Maandag 28/11/2022

Daron Acemoğlu: Turkse economie staat niet voor meer democratie

Het Westerse optimisme over de Turkse democratie was de voorbije jaren algemeen. Het economische succes van Erdogans AKP had daar alles mee te maken.

Die optimisten, en zelfs zij die de gebreken van de Turkse democratie zien, zijn doorgaans aanhangers van de beroemde moderniseringstheorie van politocoloog Seymour Martin Lipset - de idee, namelijk dat de democratie automatisch toeneemt naarmate een land welvarender wordt. Turkije groeit al elf jaar snel en gestaag, stelt de theorie, en dus hebben we misschien alleen een beetje geduld nodig. Volgens die logica zal het economische succes van Erdogan onvermijdelijk een einde maken aan zijn autoritaire regeerstijl.

Maar de moderniseringstheorie is weinig succesvol gebleken om de opkomst van de democratie in de wereld te verklaren. Mijn onderzoek, samen met Simon Johnson, James A. Robinson en Pierre Yared, heeft aangetoond dat landen die sneller gegroeid zijn niet meer geneigd zijn om democratisch te worden of om de al bestaande democratische instituten te behouden. In de paar gevallen waar democratie volgde op snelle groei, zoals Zuid-Korea en Taiwan, gebeurde dat niet automatisch maar via een heftig politiek proces - en een veel gewelddadiger reeks confrontaties tussen het leger en demonstranten, vakbonden en studenten.

En de theorie is weinig relevant voor het huidige protest in Turkije. Zelfs voor de brutale onderdrukking van de demonstraties was het geloof dat Turkije op weg was naar een volwassen democratie - een rolmodel voor de rest van het Midden-Oosten - al onhoudbaar geworden. Naarmate de AKP haar macht consolideerde, werden afwijkende meningen alsmaar minder getolereerd. Gerechtelijke instituten verloren de beperkte onafhankelijkheid die ze hadden en mensen die kritisch waren voor de regering, gaande van voormalige topmilitairen tot journalisten, belandden in de gevangenis - meestal zonder eerlijk proces.

De pijlers van de democratie waren de voorbije weken nergens te bekennen. Er klonk nauwelijks kritiek op de premier in zijn eigen partij (een milde terechtwijzing van president Abdullah Gül niet te na gesproken). De grootste oppositiepartij, die opgericht werd door de stichter van de Turkse republiek, Mustafa Kemal Atatürk, lijkt stil te staan in de tijd en houdt zich alleen bezig met de verdediging van de nationalistische, seculiere ideologie van de Turkse staat.

De Turkse media lijken nog altijd een toonbeeld van onderdanigheid, in die mate dat ze amper aandacht hadden voor de manier waarop kleinschalig protest tegen een nieuw winkelcentrum in een van de weinige overgebleven parken in Istanbul uitgroeide tot een spontane massademonstratie tegen de autoritaire regeerstijl van Erdogan. Terwijl CNN International live verslag uitbracht van op het Taksimplein, zond de lokale zender, CNN Turk een reportage over pinguïns uit.

Witte en zwarte Turken

Hoe dan ook: wat begon als vreedzaam protest door een paar honderd demonstranten op het Taksimplein zou de Turkse democratie wel eens voor jaren kunnen bepalen - om twee redenen.

Ten eerste grijpt de democratie niet plaats in het stemlokaal, zeker niet als de keuze in het stemhokje zo onaantrekkelijk is als in Turkije. De Britse democratie werd volwassen in de negentiende eeuw, gedeeltelijk als gevolg van straatprotest, dat niet alleen leidde tot de emancipatie van mensen die voorheen niet aan bod kwamen, maar ook tot de oprichting van de Labour Party, die de kiezer nieuwe opties bood. Grote drommen mensen die de straat op gaan in tal van Turkse steden en zelfs hardhandig optreden van de politie trotseren, zouden wel eens het moment kunnen markeren waarop de Turkse democratie volwassen wordt.

Ten tweede bestaat er een reële kans dat dit protest, en de politieke bewegingen die het kan voortbrengen, de diepgewortelde maar gedateerde politieke breuklijnen kan overstijgen, breuklijnen die Recep Tayyip Erdogan kernachtig samenvatte in 1998, toen hij zei: "In dit land is er een opdeling tussen Zwarte Turken en Witte Turken. Jullie broeder Tayyip behoort bij de Zwarte Turken."

In Turkije hebben die termen niets te maken met huidskleur. 'Witte Turken' zijn de goed opgeleide, welgestelde seculiere elites die zichzelf beschouwen als verdedigers van het gedachtegoed van Atatürk. Ze worden vaak geassocieerd met overheidsbureaucratie, het leger en het zakenleven in de grote Turkse steden. 'Zwarte Turken' zijn degenen op wie de Witte Turken neerkijken omdat ze slecht opgeleid, van een lagere klasse en overdreven vroom zijn. De elites zijn geneigd hen te beschouwen als boeren of als mensen die er niet in slagen hun boerenafkomst van zich af te schudden.

Ook al gebruikte het Turkse leger religie soms als een wapen in de strijd tegen politiek links, vooral na de militaire coup van 1980, toch kwam de grootste uitdaging voor de heerschappij van de seculiere elite in de jaren negentig van religieuze conservatieve partijen, die ongegeneerd de Zwarte Turken vertegenwoordigden.

In 1997 bracht het leger een regering geleid door de Welvaartspartij, de voorganger van de AKP, ten val, en liet het de partij vervolgens verbieden door het grondwettelijk hof. Iets vergelijkbaars gebeurde in 2007, toen opnieuw het grondwettelijk hof op instigatie van het leger dreigde met een ontmanteling van de AKP omdat haar religieuze agenda in strijd was met de Turkse grondwet.

Vooral onrustwekkend voor de seculiere elite was dat de vrouw van de nieuwe president, Abdullah Gül, een hoofddoek droeg, die volgens de grondwet niet gedragen mag worden in publieke ruimten.

Die breuklijnen bepalen sinds 1997 de Turkse politiek. Het leger faalde en de AKP overleefde. Turkije is democratischer geworden in de zin dat mensen die vroeger niet aan bod kwamen geëmancipeerd werden. Maar het heeft weinig stappen gezet richting liberale democratie. Integendeel, de Turkse samenleving is meer gepolariseerd tussen aanhangers van de seculiere orthodoxie en de AKP, die onder leiding van Erdogan haar nieuwverworven macht gebruikte om alsmaar autoritairder wraak te nemen op het leger, de seculiere elites en andere kritische stemmen.

Geest is uit de fles

Het protest van de voorbije weken gaat de regering niet omverwerpen of Erdogan tot inkeer brengen. Het belang ligt in de symboliek. Plots is er een diverse groep van mensen die de straat op gaan om niet zozeer toegiften te eisen maar een stem in de Turkse politiek. De demonstranten zijn geen hevige aanhangers van de oppositie die de klok willen terugdraaien naar de seculiere orthodoxie van weleer, maar jonge stedelingen die gefrustreerd zijn door het alsmaar meer eigengereide machtsmonopolie van de AKP.

Als verkiezingen de mogelijkheid niet bieden, zal directe actie de democratie vooruithelpen. Net als in het negentiende-eeuwse Groot-Brittannië. Het gevaar in Turkije bestaat dat haviken binnen de AKP de gebeurtenissen zullen aangrijpen om de samenleving nog meer te verdelen. Ze schetsen al het beeld dat het protest een poging is om de nieuwverworven rechten van de vroegere onderdrukten in te trekken en dat de jonge mannen en vrouwen op straat alcoholisten, plunderaars en links tuig zijn.

Wat de gebeurtenissen op een keerpunt brengt, is dat de onvrede van een groot deel van het Turkse volk nu openlijk wordt getoond. Zelfs als de Turkse media het blijven negeren, dan nog zal de wetenschap dat er onvrede is zich blijven verspreiden. De geest is uit de fles. En hij kan net zomin als de Turkse democratie weer opgesloten worden.

© The New York Times

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234