Donderdag 24/09/2020

InterviewThalia Verkade

‘Dat er elke dag kinderen sterven in het verkeer, is wel degelijk een keuze’

Mobiliteitsexpert Thalia Verkade (De Correspondent).Beeld Aurélie Geurts

Wie ’s ochtends de deur uitstapt, komt terecht in een wereld vol lijnen, stroken en vakken. Verkeerskundigen hebben die bedacht om ons zo snel mogelijk van A naar B te brengen. Maar het kan anders, stelt Thalia Verkade in Het recht van de snelste.

Elke ochtend fietst Thalia Verkade (40) met haar oudste zoon naar school, in Rotterdam. Iedere keer moeten ze daarbij een autoweg oversteken zonder zebrapad of stoplicht. “Dan staan we met trosjes ouders en kinderen te wachten tot er een gaatje valt, zoals in dat oude computerspelletje waar je als kikker de weg over moet springen”, vertelt ze. “Het is een van de vele keuzes in het verkeer waar ik me vroeger nooit vragen bij heb gesteld.”

Een aanklacht van de manier waarop onze publieke ruimte is ingedeeld, dat is het boek dat Verkade, correspondent mobiliteit en stadsleven bij De Correspondent, samen met ‘fietsprofessor’ Marco te Brömmelstroet (Universiteit van Amsterdam) schreef. Waarom moeten we bijvoorbeeld op een knopje drukken om de straat over te steken, terwijl er geen knop bestaat voor automobilisten? En waarom staan straten vol wagens, als die bijna altijd stilstaan?

Ooit was de straat een plek om bij elkaar te zijn, maar de voorbije decennia veranderde ze in een verkeersruimte. Een plek om zo snel en efficiënt mogelijk door te rijden. Door de bewuste keuzes achter dat schijnbaar automatische proces bloot te leggen, hoopt Verkade ons wakker te schudden. “Mensen stellen zich geen vragen bij dit systeem, ze zijn het zo gewend. Maar zodra je beseft dat de logica erachter niet vanzelfsprekend is, is dat een enorme bevrijding.”

Thalia Verkade: "Waarom zou op de plek van een parkeerplaats geen barbecue of moestuin mogen staan?"Beeld Aurélie Geurts

Welke logica bedoelt u?

Thalia Verkade: “Die van het doorstromingsdenken, waarbij de stad niet zozeer wordt gezien als een samenspel van mensen, maar als een verzameling wegen waarop mensen elkaar kruisen en zo min mogelijk ophouden.

“Je mag dat letterlijk nemen, want de eerste traffic engineers in de Verenigde Staten waren loodgietkundige ingenieurs. Ze hadden waterleidingen aangelegd en wisten hoe je dingen langs elkaar kon laten stromen, zonder dat de buizen verstopt raakten. Die logica pasten ze vanaf de jaren 20 toe op straten, als een soort afvoerpijpen waar het autoverkeer soepel en zonder botsingen doorheen kon stromen. Later is dat idee vanuit Amerika overgewaaid.

“Verkeerskundigen bepalen vandaag nog steeds waar er een zebrapad of stoplicht komt. Ze zijn vaak de enige beroepsgroep die mee rond de tafel zit wanneer er een nieuwe woonwijk wordt uitgetekend. Op basis van stroomdiagrammen berekenen ze dan hoeveel tijd een voetganger krijgt om over te steken, zonder dat het autoverkeer vastloopt.”

Zorgen dat alles vlot loopt, is dat zo verkeerd?

“Het punt is dat de verkeerskundige logica onze leefwereld overheerst. Het lijkt alsof de inrichting van onze straten gebaseerd is op neutrale, technische beslissingen. Terwijl het over fundamentele rechten gaat. Wie krijgt welk deel van de open ruimte? Dat is een morele en maatschappelijke vraag.

Vandaag geven we die rechten aan de snelsten en de zwaarsten, en dus vooral aan auto’s. Alles staat in het teken van snelheid en efficiëntie. Terwijl de straat ook gewoon een ruimte is om te slenteren of te spelen, om propere lucht in te ademen. Waarom zou op de plek van een parkeerplaats geen barbecue of moestuin mogen staan? Ik zeg niet dat dat moet, maar ik vind wel dat het bespreekbaar zou moeten zijn.

Als slavist legt u bloot hoe taal onze ideeën over mobiliteit beperkt, tot de Oosterweelverbinding toe.

“De metafoor van de bloedsomloop is fascinerend. Als het over files gaat, spreken we vaak over dichtslibbende aders en verkeersinfarcten. Alsof we doodgaan wanneer het verkeer niet constant blijft doorstromen. Terwijl verkeersongevallen wereldwijd net de belangrijkste doodsoorzaak zijn bij jongeren.

“De Oosterweelverbinding noemen sommigen een ontbrekende schakel, een bypass. Iets wat in het landschap moet worden ingepast. Terwijl je ook van een litteken of een verwonding van het landschap zou kunnen spreken. Er gaat natuur verloren, je scheurt gemeenschappen uiteen. 

“En er is de fietsostrade, een typisch Vlaams woord voor de fietssnelweg in Nederland of de Fahrradautobahn in Duitsland. Het impliceert dat de fietser enkel zo snel mogelijk ergens wil geraken. Als een soort auto op twee wielen. ‘Relaxroute’ had ook gekund, bijvoorbeeld.

“Woorden bepalen hoe we over mobiliteit denken, en sluiten onze gedachten af voor hoe het anders zou kunnen zijn. We staan daar amper bij stil. Zelfs linkse besturen spreken van ‘autoluwe’ zones, wat impliceert dat je iets afneemt. En fietsers zijn ‘kwetsbare weggebruikers’, terwijl ze enkel kwetsbaar zijn sinds we in auto’s zijn gaan rijden.”

Thalia Verkade: "De snelste krijgt nog steeds de meeste rechten. En waar ligt de limiet? Is het straks normaal om met het vliegtuig naar het werk te gaan?"Beeld Aurélie Geurts

In uw boek vergelijkt u de uitdijende autosnelwegen met een obese patiënt. Daar spreekt toch ook een zeker oordeel uit?

“Onderzoek toont aan dat extra baanvakken ook extra auto’s aantrekken, waardoor de files uiteindelijk weer terugkomen. Dat heeft alles te maken met de tijd die mensen acceptabel vinden voor een rit naar hun werk of familie. Die ligt min of meer vast. Als je de mens meer snelheid geeft, dan zal die de snelheid dus niet gebruiken om korter te reizen, maar net om langere afstanden af te leggen. De gemiddelde woon-werkafstand blijft toenemen. Een extra baanvak aanleggen kan je dus vergelijken met een persoon die te dik is, en die gewoon de riem een gaatje losser maakt om het probleem te bestrijden.”

Nieuwe technologie, zoals zelfrijdende auto’s en hyperloops, maken mensen tot ‘slaafse consumenten van snelheid’, schrijft u. Gelooft u niet in technologische vooruitgang?

“Drie jaar geleden was ik helemaal fan van Elon Musk, de man achter de elektrische auto’s van Tesla. Ik was ervan overtuigd dat ingenieurs ons de toekomst van de mobiliteit zouden aanreiken. Zelfrijdende auto’s, drones die pakketjes afleveren, raketten naar Mars... Tot ik begon in te zien dat die zogenaamde mobiliteitsrevolutie nog steeds een voortzetting lijkt van wat we al hebben: nog meer verplaatsingen, nog grotere afstanden. 

“De snelste krijgt nog steeds de meeste rechten. En waar ligt de limiet? Is het straks normaal om met het vliegtuig naar het werk te gaan? Gaan we naar Mars met Musk of Jeff Bezos?”

Misschien vinden mensen het wel fijn om steeds verder te gaan?

“Dat zou best kunnen. Kinderen vinden het ook heerlijk om steeds hoger te gaan op een schommel. Maar de vraag is: moet je dat faciliteren? We weten dat dit systeem mensen schaadt. Kijk naar de luchtverontreiniging, de schaarse ruimte, de vele verkeersdoden.”

‘Inherent moorddadig’, zo noemt u ons verkeerssysteem.

“Ik geloof oprecht dat niemand de bedoeling heeft om iemand anders dood te rijden, zelfs niet de hufters die met 120 kilometer per uur door een centrum scheuren. Toch rijden mensen elkaar dood. Mensen maken echt de verschrikkelijkste dingen mee in het verkeer.

“In april zijn er in Nederland vijf kindjes doodgereden in één week. Ik wil dat daar een politieke discussie over gevoerd wordt, en dat we niet alleen zeggen hoe jammer het is. Want dat er kinderen sterven in het verkeer, is wel degelijk een keuze die we maken. We doen mensen de kans op een ongeval aan, door de inrichting van straten volledig af te stemmen op een vlotte doorstroming.

“In België en Nederland vinden we het altijd raar dat Amerikanen de wapendracht als een recht beschouwen. Om de zoveel tijd is er wel een kleuter die zijn broertje doodschiet. Maar wat doen wij met onze publieke ruimte? Wij laten mensen ook gewoon sterven, alsof het een onoplosbaar probleem is. We leren onze kinderen dat ze zelf verantwoordelijk zijn om niet dood te gaan. ‘Goed kijken voor je oversteekt’, probeer ik mijn zoon van twee alvast in te peperen, terwijl hij er amper iets van begrijpt. Op straat knijp ik zijn handje bijna plat, omdat je weet dat het altijd kan misgaan.

“Mensen moeten beseffen: dit zijn politieke keuzes.”

Wat is het alternatief, allemaal op een zakdoek gaan wonen?

“Een lichter, trager en meer open vervoer. Waarbij de publieke ruimte gelijkwaardiger wordt verdeeld, en waarbij de stad een heel andere dynamiek krijgt. Geen plek voor verkeer, maar om te verkeren.”

Makkelijker gezegd dan gedaan. In Brussel kreeg minister Elke Van den Brandt (Groen) veel weerstand omdat ze enkele rijvakken in fietspaden durfde te veranderen.

“Het gaat niet vanzelf, dat klopt. Dat Nederland nu een gidsland is voor fietsers, hebben we bijvoorbeeld te danken aan de felle opstand tegen de auto in de jaren 70, met doodligacties en organisaties zoals ‘Stop de kindermoord’. Tot dan had Nederland een van de hoogste ongevallencijfers in Europa. Dankzij de acties kwamen er woonerven, waar mensen in auto’s voorrang moesten verlenen aan anderen. Zo zie je maar hoe politiek het allemaal is. Wie verandering wil, moet opboksen tegen de status quo.”

Niet alleen in Brussel, overal ter wereld krijgen fietsers plots extra ruimte vanwege het coronavirus. Is deze crisis een kantelpunt voor onze mobiliteit?

“Het systeem was gestold, maar is nu plots weer vloeibaar. De vraag is: gaan we het weer laten stollen in de oorspronkelijke vorm? Of gaan we van die vloeibaarheid gebruikmaken om het in een andere vorm te gieten?

“Recent onderzoek heeft aangetoond dat de overgrote meerderheid van de automobilisten hun reis naar het werk niet missen in deze coronaperiode, terwijl de meeste fietsers haar wel missen. In die zin zou de coronacrisis wel een kantelpunt kunnen zijn, al blijft het moeilijk om in te schatten hoeveel er van het thuiswerk en het fietsen zal blijven hangen als deze crisis voorbij is.

“Als je kijkt naar de eeuwenlange geschiedenis van steden, dan is de auto pas recentelijk opgedoken. Misschien kijken we over honderd jaar naar deze periode terug als een rare tijd, waarin we de auto overal lieten rondrijden. Het is dát, of de dystopie uit de Pixar-film Wall-E, waarbij mensen zo vergroeid zijn met hun technologie dat ze niet eens meer kunnen lopen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234