Donderdag 03/12/2020

InterviewWalter en Martin Van Steenbrugge

‘Dat doorgedreven rechtvaardigheidsgevoel hebben we van thuis uit meegekregen’

Beeld © Stefaan Temmerman

De een maakte jarenlang jacht op criminelen, de ander verdedigt ze. Toch stonden Martin en Walter Van Steenbrugge nooit lijnrecht tegenover elkaar. Maar: ‘Had Martin buiten de lijntjes gekleurd als politieman dan was ik niet meer bij hem op de koffie gekomen.’ Gesprek met twee broers, verbonden door een doorgedreven rechtsvaardigheidsgevoel en liefde voor het voetbal.

Er is een enorme tak afgebroken van de majestueuze kastanjeboom tegenover het kantoor van de broers Van Steenbrugge in Mariakerke. In het oude kasteelgebouw met de lange oprijlaan huist zowel advocaat Walter Van Steenbrugge (1964) met zijn entourage als zijn broer Martin (1958), sinds dit jaar actief als begeleider van topsporters.

De kastanje in het park staat er al zo lang dat zijn wortels ver onder de oprijlaan doorgroeien. “Het zijn de auto’s die de boomwortels verzwakken”, legt Walter uit. De boom ziet er hoe dan ook nog altijd patent uit. “Hij is zeker 120 jaar oud”, zegt Martin. “Meer”, weerlegt Walter. “Ik geloof 180 jaar.” Waarop ik een lading verse kastanjes in mijn handtas gedeponeerd krijg en we naar binnen gaan.

Aanleiding voor het gesprek met de broers is het boek Most Wanted van Martin Van Steenbrugge waarin hij terugblikt op een tumultueuze carrière als commissaris van FAST-team, het Fugitive Active Service Team van de federale politie dat voortvluchtige criminelen opspoort. Eind vorig jaar besloot Martin er na twintig jaar dan toch mee te stoppen en zijn loopbaan over een totaal andere boeg te gooien.

Martin: “Ik heb er geen problemen mee gehad om die periode af te sluiten, ik voel geen nostalgie. Maar ik kijk er met veel plezier op terug en ik heb nog altijd contact met mijn voormalige collega’s. Natuurlijk kriebelt het nog wel eens, ik leef niet meer aan dezelfde snelheid van toen. Ik moet ’s nachts niet meer opstaan voor een operatie, of wakker blijven als mijn collega’s erop uit moesten om te wachten op hun telefoontje dat alles goed is verlopen. Mijn slaapritme is nog altijd verstoord. Er is minder actie in mijn leven nu, maar op een zekere leeftijd moet je kunnen zeggen dat het genoeg is geweest, dat anderen je plaats in kunnen nemen.”

Uw broer weet daarentegen van geen ophouden. Om 7 uur beginnen en dagen maken van 17 uur is een moordend tempo.

Walter: “Dat is niet alle dagen zo. Maar lange werkdagen zijn nu eenmaal eigen aan de advocatuur. Ik zei vroeger altijd tegen mijn vrouw dat het ooit wel beter zou worden, maar de waarheid is dat het werktempo steeds hoger ligt. Dat heeft vooral te maken met een verantwoordelijkheidsgevoel. We hadden het net over nachtrust. Als ik het gevoel heb dat ik niet alles uit een zaak heb kunnen halen voor een cliënt dan word ik snel na de eerste slaap wakker en begin te piekeren. Om dat te vermijden, en ook uit plichtsbesef naar de cliënt, probeer ik dat te vermijden. Ik werk tegenwoordig niet alleen langer, maar ook veel intenser. Je kunt het vergelijken met pure topsport. Om het vol te houden moet ik opletten hoe ik leef. Door de week eet ik ’s avonds lichte maaltijden en drink ik geen alcohol. Je moet er veel voor over hebben.”

Martin: “Ik voorspel al twintig jaar dat Walter een burn-out krijgt. Maar die komt maar niet.”

Is die gedrevenheid een familietrek?

Walter: “We hebben het inderdaad van thuis uit meegekregen. Niets komt voor niets; als je echt iets wil, moet je er iets voor doen. Mijn vader is krijgsgevangene geweest in de Tweede Wereldoorlog. Ook dat speelt mee, merk ik. Het machtsmisbruik waarmee hij te maken kreeg, heeft mij voor een deel gevormd. In die zin dat ik er tegen vecht. Als ik iéts geleerd heb uit mijn lange loopbaan aan de balie, is het wel dat machtsmisbruik een verschrikkelijk gegeven is. De machtspositie van de overheid en het politieapparaat in Vlaanderen is zeer groot en de rechtzoekende, maar ook de publieke opinie, wordt daar te veel door gedomineerd. Als de politie iets zegt, gaan we er al bijna vanzelf van uit dat het waar is. Ga daar maar eens tegen in. Door de jaren heen zie ik die kloof tussen overheid en burger alleen maar groter worden en het machtsmisbruik groeien.”

Martin: “Ik kom van de politie, maar ik heb er eigenlijk nooit problemen mee gehad om rechtuit over de waarheid te communiceren. Inmiddels is het al lang geleden, ik ben er in 1995 uitgestapt om undercoverwerk te gaan doen. Voortvluchtige criminelen oppakken die al veroordeeld zijn, is makkelijk vergeleken met het werk van Walter. We hebben een bevel tot gevangenneming van een bepaalde persoon en dat is het. Spoor hem op en breng hem naar de gevangenis. Dat is leuk werk.”

Duivelskoppel

Martin onderschepte als baas van het FAST-team honderden voortvluchtige veroordeelde criminelen. Moordenaars, verkrachters, maffiabazen, gangsters en drugsbaronnen. ‘Soms vond hij ze in een duivenlokaal of onder de matras van hun minnares’ lezen we op de achterflap van het boek. ‘Vaker leidde de speurtocht naar verre landen waar criminelen zich ten onrechte veilig waanden.’ Als politieman word je dan geconfronteerd met de uitleveringswetten van een land en met allerlei juridische bezwaren. Een van de grote frustraties van Martin was het ‘duivelskoppel’ Lacote-Van Acker. Hilde Van Acker en Jean-Claude Lacote waren al 23 jaar op de vlucht nadat ze de Britse zakenman Marcus Mitchell vermoordden in 1996. Eind vorig jaar werden de twee uiteindelijk gerepatrieerd vanuit Abidjan, Ivoorkust. Het duo stond op de Most Wanted-lijst waar de 20 meest gezochte criminelen op prijken. Een vangst waar ze jaren op hadden gewacht, laat Martin optekenen.

Zijn meest memorabele arrestatie was die van Mohamed Benabdelhak in 2014, destijds de meest gezochte drugscrimineel van Frankrijk.

Martin: “Van de Franse politie wisten we dat hij een paar dagen in Brussel was geweest. De arrestatie was bijzonder, omdat we een klassieke politiemethode gebruikten; we gingen rond met zijn foto bij hotels en vastgoedkantoren. Dat doet niemand bijna nog, maar het werkte wel degelijk. Op de laatste dag vertelde de manager van een immobiliënkantoor dat ze Benabdelhak herkende. Meer nog, ze had over een uur een afspraak met hem om een appartement te bekijken. Vanaf toen ging het heel snel, we hadden hem dezelfde avond nog.”

Infiltreren vind ik nog altijd de gemakkelijkste job die ik in mijn leven heb uitgeoefend, schrijft u. Hoe houd je een verzonnen bestaan vol?

Martin: “Je moet als undercover eigenlijk maar één kwaliteit bezitten: kalm zijn. Die kwaliteit heb ik, ik raak nooit in paniek, ik red me altijd uit moeilijke situaties. Daarbij had ik een goeie coverstory, ik mocht gewoon mezelf zijn.”

Maar u bént u niet uzelf. Het klinkt alsof je bijna in je eigen personage moet geloven.

Martin: “Mijn coverstory was dat ik in Polen woonde waar ik een bedrijf had dat zich bezighield met de afbraak van woningen. (Hij werkte onder de naam Martin Bloemperk aan een zaak tegen kunstzwendel, JdR) Dat was allemaal waar: ik zat daadwerkelijk in Polen en brak oude houten huizen af. In die zin kon er niets mislopen. Je moet natuurlijk zorgen dat alles klopt; je identiteit, je werk. Als iemand naar mijn firma belde, nam de secretaresse op. Alles bestond echt. Je hebt als undercover ook totale vrijheid. Want je komt vijf jaar lang niet op een politiebureau. Omdat het risico te groot is dat je net gezien wordt door de een of ander. Je hebt een woning, een sociaal leven, alles erop en eraan. Maar je moet kalm blijven, anders hou je het niet vol.”

U bent ook eens voor een operatie op een crimineel afgestapt die u voor uw broer aanzag. Hoe heeft u zich daaruit gered?

Martin: “We leken in die periode blijkbaar zo goed op elkaar dat er wel vaker verwarring was. Die keer was het nogal pijnlijk. Het was in Gent, achter het station. Ik was undercover en wilde mezelf voorstellen toen de man begon te lachen en vroeg ik of met de Saab was gekomen. Dat was de auto waar Walter mee reed. Ik heb gezegd dat hij zich vergiste maar de boel was natuurlijk om zeep.”

Beeld © Stefaan Temmerman

De een pakt criminelen op, de ander verdedigt ze. Wat zegt dat over uw karakters?

Walter: “Ik zie daar geen contrast in, integendeel. Het is eerder toeval dat Martin aan de ene kant terecht kwam en ik aan de andere. We hebben er zelf nooit problemen mee gehad, hebben nooit over onze job gesproken. Omdat we voelden dat er miserie van zou kunnen komen. Het had onze broederrelatie wel in het gedrag gebracht als Martin niet op een humane manier was omgegaan met de mensen die hij moest oppakken. Maar als ik al eens iets over hem opving, dan was het dat hij op menswaardige manier met zijn arrestanten omging. Voor mij was dat heel belangrijk. Had Martin buiten de lijntjes gekleurd als politieman dan was ik niet meer bij hem op de koffie gekomen, dat meen ik echt.”

Martin: “Ik denk dat we allebei een doorgedreven rechtvaardigheidsgevoel van thuis uit hebben meegekregen. Het zit in onze genen, we moeten er geen inspanning voor doen.”

Walter: “Ik herinner me van mijn vader dat hij tijdens de oorlog lid was van de verzetsgroep de Witte Brigade. Hij reed met zijn fietsje van Eine (bij Oudenaarde, JdR) naar de Panne om de morsetekens door te geven aan de geallieerden toen hij onderweg van zijn fiets werd getrokken door de Duitsers en krijgsgevangen werd genomen. Zijn dorpsgenoten hadden hem verraden om zodoende meer eten te krijgen van de Duitsers. Een pure collaboratie die hem bijna de dood in heeft gejaagd. Als hij over dat machtsmisbruik vertelde en ik er als kleine jongen onder de tafel naar zat te luisteren, kwam dat stevig binnen, dat weet ik nog heel goed. Mijn vader was nog jong toen hij gevangen werd genomen, een twintiger. Ik zei het al, dat machtsmisbruik heeft me voor een deel gevormd. Daarom ben ik defense lawyer geworden, ik wil weten hoe het is om in de positie van de verdrukte te zitten. Dat zit meer in mijn natuur dan de kant van het slachtoffer te kiezen.”

Toch heeft de verwantschap ook problemen opgeleverd op professioneel vlak. In het boek gaat het over insinuaties dat u elkaar geholpen zou hebben aan informatie.

Walter: “Ik herinner me maar één voorval, toen Martin hoofd zou worden van de undercovers. Maar dat ging niet door omdat iemand het tegenhield. Later kwam uit dat Martin de promotie niet kreeg omdat ik zijn broer was. Want dat zou ‘lastig’ zijn, werd gezegd.”

Martin: “Ik heb eens meegemaakt dat ik bepaalde informatie over een informant niet kreeg. Omdat ik het op vraag van mijn broer deed, klonk het. Totaal uit de lucht gegrepen, maar het verhaal ging een eigen leven leiden. Waardoor ik uiteindelijk gestopt ben als informantenbeheerder. En zo zijn er nog voorvallen.”

Walter: “Het heeft nooit spanningen tussen ons opgeleverd. Want we stonden recht in onze schoenen, we hadden niets te verbergen, hebben ook nooit in elkaars vaarwater gezeten. Behalve die keer van die man van de Saab en een voortvluchtige crimineel in Thailand die mij voor Martin aanzag. Maar dat liep goed af want hij nam me aan als advocaat, onder andere omdat hij door Martin eerlijk behandeld was geweest.”

U krijgt beiden voortdurend met de slechte kant van de mens te maken. Word je daar op den duur niet cynisch en verbitterd van?

Walter: “Ik vind juist dat je er als mens alleen maar rijker van wordt als je met de rouwranden van de maatschappij wordt geconfronteerd. Ik denk dat het me in een gesprek met familie of vrienden waardevoller maakt dan voordien.”

Martin: “Ik heb totaal geen last van cynisme of verbittering. In mijn job moest je niet te mild zijn. Zware criminelen horen achter de tralies, zo is het nu eenmaal. Of dat voor iedereen even heilzaam is, is een andere vraag. Maar voorlopig is er geen andere oplossing.”

Tegenwoordig bent u actief als voetbalbegeleider, in het kantoor van uw broer. Is voetbal een broederlijke passie?

Walter: “We werken er niet in samen. Martin heeft zijn eigen sportagentschap, samen met een ex-Rode Duivel en een andere jongeman. Hij huurt hier lokalen, dit is zijn basisplek. Het is de bedoeling dat ze de wereld rond de voetbalbegeleiding transparanter maken want daar ontbrak het de laatste jaren nogal aan. Naast strafrechtadvocaat zit ik ook in het sportrecht. Daarin werken we wel samen.”

Martin: “We begeleiden jonge sporters op alle mogelijke vlakken. Mentaal, fysiek, juridisch. Ik doe dat echt vanwege een passie voor het voetbal. Die passie kent mijn broer ook, we zijn beiden gepokt en gemazeld in het voetbal.”

Walter: “Sport is ons met de moedermelk langs beide borsten meegegeven. Van kindsbeen zijn we altijd met sport en voetbal bezig geweest. We sporten trouwens nog altijd samen, gaan samen naar het voetbal. Daar zit een groot deel van de broederliefde, op vlak van sport staan we dicht bij elkaar.”

Most Wanted, uitgeverij Lannoo, 208 blz, 19,99 euro

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234