Donderdag 02/07/2020

Dat vind ik het vreemdst. Dat het op een bepaalde manier toch je zelfvertrouwen aantast

De hashtag #MeToo zorgde deze week voor enige beroering. Kirsten Bertrand, chef Weekend bij deze krant, had het er een paar dagen geleden over met een vriend.

Hij: "Waarom doe jij eigenlijk zo luchtig over die dingen?"

Ik: "Hmm. Een manier om ermee om te gaan, zeker? De angst en schaamte van het moment overschreeuwen, of zo. Ik wil het ook niet groter maken dan het is, er zijn echt wel ergere dingen."

Hij: "Waarom schrijf je het niet op?"

Ik: "Wat?"

Hij: "Alles wat je tot hiertoe hebt zitten vertellen."

Ik: "Ik schrijf zelf nog maar weinig stukken, en als ik dan met zo'n luid verhaal over seksisme kom, ben ik bang voor mijn sérieux, geloof ik."

Hij: "Ik zou zijn naam noemen en hem met zijn kl***n omhoog aan de hoogste boom hangen."

Ik: "Goh, maar was het erg genoeg? Ik ben niet verkracht. Hij heeft me alleen maar op z'n schoot getrokken. Vernederend, ja. Dat wel. En daarna nog een keer aan m'n onderbroek zitten sjorren."

Hij: "Je onderbroek?"

Ik: "Jawel. Terwijl ik een stuk zat te tikken me langs achteren benaderd. Hand in m'n jeans en even luidop de kleur van m'n ondergoed becommentarieerd. Er zaten een paar weken tussen. Of meer. Die tijdslijn kan ik me niet precies meer voor de geest halen."

Hij: "Dat is toch erg genoeg."

Ik: "Het is vooral perfide omdat het nawerkt. Je denkt dat je zo'n broek met lage taille niet had mogen dragen. Belachelijk natuurlijk. Je voelt je medeschuldig aan het feit dat het is kunnen gebeuren. Hetzelfde bij dat schootincident. Je lacht ook bijna mee, omdat je je geen houding weet te geven. Je zit daar als een schaap op zijn schoot, te kijk gezet voor iedereen. Dat is net de intimidatie. Je schrikt, bevriest en je wilt zo snel mogelijk weer back to normal. En hij vond het vooral heel erg grappig."

Hij: "Heb je dat dan nergens gemeld of zo?"

Ik: "Maar ik was toen hoe oud? 25? Mijn eerste echte job in de journalistiek. Het kwam niet in me op. Ik denk dat de leiding van de krant me zou hebben weggelachen. Hij was een van de belangrijkste mensen van de redactie. Ze doen het bij de jonkies, die durven hun mond niet open te doen. Je wilt ook niet de flauwerik zijn, dat speelde zeker ook mee."

Hij: "En de collega's?"

Ik: "Die deden ook niks. Hooguit wat gegniffel, gêne ook, een enkele blik van medelijden, misschien. No hard feelings, wat hadden zij moeten doen? Tja, en dan gebeurt het in mijn huidige bedrijf een paar jaar later opnieuw, en dan nog wel door een van de bazen."

Hij: "Ga je dat durven te schrijven? Want dan komt het wel erg dichtbij."

Ik: "Mja. Dat is moeilijk."

Hij: "Nu, dat kun je niet maken, hè. Verhalen over Weinstein in Hollywood publiceren en actrices hier in Vlaanderen hun zeg laten doen, maar pretenderen alsof het in jullie eigen sector onder jullie eigen neuzen niet gebeurt."

Ik: "Je hebt gelijk."

Hij: "Over Steve Stevaert hebben jullie wél geschreven. Over Pol Van Den Driessche ook."

Ik: "Ik vind het delicate materie. We weten allemaal hoe het Stevaert is vergaan. Nogmaals, ik weet gewoon soms niet of ook dat tweede incident bij mij zelf erg genoeg was. Akkoord, het waren avances van een hiërarchisch meerdere na een etentje waarop hij mij had uitgenodigd. Ik ben meteen uit z'n auto gestapt. Ik heb er geen trauma aan overgehouden. Maar bij anderen was hij stukken hardnekkiger."

Hij: "Opnieuw: ga je dat opschrijven? Jullie zeggen 'Speak up', maar jullie speaken zelf niet up."

Ik: "Het gaat mij vooral om de nawerking. Je krijgt kansen in je job, je beklimt de ladder, en toch sluipt er door die incidenten twijfel in je hoofd. 'Zit ik wel waar ik zit op basis van mijn merites, en niet toevallig omdat ik een leuk smoeltje had of omdat ze dachten dat ik wel versierbaar zou zijn?' 'En wat dachten die andere bazen eigenlijk over mij?'

"Dat vind ik het vreemdst. Dat het op een bepaalde manier toch je zelfvertrouwen aantast. Terwijl die paar incidenten amper een fractie hebben ingenomen van de uren, dagen en jaren die ik intussen op drie krantenredacties heb gesleten."

Hij: "Ken je veel vrouwelijke collega's met soortgelijke verhalen?"

Ik: "Meer dan voldoende. In het verleden heb ik me nogal flink opgesteld hierover, niet zeuren, het zaakje weglachen, gewoon doordoen. Ik ben nogal pragmatisch aangelegd. Dat werkte voor mij, maar er zijn ook gevoeliger zielen die er minder vlot overheen stappen. Misschien had ik er toch wat meer lawaai over moeten maken."

Hij: "Er zijn ook leidinggevenden die met hun ondergeschikten een serieuze relatie beginnen."

Ik: "Inderdaad, ook in de media ken ik zo een paar gevallen. Daarom is het een héél dubbel verhaal. Want ook bij die koppels is er natuurlijk een eerste toenadering geweest. Maar trouwen met de baas is tot nader order niet verboden." (lacht)

Hij: "Zou de pure seksuele intimidatie op de werkvloer wezenlijk aan het afnemen zijn?"

Ik: "Ik denk van wel, ja. Het is op dit eigenste moment bezig. Met dank aan Zuckerberg en co."

Hij: "Hoe bedoel je?"

Ik: "Die hele technologische revolutie speelt volgens mij een rol. De verticale relatie van - meestal mannelijke - baas met werknemer is steeds minder de regel. Naar aanleiding van Weinstein zei iemand van de weekendploeg vorige week nog tegen me: 'Je hebt de film Daens toch gezien? Die meisjes aan de weefgetouwen moesten toch ook bij de fabrieksdirecteur komen om hem seksueel te bedienen?'"

Hij: "Dát waren nog eens tijden. Maar het wordt dus beter voor jullie?"

Ik: "Door internet en platforms als Facebook zijn we stilaan anders aan het werken. Minder top-down, veel meer in de breedte, er komen steeds meer freelancers bij. De relatie baas-werknemer wordt losser. Vroeger was er slechts één weg omhoog: via die ene leidinggevende - als dat een man was met slechte bedoelingen, had je meer kans op problemen. Nu worden organisaties vlakker, hiërarchie minder belangrijk, werknemers krijgen meer inspraak. En er zitten ook vaker vrouwen aan de knoppen. Bovendien doen de sociale media bij dit soort onfrissigheden steevast dienst als megafoon."

Hij: "Zouden mannen meer kunnen doen? Als er zoiets gebeurt, moet er toch iemand tussenbeide komen?"

Ik: "Ha, het redderssyndroom! Je opmerking doet me denken aan een anekdote van een collega deze week. Hij ging jaren geleden met drie bevriende journalisten op café in Brussel. Toen een van hen behoorlijk dronken was, heeft hij een journaliste van een andere krant bij haar borsten gegrepen. Achteraf gezien hadden m'n collega en z'n andere kompaan daar ook maar wat op staan kijken en grijnzen. Niet oké, beseft hij intussen. Helemaal niet oké."

Hij: "En hoe reageerde die journaliste?"

Ik: "Wat lacherig. Hij denkt dat ze zich geen houding wist te geven."

Hij: "Wat denk je? Ga je dat stuk nu schrijven?"

Ik: "Hmm. Ik slaap er een nachtje over."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234