Woensdag 05/10/2022

InterviewVoorbij het verlies: Sofie Sourdeau

‘Dat is het moeilijkste wat je als mama moet doen, je ­kindje achterlaten in een kistje en dan wegstappen’

Sofie Sourdeau: ‘Misschien wil ik over een paar jaar toch iets met die rouw doen. Ik voel dat er een grote behoefte aan is bij ­mensen, want je leert nergens rouwen.’  Beeld Aurélie Geurts
Sofie Sourdeau: ‘Misschien wil ik over een paar jaar toch iets met die rouw doen. Ik voel dat er een grote behoefte aan is bij ­mensen, want je leert nergens rouwen.’Beeld Aurélie Geurts

Vorig jaar verloor Sofie Sourdeau dochtertje Leonie, voor altijd bijna twee jaar oud. Op ­datzelfde moment bleek ze net zwanger van een zoon. ‘Gaston is nu vier maanden oud en hij is heel vrolijk. Uiteindelijk heeft hij mij er ook doorheen geholpen.’

Lotte Beckers

Verlies hoort helaas bij het leven, maar hoe ga je ermee om? In deze serie delen mensen hun verhalen.

‘Vandaag is een mindere dag, ­gisteren was heel goed. Dat is raar: ik sta op en ik voel ­meteen of het een goede dag is of niet. Maar we komen nu in een fase waarin we de laatste ­weken en dagen van Leonie herbeleven: op 8 juli zal ze een jaar dood zijn.

“Leonie werd eind mei vorig jaar ziek, met overgeven en hoge koorts. De dokters dachten aan een virale infectie. Je zag niets aan haar, maar haar bloed was niet echt goed: haar witte en rode bloedcellen stonden laag. Een week later waren die waarden niet beter, maar Leonie bleef vrolijk. Ze begon toen ook blauwe plekken te krijgen. Van het spelen, dachten we, maar dat bleek een symptoom van bloedarmoede.

“Uiteindelijk werden we doorgestuurd naar een ziekenhuis: haar bloedwaarden waren zo slecht dat ze dachten aan leukemie. We waren zo opgelucht toen de beenmergpunctie goed bleek, want in welke hel kom je terecht als je kindje leukemie heeft? Daarna dachten ze aan een ­botinfectie, maar de medicatie sloeg niet aan.

“Als ik nu foto’s bekijk van die laatste weken, zie ik dat Leonie wat grauw is. Maar toen zag ik dat niet: ze bleef spelen, we gingen naar de kippen kijken die op de parking van het ziekenhuis rondlopen. Ik had het idee dat we niet op onze plaats waren in het ziekenhuis, want Leonie was niet ziek.

“Maar ze werd steeds geler en de dokters dachten dat ze iets aan haar lever had. Een ­leverpunctie was volgens de artsen dringend nodig, hoewel dat een heel gevaarlijke ingreep is en Leonie bijna geen bloedstolling had. Mijn moederinstinct schreeuwde om het niet te doen, ik heb toen nog gevraagd: kom je ons nu zeggen dat Leonie kan sterven? Ze wuifden dat wat weg: elke operatie is een risico. Ik ben geen dokter, je gaat er toch van uit dat ze geen ­onnodige risico’s nemen bij een kind.

“Na de ingreep kwamen ze ons halen, Leonie was wakker. Ik was zo opgelucht. Ze lag op de ontwaakzaal en zag mij. Ze heeft nog gezegd: moeke, bravo. En toen is ze voor mijn ogen weggezakt. We werden naar buiten gestuurd, ze hebben haar proberen te reanimeren en zijn terug naar de operatietafel gerend. We hebben dat allemaal gehoord. Meer en meer voelden we onze dochter wegglijden. De dood sloop als een slang zachtjes de kamer binnen. Na meer dan een uur kwamen drie artsen zeggen dat we afscheid van haar moesten nemen.

IN SHOCK

“Achteraf bleek ze te lijden aan HLH, een zeer zeldzame auto-immuunziekte die de organen aantast, zoals haar lever. Het was een heel ernstige ziekte, maar met chemo had ze een grote kans om te overleven. Maar Leonie is ­gestorven tijdens het onderzoek, en dat is heel zuur. Het ziekenhuis zegt dat er geen medische fout is gemaakt, maar voor ons voelt het wel zo: ze is na de ingreep niet naar intensieve zorg ­gebracht, zoals afgesproken, maar lag in een gewoon bedje met een hartslagmeter aan haar teen. Die procedure zouden ze herbekijken, ­zeiden de artsen achteraf doodleuk. We zijn heel boos geweest, nog altijd.

“Ik stond in die operatiezaal en was in shock. Ik was bang voor die ingreep, maar dit had ik niet verwacht. Mijn vriend heeft nog gevraagd of ze echt niets meer konden doen, maar ik kon niets meer zeggen. We hebben Leonie gezegd dat we haar graag zagen. We hebben haar ­kusjes gegeven, hoewel ze helemaal bebloed was. Toen we weer op haar ziekenhuiskamer kwamen, zei een verpleegster: het zal ooit weer beter gaan. Ik had haar een klets in d’r gezicht willen geven, mijn dochter was net gestorven. Ze had gelijk, het gaat beter. Maar toch. Zoiets zeg je toch niet?

‘We beginnen Gaston heel graag te zien, maar we zijn zo bang om hem ook te verliezen. Bij Leonie was ik zo’n gerust moeke, nu niet meer.’ Beeld Aurélie Geurts
‘We beginnen Gaston heel graag te zien, maar we zijn zo bang om hem ook te verliezen. Bij Leonie was ik zo’n gerust moeke, nu niet meer.’Beeld Aurélie Geurts

“Ze hebben Leonie naar de kamer gebracht en ik heb uren naast haar gelegen. Nu denk ik: ik had heel de nacht naast haar moeten liggen. We zijn dan naar mijn mama gereden en zijn daar twee maanden gebleven. We wilden niet naar huis, dat was te confronterend. Haar speelgoed staat nog in de living, de zandbak en haar schuifaf staan nog in de tuin. Ze kan ­terugkomen als ze wil.

“Ik wist net dat ik opnieuw zwanger was: Leonie is op een donderdag gestorven en de dinsdag daarop moest ik naar de gynaecoloog voor de eerste echo. Dat was enorm heftig. Haar hart stopte en een paar dagen later ging ik luisteren naar het hartje van haar broer. Ik wilde weten of hij leefde maar ik was echt niet blij. Ik zei: ik wil deze baby niet, ik wil Leonie terug. Dat gevoel heeft zeven maanden geduurd en dat was verschrikkelijk. Ik heb ook heel lang niets voor hem kunnen kopen. Het voelde alsof ik haar zou vervangen. Pas twee weken voor de geboorte heb ik de verzorgingstafel waar Leonies kleertjes lagen opgeruimd en plaatsgemaakt voor de spulletjes van Gaston.

“We waren ook heel verdrietig dat de baby een jongen was. En nog altijd. We willen nog kindjes en ik zou diep ongelukkig zijn als de ­volgende baby ook een jongen is, want we ­weten hoe het is om een meisje te hebben. Mensen zeggen dan: goed dat Gaston een ­jongen is, anders ga je vergelijken. Natuurlijk zou ik vergelijken, maar dat doe ik nu ook.

“Ja, die gevoelens zijn taboe. Maar juist ­daarom ben ik daar heel eerlijk over. Gaston krijgt van ons heel veel liefde, hij zal dat nooit voelen. Maar ik vertel het wel omdat ik wil dat mensen weten dat het niet zo simpel is. Ik ben naar een psycholoog gegaan die gespecialiseerd is in zwangerschap na verlies; zij heeft me wel kunnen helpen. En toen Gaston begon te ­bewegen in mijn buik, kreeg ik wel meer een band met hem. We werden voor een voldongen feit gezet: aanvaarden, dat was het enige dat we konden doen.

“Gaston is nu vier maanden oud en meestal heel vrolijk. Uiteindelijk heeft hij mij er ook door geholpen. En vooral: ik heb weer een kindje om voor te zorgen. Ik ben echt een ­moederke: constant was ik voor Leonie aan het zorgen, en opeens had ik niets meer. Mensen zeggen wel dat je altijd een moeder zal blijven, maar ja. Ik vond het in het begin moeilijk om voor een ander kindje te zorgen, maar nu gaat het beter.

“Ik zie Leonie nog altijd liever dan Gaston, ik heb haar tenslotte twee jaar gekend. Dat is ook een taboe, hè. Maar ik voel dat hij steeds ­dichter in haar buurt komt. Dat is beangstigend. We beginnen hem ook heel graag te zien, maar we zijn zo bang om hem ook te verliezen. Bij Leonie was ik zo’n gerust moeke, nu niet meer. Ik zou bij wijze van spreken elke dag zijn temperatuur meten. Als hij wat langer weent of er scheelt iets, dan gaan de alarmbellen af in mijn hoofd.

“Gaston zorgt voor veel afleiding. Hij wil ­alleen in de draagzak slapen, waardoor ik uren buiten ben en wandel. Dat is goed. Maar soms is het keimoeilijk. Als ik huil voor Leonie, en Gaston heeft een lastig moment, moet ik mijn gevoelens echt blokkeren, anders kan ik niet voor hem zorgen. Ik moet proberen dat ­gescheiden te houden.

null Beeld Aurélie Geurts
Beeld Aurélie Geurts

“We proberen Leonie er zo veel mogelijk bij te betrekken. Gastons geboortekaartje is een schilderij dat zij gemaakt heeft, op de ­achterkant staat een getekend portret van ons vieren. Ik vertel hem vaak over haar. Als ik Gaston een kusje geef, geef ik er nog eentje voor zijn zus. ’s Avonds wens ik ze allebei slaapwel, en ’s morgens goedemorgen. Leonies urne staat bij ons in de living, ik kon me niet inbeelden dat ik elke dag naar een kerkhof zou moeten gaan. Toen Gaston thuiskwam na zijn geboorte, heb ik hem met de urne bij mij gelegd, om mijn twee kindjes even bij mij te hebben.”

GIRAF NADOEN

“We zijn aan het aftellen naar 8 juli. Je denkt voortdurend aan wat er precies is gebeurd een jaar geleden: toen gingen we de eerste keer naar het ziekenhuis. En toen was de laatste keer dat we dit of dat... Ik heb heel veel schrik voor de sterfdatum, ik voel het al heel de tijd. Ik denk dat ik heel die dag ga herbeleven. Twee weken na haar overlijden zou ze twee jaar ­geworden zijn. Ik herinner me nog dat ik vorig jaar dacht: o, ze gaat haar verjaardag in het ­ziekenhuis moeten vieren. Was het maar waar. Juli is echt een vreselijke maand.

“Leonie ging zo graag naar de dierentuin dat we hebben beslist dat we elke 8 juli naar een dierentuin zullen gaan. Dit jaar gaan we naar de Olmense zoo. Daar kun je giraffen ­aaien. Leonie kon heel grappig een giraf ­nadoen. Ze stak dan haar tong uit en ving de blaadjes van de boom. In de Zoo waren ze lang haar favoriet, maar de laatste maanden waren het de goudvissen.

“Een sterfdatum is niets om te vieren maar het is wel een dag om met Leonie bezig te zijn. Dat vind ik belangrijk, ook voor de familie. ­Ondertussen zet ik elke dag foto’s en filmpjes van haar op Instagram. Maar na 8 juli ga ik even stoppen, dan is het tijd voor wat mentale rust.

“Ik zat al langer op Instagram, maar na de dood van Leonie begon ik ook over rouw te schrijven. Ik deed het voor mezelf, maar steeds meer mensen begonnen me te volgen (inmiddels heeft Sofie ruim 10.000 volgers, red.) en ­zeiden me dat ik hen hielp in hun rouwproces omdat ik verwoordde wat zij niet gezegd ­kregen. Ik stel me daarmee kwetsbaar op, ­daarvan ben ik me bewust, maar ik wil dat mensen zien wat rauwe rouw is. Wie het nog niet meemaakte, weet dat niet.

“Negenennegentig procent van alle reacties zijn positief. Haar dood bracht ook mooie ­dingen en dat geeft steun. Mijn vriend Dietrich heeft een koffiebar. Toen Leonie net gestorven was, hielden andere barista’s die voor hem twee maanden open zodat we financieel de ruimte kregen om te rouwen. Er stonden rijen mensen aan te schuiven om een koffietje te drinken en ons zo te steunen.

“Kamiel De Bruyne, de man achter de ­Nationale Vereniging voor Nutteloze Borden, hing aan het ‘slotjesmonument’ aan het MAS een bordje voor Leonie. Ik heb daar uren met Leonie gespeeld, het is nu een plaats om Leonie te herdenken, een klein bedevaartsoord. Ik had het gevoel dat heel ­Antwerpen ons verhaal kende en met ons ­meeleefde.

“Ik kom uit de Kempen, op familiefeesten durven ze niet over Leonie te praten. Maar hier op straat spreken wildvreemden me soms aan en vragen hoe het met me gaat. Ik wíl ook over Leonie praten. Ze is mijn dochter, ik spreek haar naam graag uit, ik ben fier op haar. Misschien post ik daarom ook zo veel foto’s op Instagram: ik wil dat heel België ziet wat voor toffe dochter ik heb. Ik wil Leonie ook elke dag zien, dat doet me deugd. Of ik bang ben dat mensen haar gaan vergeten? Ja, dat ook. Dat vooral, eigenlijk. Daarom praat ik zo veel over haar.

‘Ik kom uit de Kempen, op familiefeesten durven ze niet over Leonie te praten. Maar hier spreken soms wildvreemden me aan. Ik wíl ook over haar praten.’ Beeld Aurélie Geurts
‘Ik kom uit de Kempen, op familiefeesten durven ze niet over Leonie te praten. Maar hier spreken soms wildvreemden me aan. Ik wíl ook over haar praten.’Beeld Aurélie Geurts

“Ik vertel graag dat ze zo’n tof kind was. Ik heb alleen maar vrolijke foto’s en filmpjes. Ze was lief, een echt buitenkindje dat heel graag naar de dierentuin ging. Een meisje dat veel kon zeggen voor haar leeftijd. Ik gaf nog ­borstvoeding. Na haar geboorte ben ik een jaar thuis geweest, we hadden een ongelooflijk ­sterke band.

“Ik ben nu ook al een jaar niet aan het werk omdat ik er bewust voor heb gekozen om de harde rouw te ervaren, om echt door die diepe ellende te gaan. Ik wil zo goed mogelijk ­rouwen. Ik had gehoopt dat het dan voorbij zou zijn ­tegen de geboorte van Gaston, maar dat kan ­natuurlijk niet.

“Ik heb heel veel geweend, heel hard geroepen. Als ik een slechte dag heb, huil ik echt heel hard en dan voel ik Leonie dicht bij mij. Daarna kan ik weer verder. Ik praat veel over haar, ik schrijf, Instagram heeft me ook heel erg geholpen. Ik doe het op mijn gemak, overhaast niets. Haar bedje stond nog op onze kamer, pas sinds twee weken is dat Gastons bedje. Ik doe het pas als ik voel dat het voor mij oké is, niet wanneer andere mensen vinden dat ik iets moet veranderen of wegdoen.

“Ja, ik moet soms wel vechten tegen de meningen van anderen. Mensen beseffen niet wat dat is, je kind verliezen. Ik moet het een plaats geven, zeggen ze. Iemand vroeg of ik nog ­verdrietig was, want ik heb nu toch Gaston? Of ook: je moet het verwerken. Dan zeg ik: afval moet je verwerken, een kindje niet. Mijn hele leven zal ik rouwen om Leonie. Ze zal altijd mijn dochter blijven en ik zal haar altijd graag blijven zien. Dat ik blij moet zijn dat ik zoveel filmpjes van haar heb, hoor ik soms. Ja, maar daarmee moet ik het wel mijn hele leven doen, hè. Ik heb ook zoveel vragen: wie zou Leonie geworden zijn? Ze zou ondertussen naar school gaan. Ik ben ook bang voor later: nu is Leonie nog maar een jaar dood, wat gaat dat zijn over tien jaar?

“Ik merk wel dat het nu rustiger is. Rouwen doe je in golven: je drijft in rustig kabbelend ­water tot er een grote golf komt die je helemaal overspoelt. Ik heb echt gevochten tegen het ­verdriet maar je kunt dat niet winnen. Je moet meegaan met die golf en onthouden dat het daarna weer beter is. Ik merk ook dat de dagen tussen die hele hoge tsunami’s steeds langer ­duren. Maar de eerste maanden dacht ik echt dat ik het niet zou overleven. Ik heb ook aan zelfmoord gedacht. Ik denk dat dat normaal is. Maar ik was zwanger en mijn mama zei: als jij zelfmoord pleegt, ben ook ik mijn dochter kwijt. Daar had ik zelfs niet bij stilgestaan.

“Maar ik ben niet meer de Sofie van vorig jaar. Ik was heel optimistisch en gelukkig, dat kan ik nu niet meer zeggen. Ik ben veel serieuzer, boos op iedereen en het leven. Ik heb minder contact met vrienden. Alsof ik meer op mezelf leef. Of beter: ik heb weinig contact met oude vrienden en maak nieuwe vrienden die ook een kindje verloren hebben. Die met één woord begrijpen wat ik bedoel.

“Het voelt alsof mijn hele identiteit weg is. Ik moet mezelf opnieuw uitvinden. Dat is heel moeilijk, want ik wil weer de vrolijke Sofie zijn en ik wil dat Gaston dezelfde moeke heeft als Leonie. Soms lukt dat wel: ik dacht dat ik nooit meer zou kunnen zingen voor mijn baby’tje, maar een week na zijn geboorte betrapte ik ­mezelf erop dat ik voor hem aan het zingen was. Ik wist ook niet of ik een ander kindje borstvoeding zou kunnen geven, maar je doet dat gewoon. Dat is je instinct als moeder.”

LAATSTE BEDJE

“Ik geloofde nooit in tekens of signalen van het universum, maar ik wil geloven dat er na de dood nog iets is en dat Leonie nog rond mij hangt. Ik moet dat geloven, anders overleef ik het niet. We hebben Leonie na haar dood één dag thuis opgebaard. In Nederland is dat ­normaal, wij hebben dat echt moeten eisen. Ze was hier thuis en toen begonnen de kopjes in de kast te rammelen, mijn lief hoorde het ook. Dat is toch raar? Ik hoop echt dat hierna nog iets is, dat ze me ziet en mij helpt.

‘Ik moest geen betere moeder worden. Ik heb alles gegeven voor ­Leonie, ik kan niet meer moederen dan dat ik voor haar heb gemoederd.’ Beeld Aurélie Geurts
‘Ik moest geen betere moeder worden. Ik heb alles gegeven voor ­Leonie, ik kan niet meer moederen dan dat ik voor haar heb gemoederd.’Beeld Aurélie Geurts

“Toen ze lag opgebaard bij de begrafenis­ondernemer, durfde ik haar niet te pakken. Pak ze maar, zei de vrouw die daar werkt. Ik ben ze nog heel de week gaan vasthouden, ik heb ze gewiegd, liedjes voor haar gezongen en heb haar kusjes gegeven. Dat heeft me geholpen om afscheid te nemen van haar lichaam: ik zag dat het tijd werd om haar weg te leggen. Ik heb haar zelf in haar kistje gelegd, met twee knuffeltjes. Mijn tante zei: dat is heel mooi. Je hebt haar als baby in haar eerste bedje gelegd, nu leg je haar ook in haar laatste bedje. Maar dat is het moeilijkste wat je als mama moet doen, je ­kindje achterlaten in een kistje en dan ­wegstappen, wetend dat je haar nooit meer zal zien. Dat is de hel.

“Haar afscheid was in de tuin van Lou’k up, een hoeve in Herentals waar ze aan rouwbegeleiding doen. Heel de week was het slecht weer, en die dag scheen de zon. Het was een hele mooie afscheidsviering. We hebben het veel te korte leventje van Leonie gevierd. We hebben liedjes gezongen, kindjes hebben rond haar kist ‘De wielen van de bus’ gezongen, dat hoorde Leonie zo graag. Begrafenissen zijn meestal nogal koel, maar die dag hebben we gelachen en gezongen, en er stond een groot scherm waarop we filmpjes en foto’s van Leonie getoond hebben. Dat heeft deugd gedaan.

“Ik ben expert geworden in iets waarin ik nooit expert wilde worden. Als ik dan toch iets positiefs uit deze situatie moet halen, is het misschien dat. Ik geef heel graag les, en misschien wil ik over een paar jaar toch iets met die rouw doen. Ik voel dat er een grote nood is bij ­mensen, want je leert nergens rouwen. Maar ik heb hier geen lessen uit geleerd. Ik word boos van dat idee: ik heb geen lessen te trekken uit het feit dat mijn dochter zou sterven. Ik moest geen betere moeder worden. Ik heb mezelf ook niets te verwijten: ik heb alles gegeven voor ­Leonie, ik kan niet meer moederen dan dat ik voor haar heb gemoederd.”

www.vzwleonie.be

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234