Donderdag 21/11/2019

'Dat we ooit oud zouden worden, daar dachten we niet aan'

Dat ze allebei hun vrouw leerden kennen dankzij Humo, vertelt dat hoe hun werk hun leven was? In Onderweg, een boek met herinneringen van Marc Didden (66) bij foto's van Herman Selleslags (77), wordt dat leven samen in ieder geval een 'kermisritje dat meer dan veertig jaar mocht duren'. 'Je moet altijd denken: dit valt wel mee en morgen wordt het beter.'

Voor al degenen die ons graag zien. Wij zien u ook graag. Herman & Marc

Dit verhaal mag niet beginnen met woorden van jezelf. Ja, die inleiding - omdat dat moet - maar dan nu deze woorden als motto in Onderweg van Marc Didden en Herman Selleslags. Het leven is een kwestie van eenvoud en het gepaste ritme en daarin zit dat dan: Diddens woorden, de foto van Selleslags op pagina 90, van een rennend koppel in Schaarbeek, le moment décisif in beeld én woord. 'Uren van Bewondering' was ooit de mooiste titel van een rubriek in Humo en dit is dat.

Onderweg werd anderhalf jaar geleden geboren aan de keukentafel in Berchem waar we nu zitten. Ongetwijfeld zette Herman toen ook koffie, zoals nu, drank met rouwkleur en drank vol troost: "Als we nu eens een boek maakten", vroeg Marc de fotograaf. Ze zouden samen door zijn beelden gaan. Kijken naar het verleden, kijken hoe goed het toen was en daaruit hoop putten. Al op pagina 12 staat: "Ja, vergeef me even mijn enthousiasme, maar het waren écht wel the best years of our lives, daar in de seventies, daar in 1050 Brussel."

Twee bladzijden eerder staat een foto van The Pebbles die Herman maakte bij Marcs eerste echte interview voor Humo. Twee bladzijden verder Armand, sinds vorige week betreurd. Dat wisten ze niet toen dit boek naar de drukker ging. "Ik had Armand graag een boek geschonken", zegt Marc Didden. Het is een fantastisch boek, mogen we dat even schrijven? Schrijf- en kijkles van deze twee mannen. In het nawoord schrijft Rudy Vandendaele over die foto van Armand: "... in diens thuisstad Eindhoven ijlt hij vergezeld van een mooi meisje blij langs het Evoluon, één sluitertijd eeuwig jong."

Ooit zei jij, Marc: 'Als ik mezelf meet met Hugo Claus, ben ik niks.' Je begrijpt dat het voor een journalist van een volgende generatie niet zo makkelijk is hier aan tafel te zitten? Is het wel een goed idee om iemand te ontmoeten die je bewondert?

Marc Didden: "Dat heb ik mezelf vaak afgevraagd. Soms valt het mee en soms valt het tegen. Toen ik de door mij bewonderde Wim Wenders ontmoette, was die heel onbeleefd. Dat lag ongetwijfeld aan mijn slechte karakter, dacht ik, maar Dominique Deruddere stelde later Crazy Love voor in New York en Wenders was daar ook. Bij wijze van felicitatie wreef hij na de film eens door Dominiques haar, waardoor die meteen een bloedhekel aan Wenders had. Maar uiteindelijk heb ik het toch altijd een privilege gevonden om via de omweg van mijn job als journalist mensen te spreken die ik bewonderde om wat ze gemaakt hadden."

Herman Selleslags: "Als je iemand ontmoet, begint er altijd een nieuw leven. En alles wat je tot dan weet van die persoon, moet je eigenlijk vergeten. Het klopt toch nooit. Als je iemand ontmoet, is het bijna nooit de man of de vrouw van het werk."

Maar jullie zijn zelf ook mensen die bewonderd worden. Jonge fotografen lazen ook dat je archief naar het FOMU gaat en dat je onlangs nog exposeerde in Londen. Ze zien je werk. Die bewondering is er.

Herman: "Eventueel nu, maar dat was vroeger niet zo. Dat respect voel ik trouwens absoluut niet. (snel) En gelukkig maar. Jézus. Daar kan ik toch niks mee. En toen ik 30 was, was er nooit iemand die zei: 'Oh, Selleslags komt binnen!' Ik zou het ook niet leuk gevonden hebben, want het belemmert je werk."

Marc: "Toch ken ik veel mensen die Herman bewonderen en die jaloers zijn op mij omdat ik samen met hem iets mag maken."

Zoals Onderweg.

Marc: "Al lachend zeg ik weleens dat het mijn memoires zijn, maar eigenlijk zijn het de enige dingen die ik leuk vond in mijn leven."

Herman: "Hij is een optimist."

Marc: "Ik heb vannacht wakker gelegen en gedacht dat ik verschillende keren in mijn leven geprobeerd heb om bij de besten te horen in wat ik deed. De dynamiek was altijd te proberen geen meeloper te zijn. Als rockjournalist probeerde ik de beste te zijn. Niet alleen van België, zelfs al werd ik niet of zeer zelden gepubliceerd in het buitenland. Ik dacht: dit moet heel goed zijn. Toen ik films maakte, dacht ik dat ook. En toen je collega Jeroen de Preter me belde met de vraag of ik een column wilde schrijven voor De Morgen, net zo.

"Alleen heb ik niet het geduld om vakken meer dan tien jaar uit te voeren. Tussenin heb ik immers ook nog tien jaar met veel passie lesgegeven. Iets langer, maar slechts tien jaar met volle overgave."

In het boek noem je dat 'mogen' lesgeven, maar zou dat niet de ondertitel van jullie boek en jullie leven kunnen zijn? Altijd het gevoel gehad hebben te mogen in plaats van te moeten?

Marc: "Anders dan mijn ouders had ik het geluk de twee wereldoorlogen niet te hebben meegemaakt en volwassen te worden in de veranderende wereld van de jaren 60. Het besef dat je wat je doet, mág doen, is een geluk. Er zijn veel mensen die tegen hun zin werken en een heel jaar wachten op die drie weken vakantie. Wat heb ik mogen doen? Films regisseren, een column schrijven en Mick Jagger interviewen."

Herman: "Fotograferen heb ik wel altijd als een job gezien. Het is een job. Ik kom immers uit de tijd dat fotografie niet erg gewaardeerd werd. En ik was 18 toen ik in 1956, na drie jaar als losse medewerker, mijn eerste contract kreeg: dat was in een tijd dat de wereld in handen was van veertigplussers. Wie jonger was, telde niet mee. Maar dat vond ik niet erg. Onopvallend zijn, is zeer goed voor een fotograaf."

Wat herinner jij je nog van die jonge Didden die op een dag in 1973 bij je thuis stond om samen naar The Pebbles te rijden?

Herman: "Ik weet nog dat we naar The Pebbles geweest zijn, maar hoe dat precies ging, niet meer. Marc kwam naar mij omdat hij geen auto had. (lacht) En ik wel: een Jaguar 3.8 S. Later had ik een Jaguar Mark 2 en nog later een Daimler. Wel tweedehands hé. Maar ik vond dat als je toch moest werken en rijden, dat je dat beter zo leuk mogelijk deed."

Marc: "Herman was voor mij een icoon en ik mythologiseerde Humo. Ik dacht dat die mannen hele dagen sigaretten rookten, whisky dronken en op de tafels dansten. En Sonja (Cantré, ooit omroepster bij de BRT, later producer en gezicht van 'Lichtpunt' en Hermans vrouw, RVP) was ook een vedette. Ik kende haar van foto's in Humo, zelfs hun trouwfoto had in Humo gestaan. Dus ik bel daar aan, er komt een icoon van de tv de deur opendoen en die brengt me naar een icoon van de fotografie. (lacht)

"Eigenlijk hadden we toen naar Elvis moeten gaan, maar het werden The Pebbles. Zeer vriendelijke gasten hoor. En op de terugweg zette Herman me nog af aan het station. In die tien jaar dat ik voor het blad schreef, waren we heel vaak samen en nu moet ik zeggen: vaak waren die gesprekken in de auto interessanter dan de interviews. We zijn ooit tien dagen naar New York geweest en hebben er vier uur gewerkt: vier interviews van een uur. Al de rest van de tijd hoorde ik hem uit over architectuur, moderne kunst en fotografie en bezochten we The International Center of Photography (ICP) of wandelden door Central Park."

Jullie noemen het jullie wonderjaren. Zijn jullie blij dat het toén was en niet nu in tijden van internet en Twitter?

Marc: "Ik heb het boek herlezen en me afgevraagd: stel je het niet te mooi voor? Maar neen. We waren een klein groepje van gekken, in een ruimte de helft zo groot als hier zaten we samen: Herman De Coninck, Guy Mortier, Piet Piryns, Guido Van Meir, Daan Delannoy en ikzelf. En af en toe kwamen Herman, Ever Meulen en de jonge Kamagurka binnenvallen. Maar op een dag brokkelt dat natuurlijk af. Herman (De Coninck, RVP) begon het Nieuw Wereldtijdschrift, Piet ging in Nederland werken en als in een rollercoaster ging dat naar beneden."

Herman: "Als fotograaf was dat natuurlijk wel anders. Een groot deel van je tijd zat je in de donkere kamer: die tijd kun je ook als verlies beschouwen. Maar je past je aan de omstandigheden aan. Het licht dat je krijgt. De vriendschap of vijandschap van wie je moet fotograferen. Je moet dat allemaal gebruiken. Als fotograaf ben je eigenlijk een profiteur. En zelf was ik niet de makkelijkste om mee samen te werken. Met z'n tweeën ging, maar meer? Ik heb geen talent voor groepsgevoel."

Marc: "Ik heb altijd beseft dat ik een passant was bij Humo. Voor mij was Herman er al en na mij ook. Maar we hebben allebei de periode meegemaakt dat we compromissen konden sluiten en zo bij mensen konden raken. Natuurlijk moest je niet denken dat Bryan Ferry of John Cale je vrienden zijn, maar geloof me: die gasten waren gebrieft over wie kwam. En naar die mannen ging ik liever met Herman dan alleen. Of dan met een fotograaf die, nadat ik Ferry en heel Roxy Music tegen hun zin toch had overtuigd om uit hun kleedkamer te komen voor een foto, geen rolletje in zijn toestel had zitten. Toen was Bryan Ferry héél kwaad."

Herman staat op en haalt elders in deze kamer zijn camera. Het is een kleine Canon, hij durft het bijna niet te zeggen, maar doet het toch stilletjes: "Eigenlijk handiger dan de Lei-ca's waarmee ik werkte." Hij drukt een paar keer af. Een foto van Marc, een foto van de journalist, een foto van de fotograaf. Terloops vertelde Didden dat hij zichzelf nooit als journalist zag: "Ik ben niet in de wieg gelegd om de wereldproblemen op te lossen." Zelf vertelde Herman ooit dat hij nooit zin had om in oorlogsgebied te fotograferen. Maar hij zei toen ook: "Ik ben blij dat ik in die periode fotografeerde en dat ik mensen als Bart De Wever niet meer moet fotograferen."

Weigerden jullie ooit een opdracht uit principe? Vanuit een soort engagement?

Herman: "Neen. Waarom zou ik? Ik heb ooit betogingen van het Vlaams Blok gefotografeerd. Engageren doe je je altijd, ook als je niet fotografeert."

Marc: "Jean-Luc Godard zei altijd: 'Le travelling est une choix morale.' Je maakt altijd keuzes. Ik heb op redactievergaderingen mensen laten passeren. Of ik zweeg. Ik ben een lafaard. Ik was soms bang. Herman is samen met Marc Mijlemans bij Lou Reed geweest. Van hem had ik gehoord dat die soms heel grof was en ik wilde die mentale armworsteling niet aangaan. Ook van Serge Gainsbourg had ik verhalen gehoord en daar wilde ik niet aan beginnen. (lacht) Bovendien was het in Luxemburg te doen en ik kan niet tegen Luxemburg. Al heb ik daar één keer een uitzondering voor gemaakt. Ik kon er Marianne Faithfull gaan interviewen. Toen ik 16 was en zij dus 19, was ik heel verliefd op haar. Die kans liet ik niet liggen en bijna zijn we samen in een taxi in Luxemburg gestorven. De chauffeur kon een ongeval maar amper vermijden. Ik hoor het haar nog zeggen: 'Famous rockstar dies with Belgian journalist.'"

Zijn dat soort ontmoetingen wel de cadeaus van het leven?

Herman: "Daar heb ik nooit zo over nagedacht. Het lag niet altijd in de lijn van de verwachtingen en zo hoort het. Ik was vooral altijd nieuwsgierig om te zien of de vooroordelen klopten."

Marc: "Ik ben bijna zeker dat Marc nog nooit een plaat van de Ramones gehoord had toen ik hem vroeg om mee te gaan. Hij vertrouwde me en vond het een goed idee. En natuurlijk is het een cadeau. Mijn broers hebben overal rondgereisd, van Bamako tot in Brazilië. Zij hebben me verteld dat werkelijk alle mensen Bob Marley kennen. Maar wij hebben bij Bob Marley aan de keukentafel thee gedronken."

Het was Jan Hoet jr. die tijdens de zomer in Italië vertelde over het belang van tafels. Over hoe aan tafels, zeker keukentafels, vaak de beste ideeën komen. Over hoe je herinneringen als kind nooit over de zetels in het salon gaan. Je zit altijd opnieuw aan de keukentafel. Zoals wij nu en zoals Marc en Herman anderhalf jaar geleden. Even voordien was Hermans vrouw Sonja onverwacht overleden. Was door zijn foto's gaan een manier om weer bezig te zijn? Om dat immense verdriet even niet de hele tijd verdriet te laten zijn?

Herman aarzelt even. Hij denkt na. En zegt: "Je gaat altijd door je foto's. Bijna permanent ben je met je beroep bezig. Fotografie is gewoon mijn leven. Niet een deel ervan. Het was altijd een van de alibi's om te kunnen leven. Het maakt het verdraaglijk. Maar ik vermijd zulke dingen psychologisch te ontleden. Alles is bezigheidstherapie, maar niet dat ik dit of dat daarom of daarom doe. Jézus."

Marc: "Het boek verplichtte ons elkaar in deze fase van het leven terug te zien. En dat die ontmoetingen dan niet alleen verhalen van oom Wim opleverden. Het was nu het moment om die dingen samen te brengen. En het is een voorrecht te kunnen schrijven bij foto's van Herman waarvan er een paar nooit eerder geplaatst werden."

Herman: "Twee weken geleden was ik in een school in Sint-Joost-ten-Node en sprak voor een klas van kinderen van dertien jaar. Ze keken in mijn boeken en ze vroegen me: 'Wie is dat?' Mick Jagger dus. Die generatie kent hem niet meer. En de enige die ze herkenden, was een zevenjarige imitator van Michael Jackson."

Marc: "Toen ik eens bij een vriend in Londen logeerde en ik meezong met een liedje op de radio, vroeg zijn negenjarige zoontje: 'How come that you know the words?' Dat waren dus ook de Rolling Stones. Die kende hij evenmin."

In Onderweg verhalen over Schaarbeek en gewone mensen, maar er vallen grote namen en je ziet bekende mensen. Hugo Claus, Josse De Pauw en van veel verder Tom Waits, Jackson Browne, Little Richard en Bob Marley. Ze spraken Paul Simon, Bryan Ferry, Mick Jagger dus en Pete Townshend. "Als die mensen ja zeggen, dan is het ja. Bij Townshend kreeg ik een uur. Tijdens dat interview kreeg hij telefoon van zijn manager die zei dat The Who op 1 stond in Amerika. Dat telefoontje duurde twintig minuten en ik dacht: daar gaat mijn interview. Maar Townshend haakte in, ging naar de assistente buiten en zei: 'I'll give this gentleman twenty minutes extra.'"

Een geweldige foto in het boek is er een van Bob Marley op één voetbalschoen.

Herman: "Hij was een enorme voetballiefhebber en hij had via de platenfirma gevraagd om een volledige voetbaluitrusting van Anderlecht mee te brengen. Ongelooflijk eigenlijk dat zo'n wereldster daar zo blij mee kon zijn. Op die foto past hij dus die schoen."

Marc: "Ik vond in mijn archief nog een brief van het management van Bob Marley. Hij gaf niet zo graag interviews en deed dat alleen omdat het in zijn contract met Island Records stond. Marley zou naar Vorst komen en ik had hen gevraagd of ik hem in Jamaica kon gaan interviewen. Denise Mills, zijn manager, vroeg of ik, als ze het regelden, eerst via Londen kon passeren? Bob bleek immers een Ford Transit te hebben, maar de handrem deed het niet meer en ik zou dan voor hem een handrem meebrengen vanuit Londen.

"Wat nadien gebeurde, was voor mij zoiets als met Julius Caesar het oude Rome binnenstappen. Ik kwam, vanuit Londen via Florida, op de luchthaven van Jamaica en moest door de douane met die handrem. Zeggen dat je die voor Bob Marley meehebt, is dan natuurlijk een kutverhaal. Dus begon de discussie. Maar wat ik niet wist, was dat Marley zélf op die vlucht uit Florida zat. Hij was, echt waar, in Florida waspoeder gaan kopen voor zijn moeder. 'Come on man', zei die aan de douanier, en even later zat ik met Marley in de taxi. De dag nadien mocht ik bij hem thuis langskomen, 65 Hope Road, ik vergeet het nooit. Ik was niet meer de journalist, maar wel de man van de handrem."

Herman: "Ik vond hem een vriendelijke man. En ik heb altijd alle mensen in twee categorieën onderverdeeld: de vriendelijke en de onvriendelijke."

Is er spijt na al die jaren? Of beter: gemiste kansen?

Herman: "Ik stond in 1961 zonder afspraak voor de deur van Pablo Picasso en ik durfde niet aan te bellen. Spijt? (glimlacht) Ach, Irving Penn heeft dat zeer goed gedaan hé. En voor Elvis heb ik me ooit op de hulp van iemand anders verlaten, maar het is nooit gelukt."

Marc: "Ik heb The Beatles nooit geïnterviewd, maar Herman heeft ze wel gefotografeerd. Daar kan ik mee leven.

"Eén keer heb ik een interview geweigerd omdat ik het moreel onverantwoord vond. Ze hadden me uitgenodigd om naar de Chinese Muur te gaan, daar een concert van Jean-Michel Jarre bij te wonen en ik kon hem op weg naar daar interviewen in zijn privévliegtuig. Ik twijfelde, want hij was toen getrouwd met Charlotte Rampling. Nu wilde ik heel graag naar China en heel graag in zo'n vliegtuigje met Charlotte Rampling zitten. Maar ik had een verschrikkelijke hekel aan Jean-Michel Jarre en vooral aan zijn plaat Oxygène. En toen ik hoorde dat hij die anderhalf uur lang zou spelen met projecties op de Chinese Muur heb ik gedacht: ik ga dat niet doen.

"Op de redactieraad kwam daar een morele discussie van waarbij ik de apostel van de journalistieke eer werd. (lacht) Nadien vroeg Piet Piryns: 'Ga je mee iets eten, Sint-Jan Berchmans? Twee jaar later is Marc Mijlemans hem gaan interviewen en heeft daar een heel goed verhaal van gemaakt."

Uit Mijl op zeven, nagelaten werk van Marc Mijlemans, deze zin: "Voor schilders is het een grote tijd, nooit voorheen waren er zoveel ezels in omloop." Het lijkt een nagelaten tweet uit 1984, die ook in 2015 kon geschreven worden. In Onderweg staat een foto van de Humo-journalist die pas 29 was toen hij overleed. Een foto die in Humo stond bij een stukje over zijn overlijden. Een stukje dat thuis altijd bewaard bleef in een mapje.

Marc: "We vonden allebei dat Marc een plaats in ons boek verdiende. Ik was zeer verdrietig toen eerst Marcs vrouw stierf en later hij. En toen al dacht ik spontaan aan die foto en die avond. Ik was die dag met Dominique (Deruddere, RVP) in New York om acteur Brad Dourif te vragen voor mijn film Istanbul en ik hoorde van Denise, mijn vrouw die ook bij Humo werkte, dat Herman en Marc voor een verhaal in New York waren. De foto is gemaakt op Washington Square, je ziet nog het appartement waar Hopper woonde en in die foto zit alles: Marc, Dominique en ik en ook Herman. Het is de mooiste samenvatting van hoe onbezorgd ons leven toen was. En ik dacht er nooit aan dat ik oud zou worden."

Herman: "Zo is het altijd in het leven. Je moet altijd denken: 'Het valt wel mee, maar morgen wordt het nog beter'. Dat is natuurlijk een achterlijke gedachte als je 77 bent, maar toch heb ik dat nog altijd. Het valt wel mee."

Marc Didden en Herman Selleslags, Onderweg,Uitgeverij Luster, 144 p., 29,95 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234