Donderdag 02/07/2020

'Dankzij deze reeks werd ik een beter mens'

'Ook de tractor van Daniël is muziek', zegt Etienne Verbaere. Dinsdag leert u hem kennen bij Jeroen Meus in Goed volk op Eén. Wonderbaarlijke man. Net als zijn broers Daniël, Ignace en Benoit. Ze wonen samen in het ouderlijke huis in het Noord-Franse Berten. 'Nu hebben we een vijfde broer: Jeroen.'

Een grapje van cameraman Kris, op de middag: "Als ik het licht uitdoe, waar is het licht dan?" Daniël is nog bij zijn paarden, Benoit is op zijn werk. Ignace en Etienne denken na. Denken na. Lachen. Denken na: "Aucune idée." Kris dan: "Kijk eens in jullie koelkast." Het Frans heeft een prachtig woord voor de lach van Etienne dan: un éclat de rire. Een lachsalvo is dat en eigenlijk is dat wat je de hele dag door van deze mooie mens mag verwachten. Alleen als op de middag een kip geslacht moet worden. Dan heeft Etienne het lastig. Maar dat leest u straks.

Eind oktober 2016 is het, vlak bij Boeschepe, Godewaarsvelde en Meteren ligt Berten. Een dorpje, zo klein dat ze het binnen zetten als het regent. Jeroen Meus had ons ook kunnen meevragen voor een draaidagje in een bordeel in Nevada. Of naar Cuba. "Kom maar naar Berten." Ze zijn hier al een week en de ploeg is klein. Hij, cameraman Kris Vandegoor, geluidsman Koen Deleeuw, researcher Lyn Kerkhofs en Kat Steppe. Zij regisseert, we zullen acht weken lang door haar ogen binnenkijken in werelden die we niet kennen. Die van Daniël, Etienne, Ignace en Benoit Verbaere is er ook zo een. Hoe dichtbij ook: wie wil, pist hier Vlaanderen binnen. Maar verschoning voor dit woord want denk even níét in clichés. Jeroen Meus zal het dinsdag bijna letterlijk zeggen in de tweede aflevering van Goed volk: "Je dénkt dat je weet wat voor mannen dit zijn."

Nu zegt hij: "We oordelen allemaal zo snel. Het is een ziekte van de tijd. Je zit bij die mannen te kauwen op een barbarie-eend die ze zelf hebben gekweekt, en opeens komen Socrates en Plato voorbij in het gesprek. Oordeel toch maar niet te snel."

Zegt Kat: "Ik denk dat wij voor hen nog meer een studie-object zijn dan zij voor ons."

Lyn: "Het woord boer is nog geen enkele keer gevallen."

Vier broers onder één dak

Het was Lyn die de broers vond. Zoals bij alle mooie momenten in het leven gebeurde dat per toeval. Eigenlijk was het idee om iets te doen met oude volkscafés in de Westhoek. Eventueel aan beide zijden van de taalgrens. De schreve, noemen ze dat hier. "Via In de Zon, een café in De Klijte, kwam ik hier terecht", zegt Lyn. "In Café de la Maison Commune. Daar hoorde ik het verhaal van vier broers in het dorp die onder één dak woonden."

Dat zijn Daniël, Etienne, Ignace en Benoit Verbaere. Er is nog een vijfde broer, maar die trouwde en hij woont dus elders. Zij bleven samen. Eerst tot hun ouders overleden en nadien dus nog altijd. Het gevaar, in dit verhaal, is dat we te veel verklappen. Dat de schoonheid die u dinsdag op het scherm zal zien verschijnen een laagje magie zal verliezen. We proberen dat niet te doen. Bovendien is er het beeld, de muziek, het talent van Jeroen en zijn deze vier mannen er. Er zit zoveel meer in hen dan in dit stukje en we kunnen nooit beschrijven wie ze zijn, hoe ze zijn, wat ze zeggen en hoe ze dat zeggen. Etienne op sleffers, Ignace op Nikes en Daniël zie je in de kast op een foto bij zijn fiets: "Het was zo'n prachtige dag toen hij vorig jaar op een ochtend zei dat hij naar Santiago de Compostella vertrok", zegt Etienne. "En toen hij later terugkeerde, hebben we de klok geluid."

Menneke

10 uur in de ochtend in Berten, de herfstzon is zo mooi en in tegenlicht schitteren de Boulonnais-paarden van Daniël. Hij heeft er een stuk of tien en Kat wil graag het moment filmen waarop hij ze in de wei laat. "De merrie moet apart, anders is het miserie", zegt iemand. "Zet vijf venten samen en je hebt een feestje. Zet vijf vrouwen samen en het is ambras."

Cliché, we stoppen even en op een zacht signaal van Kat begint Kris te filmen. Geen actie. Geen cut. Ze kijken precies door dezelfde ogen en misschien is dat ook zo. Ze nemen hier aflevering twee op (al is die volgorde eind oktober nog geen uitgemaakte zaak), maar in opnames is het de zevende. "De voorlaatste, we moeten alleen nog naar Cuba", zegt Jeroen. "Daarvoor ben ik trouwens al een half jaar Spaans aan het leren."

De taal leren, was hier niet nodig. Het Frans van Jérôme, zo noemen de broers hem al een paar dagen, is echt voortreffelijk. En stel nu nog dat er een probleem was, dan zegt plots iemand: "Tu as soif, menneke?" Het dialect van Frans-Vlaanderen is nog West-Vlaams en Daniël kent de rijkdom van ons tweetalig land goed. "Jullie hebben in België veel meer steden dan wij in Frankrijk", zegt hij. "Ben oui. Doornik en Tournai. Leuven en Louvain. Brussel en Bruxelles. Luik en Liège. Ça compte."

Daniël is de enige van de broers die niet studeerde, maar maak hem niks wijs. En als hij de landen opnoemt waar hij naartoe reisde, buig je nederig het hoofd. Hij zag de wereld, en droomde er verder van toen hij de koeien en de paarden verzorgde en de akkers bewerkte. Etienne studeerde filosofie en ging lesgeven. Ignace ging werken en schoolde zich om tot informaticus. Benoit, die we vandaag niet zien, werkt in een ziekenhuis. En vanochtend is de dag begonnen zoals altijd. Het klokje tikte, acht bekers van paardenwedstrijden op de kast blonken het eerste licht van de dag door de eerste 'plaats' - je komt er via de achterdeur naar binnen, zo gaat dat vaak als iemand 'goed volk' roept -, Daniël zette koffie, at, Ignace kwam tegenover Daniël zitten, dan ging de oudste aan de andere tafel La Voix du Nord lezen, Ignace verhuisde naar de stoel van Daniël, toen kwam Etienne binnen. "Daniël duidt in de krant met stift de belangrijke zaken in de krant aan. Dan weten we wat we moeten lezen. Zo winnen we tijd."

Nu plukt Jeroen samen met Ignace groenten uit de moestuin voor straks, bij de vol-au-vent. "Dat heb ik in mijn leven al duizend keer gemaakt", zegt Meus. "Maar nu ben ik nerveus. We verstoren hier toch een beetje de normale gang van het leven. Gewoonte is alles in die broers hun leven. En ik doorbreek dat."

Maar dat zie je niet en wij zien de sterkte van dit ploegje rond hem. Er wordt niks in scène gezet. Er is maar één camera. Kat vraagt niemand iets opnieuw te doen. Hooguit moet Jeroen eens herhalen wat hij zei terwijl hij de patatten schilt. Maar de broers Verbaere? Ze doen wat ze moeten doen.

Details tonen de wereld van de broers. Je ziet boeken. Ce que je crois van Jean Rostand. La vie de Simone Weil van Simone Pétrement. Blaise Pascal van Jacques Attali. Er hangt een elektronische darts, het merk is B-Square. Op de schouw een minitractor, een thermometer, een kaars voor Sint-Rita, een flesje met daarop een etiket dat 'huile de pied de boeuf' zegt, acht bekers dus en een vaas met plastic bloemen en in de gang een sleutelrekje uit Lourdes: Que Notre Dame de Lourdes protège notre maison. En als u dinsdag alles op tv ziet, is dit nu al zeker: wat u ziet, is wat er is. Kat en Koen voegen enkel hun respect toe. Soms is de werkelijkheid mooier dan de verbeelding. "Oordeel niet te snel."

Details

"Het doet me heel veel nadenken", zegt Meus. "Je mag je nooit een beeld vormen van iemand voor je het fijne ervan weet. Die mannen gaan heel zorgzaam met hun leven om. Elke avond eten ze twee eieren. Zoals hun ouders deden. Maar ooit had Ignace een tumor in de maag en hij moest elke dag zes kleine porties eten. Dat deed hij ook."

Op de kalender in de keuken zie je het ritme van hun leven. Etienne houdt die in kleine letters bij. 21 juli: 'On tue deux lapins.' Die avond aten ze konijn. 23 augustus: 'Départ St-Jacques'. Daniël vertrok op zijn fiets naar Compostella. 27 september: 'Cheveux Etienne.' Toen werd zijn haar geknipt. 3 oktober: 'Retour St-Jacques.'

"Ik schrijf de belangrijke evenementen op", zegt Etienne. "Zelfs wanneer we de haard weer aangestoken hebben. Of wanneer de kuikentjes geboren werden. En dus ook toen Daniël met de fiets vertrok. Het was een dinsdagochtend. Op zondag de 21ste was er nog een feest geweest voor de oogst, zo kon hij met een vrijer hoofd vertrekken. Al duurde het de ochtend van zijn vertrek nog even. Hij vond zijn jas niet. Maar toen was hij weg. Hij reed naar het westen: Arras, Amiens, langs Parijs, Orléans, Bourges, naar Périgueux. Normaal zou hij maar tot in Le Puy-en-Velay rijden en daar zou Ignace hem met de auto ophalen. Maar eens hij daar was, dacht hij: waarom fiets ik niet door? Met zijn zakken op de fiets! Merveilleux. Een bevriende kok uit Lille is hem daar gaan ophalen en toen hij terugkwam, hadden we zestig buren uitgenodigd. We hebben de klok geluid en iedereen riep: 'Daniël, Daniël, Daniël!' Dat vonden wij allemaal geweldig. We ontvangen graag mensen. De versiering van een huis zijn de mensen die er op bezoek komen. Volgens mij heeft Emerson dat gezegd."

De tijd is hier niet blijven stilstaan, o neen: deze vier vrijgezellen gebruiken hem alleen gepast. Wel meticuleus en met oude gewoontes. Maar als de al wat bejaarde, pas geslachte, kippen veel meer kooktijd nodig hebben dan Jeroen dacht, wachten ze rustig. Ignace vertelt dat Etienne 's avonds graag Zorro kijkt, Etienne vertelt dat Daniel de chef van de afstandsbediening is en gisteravond hebben ze op Eén voor het eerst gezien dat Jérôme in België een vedette is. Dagelijkse Kost zou wel eens de gewoontes kunnen binnensluipen.

Twee hanen

Etienne citeert plots een fabel van Lafontaine: "Twee hanen hadden vrede. Een kip voegt zich erbij en brengt de poppen aan het dansen." Hij kent er zeker dertig uit het hoofd. "Ik vind Lafontaine de beste schrijver, niét Victor Hugo." Ignace: "We houden ook veel van taal. L'imparfait du subjonctif, dat is toch prachtig?"

Jeroen excuseert zich omdat de kip nog wat langer op zich laat wachten.

Ignace, met een glimlach: "Ik wist het op voorhand."

Jeroen: "Koken is nog altijd het liefste wat ik doe. (lacht) Maar taaie kiekens van drie jaar oud heb ik nog nooit klaargemaakt. Zij doen dit met de snelkookpan. Door Goed volk te doen, ben ik een betere mens geworden. Ik leer bij van mensen als deze vier. Allez, zo eenvoudig. Als je Etienne vraagt hoe oud hij is, zegt hij: 'Mijn leeftijd is niet belangrijk. Mijn leeftijd is de tijd die me nog rest om te leven.' Daar kan ik wel even over nadenken."

Vol-au-vent met een ster

Op een boerderij is het logisch dat dieren geslacht worden, maar Etienne heeft het er altijd een beetje moeilijk mee. Tot op een dag iemand hem Le Poil et la Plume van Anny Duperey gaf. Telkens er nu een kip dood moet, leest hij uit dat boek dezelfde passage die zacht vertelt hoe zo'n dier dan sterft. Dat helpt.

Die kip eten we nu en (excuses aan iedereen die het ooit al voor ons klaarmaakte): een lekkerdere vol-au-vent aten we nooit eerder. Of dat nu door die taaie kiekens komt of door de balletjes die Meus draaide, de groenten erbij of de puree, aucune idée, maar dit is vol-au-vent met een ster.

En nu gebeurt wat Jeroen daarnet zei. Socrates en Plato passeren, formules van Einstein en Newton, een vraag van Ignace over het licht (en dan het grapje van Kris waarmee dit verhaal begon) en niemand registreert dit nu. Niet Koen, niet Kris, niet Kat. Jeroen stuurt niet (in de keuken doet hij overigens de afwas), niemand heeft het gevoel dat er iets gefilmd móét worden. De dagen zijn rijk.

"La purée était fantastique", zegt Daniël. "Helaas is het sneller gegeten dan klaargemaakt."

Dan zit ik even in de zetel van Daniël. Die heel vriendelijk niks zegt, ik voel het zelf: ik verstoor de gewoonte.

Soms stelt Jeroen Meus een vraag. Al is het niet eens een vraag. Een opmerking is voldoende. Iets zeggen. En dan zwijgen. Een van de meest beklijvende momenten in het eerste seizoen van Goed volk was toen hij cowboy Tom aan de praat kreeg. Meus wachtte lang genoeg. Onderbrak niet. Toen brak de stoere cowboy.

Ook nu zie je hoe bijzonder goed hij dit doet en zeker bij deze broers moet er niet altijd gepraat worden. Onderling doen ze dat op aanvoelen. "We begrijpen elkaar zonder praten", zegt Daniël. "Op verjaardagen geven we elkaar geen cadeaus." Ook geen kussen, vraagt Jeroen? "Jamais", zegt Daniël. En Etienne: "Maar we eten altijd goed."

"Onze ouders waren zoals wij", zegt Daniël, maar verder laten we al de verhalen die ze vertellen over hun reizen, het leven en de keuze voor dinsdag.

We rijden naar La Maison de Commune. Het was hier dat Lyn het idee van de broers Verbaere toevoegde aan het lijstje onderwerpen voor het tweede seizoen. Bij een reis naar het Vreemdelingenlegioen, de Hutterieten in Canada, de chassidische Joden in Antwerpen en Foula Island.

Zij rijden met de paardenkoets naar dit café en dat filmen Kat en Kris natuurlijk wel. "Hier spreekt men Vlaams", zegt een bordje in het café van de opvallende bazin Marie-Thérèse. "Tot 1950 sprak men na de zondagsmis allemaal Vlaams. Maar toen werd het verboden." Ze verkopen hier sjalotten en een bokaal paté voor 5,50 euro. Er zit een koppel uit Wijtschate. "Mijn man had koude voeten en dus is hij naar hier gewandeld. Drie uur deed hij erover. Ik ben met de wagen gekomen." Daniël, Ignace en Etienne luisteren, praten mee en eens terug op straat kijkt Etienne naar de Dorpsstraat die hij al kent van toen hij in de kerk rechttegenover gedoopt werd: "Wat een prachtig dorpje is dit." Alsof hij er voor het eerst komt.

Misschien is dat de sterkte van Goed volk. Het is de verwondering. Dezelfde verwondering die nu, terug thuis, het is al donker, ontstaat als Ignace zijn iPhone op de boxen aansluit. De camera loopt. Eerst zet Ignace het klarinetconcert van Mozart op ("het lievelingsstuk van Jérôme", zegt hij). Dan komt Beethoven. Etienne lijkt te gaan dansen. Ignace verdwijnt even: hij gaat het kookvuur aansteken. In een hoek van de kamer zit Meus mee te kijken en te luisteren. Zegt Etienne: "Muziek is beter dan een sigaret. Zelfs de tractor van Daniël vind ik een vorm van muziek." En hij vertelt hoe Arthur Rubinstein ooit gevraagd werd wat de mooiste dag van zijn leven was en dit antwoordde: "De dag waarop ik begreep dat het leven onvervangbaar was." Ignace zet een stukje van Don Giovanni op: "Om Jérôme de smaak van de opera te geven."

Je moet niet naar Nevada om de wereld te leren kennen. Al helpt dat ook. En als een maand later Fidel Castro in Cuba sterft, zit de hele Goed volk-ploeg daar. In een uniek geschiedenismoment, maar ook helemaal: in dagen van rouw is filmen niet mogelijk.

Maar het leven kun je dus ook leren kennen in Berten. "Etienne is de leraar die ik graag gehad had", zegt Jeroen.

Goed volk, elke dinsdag op Eén vanaf 20.30. Nu dinsdag, 4 april, aflevering twee: de broers Verbaere

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234