Donderdag 23/09/2021

InterviewRonny Mosuse

‘Dat verraad, dat ik niet naar mijn broers maar naar een pleeggezin werd gebracht, heb ik nooit begrepen’

Ronny Mosuse: 'Geestelijk voel ik me bejaard.' Beeld © Stefaan Temmerman
Ronny Mosuse: 'Geestelijk voel ik me bejaard.'Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vijfentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: muzikant Ronny Mosuse (50). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Ik voel me lichamelijk mijn leeftijd. Ik ben net 50 geworden en heb kwaaltjes, het gaat allemaal niet zo vlotjes meer. En geestelijk voel ik me bejaard. Oud. Iemand die al lang geleefd heeft. Als ik met oudere mensen praat, voel ik een klik. Eindelijk: mensen die het snappen. (lacht) Ik heb dat al heel lang, dat ik met oudere mensen beter spoor dan met mensen van mijn generatie.

“Ik had al heel vroeg een eigen wereldbeeld. Het voordeel daarvan is dat ik snel rust kan vinden. Opgejaagdheid is niet aan mij besteed. Terwijl ik veel mensen zie twijfelen, ben ik nogal standvastig. Als ik denk dat het zo is, zal ik die weg bewandelen. Als ik me vergis, dan is dat maar zo. Ook niet erg.”

2. Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Ik denk dat ik de zaken nogal snel kan relativeren. Ik ben het gewoon om lang na te denken, ook over futiliteiten. Ik vind het plezant om bij de dingen stil te staan. Dan kijk je vanuit een hoger perspectief en zie je dat het allemaal wel meevalt. Ik vind dat een goede eigenschap, maar ik weet niet of anderen dat ook vinden. (lacht) In relationele disputen komt dat niet goed over. Soms lijkt het alsof het me niet interesseert. Dan zegt mijn vriendin: ‘Komaan, niet alles wegrelativeren, laten we daar toch eens over babbelen.’

“Ik heb een hoge bloeddruk, misschien is het van nature dat ik iets heb van ‘niet te veel gedoe en we komen er wel’.”

3. Wat is uw zwakte?

“Ik zei dat ik me niet snel druk maak, maar ik ben wel angstig als het over het lot van mijn kinderen gaat. Dan kan ik soms niet stoppen met nadenken. Met ouder worden wordt dat helaas erger, omdat ik natuurlijk beter weet wat de valkuilen zijn als je opgroeit. Ik heb zelf altijd met de motor gereden, en weet dus hoe gevaarlijk dat is. Als mijn kinderen met de fiets naar school rijden ben ik overbezorgd. Ik kan het moeilijk afzetten: als er iets gebeurt ben ik verantwoordelijk en had ik ze moeten waarschuwen.

‘Mijn dochter, een grote Harry Potter-fan, bleek niet te weten wanneer haar held naar het toilet ging. In boeken gaan helden nooit naar de wc. Dat is toch raar?’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Mijn dochter, een grote Harry Potter-fan, bleek niet te weten wanneer haar held naar het toilet ging. In boeken gaan helden nooit naar de wc. Dat is toch raar?’Beeld © Stefaan Temmerman

“Ook wat hun toekomst betreft, jazeker. Omdat het alle kanten kan uitgaan en ik weet dat het kan verkeren. Ik heb vier kinderen, van wie één uitgesproken Afrikaanse trekjes heeft. De drie andere zijn licht gebronsd, in de zomer lijken ze eerder uit Spanje te komen. Over mijn dochter die duidelijk de Afrikaanse roots meedraagt, maak ik me wel zorgen. Ik heb het zelf ook meegemaakt dat ik werd aangesproken op mijn uiterlijk, of ergens niet binnen mocht wegens mijn huidskleur. Ik merk wel dat zij al veel verder staat dan ik op die leeftijd. De wereld ziet er ook gekleurder uit. Zij is zich veel meer bewust van de hyperdiversiteit en ze komt op voor haar eigen mening.

“Ik zou mijn kinderen meer moeten loslaten, maar vind het moeilijk. Ouderschap is iets heel instinctiefs. De rest heb ik onder controle, maar als het mijn kinderen betreft word ik irrationeel. Daarom noem ik het een zwakte.”

4. Wat is uw passie?

(denkt lang na) “Ik zou kunnen zeggen muziek, want ik luister graag naar muziek, maak graag muziek en ben er veel mee bezig, maar wat me drijft is eigenlijk toch eerder het denken. Ik denk graag na.

“Als ik terugkijk op mijn leven zie ik dat ik iemand ben die de stilte opzoekt, omgevingen waar ik kan nadenken. Het denken komt altijd eerst. Soms raak ik er niet uit en dan speel ik iets.

“Vroeger bestonden er nog geen labels, maar als ik de omschrijvingen lees herken ik toch een beetje een autismespectrumstoornis bij mezelf. Toen ik jong was, was het veel duidelijker. Mensen dachten dat ik verlegen was, maar ik was enorm in mezelf gekeerd. Ik was niet verlegen, ik durfde van alles, maar ik vond het prettig om op mezelf te zijn. Ik vind dat nog altijd. Veel rustiger leven. Mensen die me leren kennen schrikken vaak omdat ze dachten dat ik veel opener was. Niettemin ben ik natuurlijk wel blij met het leven dat ik nu leid, mét kind en gezin! (lacht)

“Ik zit graag in mijn hoofd, dat ontspant mij. Leven staat voor mij gelijk aan denken. Die twee horen goed samen. Ik heb echt moeten leren om fysiek te zijn, om te spelen en muziek te maken en te sporten.

“Hoe ik dat geleerd heb? Met vallen en opstaan. (lacht) In relaties met andere mensen. Omdat het van mij verwacht werd en ik de goede vrede wilde bewaren.

“Mijn broer Robert was compleet het tegenovergestelde van mij. Hij was heel open. Hij voerde het woord. De ideale rolverdeling vond ik dat.”

5. Waar hebt u spijt van?

“Ik kan wel berouw voelen omdat ik iemand gekwetst heb, bijvoorbeeld. Maar spijt om de dingen die ik gedaan heb? Nee. Omdat ik weet dat ik altijd bij volle besef was.

“Het enige wat misschien in de buurt van spijt komt, is dat ik te weinig gedaan heb om te begrijpen hoe mijn moeder zich voelde en wat er in haar omging na haar beroerte. Pas nu, door een manuscript te lezen van iemand die zelf een beroerte gehad heeft, weet ik hoe het in elkaar zit. Maar ik was toen met andere dingen bezig. Ik vertrouwde heel hard op wat de dokters zeiden, maar ik had er ook zelf over kunnen lezen. Toch denk ik: het was zoals het was.”

‘Dat verraad, dat ik niet naar mijn broers maar naar een pleeggezin werd gebracht, heb ik nooit begrepen. Ik zei tegen mezelf: als het zo zit, doe ik niet meer mee.' Beeld © Stefaan Temmerman
‘Dat verraad, dat ik niet naar mijn broers maar naar een pleeggezin werd gebracht, heb ik nooit begrepen. Ik zei tegen mezelf: als het zo zit, doe ik niet meer mee.'Beeld © Stefaan Temmerman

6. Vindt u het leven een cadeau?

“Jawel. Zeer zeker. Mijn lievelingsbezigheid is naast nadenken, opstaan. Elke ochtend denk ik: yes, een nieuwe dag! Daarom ga ik ook graag slapen, omdat de dag erna alles toch weer een beetje anders is.”

7. Wat was de moeilijkste periode in uw leven?

“Ik ben twee keer uit de echt gescheiden. Dat waren voor mij de moeilijkste periodes omdat ik moest vaststellen dat ik van bepaalde facetten van het leven niet veel snapte. Vooral van het samenzijn. Ik wijt dat voor een stuk aan mijn anders denken, ik ben niet echt relationeel gericht. Wat niet wegneemt dat het pijn deed.

“De dood van mijn broer en moeder vond ik ook moeilijk, maar op een heel ander niveau. Ik had vooral moeite om hen los te laten, maar de dood op zich was iets wat ik nog kon bevatten omdat het zich buiten mij om voordeed en deel uitmaakt van het leven. Als je relatie ontploft zit je er middenin.

“Samenleven is, algemeen gesproken, niet simpel. Je kunt wel ongeveer denken te weten wat iemand anders bedoelt, maar je kunt nooit voelen wat de ander voelt. Hoewel, het komt in de buurt als je je zielsverwant hebt gevonden.”

8. Hoe definieert u liefde?

“Ik denk dat ware liefde en vriendschap alles te maken hebben met de afwezigheid van verwachtingen. Een van mijn beste kameraden ken ik al van mijn zestiende. Wij kunnen elkaar heel goed verdragen. We wonen wel niet samen, al is het als we op tournee gaan wel bijna zo, want dan zien we elkaar meer dan onze partners.

“Iets maakt dat onze vriendschap heel ongedwongen is. Misschien omdat we compleet onszelf kunnen zijn? Ik verwacht niets van hem, en hij niets van mij. We hebben nooit gezegd dat we vrienden zullen blijven voor het leven, maar toch blijft het duren. De angst dat de een de ander zal bedriegen of in de steek zal laten, is er niet. Dat vind ik een veel rustiger gegeven. Er is natuurlijk geen seksualiteit tussen mijn vriend en mij. Dat is wel een groot verschil. (lacht) Ik zou zeggen; liefde is een hechte en vertrouwelijke vriendschap met een portie seksualiteit erbij, leuk dus!”

9. Welke kleine alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“O! Naar de wc gaan natuurlijk. (lacht) Dat is zo verlossend. In Congo zeggen ze: ‘Je dois me soulager.’ ‘Ik moet me even verlichten.’ Dat is toch een geweldige uitdrukking!

BIO

• Vlaamse zanger, muzikant, songwriter en muziekproducent • geboren in Antwerpen op 17 mei 1971 • eindigde in 1988 met zijn broers Robert en Jean-Paul met de groep The B-Tunes als derde in Humo’s Rock Rally • niet veel later richtte Bart Peeters met Robert en Ronny The Radios op • nam in 2021 deel aan het zevende seizoen van Liefde voor muziek • is al sinds 1994 onder de naam Sylvain Aertbeliën bassist bij de The Clement Peerens Explosition • bracht eind 2002 het album Stronger uit, opgedragen aan zijn overleden broer Robert • is ambassadeur van SOS Kinderdorpen. Steunt met Vincent Kompany de bouw van een SOS Kinderdorp in Kinshasa

“Ik ben op dat gebied heel vlot, ik kan elke ochtend vrolijk naar de wc gaan. Maar als het niet lukt, word ik heel slecht gezind. Dan zwelt mijn buik op en word ik opstandig. Op festivals kan ik zo nijdig worden omdat er alleen maar van die stinkkotjes zijn. In mijn contract staat dan ook dat ik een goede wc eis.

“Naar de wc gaan is zoiets menselijks en belangrijks, en toch. Mijn jongste dochter is helemaal into Harry Potter. Ze weet er alles van. Maar toen ik haar eens vroeg of ze wist wanneer hij naar het toilet gaat, moest ze me het antwoord schuldig blijven. In boeken gaan helden nooit naar de wc. Dat is toch raar?”

10. Wat biedt u troost?

(denkt na) “De gedachte dat alles vergankelijk is en alles zich herhaalt. Dat is niet nihilistisch bedoeld, want ik hou van het leven. Maar als ik mezelf wil troosten ben ik vaak een ach-mens. Als er iets fout gaat, denk ik vaak : ach ja. (gelaten) Het is misschien altijd zo geweest en wat nu gebeurt zal zich over een paar honderd jaar nog weleens herhalen. Ik moet me dus niet te druk maken.”

11. Wat is uw grootste angst?

“Mocht mijn kinderen iets overkomen, ik weet niet of ik dat zou kunnen relativeren. Toen duidelijk werd dat mijn broer zou overlijden, dacht ik dat ik dat nooit geregeld zou krijgen in mijn hoofd. Hij kon niet weggaan. Maar toch heb ik mij erbij moeten neerleggen. Na een goed jaar had ik het een plaats gegeven, raar genoeg. Mijn moeder daarentegen heeft dat nooit kunnen plaatsen. Zij was haar zoon kwijt. Ze is nooit naar zijn graf geweest, ze kon dat niet. Er werd ook niet over zijn dood gesproken. En als ze over hem sprak, was het in de tegenwoordige tijd.

“Ik herinner me een pijnlijk gesprek. Robert had me verteld dat het zijn laatste week was en dat hij ging sterven. Ik moest met ons moeder naar de kliniek komen om het haar uit te leggen. Daar begon ze als vanouds de kamer te poetsen. Toen zei ik: ‘Moeder, even luisteren nu, heel belangrijk, Robert gaat het niet halen, je beseft dat toch?’ Ze keek op, en ging door met poetsen. Ze wilde het niet horen. Ik vroeg nog eens: ‘Ma, je hebt het toch gehoord?’ Niets. Mijn broer is toen heel kwaad geworden. Nadien in de auto is ze even beginnen te wenen en dat was het. Vanaf dan is het met mijn moeder alleen maar bergaf gegaan. Ouders die hun kind verliezen, dat is het ergste.”

12. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Onlangs voor mijn vijftigste verjaardag, toen mijn kinderen en plusdochter ‘God Only Knows’ van The Beach Boys voor mij hebben gezongen. Ik was compleet verrast.”

13. Bent u ooit door het lint gegaan?

“Ik ben zeker al heel boos geweest, maar niet op een manier dat ik de controle verlies. Toen ik met mijn beste vriend lang geleden nog laat uitging, dronken we bijvoorbeeld even veel. Hij werd stomdronken, lalde, danste op tafels, viel eraf, en de dag nadien was hij alles vergeten. (lacht) Ik herinnerde me alles nog. Ik weet niet hoe dat komt. Misschien zit ik heel hard in mijn hoofd, waardoor ik gewoonweg niet door het lint kán gaan.”

‘Mijn moeder heeft Roberts dood niet kunnen verwerken. Ze is nooit naar zijn graf geweest. Er werd ook niet over zijn dood gesproken.' Beeld © Stefaan Temmerman
‘Mijn moeder heeft Roberts dood niet kunnen verwerken. Ze is nooit naar zijn graf geweest. Er werd ook niet over zijn dood gesproken.'Beeld © Stefaan Temmerman

14. Wat is uw vroegste herinnering?

“Het verste wat ik me herinner is dat ik bij mijn vader op schoot zit. Heel lang geleden, ik moet twee of drie geweest zijn. Dat is de enige flits die ik zie van mijn vader, ergens in een kelderachtige ruimte.”

15. Hoe was uw kindertijd?

“Een keerpunt in mijn leven was het moment dat ik aankwam bij mijn pleegouders. De vrouw van de sociale dienst die mijn zusje en mij wegbracht had ons voorgelogen dat we naar mijn broers reden die samen in een tehuis zaten. Dat was de voorwaarde geweest van mijn moeder, dat haar vijf kinderen samen zouden blijven toen ze ons na de vechtscheiding met mijn vader aan de jeugdrechter toevertrouwde. Maar blijkbaar was er geen plaats meer in het tehuis en daarom werden wij twee in een pleeggezin geplaatst. ‘Ga ik straks mijn broers zien?’ vroeg ik. ‘Ja’, zei ze.

“Dat verraad heb ik nooit begrepen. Op dat moment heb ik voor mezelf uitgemaakt: als het zo zit, doe ik niet meer mee. Volwassenen of niet, ik vertrouw ze niet. Ik zal doen wat er van me gevraagd wordt, maar ik trek me terug in mijn eigen wereld. Met het kleine verstand dat ik toen had, heb ik besloten dat ik niets ooit nog zomaar zou aannemen. Nooit meer.

“Mijn zusje was toen twee, ze was compleet geblokkeerd. Een moederfiguur die ze niet kende, een vreemde omgeving. Ze at niet meer. Als vijfjarige moest ik haar eten geven. Ik vind dit nog altijd getuigen van een ongelooflijk domme kortzichtigheid. Zowel van de vrouw die ons wegbracht, als van de jeugdrechter. Als je met kinderen bezig bent, weet je toch dat zoiets enorm ingrijpend is.

“Drie jaar later is mijn moeder ons met een deel van de familie komen terughalen. Evenzeer onaangekondigd en met een hele scène. Daarna ben ik bij mijn broers terechtgekomen. Dat was een complete decalage. Mijn pleegvader werkte als corrector bij Het Belang van Limburg en sprak beschaafd, waardoor ik ook beschaafd sprak. Mijn broers spraken Antwerps en scholden me uit voor boerke. Van de rust van het pleeggezin, waar ik uiteindelijk graag gewoond heb – ik had mijn eigen kamer en vond het er gezellig – werd ik plots in de chaos van het tehuis geworpen.

“Maar ik wist wat mij rustig maakte: muziek. Op zondag had ik altijd naast mijn pleegvader naar de radio naar klassieke muziek zitten luisteren en ik vond dat fantastisch. En toen ik met mijn broers herenigd was, gingen we soms in het weekend naar het huis van de directrice waar een piano stond. Wat zitten pingelen, klanken en melodieën zoeken, dat vond ik geweldig.

“Een paar zomers later kocht ons bomma ons een orgeltje. Als we bij haar op bezoek gingen op dat kleine appartementje haalden we alles overhoop, dus vond ze er wat op. Dat orgeltje kreeg ons allemaal stil. Vanaf dat moment was het gedaan met vechten. (lacht)

“En natuurlijk wilden we in dat tehuis dan ook muziek maken. We zochten een paar rommelinstrumenten bij elkaar, een elektrische piano, een soort drum, een kapotte gitaar. En zo is het begonnen. Heel organisch. Het musiceren komt dus uit een gevoel dat het iets goeds was voor ons allemaal. Daar moesten we zijn! En toen kwam Bart Peeters op de proppen, ja. (lacht) (Bart Peeters zag de broers bezig op Humo’s Rock Rally en richtte met hen The Radios op, red.).”

16. Aan wie bent u schatplichtig?

“Oei, een hele lijst mensen. Aan Bart zeker, ook aan Hugo (Matthysen, red.), Jean Blaute, Eric Melaerts, Jan Hautekiet ook. (lacht) Het is grappig, want Jan stuurde onlangs nog een bericht voor mijn verjaardag. Toen Bart Peeters begon met The Radios zat Jan Hautekiet ook nog in de groep. Ik zat toen in het vijfde middelbaar en moest vaak ’s avonds direct van school de auto in, om ergens te gaan spelen. Jan was degene die me backstage hielp met mijn huiswerk. ‘Kom, wat moet je doen?’, zei hij dan. En zo is ‘Moet ik je helpen met je huiswerk?’ een running joke gebleven. (lacht) Ik heb vele vaders, ik zal het zo zeggen, omdat ik ergens toch altijd op zoek ben geweest naar een vaderfiguur.”

'Het is een beetje nerdy, maar ik kan uren nadenken over het ontstaan van de dingen en over wat alle dingen gemeen hebben. Beeld © Stefaan Temmerman
'Het is een beetje nerdy, maar ik kan uren nadenken over het ontstaan van de dingen en over wat alle dingen gemeen hebben.Beeld © Stefaan Temmerman

17. Waarover bent u de laatste tijd dieper gaan nadenken?

“Het is een beetje nerdy, maar ik kan uren nadenken over het ontstaan van de dingen en over wat alle dingen gemeen hebben. Ik kom dan tot de vaststelling dat alles of iedereen naar veiligheid streeft. Of naar voortbestaan. Alles, ook lichtpartikels. Die neiging tot voortbestaan zit in elke stofje. En ook in elke kankercel. Als je dan doordenkt en je zou een middel kunnen vinden waardoor die kankercel denkt dat hij veilig is en zich niet nodeloos moet vermeerderen, zou je hem misschien kunnen uitschakelen. Dat soort gedachten houdt me bezig. Ik kan daar compleet loos in gaan. Dan ben ik een paar uur verder en denk ik: shit, misschien moet ik ook eens iets nuttigs doen zoals de afwas of naar de winkel gaan.” (lacht)

18. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Wat ik een religieuze ervaring zou noemen, heeft niets met religie te maken. Het is een gevoel van harmonie, dat ik het vaakst terugvind in muziek maken of beluisteren, vooral bij Bach, of bij het denken aan oneindigheid. Dan kan ik alles loslaten.”

19. Welk muziekstuk heeft een bijzondere betekenis voor u?

“De cantata ‘Herz und Mund und Tat und Leben, BWV 147’ van Bach, en dan liefst nog in het piano-arrangement van Myra Hess. Ik kan ze honderd keer na elkaar opzetten, moeiteloos. Dat muziekje heeft iets onsterfelijks. Het klopt telkens weer opnieuw, echt wonderlijk.

“Ik zit nu zelf in de popmuziek, maar wat ik leuk vind aan instrumentale klassieke muziek is dat het niet om een persoon gaat. Je hoeft je geen vragen te stellen over de zanger of over het verhaal. Het is puur de melodie, de harmonie. Dat soort muziek brengt me rust, geborgenheid en structuur, waar ik blijkbaar veel behoefte aan heb.”

20. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Twee jaar geleden was mijn antwoord op die vraag geweest: ik kan alles. Sindsdien is dat toch wel veranderd. Ik heb opeens kwaaltjes gekregen. Mijn lichaam verslijt, daar ben ik me ongelofelijk van bewust. Misschien moet ik er spaarzamer mee omspringen. Dat lijkt me het verstandigst, als ik nog een goede bompa wil worden.”

21. Wat vindt u erotisch?

“Als mijn vriendin helemaal zichzelf is. Iedereen heeft toch een soort masker op, ook binnen een relatie. Als dat wegvalt, als ze net wakker wordt bijvoorbeeld, dan denk ik vaak: keiknap! Of als ze boos is. Maar dan kun je niet zeggen: wacht even, zo mooi dat je nu bent.” (lacht)

22. Wat is de spannendste plek waar u ooit de liefde bedreven hebt?

“In een prachtig bos in het buitenland, waar bovendien bordjes stonden dat het verboden was. Een zeer begeerde plek blijkbaar.” (lacht)

23. Hoe zou u willen sterven?

“Tegenovergesteld aan de manier waarop ik geboren ben. Ik denk dat de meeste kinderen in volle stress worden geboren. Je wilt niet uit de baarmoeder, je moet ademen, reageren op prikkels, dat is voor velen een traumatische ervaring. Ik wil rustig sterven. Stressvrij. In de wetenschap dat alles oké is met mijn kinderen, vooral dat.”

24. Wat zou u wensen als laatste avondmaal?

“Geen eten. Wel heel lekkere wijn, zoveel mogelijk.”

25. Hebt u nog een grote droom?

“Ik maak vaak de denkoefening: stel dat ik nog een dag te leven heb, wat zou ik dan doen? Gewoon hetzelfde wat ik altijd doe. Is dat raar?”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234