Maandag 22/07/2019

Essay

Dankzij #metoo zet de mensheid alweer een stap vooruit

Beeld Paul Faassen

Nog scherper dan het verschil tussen ‘rechts’ en ‘links’ is dat tussen een ‘tragisch’ en een ‘utopisch’ mensbeeld. Zijn wij beperkte wezens die onze aard niet kunnen overstijgen, of zijn wij in staat om onszelf opnieuw uit te vinden? Zelden werd de botsing tussen beide visies beter geïllustreerd dan in de genderdebatten. Een essay van Joël De Ceulaer, senior writer bij deze krant, over seks en statistiek.

Even recapituleren. Hoe zat dat ook weer met die hoofddoek? O ja, moslima’s moeten hun haardos bedekken om de man niet in verleiding te brengen. Zo beschermt de islam mannen tegen zichzelf en de vleselijke verlangens die hen pardoes kunnen overvallen bij het aanschouwen van een vrouw. Een belachelijke gewoonte, uiteraard, die niet in onze samenleving past. In onze samenleving hebben vrouwen die hoofddoek niet nodig. In onze samenleving hebben mannen geleerd om zichzelf te beheersen.

Euh. Wacht.

Dat valt een beetje tegen, toch. Als we dit jaar één mythe naar de vuilnisbelt van de geschiedenis mogen verwijzen, dan is het wel die van die zo vaak geprezen mannelijke zelfbeheersing. Sinds de Amerikaanse producer Harvey Weinstein van zijn troon werd gestoten, regent het in de media mannen die zich gretig aan grensoverschrijdend gedrag te buiten zijn gegaan. En nee, dat zijn niet allemaal viespeuken in het verre Hollywood – zoals onze Vlaamse filmbons Jan Verheyen aanvankelijk dacht – daar zitten ook brave ­jongens bij van wie wij dat nooit zouden hebben verwacht.

Bart De Pauw, bijvoorbeeld. Op sociale media vroegen sommigen zich meteen af of het geen grap was, toen de gevierde televisiemaker in een zelfgemaakt filmpje vertelde dat hij door de VRT was ontslagen omdat een aantal vrouwen hem hadden beschuldigd van stalking. In theorie zou het nog altijd een nieuw tv-format kunnen zijn: BV laat zich aan de schandpaal nagelen om te onderzoeken hoeveel echte vrienden hij nog heeft. Maar het ziet ernaar uit dat het niet om te lachen was. Misschien zou het niet slecht geweest zijn mochten al die actrices en stagiaires in de omgeving van De Pauw veiligheidshalve een hoofddoek – of, nog beter: een boerka – hebben gedragen.

Ziedaar de tragische ironie van het lot. De man die in al zijn schalkse onbeholpenheid de Vlaamse volksaard belichaamt – als Madame Tussauds ooit een wassen beeld wil van De Modale Vlaming, dan moeten ze gewoon De Pauw vereeuwigen – blijkt niet de held voor wie tv-kijkend Vlaanderen hem hield. Straks moeten we nog lezen dat hij regelmatig met Erik Van der Paal gaat tafelen in ’t Fornuis.

Trouwens: dat niet alleen machtige mannen een probleem hebben met zelfbeheersing, wisten we al: enkele jaren voor #metoo was er #wijoverdrijvenniet, met getuigenissen waaruit blijkt dat vrouwen overal en altijd op hun hoede moeten zijn voor vunzige kerels.

Werkelijk en wenselijk

De #metoo-discussie is het spiegelbeeld van een ander m/v-debat dat dit jaar de gemoederen verhitte. Toen ene James Damore bij Google in een memo beweerde dat de ondervertegenwoordiging van vrouwen aan de top en in technische departementen weinig te maken heeft met discriminatie, en veel met psychologische verschillen tussen man en vrouw, stond de wereld ook even op z’n kop. In deze krant sloeg de vlam in de pan toen uw dienaar schreef dat vrouwen over het algemeen minder ambitie hebben dan mannen – ‘ambitie’, zoals in: de baas willen spelen, de hoogste in rang willen zijn.

Wat dit debat zo moeilijk maakt, is het verschil tussen werkelijkheid en wenselijkheid. Het is niet omdat iets zo is, dat het zo zou moeten zijn. Wie wijst op verschillen tussen de geslachten, keurt die niet goed of maakt daar geen reclame voor, maar stelt die gewoon vast. Dat mannen over het algemeen meer op status en macht belust zijn dan vrouwen, is voor biologen een vanzelfsprekendheid. Idem dito voor de onaanvechtbare stelling dat mannen over het algemeen agressiever zijn dan vrouwen. En ook sneller bereid zullen zijn om agressief te worden bij de benadering van een potentiële sekspartner.

Beeld Paul Faassen

Daarom is het #metoo-debat het volmaakte spiegelbeeld van die genderoorlog. Vervang alle Weinsteins en Bart De Pauws door vrouwen, en het seksueel grensoverschrijdend gedrag zal op slag drastisch verminderen – daarvan mogen we tenminste uitgaan, op basis van de kennis die we al vergaard hebben over het menselijk gedrag. Zoals vrouwen over het algemeen minder haantje-de-voorste willen zijn, zo zullen ze over het algemeen ook minder snel grensoverschrijdend seksueel gedrag vertonen. Merkwaardig genoeg zijn er feministen (m/v) die dat laatste met plezier zullen bevestigen, terwijl ze het eerste met klem zullen verwerpen. Toch zijn het twee kanten van dezelfde medaille.

Kwaliteit of kwantiteit

Gelukkig hebben gedragsbiologen al bibliotheken volgeschreven over deze kwesties (leestip: De bril van Darwin van Mark Nelissen), want het is onmogelijk om in dit korte bestek de verklaring voor deze statistische verschillen tussen man en vrouw uit te leggen. Maar de kern van de zaak is wat de Amerikaanse psycholoog Steven Pinker ‘de seksuele kloof’ noemt. Simpel gesteld: vrouwen kunnen pakweg één nakomeling per jaar voortbrengen, en zullen veeleer kieskeurig zijn op de partnermarkt. Hoe hoger de status van de man, hoe hoger de overlevingskans van het kind. Mannen kunnen zich véél vaker voortplanten, en hebben evolutionair gesproken minder belang bij kieskeurigheid.

Evolutionair gesproken, dat wil zeggen: ­mensen die zich de voorbije honderdduizenden jaren succesvol wisten voort te planten, hebben hun genetisch materiaal doorgegeven aan de volgende generaties – aan ons dus, daarom zitten wij er nog mee opgezadeld. Genetisch materiaal dat onze prehistorische voorouders een duidelijk voordeel bood bij dat succesvolle voortplanten, leeft in ons verder. En dus wordt ons gedrag mee gestuurd door de genetische configuratie die vroeger tot succesvol gedrag leidde.

Van die vrouwelijke kieskeurigheid en bijbehorende voorkeur voor mannen met status, en van de mannelijke jacht op status en vruchtbare vrouwen, zijn wij ons uiteraard niet bewust, maar die diepere motieven liggen verankerd in onze genen. Zelfs Christine Mussche, die als advocaat van de slachtoffers van De Pauw in dezen een onverdachte bron is, stipte dat onlangs aan in een interview met De Tijd – dat we nu eenmaal ‘miljoenen jaren’ aan ‘genetisch materiaal’ met ons ‘meeslepen’.

Dat wil niet zeggen dat wij samenvallen met ons genetisch materiaal. Wij zijn slimmer dan onze genen, zoals mag blijken uit het gebruik van voorbehoedsmiddelen. Seks is een truc die onze genen hebben bedacht om ons aan te zetten tot voortplanting, de pil en het condoom zijn trucs die wij hebben bedacht om te kunnen seksen zonder het risico op nageslacht.

Gaat alles dan over seks? In de biologie scheelt dat niet veel. Bij natuurlijke selectie is de essentie dat een organisme overleeft én erin slaagt op zich voort te planten. Bij seksuele selectie is de essentie dat een organisme een partner kiest om zich mee voort te planten. Het zijn die twee mechanismen die al drie miljard jaar de evolutie van alle levensvormen op deze aarde voortdrijven. En dus ook die van de mens.

Dat is niet alleen voor religieuze mensen, die geloven dat God ons geschapen heeft, zeer confronterend. Ook ter progressieve zijde hebben velen het daar moeilijk mee.

Dat man en vrouw een verschillend lichaam hebben, valt bezwaarlijk te ontkennen. Maar dat hun gedrag en hun psyche ook anders gekneed zijn in de loop der ­tijden, valt zwaar in een wereld die – volkomen terecht – streeft naar totale gelijkwaardigheid.

Beperkt en onbeperkt

Uiteraard zijn gedragsbiologische uitspraken statistisch van aard en hoeft niemand zich daardoor geschoffeerd of gestigmatiseerd te voelen. Veel vrouwen zijn razend ambitieus en gaan over lijken om de top te bereiken, net zoals veel mannen zich niet herkennen in de vunzige streken van Weinstein en consorten. Een ambitieuze vrouw hoeft zich niet aangesproken te voelen door statistieken die mannen meer ambitie toedichten, net zoals een hoffelijke man zich niet aangesproken hoeft te voelen door statistieken die mannen meer seksueel grensoverschrijdend gedrag toedichten.

Het punt is alleen dat gedragsbiologie kan ­helpen bij de verklaring van maatschappelijke vraagstukken. Waarom zijn er meer vrouwelijke prostituees dan mannelijke? Waarom zitten gevangenissen overal ter wereld vol met jonge mannen? Waarom kiezen vrouwen minder snel voor een carrière in wetenschap en technologie? Waarom werken vrouwen vaker parttime dan mannen? Waarom is het onderwijs zo vervrouwelijkt? Geen correct inzicht, en zeker geen remedie of oplossing, zonder correcte verklaring.

Natuurlijk gaan nature en nurture, aanleg en opvoeding, hand in hand. Rolpatronen zijn erg hardnekkig en worden doorgegeven van generatie op generatie. En daar kunnen we aan sleutelen. Dat doen we dan ook volop, denk aan de genderneutrale speelgoedfolders die de sint steeds vaker verstuurt. Of aan het groeiende protest tegen de reclamespotjes met strijkende mama’s en klussende papa’s. Wij zijn geworteld in onze biologie en mede gevormd door rolpatronen, maar kunnen onszelf heropvoeden. De mens is een aap met kapsones – een diersoort zoals een andere, maar met een hoge dunk van zichzelf.

Misschien is die gespletenheid wel de bron van de meeste ideologische verschillen. Waar leg je de klemtoon? Op het feit dat de mens altijd een aap zal blijven, of op het feit dat de mens in staat is om zichzelf bij de haren uit het moeras te trekken? Die vraag maakt het genderdebat extra interessant: het illustreert twee verschillende mensbeelden die altijd en overal met elkaar vechten. Maar die, gelukkig, ook met elkaar verzoenbaar zijn.

De Amerikaanse econoom Thomas Sowell publiceerde daar in 2002 een boek over: in A Conflict of Visions legt hij uit dat er twee manieren zijn om naar de mens te kijken – de constrained of beperkte visie, en de unconstrained of onbeperkte visie. Steven Pinker sluit zich daar in zijn standaardwerk Het onbeschreven blad (The Blank Slate) bij aan, al gebruikt hij liever de termen ‘tragisch’ versus ‘utopisch’. Het is interessant dat Pinker en Sowell ideologisch grondig van elkaar verschillen. Sowell is veeleer conservatief, Pinker is duidelijk progressief. Toch maken ze hetzelfde onderscheid. Dat zegt veel.

Gemeenschap en individu

Er bestaat dus een beperkt of tragisch en een onbeperkt of utopisch mensbeeld. De twee filosofen die deze respectieve visies mooi hebben uitgelegd, zijn Edmund Burke en Jean-Jacques Rousseau, allebei denkers uit de 18de eeuw. Burke, een Britse aristocraat die bekend werd met zijn kritiek op de Franse Revolutie, geldt als de aartsvader van het conservatisme. Hij ging ervan uit dat de mens een beperkt en tragisch wezen is, dat snel geneigd is tot ontsporing.

Daarom zijn religie en gezin en gemeenschap zo belangrijk: zij houden het individu als het ware op het rechte spoor. Rousseau, de Franse filosoof die met zijn werk de Franse Revolutie mee voorbereidde, ging uit van het tegenovergestelde. Volgens hem wordt de mens in totale vrijheid geboren als een onbeschreven blad en zijn het nu net die maatschappelijke instituties die hem corrumperen en kapotmaken.

Beeld Paul Faassen

De botsing tussen die twee mensbeelden is een constante in politiek en samenleving. Toegepast op #metoo: als u veeleer conservatief bent ­aangelegd, zult u misschien zeggen dat mannen nu eenmaal zwak en potentieel slecht zijn en dat vrouwen hen beter niet te veel uitdagen – die visie leidt bijvoorbeeld tot de hoofddoek; als u veeleer progressief bent aangelegd, hebt u geen compassie met mannen die de grens overschrijden, en vindt u dat iedereen zichzelf te allen tijde moet kunnen beheersen.

Ook in de genderdebatten is het verschil ­duidelijk: als u conservatief bent aangelegd, zult u er niet direct van uitgaan dat vrouwen worden gediscrimineerd, en meer rekening houden met natuurlijke verschillen; als u progressief bent aangelegd, zult u zowat alles toeschrijven aan discriminatie. Dat geldt ook voor genderneutraliteit: als u conservatief bent, zult u wellicht enig begrip hebben voor de hardnekkigheid van rolpatronen, in het huishouden en in de speelgoedwinkel; als u progressief bent, vindt u wellicht dat alle m/v-­verschillen zo snel mogelijk vollédig moeten verdwijnen.

De tegenstelling duikt overal op. De conservatief zal voor (misschien té) strenge straffen pleiten, de progressief gelooft (misschien té) sterk in heropvoeding. De conservatief of nationalist weet dat wij ons nu eenmaal meer verbonden voelen met mensen die onze taal en onze cultuur delen, de progressief of kosmopoliet wil dat we morgen allemaal wereldburgers worden. Enzovoorts, en zo verder: de tegenstelling duikt overal op.

De conservatief gaat uit van de, soms terneerdrukkende, werkelijkheid. De progressief is gericht op de, soms onhaalbare, wenselijkheid. De conservatief wantrouwt revoluties, omdat hij gelooft dat mens en samenleving niet oneindig maakbaar zijn. De progressief wil aldoor verandering, omdat hij gelooft dat de mens een onbeschreven blad is en dus net wél bijna oneindig maakbaar. In het genderdebat komen beide extremen mooi tot uiting: de verdediging van klassieke rolpatronen aan de ene kant, de totale opheffing van elk m/v-verschil aan de andere kant.

Holbewoner en feminist

Valt dit debat te beslechten? Ik zou durven te suggereren van wel. Ik zou de boude stelling durven te verdedigen dat de conservatief doorgaans net een tikje meer gelijk hééft, maar dat de progressief doorgaans net een tikje meer gelijk kríjgt. Daarmee bedoel ik het volgende. De tragische visie op de mens is correcter dan de utopische visie – wij komen niet ter wereld als een onbeschreven blad waar je om het even wat kunt opschrijven. Maar de utopische visie op de mens haalt het meestal toch – er wordt, ondanks al onze kwade aandriften, al eeuwen onmiskenbaar morele vooruitgang geboekt.

Dat zal ook nu gebeuren. Dankzij de #metoo-revolutie zet de mensheid alweer een stap vooruit. De tijd dat mannen naar believen vrouwen kunnen bepotelen of anderszins lastigvallen, is – in het Westen althans – voorbij. Het zal nog ge­beu­ren, maar er is een grote alertheid en verontwaardiging ontstaan die niet meer zal verdwijnen. Dat is zeer goed nieuws. De beschaving doet de holbewoner weer een toontje lager zingen.

Die voortschrijdende beschaving komt natuurlijk niet uit de hemel gevallen. Ook die is geworteld in onze biologie. Benevens allerlei kwade aandriften is ook de aanleg voor het goede in onze natuur verankerd. De mens is uitermate bedreven in moord, doodslag en genocide, maar de mens is ook een uitstekend samenwerker. Wij zijn niet alleen verwant met de chimpansee, maar ook met de bonobo.

In Ons betere ik, nog zo’n boek dat tot de gereedschapskist van elke intellectueel moet behoren, zoomt Steven Pinker in op wat hij the better angels of our nature noemt – onder meer: empathie, zelfbeheersing en redelijkheid. Dat boek leest als één lange opsomming van morele vooruitgang, onder meer op het vlak van vrouwenrechten. Seksueel geweld en verkrachting werden in de loop van de geschiedenis almaar minder aanvaardbaar – met een duidelijke doorbraak in de jaren 70 van de vorige eeuw. Pijnlijk detail: de strafbaarheid van verkrachting binnen het huwelijk is ook in ons land nog maar van recente datum. Vandaag, schrijft Pinker, zijn we allemaal feministen. Als hij ooit een update schrijft van Ons betere ik, zal de #metoo-beweging zeker vermeld worden, als een late, maar belangrijke uitloper van de tweede feministische golf.

De Steven Pinker die schrijft dat we vandaag allemaal feministen zijn, is dezelfde Pinker die altijd zal wijzen op verschillen tussen man en vrouw, en die daarom James Damore en diens Google-memo zal verdedigen. Omdat mensen niet hetzelfde of gelijk hoeven te zijn om gelijkwaardig te zijn. Integendeel: pas als je de verschillen tussen man en vrouw goed begrijpt, kun je een beleid voeren om gelijkwaardigheid tot stand te brengen.

Concreet. Als je wilt dat meer meisjes wetenschap en technologie gaan studeren – een uitstekend idee – dan zul je hen daarin over het algemeen harder moeten stimuleren dan jongens. Het is nuttig om dat te weten, dat het dus niet ­vanzelf zal gaan. Als je wilt dat machtige mannen zich niet meer kunnen vergrijpen aan vrouwen, dan is het slim om de pakkans te verhogen, wat mede dankzij sociale media vandaag mogelijk is. In elk geval moet wie een betere wereld wil, de risico’s in kaart brengen. En wie op deze planeet de risico’s in kaart wil brengen, moet weten hoe homo sapiens, de diersoort die hier de hoofdrol speelt, in elkaar zit. En dan geldt: it’s the biology, stupid.

Om Edmund Burke en Jean-Jacques Rousseau er nog even bij te halen: het is niet zo dat de man geboren wordt als vrouwvriendelijk individu dat door de hiërarchie van het patriarchaat en de ­ideologie van het neoliberalisme verandert in een vunzige vrouwenjager, het is net omgekeerd: de man wordt geboren met seksuele en vele andere aandriften die hij dankzij opvoeding en maatschappij in goede banen leert te leiden.

Beeld Paul Faassen

Dromers en psychopaten

Tot slot: biologie is een verklaring, geen excuus. Geen enkele man zal in de boeken van Pinker een excuus voor wangedrag vinden. Een verklaring voor statistische verschillen is geen reden om wat dan ook te doen. Ieder mens is een vrij en ­autonoom wezen.

Dat is nu net wat ons onderscheidt van andere diersoorten: de mogelijkheid om niet toe te geven aan verlangens of instincten, de mogelijkheid om onszelf te beheersen. De Amerikaanse bioloog/neuroloog Robert Sapolsky publiceerde daar dit jaar een machtig boek over: Behave – dat volgend jaar verschijnt in een Nederlandse vertaling: Gedrag. Ook hij heeft het over onze goede en kwade aandriften en legt uit waar in de hersenen onze zelfbeheersing zich schuilhoudt: in de prefrontale cortex. Die gebruiken we, schrijft Sapolsky, om te kiezen voor iets dat ‘moeilijker’ is maar wel ‘beter’.

Sapolsky, die schrijft met veel gevoel voor humor, geeft een paar voorbeelden waar die ­prefrontale cortex ons bij helpt: als we de kok een compliment geven ofschoon het eten niet lekker was, als we een hoogst irritante collega niet slaan ofschoon we daar veel zin in hebben, als we niet luid boeren tijdens een begrafenis ofschoon we daartoe wel de aanvechting voelen – én: als we geen seksuele avances maken bij iemand tot wie we ons aangetrokken voelen als we weten dat die persoon daar niet mee gediend is.

Zo’n prefrontale cortex hebben we allemaal – ook Harvey Weinstein en Bart De Pauw. Maar bij de ene werkt die blijkbaar al wat beter dan bij de andere. Soms functioneert hij bijna niet, legt Sapolsky uit. Zo kan een zware beschadiging van de prefrontale cortex de werking ervan stevig in de war sturen. Dat gebeurde bij de beroemde patiënt Phineas Gage, die in 1848 een ijzeren staaf in zijn hoofd kreeg en daardoor van persoonlijkheid veranderde. Ook de ziekte van Huntington en prefrontale-kwabdementie tasten de werking van de prefrontale cortex aan. En tijdens de rem­slaap is dat deel van onze hersenen minder actief en alert.

Psychopaten, weet Sapolsky ten slotte, slagen er ook niet altijd in om zich op prefrontale wijze te beheersen.

Laat 2017 de geschiedenis ingaan als het jaar waarin mannen werden aangespoord om iets vaker hun prefrontale cortex achterna te lopen.

Joël De Ceulaer. Beeld jonas lampens
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden