Zondag 14/08/2022

'Dank u voor mijn Game Boy en ik bid voor vrede op de wereld'

De legende van het Poperings Mirakelhuisje

Sommige legenden zijn niet meer dan een voetnoot in geschiedenisboeken. Andere echter zijn zo krachtig dat ze meer dan 500 jaar na hun ontstaan nog duizenden mensen in hun ban houden. Het wonder van het Mirakelhuisje in Poperinge, bijvoorbeeld, waar een kindje uit de dood zou zijn opgestaan louter om gedoopt te kunnen worden. Nu nog is de plek waar het ligt begraven een bedevaartsoord, waar met de vreemdste verzoeken tot Maria wordt gebeden. 'Dat mijn zoon zijn rijbewijs mag halen.'

Jean-Paul Mulders

Poperinge, anno 1479: een stad met een lijkwade over. De streek wordt geteisterd door melaatsheid, hongersnood en ondervoeding als gevolg van mislukte oogsten. Maar de ergste kwaal is wel de zwarte pest, die razendsnel om zich heen grijpt en de bevolking van het stadje heeft uitgedund tot een schamele 1.150 inwoners. De ontreddering is compleet. Een belangrijkste troost in die donkere tijden is een beeldje van Onze-Lieve-Vrouw. Volgens de mondelinge overlevering vond een schipper het in de Vleterbeek. Sinds jaren wordt het aangeroepen in de Sint-Janskerk, een van de drie monumentale kerken die de stad rijk is.

"Een handvol getrouwen blijft, ondanks alles, geloven in de kracht van het gebed", zo lezen we in een brochure over de Maria-Ommegang. "Onophoudelijk richten ze smeekbeden tot deze 'Troosteres der bedrukten'. Op het dieptepunt van de ellende wordt een smeekbede verhoord. In het huis van Rassoen Vanhove en Jacquemine Bayaert wordt op 11 maart 1479 een doodgeboren kind ter wereld gebracht. Omdat het niet gedoopt is, begraven de ouders de boreling in hun tuin."

Op aandringen van Pieternelle Turlyne, een diepgelovige buurvrouw, en na vurig gebed tot Onze-Lieve-Vrouw van Sint-Jan, wordt het kindje drie dagen later ontgraven. Het wicht geeft warempel tekenen van leven en wordt in allerijl gedoopt door kapelaan Roene. Het krijgt de naam Jacobus, leeft nog een uur na het doopsel en wordt dan begraven voor het altaar van Onze-Lieve-Vrouw.

Meer dan vijfhonderd jaar later weerklinken onze voetstappen hol in diezelfde Sint-Janskerk. Het grafje van de kleine Jacobus, in de volksmond ook 'Jacsje' genoemd, ligt er nog, links vooraan. Op de rechthoekige, witte grafsteen, omkranst door bloemen van dankbare gelovigen, staat in middeleeuwse letters vanuit een ver verleden te lezen:

"D.O.M. Hier rust mijn nietig stof Mijn geest verheven leeft En aan Maria Lof Voor Haere Voorspraek geeft."

In tegenstelling tot het al enkele keren herbouwde Mirakelhuisje zelf (Bruggestraat 9), waar alleen een kapelletje met onderschrift tegen de voorgevel nog aan de oude legende herinnert, is de Sint-Janskerk inmiddels uitgegroeid tot een echt bedevaartsoord. Terwijl we de kerk bezoeken schuifelen voortdurend mensen af en aan, om gedurende enkele momenten prevelend op een kerkstoel voor het graf van de kleine Jacobus neer te knielen.

Want deze legende kreeg de proporties van een heus mirakel, dat door de kerk zelfs met een oorkonde van perkament bevestigd werd. Ze hangt nog altijd in de pastorie, veilig achter glas geborgen in de werkkamer van pastoor Gijs van Ryckeghem. De hogere geestelijkheid deed er destijds alles aan om het wonderbare feit nauwkeurig te onderzoeken. Vicaris-generaal Monssart kwam zich ter plaatse vergewissen van de echtheid van het gebeuren; 37 getuigen werden daartoe onder ede verhoord. Na ampel onderzoek werd het mirakel officieel erkend door de natuurgeleerde, de rechtsgeleerde en de godgeleerde die twee jaar lang de feiten onderzochten. Vervolgens kwamen de proosten van Poperinge, Ieper en Voormezelde de kerkelijke oorkonde officieel overhandigen, vergezeld door de groot-vicaris en de bisschop van Julia. Er kwamen ook nog eens een baljuw, een amman, twee schepenen, een gezworen notaris en apparitor aan te pas.

Maar ondanks al dat gebulder van kerkelijke en wereldse macht twijfelt zelfs de pastoor van de Sint-Jansparochie tegenwoordig zichtbaar aan het waarheidsgehalte van 'zijn' legende. "Ach, ze hebben dat onderzocht met de middelen van toen, hé", zegt Van Ryckeghem. "Je moet dat in de context van de Middeleeuwen zien. Toen dachten ze dat een kind dat niet gedoopt was, automatisch in de hel terechtkwam. Of tenminste in het voorgeborchte ervan, want dat hadden ze toen ook al verzonnen om het allemaal een beetje minder vreselijk te maken. Nu zien we dat anders: zo'n doodgeboren kind heeft net zoveel kans om het goed te hebben in het hiernamaals als een kind dat wel gedoopt is. Tegenover de erfzonde, de ondeugd die van het ene geslacht op het andere overgaat, staat namelijk ook zoiets als de erfdeugd: al het goed dat de mensheid heeft gedaan en dat ook blijft bestaan."

De context van de Middeleeuwen, inderdaad. Niet toevallig circuleren er in dezelfde streek nog een paar legendes van gelijke strekking. Niet alleen in Poperinge maar ook op drie plaatsen in het huidige Frans-Vlaanderen zouden op voorspraak van Maria wondere opwekkingen gebeurd zijn van doodgeboren of vroeg gestorven kinderen. In Broekburg bijvoorbeeld, waar een moeder in 1461 haar kind zou hebben gedood en onder het ijs gegooid. Tien dagen later kwam het wicht levend weer naar boven. Het werd voor het beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Broekburg gebracht en kon bij wonder toch nog gedoopt worden.

Ook in Bollezele, even benoorden Kassel, wordt een miraculeus Mariabeeld vereerd en zijn volgens de legendes heel wat doodgeboren kinderen op Haar hoogstpersoonlijke voorspraak weer opgewekt en dan gedoopt. Het oudst vermelde dergelijke wonder dateert van 1429. Een kind dat zonder doopsel was gestorven, was in niet gewijde aarde begraven. De nog bedlegerige moeder kreeg in een visioen de opdracht om het kind uit het graf te halen. Haar man deed het eerst af als een droom, tot hij hetzelfde visioen kreeg. Door de twee voet dikke sneeuwlaag kon het kind pas veertien dagen later opgegraven worden. Maar op het Maria-altaar kwam het prompt weer tot leven. Het verdere verloop is inmiddels bekend: het kindje werd gedoopt, stierf weer en werd opnieuw begraven. Ditmaal echter in gewijde grond.

In het Frans-Vlaamse dorpje Kaaster zouden zelfs niet minder dan negen van dergelijke wonderen zijn gebeurd. De heroplevingen van dode baby's zijn daar met nog een andere legende verweven, die minstens zoveel tot de verbeelding spreekt: die van de blinde heer van Strazele. Toen hij de bebloede lichamen wou begraven van Edith, Sabina en Elfrida, drie vermoorde maagden, raakte hij met het bloed zijn ogen aan en kreeg prompt zijn zicht terug. De kapel die hij er bouwde, wordt de kapel van de Drie Maagden genoemd, naar de meisjes die er begraven zouden zijn.

"Ach, dat is allemaal begrijpelijk he", zegt pastoor van Ryckeghem haast vergoelijkend. "Heel wat parochies probeerden toentertijd relikwieën en oorkonden in hun bezit te krijgen. Zoiets hielp nu eenmaal om volk aan te trekken. Maar nu leven we in het computertijdperk en zou ik niet meer durven te zeggen dat dat kind destijds echt uit de doden is ontwaakt. Maar wie ben ik om daarover te oordelen? Ik was er niet bij. Wat ik wel geloof, is dat die ouders destijds geholpen zijn geweest. Dat ze troost hebben gevonden. Nu nog komen hier trouwens veel mensen bidden tot Maria. Misschien komt dat doordat zij ons een moederlijker, menselijker beeld geeft van een soms weinig concrete God."

"In Poperinge leeft dat nog heel sterk", valt voorzitter van het Ommegangscomité Albert Decrock de priester bij. "Ik denk dat je in wel tachtig procent van de huizen hier nog wel een Mariabeeldje vindt. Heel veel Poperingenaars stappen nog jaarlijks mee in de Maria-ommegang., die op de eerste zondag van juli door de stad trekt. De zaterdag daarop vindt dan de zogenaamde 'donkere ommegang' plaats, een bidprocessie waarop zo'n 3.000 bedevaarders drie kilometer aan een stuk paternosters lezen. Honderdvijftig weesgegroeten in totaal, met Maria-liederen tussenin."

Het 'gastenboek' in de kerk liegt er overigens niet om: mensen prevelen om de meest uiteenlopende redenen een schietgebedje tot de Maria die meer dan vijfhonderd jaar terug de kleine Jacobus uit de dood liet verrijzen. Vaak zijn de zinnetjes in beverig handschrift aan het papier toevertrouwd, en ronduit schrijnend te noemen: "Dank u, moeder, omdat ik mijn operatie van kanker ben doorgekomen en zo goed genees." Andere behoren meer tot het anekdotische soort: "Maria help ons Marina dat ze voor Lode V. kiest en niet voor die slechte Gino L. Dat ze haar gemene vrienden laat staan en ons gelooft dat ze goed haar best moet doen in school." Curieuzer is dan weer het rare zinnetje "Help de bieteelt en de hop", dat herhaaldelijk in het boek terugkomt. Wat godsvruchtige oneliners betreft, mag deze er overigens ook zijn: "Dank u voor mijn Game Boy en ik bid voor vrede op de wereld."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234