beeld Illias Teirlinck

Al is die kleerkast nu het minst van zijn zorgen. “David is op het eerste gezicht een joviale, opgewekte, optimistische jongen”, vertelt zijn advocaat, Selma Benkhelifa van Progress Lawyers Network, een netwerk van advocaten dat zich inzet voor sociale rechtvaardigheid. “Maar de hele situatie weegt op hem. Gelukkig heeft hij met Het Opvanghuis een safe place gevonden waar hij met leeftijds- en lotgenoten over zijn problemen kan praten.” Hij moet niet alleen zijn weg in het leven vinden nadat zijn hele familie hem uitspuwde, hij weet niet eens of hij überhaupt zijn leven kan voortzetten. “Ik begrijp niet hoe het mogelijk is dat geen enkele school, geen enkele sociale dienst, niemand zich ooit vragen heeft gesteld, of ooit ontfermd heeft over de situatie van David.”

Benkhelifa doet dat nu wel. Ze begeleidt David door zijn asielprocedure. Het registreren en de eerste interviewronde zijn achter de rug. Nu is het bang afwachten op het tweede interview. “Ik moet me voorbereiden op een gesprek van een uur of vijf”, zegt David. “Ze zullen alles van me willen weten. Waar ik opgroeide, waar ik woonde, hoe ik in deze situatie terechtgekomen ben. En natuurlijk zullen ze willen weten of ik homo ben.”

“Mensen denken altijd: als je homo bent, tout va bien. Non!” David vertelt hoe hij als adolescent geprobeerd heeft om geen homo te zijn. “Ik wilde mezelf niet accepteren. Ik ben in therapie gegaan om te veranderen.” Voor het eerst in zijn leven kan zijn seksuele geaardheid een zege betekenen in plaats van een vloek. “Ik zal moeten bewijzen dat ik homo ben, door te vertellen naar welke clubs ik ga en of ik vriendjes heb. Gelukkig heb ik voldoende bewijsmateriaal op mijn smartphone staan”, glimlacht hij.

Zijn advocaat bevestigt. “Als David uitgeleverd wordt aan Congo, staat zijn leven op het spel. Homoseksualiteit wordt er gezien als een duivelse ziekte. Een ziekte die te allen prijze uitgedreven moet worden.”

Zowel David als zijn advocaat heeft goede hoop op een positieve afloop. “Elke persoon die ik spreek over mijn situatie is verbouwereerd. Iedereen zegt dat het wel goed komt, dus probeer ik daarvan uit te gaan.” De Dienst Vreemdelingenzaken reageerde bij schrijven nog niet op vragen van De Morgen over het dossier.

Ondertussen is David een opleiding gezichts- en nagelverzorging begonnen. De inschrijving aan een modeschool was om financiële redenen niet mogelijk. Maar daar laat David zich niet door uit zijn lood slaan. “Ken je Cardi B? Met haar lange nagels? Daar houd ik van. Daar ga ik me in specialiseren.” En zodra hij een officiële Belgische e-ID-kaart bezit, is hij van plan meteen ten volle van die vrijheid te genieten. “Dan kan ik eindelijk eens op vakantie! Ik dacht eerst aan de Verenigde Staten, maar daar schiet de politie mensen zoals ik zomaar neer. Naar Azië dan maar. Ik heb gewoon even verse lucht nodig. Ik vrees hier op elke hoek in Brussel mijn familie tegen te komen. Ik word er gek van. Hopelijk komt het allemaal goed. J’espère, j’espère, j’espère.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234