Dinsdag 15/10/2019

Dat was alles voor Peggy Lee

singer-songwriter en jazzlegende peggy lee overleden

Brussel / Eigen berichtgeving

Nica Broucke

Het was geen Fever, maar een hartaanval waaraan de 81-jarige Peggy Lee (officieel Norma Deloris Egstrom) maandagavond bezweek. De - in willekeurige volgorde - jazzlegende, actrice, songwriter, zakenvrouw en (overgroot)moeder - kan worden beschouwd als de vleesgeworden 'girl power' (zie hiernaast) en de eerste singer-songwriter ooit. Het merendeel van wat ze in haar meer dan zestig jaar durende carrière heeft gerealiseerd, dankt ze aan haar eigen talent en doorzettingsvermogen - en niet aan een of andere muziekmarketeer die wat in haar leuke snoetje zag zoals dit heden ten dage het geval is.

Het pad naar het succes was echter moeilijk en vol hindernissen. Haar moeder overleed toen ze vier was en toen Norma/Peggy zeventien jaar werd, was ze de slagen van haar stiefmoeder zo moe dat ze, aangemoedigd door het succes dat ze als zangeres in het school- en kerkkoor oogste, besloot haar geluk in Hollywood te beproeven. Ze kwam van een kale reis (terug) thuis in North-Dakota, waar ze werk vond in een radiostation in Fargo. Het was haar toenmalige baas die haar Peggy Lee doopte. Naast haar radiowerk kluste ze bij in een bakkerij en zong ze occasioneel in hotelbars. Het was in The Buttery Room van het Ambassador West Hotel in Chicago dat haar hese, sensuele stem in 1941 werd opgemerkt door Benny Goodman, die - gelukkig toeval - net op zoek was naar een nieuwe zangeres voor zijn populaire big band.

De mare gaat dat Peggy Lee haar zachte, karakteristieke stemgeluid dankt aan het geroezemoes van het lounge-publiek. In plaats van harder te schreeuwen trok ze de aandacht door net zachter te zingen, waardoor ook de toehoorders rustiger werden. Met de Benny Goodman BB scoorde ze in 1942 een eerste van de in totaal meer dan veertig hits: 'Why Don't You Do Right' verkocht meer dan 1 miljoen platen en betekende de doorbraak van Peggy Lee. Aan haar big-bandjaren hield Lee naar eigen zeggen "een ijzeren discipline en een doorgedreven perfectionisme" over. En een man en een dochter. In 1943 trouwde Peggy Lee met Dave Barbour, de lead gitarist van de Benny Goodman Bigband. Na de geboorte van dochter Nicki Lee in 1944 schreef de huisvrouw tussen de was en de plas door - voor zichzelf, maar vooral voor anderen - de ene hit na de andere: een van haar eerste songs, 'What More Can a Woman Do', (1945) werd vertolkt door een andere, nog onbekende zangeres: Sarah Vaughan, die het nummer opnam met 'ene' Charlie Parker en Dizzy Gillespie. Later volgden 'Golden Earrings' (1947) en 'Mañana' (nummer 1 in 1948), die miljoenen exemplaren verkochten. In die tijd was 'Mañana' voor platenfirma Capitol de grootste hitsingle van een singer-songwriter ooit.

In 1950 begon bezige Peggy te acteren. Ze schitterde naast Bing Crosby in Mr. Music en speelde mee in de succesvolle remake van The Jazz Singer (1953). Haar acteerprestatie in Pete Kelly's Blues (1955) bezorgde haar een Oscar-nominatie in de sectie beste vrouwelijke bijrol. Haar inmiddels door koning alcohol stukgelopen huwelijk met drankorgel Barbour (met wie ze professioneel bleef samenwerken) maakte dat ze zich bijzonder goed in het personage van een aan lager wal geraakte, aan alcohol verslaafde blueszangeres kon inleven. Lee acteerde niet alleen in films, ze schreef er ook de muziek voor - het titelnummer van Johnny Guitar (1954) bijvoorbeeld - en nam (naast de muziek) zelfs enkele stemmen in Disney's overbekende The Lady and the tramp (1955) voor haar rekening.

In 1992 won ze de rechtszaak tegen de animatiefilmgigant die met 3,2 miljoen euro over de brug moest komen: Lee's (naar eigen zeggen) "schamele" aandeel in de video-opbrengsten van de film.

Toen in 1958 de eerste Grammy Awards werden uitgereikt, werd ze meteen in vier categorieën genomineerd voor haar onsterfelijke zelfgecomponeerde, en zelfgezongen hit 'Fever'. Elf jaar later won ze een Grammy voor haar klassevertolking van het bittere 'Is That All There Is?' en in 1995 kreeg ze een 'Lifetime Achievement Award'.

Peggy Lee werkte samen met zowat alle 'groten' uit de jazz en populaire muziek: Bing Crosby, Duke Ellington (met wie ze 'I'm Gonna Go Fishin' schreef voor de film Anatomy of a Murder) en Benny Carter. Ook met Frank Sinatra, die in 1994 over haar zei dat "haar prachtige talent zou moeten worden bestudeerd door alle zangers; haar koninklijke présence is pure elegantie en charme". Het lijstje vertolkers van songs van Peggy Lee is schier onuitputtelijk en gaat van Ella Fitzgerald, Sarah Vaughan, Nina Simone, Elvis Presley tot Madonna. De Broadway-musical Peggy Lee (1983) werd - we worden eentonig - ook al een succes, niet in het minst omdat de ontembare - maar inmiddels aan suikerziekte leidende hartpatïente - er de liedjes voor schreef. Granny Grammy gaf in 1994 haar laatste concert in een uitverkochte Royal Festival Hall in Londen, gezongen en gezeten in een rolstoel. Haar laatste compositie, met de profetische titel 'Let It Go' dateert van 1986. Peggy Lee overleed - met haar enige dochter aan haar zijde - thuis in Belrose (LA) aan een hartinfarct - wellicht een complicatie van de beroerte die ze drie jaar geleden kreeg. Op www.peggylee.com bedankt dochter Nicki de fans voor hun "trouw en liefde".

'Granny Grammy' trok de aandacht door zachter te zingen in plaats van luider

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234