nieuws
OPINIE

Dat er een ecologische catastrofe op ons afkomt, is zeker; maar hoe we die aanwenden, is aan ons om te bepalen

Wat is de grote vraag van deze tijd? Filosofen uit België en Nederland denken en delen wat hen wakker houdt. Thomas Decreus doceert hedendaagse wijsbegeerte aan de KULeuven en is journalist voor dewereldmorgen.be. Hij is auteur van 'Een paradijs waait uit de storm. Over markt, democratie en verzet' (EPO, 2013).

1 © kos
Share

We mogen dan wel in een toestand van vrije val verkeren, het is nog steeds aan ons om te bepalen of we naar boven of naar onder vallen.

Het tweede en meest recent verschenen deel van het vijfde internationaal klimaatrapport van het IPCC stemt niet bepaald vrolijk. De effecten van klimaatverandering worden steeds duidelijker en de contouren van de gevolgen worden steeds zichtbaarder doorheen de waas van de toekomst. Een losse greep uit wat ons te wachten staat: overstromingen, droogtes, stormen, voedseltekorten, vluchtelingenstromen en conflicten. Rampen die vooral de zuiderse regionen van de aarde eerst zullen treffen, om dan verder noordwaarts te trekken.

Niet dat er niets gedaan wordt. We draaien lustig spaarlampen in, bedekken onze daken met zonnepanelen, zetten de verwarming een graadje lager of springen gauw eens op de fiets in plaats van weer die auto te nemen. Ja, er groeit een zeker bewustzijn. Maar eenieder die iets dieper nadenkt, beseft dat dit soort van gewetenssussende praktijken nooit zullen volstaan om planeet aarde een andere weg te laten inslaan. Met een filter hier of een isolatieplaat daar zullen we de wereld niet redden. Laten we die ballon doorprikken.

Het probleem ligt dieper en is veel fundamenteler. Vanuit welke hoek je het ook bekijkt, uiteindelijk blijft niets anders dan deze conclusie overeind: we hebben doorheen de eeuwen een levenswijze ontwikkeld die de draagkracht van de aarde overtreft. De globalisering van het westerse consumptiekapitalisme komt neer op een langzame ecologische zelfmoord. Die zelfmoord is zich reeds aan het voltrekken. We leven in de zone tussen sprong en landing: de schijnbare gewichtloosheid van de vrije val.

Dit moment van vallen interesseert me als filosoof. Misschien omdat het wel het meest existentiële moment is dat we als mensheid meemaken. Aloude vragen die we ooit beschouwden als deugdzaam tijdverdrijf voor wereldvreemde filosofen zijn nu actueler en aardser dan ooit. Zijn we in staat om onze manier van leven (radicaal) te veranderen? Of zijn we gewoontedieren, steeds een verleden meetorsend dat aan ons plakt als een schaduw? Is een revolutie mogelijk? Of zal de wereld ons veranderen vooraleer we onszelf veranderen?

De mens is een vraag die geen eenduidig antwoord duldt. Hierin ligt zowel de geboorte van de filosofie als van de (revolutionaire) creativiteit verscholen. Net omdat ieder antwoord op de vraag wie we zijn tijdelijk en weerlegbaar is, kunnen we ook steeds de hoop koesteren om te veranderen. Filosofen hebben sinds het prille begin die hoop op verandering gecultiveerd en uitgedragen. Van Plato tot Marx: het reikhalzend denken over een ideale staat of het heilzame einde van de geschiedenis heeft ons steeds achtervolgd. Belangrijker nog: dat denken heeft ook steeds geïnspireerd tot daden. Tot daad-werkelijke verandering.

Filosofie zal de wereld niet redden. Maar ze kan ons wel die eerste duw geven om de wereld te gaan redden. Misschien hebben we daarom meer dan ooit filosofie nodig. En dan bedoel ik niet zozeer de academische variant die je in A1-tijdschriften aantreft, maar de filosofie die leeft in de dialoog tussen denkende mensen. Filosofie als de praktijk van het creatieve denken én handelen. Een praktijk die door toegenomen scholing, razendsnelle informatiestromen en tot voor kort ondenkbare communicatiemiddelen steeds massaler kan beoefend worden.

We mogen dan wel in een toestand van vrije val verkeren, het is nog steeds aan ons om te bepalen of we naar boven of naar onder vallen, of we afstevenen op een einde of op een begin. Dat er een ecologische catastrofe op ons afkomt, is zeker. Maar hoe we die catastrofe zullen aanwenden, is aan ons om te bepalen. Of we te redden vallen hangt af van de reddingssloepen die we zelf (moeten) bouwen. Het ruwe ontwerp voor sommige van die sloepen is reeds geschetst: we zullen naar een ander economisch en politiek systeem moeten gaan waarin de focus verschuift van welvaart naar welzijn, van economie naar ecologie, van egoïsme naar rechtvaardigheid, van autoritarisme naar democratie, van uniformiteit naar diversiteit.

Natuurlijk zal dit niet met een vingerknip gebeuren. Onszelf redden en heruitvinden zal niet gebeuren door middel van blauwdrukken bedacht in studeerkamers. Er zijn geen eenvoudige oplossingen. Het werk is altijd onaf en onvoldoende. Maar laat ons niettemin afstappen van een filosofische nederigheid die misschien kenmerkend was voor de laatste decennia. Het komt er opnieuw op aan om de wereld te veranderen. En wel dringend. Want het is de enige manier waarop de mens zichzelf kan heruitvinden.

Grote Vragen is een achtdelige reeks naar aanleiding van de maand van de filosofie. Morgen: Gert Goeminne

nieuws

cult

zine