Maandag 28/09/2020

Dansen in dienst van het denken

Hannah Arendt had de menselijke breekbaarheid aan den lijve ervaren en was sterk begaan met kwesties als gezag, opvoeding, de waarde van de traditie, burgerzin en patriottisme

dertig jaar geleden overleed Hannah Arendt

Hannah Arendt wilde geen filosofe genoemd worden, hooguit een politiek denker; met starre ideologie had ze geen uitstaans. Over deze vrijgevochten dame die pijprokend en nuancerend maar af en toe met de botte bijl nadacht over geweld en verantwoordelijkheid, schreef Peter Venmans een boeiend boek, terwijl ook de monumentale biografie die Elisabeth Young-Bruehl aan haar wijdde, vertaald werd. Een portret van een vrouw die als geen ander kon mijmeren over het beste en het slechtste in de mens. Door Eric Min

Elisabeth Young-Bruehl

Hannah Arendt. Een biografie

Vertaald door Hein Groen & Gijs Went

Atlas, Amsterdam, 687 p., 39,90 euro.

Peter Venmans

De ontdekking van de wereld. Over Hannah Arendt

Atlas, Amsterdam, 296 p., 18,50 euro.

annah Arendt (1906-1975) werd geboren, werkte en ging dood." Deze parafrase van Heideggers laconieke inleiding tot zijn werkcolleges over Aristoteles, waarmee hij zijn studenten duidelijk maakte dat hij geen boodschap had aan biografische weetjes of aan de sociale context waarin een denker zijn weg zocht, zou ook Arendt onrecht doen. Het was zeker niet de enige tragische vergissing die de grote Heidegger maakte: in 1933 werd hij lid van de nazi-partij (terwijl Arendt na haar arrestatie door de Gestapo naar het buitenland vluchtte), verdwaalde tussen de bomen van zijn filosofische bos en zou Hannah, die als piepjonge studente een tijdje zijn minnares was geweest, dumpen om zijn huwelijk niet in gevaar te brengen. Denkers die veel te veel moeilijke woorden nodig hebben om hun punt te maken, zijn onbetrouwbare, gevaarlijke narcisten. Passons.

Hannah Arendt had zelf een gespleten, paradoxale verhouding met het fenomeen biografie. Zij gruwde van inbreuken op haar privacy en van het modieuze exhibitionisme. Toen haar portret op het omslag van een tijdschrift verscheen, stelde ze nors vast dat ze een covergirl geworden was; lange tijd wilde ze niet gefilmd worden, of alleen langs achter. Venmans herinnert eraan dat Arendt een hekel had aan het psychoanalytische geëmmer van haar Amerikaanse collega's. Toch kan haar werk niet los gezien worden van het bewogen leven dat ze leidde en van de wereld waarin ze zich staande hield. Weinig andere denkers hebben de hete adem van de geschiedenis van zo nabij gevoeld als deze Duitse jodin die op de eerste rij stond toen het Derde Rijk het antisemitisme tot politiek principe uitriep. Arendt belandde achtereenvolgens in een Gestapo-cel, in een Frans interneringskamp en - met vijfentwintig dollar op zak - op de laatste boot van Lissabon naar het vrije Amerika. Daar zou ze nog tien jaar lang als statenloze, ontwortelde vluchteling op haar nieuwe nationaliteit wachten. Enkele van haar vrienden hebben het niet gered. Walter Benjamin pleegde zelfmoord aan de Spaanse grens; het manuscript van zijn thesen Over het begrip van de geschiedenis reisde mee in Hannah's tas tot het in New York bij Adorno belandde, die het vervolgens vakkundig zoekmaakte. Arendt had al eerder aangevoeld dat die kerel onbetrouwbaar was. Tegen haar eerste echtgenoot Günther Stern (beter bekend onder zijn schrijversnaam Anders) sneerde ze dat hij er bij hen niet in kwam: "Der kommt uns nicht ins Haus!" Toen Arendt en haar nieuwe partner Heinrich Blücher, met wie ze een passionele en intellectuele "dubbelmonarchie" zou vormen, in het najaar van 1942 de eerste krantenberichten over vernietigingskampen en gaskamers lazen, beseften ze dat ze door het oog van een naald gekropen waren. Met Benjamin in gedachten kon Hannah niets anders doen dan een gedicht schrijven: gestold, gestileerd verdriet. Dat gebeurde wel vaker - het was haar zoveelste geheime passie.

Ironisch genoeg is Arendts discrete leven omstandig, af en toe zelfs uitputtend gedocumenteerd door de spraakmakende biografie die haar voormalige doctoraalstudente Elisabeth Young-Bruehl in 1982 schreef en die nu werd vertaald: bijna zevenhonderd verhelderende, virtuoos gecomponeerde pagina's die Arendts omzwervingen, maar vooral het parcours van haar denken in kaart brengen. De psychoanalytica Young-Bruehl, die eerder een biografie van Anna Freud afleverde, heeft haar huiswerk met vooroorlogse grondigheid gemaakt. Uiteraard putte zij ook uit de schaarse autobiografische bronnen, met name Arendts poëzie en het gekwelde zelfportret Die Schatten (Schaduwen) dat de negentienjarige Hannah aan haar geliefde Heidegger opdroeg; we kunnen het lezen als een wat melodramatisch "neem mij" - ook Arendt had redenen genoeg om de "sterfelijke grofheid" van biografische roddels te wantrouwen: een mens komt er vaak lichtjes belachelijk uit. Toch heeft ze nooit gevraagd om haar brieven te vernietigen, en ze wiste ook geen sporen van haar privé-leven weg uit de geschreven nalatenschap. Postume openbaarheid was blijkbaar geen probleem, maar een echte autobiografie schreef ze niet. In het bevlogen Die Schatten koos ze al voor de omweg van het verhaal en de geruststellende derde persoon enkelvoud. Later zou ze in haar werk de afstand van het verleden inbouwen, introspectie ombuigen naar generalisaties, zich verschuilen achter personages of denkers uit de geschiedenis. "Elk leed wordt draaglijk als je het inpast in een verhaal of er een verhaal over vertelt." Dat principe heeft Arendt met overgave ten uitvoer gebracht. Haar biografie van de joodse intellectuele Rahel Varnhagen kan met enige moeite als een bekentenis gelezen worden, het essay over Rosa Luxemburg als een hommage aan Arendts moeder (met een mooie bijrol voor Blücher), het proefschrift over het begrip 'liefde' bij Augustinus als een sublimatie van haar eigen affaire met Heidegger. O ja, in diens Sein und Zeit komt de liefde precies één keer voor, in een voetnoot. Ook Karl Jaspers, die Arendts dissertatie begeleidde en tot aan zijn dood als een tweede vader over haar waakte, voerde aan dat het heideggeriaanse denken "ohne Liebe" was. Door Heideggers filosofische onderzoek van de liefde kan Arendt dus niet beïnvloed zijn, schrijft haar biografe, hooguit door zijn gebrek aan interesse ervoor.

In het voorwoord bij de tweede druk in 2004 geeft Young-Bruehl aan dat er sinds het verschijnen van het boek veel is gebeurd. Arendt en haar werk staan opnieuw in het centrum van de wijsgerige en politieke belangstelling. De cahiers van het Denktagebuch, een meer dan duizend bladzijden tellende intellectuele gereedschapskist die ze van 1950 tot 1973 overal mee naartoe sleepte, werden in 2003 in Duitsland gepubliceerd en zijn trouwens enkele weken geleden ook in een alom bejubelde Franse vertaling verschenen. Ook de weliswaar onvolledige correspondentie met Heidegger werd in 1999 op de Duitse markt gegooid en vervolgens in het Engels en in het Nederlands uitgegeven. Young-Bruehl had geen toegang tot deze brieven en geeft ruiterlijk toe dat ze Heideggers rol in Arendts intellectuele ontwikkeling na de oorlog, toen ze elkaar weer ontmoetten, heeft onderschat. Ook de verbijsterend geduldige, loyale houding van Arendt tegenover haar ex-minnaar, en haar genuanceerde oordeel over zijn werk kregen meer reliëf door de publicatie van hun correspondentie. Wat steil overeind blijft, is het eenrichtingsverkeer dat Arendt in stand heeft gehouden: zíj ging naar hém toe, trotseerde de hatelijke blik van mevrouw Heidegger en trachtte door haar commentaar op zijn oeuvre een dialoog aan te gaan. Het is niet zeker dat de grote wijsgeer Martin Heidegger ooit een letter in een boek van Hannah Arendt, een van de belangrijkste naoorlogse denkers, heeft gelezen. "Ik moet vanavond nog bij u komen en tot uw hart spreken", schreef hij ooit aan het meisje dat hem vanuit de collegezaal aankeek met een blik als een bliksem. Daarbij is het gebleven.

Als er in Arendts leven en werk een thema oplicht dat zowel de biografe als de filosoof Venmans als essentieel voor haar denken beschouwen, dan is het ongetwijfeld de noodzaak en het vermogen om verhalen te vertellen, de toestand van de wereld van op een afstand te bekijken - als een buitenstaander, na de feiten, langs de omweg van nuance en ironie of door de lenzen van een telescoop, zoals Galilei. "Een gebeurtenis wordt pas zinvol voor de overlevenden op het ogenblik dat ze mededeelbaar wordt, dus een zekere voorbeeldigheid krijgt", schrijft Venmans, die terecht aanvoert dat Arendts dansende en zoekende denken "tussen het particuliere en het universele, tussen ervaring en veralgemening van het oordeel, tussen evenement en concept" op zijn best is in essays, het literaire genre dat de paradox niet opheft en veeleer een denkweg dan een afgerond systeem presenteert. Haast elk motief in haar oeuvre heeft historische of biografische wortels. Homeros en de geschiedschrijver Herodotos waren niet toevallig Arendts grote voorbeelden van lieden die het "verruimde denken", dat oog heeft voor complexiteit, in de praktijk brachten. Zelf zou ze talloze nieuwe (levens-)verhalen aan de oude canon toevoegen, vanuit de ervaring van een kwetsbare vrouw in donkere tijden. Een joodse die met een niet-jood trouwt en vaststelt dat zoiets in een totalitaire staat niet mogelijk zou zijn. Een vervolgde vluchtelinge die een discours zou ontwikkelen over de verhouding tussen parvenu's en paria's. Een statenloze emigrante die een nieuwe schuilplaats vindt in de sterke armen van de Wet, in een republiek die het recht om te leven, vrij te zijn en naar geluk te streven in zijn onafhankelijkheidsverklaring heeft ingeschreven. Een overlevende van de holocaust die als rechtbankverslaggeefster naar het proces van de nazi Eichmann in Jeruzalem snelt om haar verplichting tegenover haar vermoorde lotgenoten in te lossen, en die vervolgens op radicale wijze filosofeert over het radicale, maar in wezen banale kwaad dat door de zielige bureaucraat wordt geïncarneerd. Een sociaal bewogen maar kinderloze, af en toe lichtjes wereld(ver)vreemde schrijfster die zich tracht in te leven in zwarte moeders die een betere toekomst willen voor hun kinderen.

Voor Arendt is abstract denken of oordelen zogoed als onmogelijk: elke gedachte, elke vorm van moreel handelen heeft wortels in onze existentie. Wie begrippen als 'de mensheid', 'de noodzakelijke gang van de geschiedenis', 'mijn volk' of 'de vijand' hanteert, vraagt om problemen en organiseert onvermogen, onverschilligheid, geweld en terreur. Wie er prat op gaat dat hij geen omelet kan bakken zonder eieren te breken, vergeet dat hij de eieren niet om hun mening heeft gevraagd en dat de kok er doorgaans een zootje van maakt. We moeten onze ervaringen onderzoeken en aan onszelf vertellen "als een soort verhaal, als voorbereiding om er daarna met anderen over te kunnen praten", bij voorkeur in een gezellige huiskamer met vier of vijf praatstoelen. Taal dient om de dingen vast te houden: "wat daarin beschreven wordt, is bedoeld om te blijven bestaan en langer op de wereld te blijven dan mogelijk is voor vergankelijke mensen". Denken is wortel schieten, niet meegesleept worden met de tijdgeest en andere verleidingen. Het heeft alles met geheugen en herinnering te maken. Zo komt Arendt tot een van haar behoedzaam geformuleerde maximes voor ethisch handelen: we moeten proberen niets te doen waarvan we de herinnering niet kunnen verdragen. Wie iemand neerknalt, moet beseffen dat hij levenslang met een moordenaar zal moeten leven. Hannah Arendt was het in grote lijnen eens met Heideggers oneliner: "Elke grote denker heeft maar één gedachte of stelt maar één vraag, en varieert vervolgens jarenlang op hetzelfde thema." Laat de metafoor van de moordenaar dan maar Arendts eigen unique selling proposition zijn. Haar opmerking dat denken, net als wandelen, niet noodzakelijk ergens naartoe leidt, mag op twee staan, met stip.

De voorbije jaren kunnen we niet naast de exponentiële toename van Arendts populariteit kijken. Voor zijn lovende recensie van het Journal de pensée in Libération heeft Robert Maggiori het even opgezocht: in 1974 springt zijn encyclopedie moeiteloos van het Belgische stadje Arendonk naar het Zwitserse kasteel Arenenberg. Van Hannah geen spoor. Zelfs in het filosofische woordenboek zat er toen niemand tussen Alain en Aristoteles. Ik geloof onvoorwaardelijk dat het in ons taalgebied niet anders was. Hooguit een handvol opstandelingen als de Tsjechen van Charta 77 haalde inspiratie uit haar werk. Dertig jaar later vind ik via Google anderhalf miljoen keer Hannah op het web. Ze gaf haar naam aan een Duitse trein en kreeg een straat in Berlijn. Toen Adam Michnik van de Poolse vakbond Solidariteit na zijn verblijf in de gevangenis een prijs kreeg aangeboden, besteedde hij het geld om zijn favoriete schrijfster in het Pools te laten vertalen. Talloze onderzoekscentra en conferenties buigen zich over haar erfenis, terwijl ook het onvermijdelijke theaterstuk over Arendts liaison met Heidegger is opgevoerd. Peter Sloterdijk zette zich aan het schrijven van zijn Kritiek van de cynische rede nadat hij Arendt in een zeldzaam televisie-interview, dat vijf jaar na haar dood werd heruitgezonden, hoorde vertellen hoe ze had zitten schaterlachen om de domheid van de miljoenenmoordenaar Eichmann. Jürgen Habermas heeft zich uitgesloofd om haar werk te propageren. Zelfs Israël zette twintig jaar na haar dood een voorzichtige rehabilitatie in; de storm van misverstanden die het controversiële Eichmann in Jeruzalem er had ontketend, was stilaan gaan liggen.

In België wordt Arendts wel erg wendbare oeuvre ingelijfd door - bijvoorbeeld - de Liberales van Dirk Verhofstadt, door het christelijke opinieblad Tertio, door de antiglobalisten van Attac en door Dirk Holemans, voormalig politiek secretaris van Agalev. Haar nalatenschap lijkt wat op een Spaanse herberg, waar iedereen met zijn eigen ingrediënten de lekkerste gerechten klaarmaakt. Is Hannah Arendt een icoon van het politiek correcte denken geworden, een soort grootste gemene deler waar elke fractie zijn voordeel mee doet ? Het is Venmans' grote verdienste dat hij zijn kritische, gedegen en snedig verwoorde studie afrondt met een essay over de vraag of we haar kunnen beschouwen als een liberaal (in progressieve zin) of conservatief denker. Iemand die de politiek beschouwde als de moeilijke kunst van het oordelen, veeleer als een evenwichtsoefening dan als het inkleuren van een consistent programma met utopische trekjes, kan moeilijk in één hokje gestopt worden. De ideologen van links en rechts zijn gewaarschuwd, want Arendt behoudt zich het recht voor om een probleem zo lang tegen het licht te houden dat ze het zelf ook niet goed meer weet en finaal verstrikt raakt in tegenspraak. Met grote woorden en hoofdletters moet je bij haar niet aankomen: met Camus (en dus tegen Sartre) huivert ze wanneer begrippen als geschiedenis of vooruitgang arme drommels vermalen tot gruis voor de funderingen van de snelweg naar de toekomst. Het moet onze eerste opdracht zijn om de wereld niet erger te maken dan hij al was. De progressieven zijn er dus aan voor hun moeite. Verder dan strikt politieke gelijkheid wil Arendt niet gaan. Geen enkele wettelijke bepaling mag een onderscheid maken op basis van ras, etniciteit, geslacht, seksuele geaardheid of sociale groep. Heel anders verloopt het in de sociale sfeer, waar Arendt er geen moeite mee heeft dat groepen selectief te werk gaan bij de keuze van hun leden. Soort zoekt nu eenmaal soort, mensen hebben het recht om met rust gelaten te worden. Is apartheid dus een aanvaardbare optie ? Kan een collectiviteit dan niet repressief en zelfs totalitair werken, ook naar zijn eigen leden ? Gaat Arendt niet af en toe behoorlijk paternalistisch tekeer ? Onderschatte ze de 'sociale kwestie' niet schromelijk, en zou dat geen typisch burgerlijk, lichtjes wereldvreemd trekje kunnen zijn ? Venmans gaat geen kritische noot uit de weg maar slaagt erin Arendts werk respectvol en genuanceerd te benaderen, met oog voor de moeilijke spreidstand die ze heeft gerealiseerd. Links is ze zeker niet geweest, veeleer conservatief, maar zonder angst voor de boze buitenwereld, "zonder overspannen optimisme en met een grote behoedzaamheid ten aanzien van de wereld die ons gegeven is". Zij had de menselijke breekbaarheid aan den lijve ervaren en was sterk begaan met kwesties als gezag, opvoeding, de waarde van de traditie, burgerzin en patriottisme. Wel had zij het vage, wat elitaire idee dat burgers rechtstreeks moesten opkomen voor hun mening en desnoods 'raden' kunnen oprichten. In zijn kritische dialoog met Arendts theorieën reikt Venmans thema's aan waar menig burgermanifest of ideologisch congres mee aan de slag kan. Het zou de kwaliteit van het politieke debat kruiden.

Zelden las ik een onactueler actueel denker dan deze vrouw die als kind nog in Köningsberg heeft gewoond, waar ooit Kant zijn dagelijkse wandelingetje maakte. Toen ze anderhalf was, noteerde mama Martha dat ze alles begreep. Het ging nooit meer over. Wie een stevige boom wil opzetten over politieke verantwoordelijkheid, 'zinloos geweld', de Palestijnse kwestie, fundamentalisme, begrippen als natiestaat en volksgemeenschap, de terreur van het economische denken of de verhouding tussen vita activa en contemplatief leven aan de rand van de arena, vindt in haar werk stof tot nadenken. Maar wel even rustig Young-Bruehls loodzware biografie en Venmans' boeiende introductie lezen.

Eric Min

Bij uitgeverij Atlas verschenen van Arendt 'Eichmann in Jeruzalem', 'Over geweld', 'Over revolutie' en haar correspondentie met Heidegger.

Recent publiceerde uitgeverij Damon 'Het ketterse begin. Arendt over de filosofie van het actieve leven' van Dirk De Schutter, die samen met Remi Peeters de essays uit de bundel 'Politiek in donkere tijden' vertaalde (Boom). Ook Arendts 'Vita activa' en 'Totalitarisme' verschenen bij Boom.

Hannah Arendt aan het woord

"Dat de nazi's onze vijanden waren - mijn God, we hadden toch zeker Hitlers greep naar de macht niet nodig om daar achter te komen?! Dat was voor iedereen die niet zwakzinnig was al minstens vier jaar voor 1933 volledig duidelijk. Dat een groot deel van het Duitse volk er achter stond, wisten we ook (...) Maar de algemene politieke realiteiten veranderden in een persoonlijk fatum zodra je een voet buiten de deur zette. En u weet natuurlijk ook wat Gleichschaltung inhield. Het betekende dat je vrienden meewerkten. Het probleem, het persoonlijke probleem, was niet wat onze vijanden deden, maar wat onze vrienden deden."

(In een interview met Günther Gaus, 1964)

"Alle pogingen om te ontsnappen aan de wreedheid van het heden in een nostalgisch verlangen naar een nog ongeschonden verleden, of in een verhoopte vergetelheid in een betere toekomst, zijn zinloos."

(Uit het voorwoord bij The Origins of Totalitarianism, 1950)

"Ik ben inderdaad van mening dat het kwaad nooit 'radicaal' is, dat het alleen maar extreem is en dat het diepte noch enige demonische dimensie bezit. Het kan de hele wereld overwoekeren en verwoesten, juist omdat het zich als een schimmel over het oppervlak verspreidt. Het 'tart elke overdenking', zoals ik zei, omdat het denken enige diepte probeert te bereiken, naar de wortels probeert te gaan, en op het moment dat het zich bezighoudt met het kwaad, wordt het gefrustreerd omdat er niets is. Dat is 'banaliteit'. Alleen het goede heeft diepte en kan fundamenteel zijn."

(Uit een brief aan Gershom Scholem, 1963)

Het Andere Boek Johan Vandenbroucke interviewt Peter Venmans

op zondag 2 oktober om 15 uur in zaal 5.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234