Woensdag 20/10/2021

'Dat gelul over voetbal, heerlijk toch'

'Ge-wéldig. Fan-tástisch." Sprekend is Jan Mulder (69) 'van de klemtoon', en het hele WK door is hij zo de spits van Sporza: geestig, flitsend, spitant, de snelle beweging. Dan scoren. 'De combinatie icoon-analyticus bevalt me goed.'

Linkerhand in de kostuumzak, hij rookt met rechts (telkens maar halve Philip Morris-sigaretten) en niemand in de schaduw van de Munt herkent Jan Mulder. "Ik herinner je er even aan dat ik een Anderlecht-icoon was", zegt hij later. "Maar zelfs in die periode herkende niemand me. Brussel kent Anderlecht niet. Alleen nu, als ik écht mijn best zou doen, zou ik er misschien wel eentje vinden."

Het is onmogelijk om na alle volgende uitspraken (lacht) toe te voegen. Of (zegt ironisch) en (grijnzend) of (met een glimlach): denk ze erbij en zo moeilijk is dat niet. Sinds de WK-programma's op Sporza begonnen, is Jan Mulder vaste gast en dus weten we hoe hij dat zegt en aanpakt. Eén voorbeeldje. Toen Karl Vannieuwkerke aan zijn gasten vroeg wie ze zouden willen zijn, Messi of Ronaldo, zei hij dit: "Angelina Jolie."

De herinnering doet hem zelf weer lachen. "Ja, lekker wijf."

Wanneer is het eigenlijk begonnen, met die praatshows? "Bij het WK in 1998 in Frankrijk was ik gast in het tv-programma Villa Barend & Van Dorp in Roquebrune en ik vond die sfeer al heerlijk. Een tent in Frankrijk, het cliché van de stokbroden op de brommer, en je kon dat lekker overbrengen in Appelscha. Voetbal is geëvolueerd tot een praatsport en in negen op de tien gevallen kijk ik zelf ook liever naar een voetbalpraatshow dan naar HSV-Bayern München. Dat gelul over voetbal, heerlijk toch."

De WAG wachtte

Het idee om na zo'n uitzending met hem mee te rijden van Brussel naar Nieuwolda, waar hij met Johanna woont, moest snel in de prullenmand. Eén keer, vorige zondag, reed hij wél even naar huis. "Omdat de kat eten moet hebben", had hij gezegd - een grapje - maar hij had wel genoten van die rit. "Ik ging 's nachts, ook omdat ik me dan gelukkiger voel in het tankstation. Die troosteloosheid. Broodje kaas en een chocomel, daar leef ik voor. En voor het meisje natuurlijk. De WAG wachtte."

"Toen ik nog bij Anderlecht speelde, vertrok ik soms op zaterdagavond na de match. Halfelf, de rit duurde toen nog zeven en een half uur en al van in de verte zag ik dan thuis het lampje branden. De gordijnen waren nog open. Het icoon naderde."

Daar in Nieuwolda, een dorpje in Groningen, niet zo ver van geboorteplek Bellingwolde en Winschoten, waar hij debuteerde, woont hij in het oude huis van Johanna's vader. Een strohandelaar. Na Brussel en Amsterdam, zijn Ajax-tijd, gingen zij er weer wonen. Zegt hij: "Het had niks met een terugkeer naar de roots te maken. Maar ik ben wel iemand van het koolzaad geworden, en van de tuin. Leuk knippen. Het is er goed om te schrijven ook, in mijn kamertje."

Raadselachtig

Vaak gaat dat schrijven over voetbal, nu zal dat in de Brusselse hotelkamer op iPad gebeuren. Een column voor Humo neemt een uur in beslag. Altijd voetbal. "Het is zo'n raadselachtig fenomeen, die hartstocht en dat talent voor een bal. Ooit tikte ik 'm tegen het muurtje en ik dacht: verrek, ik kan het.Als kind dacht ik er meteen de romantiek van het stadion bij en de aantrekkingskracht van het duel tussen twee dorpen. De béste willen zijn. En de bewondering van je moeder afdwingen, dat toch ook.

"Later was dat voor het meisje Johanna. Ik denk dat je het daarvoor doet: seks en privileges. Zoals schilders dat allicht ook doen. Het is een onverklaarbare hartstocht en ik heb het nooit losgelaten. Alleen toen ik moest stoppen door mijn knieblessures, heb ik die beslissing wel genomen als een man."

Wat heel mooi is aan Jan Mulder, is zijn talent voor bewondering. Oude sportgloriën vervallen wel eens in 'vroeger was het beter.' Hij niet. "Ik was een goeie speler, maar beelden van mezelf zien, is onverdraaglijk. Ik kan mezelf dan iets wijsmaken: minder camera's, zwart-wit, mistig op het veld van Sint-Truiden... Maar dat was het niet. Het was het tijdperk en het was niet om aan te zien.

"Gelukkig was ik in goed gezelschap. Laatst zag ik een documentaire over het WK van 1958. Pelé en Garrincha, maar god man: wat een gestuntel. En dat waren wereldsterren. Het WK van 1970, volgens Pelé was de Braziliaanse ploeg het beste elftal aller tijden. Op YouTube loopt er een filmpje van twintig minuten over. Onbedaarlijk geknoei was het. Voetbal is vandaag honderd keer sneller en zoveel beter.

"De eerste helft van België tegen Algerije en van Nederland tegen Spanje dan weer uitgezonderd. Zo traag. Maar als je denkt dat het niet meer slomer of trager kon dan dat, wel, kijk dan eens naar Pelé en Jan Mulder. Die waren nog trager.

"Maar afgelopen week irriteerde die traagheid me wel, omdat wij nog konden zeggen: we zijn opgegroeid met Brinta en pannenkoeken en we konden niet sneller. Dit was traag uit tactische overwegingen en om dat verschrikkelijke woord 'balbezit'. Afschuwelijk.

"Een studie van de universiteit van Freiburg over 25 jaar voetbal in de Bundesliga heeft aangetoond dat 60 procent van de wedstrijden gewonnen wordt door wie de bal niét bezitte. Als je de bal hebt, wordt het link. Behalve als je Iniesta of Messi in je ploeg hebt. Anders kun je hem beter niet hebben."

Leve de lol

Hij heeft het al vaker gezegd. Geluk is belangrijker dan tactiek. "Na de aftrap verandert een match een miljoen keer." Dat zelfs Louis van Gaal ("hij had het niet eens door") zei dat het niet te voorspellen was welk systeem rendabel is, vindt Mulder de spijker op de kop. "Tactiek is nonsens en het heeft een nadelig effect op het schouwspel."

Als speler had hij dat al door, zegt hij. "Bij Anderlecht hadden we tactische bespreking op het domein van Huizingen, na de middag, na het eten van een lekkere sole meunière. Nou, dat was lekker wegdoezelen en die tactiek voelde meer als een soort massage aan.

"Natuurlijk moest je tegen Milaan met Rivera en Dukla Praag met Puszkas wat meer aandacht aan die spelers geven. Maar je mag nooit vergeten dat het in een flits gebeurt. Van de week zag je die Memphis Depay (hij scoorde voor Oranje tegen Australië, RVP), toch een soort straatvoetballer, plots uithalen. Dat stond écht niet in het instructieboekje van Van Gaal, hoor. Het kwam uit de voeten van Depay. Leve de lol!"

Iets later zegt hij daar nog dit over: "Het ergste vind ik die grafiekjes waar ze langs de zijlijn mee staan. Dan mag Wesley Sneijder invallen, maar moet hij toch nog eerst een cursus voetbal krijgen van de derde assistent-trainer. Onvoorstelbaar. En Wesley knikt dan nog. Weet je het zeker, Wesley?"

FIFA belt Boskamp

Laat dat het genot niet bederven. Hij vindt het WK echt ge-wéldig. "Prachtig spel. Drama's. Zwitserland-Ecuador: de Ecuadorianen die in de 93ste minuut bijna scoren, dat lukt niet en de Zwitsers doen het dan wel in de 94ste minuut. Die keeper van Mexico. De kopbal van Van Persie. Italië-Engeland: weergaloos.

"Dát is voetbal. Niet dat geschaak en dat gewetenschap. Dat vind ik zo mooi. Ik heb de indruk dat de echte sterren zich niks van het systeem aantrekken. Behalve de Belgen en de Nederlanders in de eerste helft dan weer."

Hoe zou dat komen, dat het spel zo goed is? Heeft het met de plek te maken? Voetbal komt thuis in Brazilië? "Zou kunnen", zegt hij. "Rakitic (Kroatisch international, RVP), die speler van Sevilla, is verkocht aan Barcelona. Ik ken hem nog van bij Schalke 04. Ach man. Daar deed-ie niks. Maar ben je ooit in Gelsenkirchen geweest, de stad van Schalke? Dan weet je het wel. Die jongen is opengebloeid in Sevilla. Dat is logisch.

"Om elf uur 's avonds speelde ik in Spanje ook beter. En dus kan Brazilië wel de uitleg zijn. Het land van Garrincha en Ronaldinho, dat steekt je toch aan. Ik heb in het oude Maracanã ooit een match meegemaakt tussen Flamengo en Fluminense. 160.000 man en die explosies bij een doelpunt. Dat is wat."

Is een tent in de schaduw van de VRT dan wel een plek voor Jan Mulder? "Ik ben een columnist", zegt hij dan. "En je ziet op tv tien keer meer dan in een stadion. Ik heb er trouwens een hekel aan om met zes vignetten rond m'n nek rond te lopen om dan toch nog door zo'n onbenul van de FIFA de toegang tot iets te worden ontzegd.

"Weet je dat Johan Boskamp deze week thuis door iemand van de FIFA gebeld werd? Met de vraag om in de uitzending niet meer z'n polo van het merk JAKO te dragen. Echt waar. De FIFA is héle erge organisatie. Maar goed, dankzij mijnheer Blatter zit ik in nu wel in Brussel. Ik herleef! Anders zat ik naar het koolzaad te kijken."

Scherp

Het viel de hele week al op hoe scherp hij is en dat voelt hij zelf ook. "In Nederland sta ik bekend als een stuk chagrijn, maar dat ben ik niet. Ik bewonder als gek. Alleen is het malheur van het bewonderen dat men dat na een uur al vergeten is. Maar ik voel me wel gewaardeerd en de combinatie icoon-analyticus bevalt me goed."

Dat hij zelf ooit maar vijf keer het shirt van Oranje droeg, doet hem niks. "Ik was Belg en voor Nederland een beetje uit het zicht. Maar het ging me zelf ook om Anderlecht. Dat was genoeg. Ik was intens gelukkig in dat stadion, in de wijk, aan het Place de Linde.

"Al voor er interesse van Anderlecht was, bewonderde ik die ploeg. Paul Van Himst. 'De witte Pelé', schreef L'Equipe. Namen als Hanon en Jurion, die kom je in Nieuwolda niet tegen, hoor. In dezelfde seconde als ik het uitspreek, komt het voor mij nog altijd als onwaar over dat ik heb kunnen voetballen met Jef Jurion, Paul Van Himst, Laurent Verbiest. Het liefst zou ik me nog uit de geschiedenis wurmen, zo ongelooflijk is het."

Toch had hij nooit last van de herinnering. Of van het aankijken tegen het 'nooit-meer-voetballer-zijn'-gevoel. Jan Wauters zei ooit: "Het moet voor Eddy Merckx verschrikkelijk zijn om nooit meer de Eddy Merckx van toen te kunnen zijn."

Mulder: "Je kunt me natuurlijk niet vergelijken met Eddy Merckx. Hij was een wereldster en hij moet nu met een kwartje Eddy Merckx door. Ik had snel door dat ik de roem, die me zo lief was, moest vermoorden. Als ik in Anderlecht kom, dan is dat nog altijd mijn veld. Maar het is mijn publiek niet meer. Dat is een herinnering.

"Ik ga niet akkoord met de filosoof die ooit zei dat herinnering een dolk is die je in de rug aanvalt. Ik heb geen enkele pijn. Misschien kijk ik er wel met dierbare gevoelens naar terug, maar wat zijn die gevoelens? Inhoudsloos toch? Je gaat dat verfraaien, terwijl ik ze liever wil verpletteren. Daarom wilde ik niet in het voetbal zelf blijven. Je bent een ster en wat volgt is surrogaat.

"Zoals die Platini. Voorzitter van de UEFA zijn? Nog in geen honderdduizend jaar. Eigenlijk kun je er nog beter helemaal uit verdwijnen. Je moet ook niet in een talkshow gaan zitten. Dat is dan een kleine smet op mijn leven."

Talentloze onzin

Nadien kwam er een tweede leven. Als speler had hij ooit één stukje geschreven voor een krant, voor een match België-Nederland. "Talentloze onzin", zegt hij nu. "Een nooit te evenaren dichtbundel schrijven, zoals Oscar Wilde op zijn zeventiende deed, dat kon ik niet."

Later, toen de Nederlandse krant De Tijd een weekblad werd, schreef hij op hun verzoek twee columns. Eentje over Ajax en eentje over het bureau waaraan hij schreef. "Dat bureau had ik van Claude gekregen, de klerk van mijnheer Steppé van Anderlecht. Een prachtige tafel. Daardoor kon ik het verhaal van mijnheer Steppé schrijven. Ik was gek op hem. Hij had het mooiste handschrift dat ik kende, voor dat handschrift heb ik misschien wel voor Anderlecht getekend."

"Ik zit nu wel in taal. Ik vind het leuk een mooi woord te vinden. Op de middelbare school had ik een leuke leraar Nederlands. JTRC Koch, heette hij. Toevallig iemand die ook begreep dat ik voetballer wilde worden en dat ik dan met een open witte MG en een leuke meid wilde rondrijden. Maar hij bracht me wel de liefde voor de taal bij."

Voor het lezen ook: Lodewijk van Deyssel, Jan Hanlo, vandaag Arnon Grunberg en Herman Brusselmans. "Maar mijnheer Koch leerde ons net zo goed de sonetten van Shakespeare waarderen. Dat deed hij met een kwinkslag en dat scheelt zo'n stuk."

Ziet hij zelf, in de huidige generatie getatoeëerde voetballers, een toekomstige columnist? Mulder aarzelt. Zegt eerst dat, als hij nu zou spelen, geen tattoos zou hebben. "Inkt moet je niet in je lijf spuiten."

Met inkt schríjf je, zoals hij zijn vier kleinzonen de liefde voor papier meegeeft. Dan: "Het is onvoorspelbaar, maar Klaas-Jan Huntelaar vind ik wel een bijzonder figuur. Er gebeurt iets in zijn ogen. Laatst zat hij in het programma met Wilfried de Jong, die hem 24 uur volgde. Dat zie ik weinig andere topspelers doen. Voetballers zijn rechtse mensen die Het Laatste Nieuws of De Telegraaf lezen. Je hebt er weinig de Volkskrant-lezers bij. Ik deed dat wel. Al was het maar voor de mooie stukken van Godfried Bomans."

Dood is saai

Of hij met al die creativiteit, dat enthousiasme en zijn intelligentie geen spijt heeft niet meer te hebben gedaan buiten het voetbal, is een vraag? Je vindt al zoekend wel dat hij de Jan Modderman Lezing verzorgde, voor een Nederlandse goededoel-stichting. Opbrengst voor een project rond microkrediet. Verder niet veel.

"Oh, maar ik ben ambassadeur van vele dingen hoor. Van de plattelandsvrouwen in Groningen, van de stichting leergeld voor achtergestelde kinderen... Noem maar op. En wat me écht door merg en been gaat, is de terreur van de vluchtelingen en de manier hoe Nederland met die mensen omgaat. Hoe onze regering durft te zeggen dat er voor geen van die honderd overlevenden van een ramp in Lampedusa plaats is "omwille van de aanzuigende kracht" daarvan... Dat is toch beschamend?

"Ik was als vriend van een familie eens bij een rechtszaak. De drie kinderen waren allemaal hier geboren. Die rechter vroeg waar een van die jongens voetbalde. Oostwolde? Nou, mooi. Maar dan de valsheid achteraf van de uitspraak: omdat één regeltje in het wetboek strikt genomen overtreden was, werden die mensen uitgewezen. Afschuwelijk.

"Die angst voor andere huidskleuren krijg je er blijkbaar niet uitgeramd. Tenzij ze kunnen voetballen, ja, dan wel. Maar daarom zou ik nooit voor een club als Lazio Roma willen spelen. Knarsetandend staan ze wel zwarte spelers toe, maar het zijn pure racisten. Toen Aaron Winter er ging spelen, wist ik niet wat ik hoorde."

Helemaal terug naar het begin van dit gesprek. Onderweg naar Brussel waren we een Nederlandse vrachtwagen gepasseeerd van een transportfirma die TROOST heet. Hij kon wel onderweg zijn naar Spanje, was gezegd, naar die prachtige coach Del Bosque, die al na de eerste match tegen Oranje alle reservespelers over de haren aaide. "Een prachtige, klassieke voetbalvader", had Mulder gezegd. "Hij nam afscheid van zijn jongens. Goed studeren. Netjes tegen de anderen zijn."

Die Del Bosque is vijf jaar jonger dan Jan Mulder. Dat zou je niet zeggen, neen, maar de cijfers zijn er. Volgend jaar wordt Mulder zelf zeventig. "Wat een verschrikking toch, dat leven", zegt hij. "Je wordt geboren, daar heb je al niet voor gekozen en dan moet je nog dood ook. Maar je kent mijn slogan: fuck the system. Ik ga voor het eeuwige leven. Zag je die Mick Jagger op Pinkpop? Man, die kan toch nog twintig jaar door. Wel, ik begin nu pas. Mensen die zeggen dat het eeuwige leven verschrikkelijk is en dat dood bij het leven hoort? Nou zeg. Dood vind ik saai. Ik word zeventig en elke dag wordt wel iets nieuws uitgevonden. Celvernieuwing bijvoorbeeld. Mijn hoop is nog niet vervlogen hoor, misschien kan ik Anderlecht nog wel één keertje naar de top helpen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234