Woensdag 18/05/2022

'Dat baby'tje gaat heus geen aanslagen plegen'

Met de Belgische IS-strijders wil de regering niet onderhandelen over een terugkeer, maar wat met de kinderen? Daarover beslist de regering vandaag. 'We zijn onze kinderen al kwijt, en dan onze kleinkinderen ook?'

"Ik heb vannacht weer gedroomd dat hij was teruggekeerd", zegt Fatima Ezzarhouni en ze veert recht uit de zetel. "Ik ben opgestaan, maar hij was er niet. Dat is verschrikkelijk."

Ezzarhouni's oudste zoon vertrok twee dagen na zijn 18de verjaardag. Hij was een van de eerste vertrekkers, in de zomer van 2013. In een brief schreef hij dat hij ging strijden tegen Assad, want de wereld had de Syrische bevolking in de steek gelaten. Gaandeweg sloot hij zich aan bij de organisatie Islamitische Staat en nam hij een nieuwe naam aan.

En toen kreeg Ezzarhouni telefoon. "Hij had goed nieuws, zei hij." Hij vertelde haar dat hij ging trouwen met een meisje dat uit Nederland was afgereisd. Ze moest blij zijn, maar was diep ongelukkig.

"Omdat er wéér eentje vertrokken was", zegt Ezzarhouni. "Bovendien, als je zoon trouwt, wil je als moeder toch op het huwelijk zijn? Je wil een feest geven, maar je zoon trouwt in een oorlogsland. Telkens als hij iets zei, was ik ongelukkig en dat begreep hij niet. Maar doordat hij ginder zat, was er niets dat mij gelukkig kon maken."

Al twee jaar geen contact

Al twee jaar heeft Ezzarhouni geen rechtstreeks contact meer met haar zoon. Alle informatie verneemt ze via via. Dat hij zwaargewond is geraakt bijvoorbeeld en nog altijd verzorging nodig heeft in een ziekenhuis. Onlangs vernam ze dat hij zes maanden geleden vader is geworden.

"Was dat baby'tje maar hier, dan konden we het vasthouden", zeiden haar twee andere kinderen. "Wat moet je daar als moeder op antwoorden?", vraagt Fatima Ezzarhouni zich af. "Zij zijn gelukkig met dat kindje en ik zie enkel de oorlog. Het is al moeilijk dat je zoon daar zit, je schoondochter en nu nog eens een kleinkind. Ik heb veel geweend."

De regering nam deze week voor het eerst duidelijk stelling tegen het helpen van IS-leden bij hun terugkeer zodat ze hier voor het gerecht kunnen komen. Maar voor de minderjarigen zou een regeling in de maak zijn, waar de ministerraad zich vandaag over buigt.

"We zijn onze kinderen al kwijt, en dan onze kleinkinderen ook?", vraagt Ezzarhouni.

Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) wil de Belgische IS-kinderen terugbrengen. "Dat zijn 'onze' kinderen, ze vallen onder onze verantwoordelijkheid", zegt hij in een interview dat morgen verschijnt in deze krant. Hij benadrukt wel dat er een duidelijke aanpak moet komen. "Er zitten bij die kinderen verschillende profielen. Je hebt kinderen die ginds geboren zijn, je hebt er die met hun ouders meetrokken, en je hebt pubers die zelf ten strijde trokken. Voor elke categorie moeten we met andere oplossingen komen."

Mogelijke categorieën zijn op basis van geboorteplaats en leeftijd. Concreet zal Geens voorstellen om te werken met een categorie jonger dan 10 jaar, tussen 10 en 14 jaar, 14 en 16 jaar en 16 tot 18 jaar. Ezzarhouni en andere grootmoeders en -vaders hopen op een menselijke oplossing.

'Mijn vlees en bloed'

"Ook ik ben bang voor aanslagen, maar dat baby'tje gaat geen aanslagen plegen", zegt Ezzarhouni. "Toen mijn zoon vertrok, vertrok er een stuk van mezelf. Bij mijn schoondochter gebeurde dat voor een tweede keer, en bij het kleinkind een derde. Terwijl ik dat kind nooit gezien heb, zelfs niet op foto. Ik kan me enkel inbeelden of het op mij lijkt. Of op de papa of de mama? Of op de dochter en zoon die ik hier nog heb?"

De regering denkt ook aan een regeling waarbij ze enkel iets voor de kinderen doet als er een expliciete vraag komt, die niet vertrekt van bij de vader of moeder bij IS. Ezzarhouni overweegt zo'n vraag, zelfs als dat zou betekenen dat haar kleinkind dan zonder ouders komt te zitten.

"Die kinderen moeten daar zo snel mogelijk weg, die kunnen nog geholpen worden. Ik denk aan al die families die hun kinderen terug willen. Het is toch onmenselijk om hen daar te laten sterven."

Ezzarhouni vergelijkt het zelf met de kinderen van de collaboratie. Ook zij hebben geen verantwoording af te leggen voor de daden van hun ouders. Voor haar zoon is ze voorzichtiger.

"Het blijft mijn vlees en bloed, maar tegelijkertijd herken ik mijn kind niet meer. Als hij toch nog terug geraakt, moet hij verhoord worden, want ik wil niemand in gevaar brengen. Maar hij heeft zijn zoon niet naar zijn IS-naam genoemd, wel naar zijn jongere broer. Hij heeft hem genoemd naar zijn jongere broer. Dat wil zeggen dat hij nog aan ons denkt, nog van ons houdt en misschien wel veranderd is."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234