Maandag 23/09/2019

aanslagen 22 maart

Danielle Iwens, twee jaar na 22/3: "Om de twee maanden moet ik bewijzen dat ik slachtoffer ben"

Danielle Iwens werkte op 22/3 aan de incheck­balie in Zaventem. Sindsdien strijdt ze om erkenning. "Het statuut van terreur­slachtoffer is zo lek als een zeef." Beeld Bob Van Mol

Nu de lichamelijke wonden min of meer geheeld zijn, komen de slachtoffers van de aanslagen van 22 maart in een nieuwe hel terecht: die van de Belgische administratie. Ook de luchthaven schiet na twee jaar nog altijd tekort, vindt Danielle Iwens.

Op 22 maart 2016 bemande Danielle Iwens de incheck­balie toen zelf­moord­­terroristen hun bommen lieten afgaan op de luchthaven. Haar collega Fabienne Vansteenkiste, die net klaar was met de ochtend­shift, kwam om het leven. Iwens hield er een gehoor­trauma aan over en angst – veel angst.

“Ik heb Fabienne die ochtend niet meer gezien”, zegt Iwens. “Na haar werk was ze nog iets gaan kopen in een van de winkeltjes in de vertrekhal, vlak bij de plek waar de eerste bom ontplofte. Wat mij vooral is bijgebleven, is de stilte die in de vertrekhal hing na de aanslag. Ergens hoorde ik het gehuil van kinderen, maar voor de rest was het muisstil. Ik heb veel gezien – lege buggy’s, mensen die op de grond lagen, maar je duwt dat weg. (hapt naar adem) Sorry, maar daarover wil ik het niet meer hebben.”

In juni 2016, drie maanden na de aanslag, ging Iwens de eerste keer weer werken. “Ik vond dat ik mij moest herpakken. Maar na een paar dagen ben ik gecrasht. De luchthaven zag er heel anders uit. Sinds september 2016 ben ik weer aan de slag. Ik doe mijn job graag, maar elke keer dat ik de luchthaven binnen­stap, denk ik: ik hoop dat ik vanavond thuis­ raak.”

“Onze spirit is gebroken. Vroeger vormden de werknemers van de luchthaven één grote familie. Na de aanslagen namen we zonder morren elkaars shifts over. We waren iets aan het opbouwen, samen stonden we sterk. Van dat gevoel schiet vandaag nog maar weinig over. Met directe collega’s praten we nog wel over wat er gebeurd is, maar als het gaat over de nasleep van de aanslagen, dan stokken de gesprekken.

“Soms loop ik weg van mijn werkplek. Als ik achter­gelaten bagage zie of als er te veel mensen samentroepen, dan vlucht ik. Ik neem geen risico’s meer. Ik kan ook geen knallen meer verdragen – tijdens het vuurwerk van 21 juli vorige zomer ben ik wenend naar huis gefietst. Onlangs kwam ik terug van een feestje en reed ik door de mist. Ik heb de wagen aan de kant moeten zetten. Ik rook de geur van de springstof, wat eigenlijk niet kan.

“Ik ben een van de weinigen die nadat de bommen waren afgegaan, niet naar buiten zijn gelopen. De beelden van de Bataclan spookten door mijn hoofd. Toen ik de eerste knal hoorde, wist ik onmiddellijk dat het niet pluis was. Ik ben naar binnen gelopen, verder het luchthaven­gebouw in, dwars door de rook.”

Waar bevond u zich toen de hel losbarstte?

Danielle Iwens: “Ik deed de check-in op rij tien, balie drie. De eerste bom is ontploft op dertig meter van mij. Ik ben opgestaan, waardoor ik de impact van de tweede bom, achter mij, goed heb gevoeld: de druk op mijn oren was gigantisch. Daarna ben ik beginnen te lopen. Na de aanslagen in Parijs, Londen en Boston hadden we het er met collega’s nog over gehad: ‘Straks zijn wij aan de beurt.’ Ik heb toen gezegd dat als er iets zou gebeuren, ik op mijn rug op de band zou gaan liggen en hup, met de bagage mee naar beneden. Na de eerste bom heb ik naar de band gekeken, maar die was geblokkeerd. En dus ben ik beginnen te lopen. Ik wist meteen dat het ernstig was. De stukken vlogen in het rond.

“Mijn ‘veilige zone’ was met mijn badge de personeels­lift naar boven nemen – goed wetende dat je bij brand geen liften mag nemen. Toen ik aan de lift stond, kwamen er nog mensen toegesneld. Ik drukte op de knop en zei: ‘Kom mee, je moet badgen voor de lift kan vertrekken.’ Op de vijfde verdieping liep ik in de armen van mijn collega’s, die op het punt stonden naar beneden te gaan. ‘Niet doen!’, riep ik. ‘Het is daar oorlog.’ We zijn naar het dak gevlucht. Daar hebben we via de sociale media vernomen wat er in Maalbeek was gebeurd. Gelukkig heb ik toen naar mijn man en de school van mijn kinderen kunnen bellen.

“We stonden met zo’n vijftien man op het dak. In geen tijd kwam de stofwolk van de vertrekhal door de liftschacht naar boven. Iemand had contact met de politie, die ons adviseerde terug naar binnen te gaan en zo het gebouw te verlaten. Maar no way dat ik nog de vertrekhal inging.

“Op het dak hebben we lang gezocht naar een ontsnappings­route – de signalisatie was allesbehalve. Uiteindelijk vonden we een noodtrap waarlangs we naar beneden konden. Daar zijn we op een deur gestoten die met een hangslot was dicht­geketend. We zaten als ratten in de val. Het was een nooddeur die uitgaf op het tarmac, ze had open moeten zijn. Ik ben in paniek beginnen te roepen en op de deur beginnen te stampen. Mensen die op het tarmac aan het verzamelen waren, hebben arbeiders gestuurd die met een kniptang de deur hebben opengemaakt.

Lucht­haven­personeel, passagiers en hulpverleners na de aanslag in Zaventem. Danielle Iwens: "We leven met de angst dat het opnieuw gebeurt." Beeld Photo News

“Een maand later, toen Brussels Airport rondleidingen organiseerde om het personeel opnieuw vertrouwd te maken met de luchthaven, vertelde ik dat ik voor een gesloten deur had gestaan. ‘Dat zal wel geen officiële nood­uitgang geweest zijn’, klonk het. Maar dat was het wel: ik ben een foto gaan maken van de deur. Met enkele mensen van Brussels Airport ben ik nadien ter plaatse gegaan. De ketting die was losgeknipt en het hang­slot lagen nog altijd op de grond.”

Hoe erg was u er aan toe?

“Ik was in shock en had last van mijn gehoor. Waarschijnlijk zal ik er tinnitus aan mijn linker­oor aan overhouden, maar dat is leefbaar. Er zijn mensen die er veel erger aan toe zijn. Ik kreeg tank­therapie voorgeschreven: twee keer per dag moest ik naar het UZ in Antwerpen om twee uur in een hogedruk­tank te gaan zitten. Best wel akelig: het is een grote tank waar je met twaalf personen in kunt en die hermetisch wordt afgesloten. We noemden het onze duikboot. Bijna alle patiënten waren slachtoffers van de aanslagen. Bij mij heeft het jammer genoeg niet geholpen.

“Nadat we op het tarmac waren geraakt, hebben de hulpdiensten me naar het militair ziekenhuis in Neder-over-Heembeek gebracht. Daar ben ik opgevangen door het Rode Kruis. Elk slachtoffer kreeg een medewerker die niet van je zijde week. Ik werd naar een ruimte met een zestigtal bedden gebracht, allemaal mensen die de eerste zorgen hadden gekregen. Ik heb het bed in de hoek gevraagd. Daar heb ik met mijn rug naar iedereen gelegen. Een vriendin is me komen ophalen en heeft me naar huis gebracht. De eerste knuffel met mijn man en kinderen zal ik nooit meer vergeten.

“Vroeger was ik een sterke vrouw, ik was zorgeloos. Ik boekte zonder nadenken een vliegticket naar Boston om mijn vriendin te gaan bezoeken. Maar van die sterke vrouw is er niet veel meer over. Ik denk nu anders.”

Brengt het officiële statuut van terreur­slachtoffer enig soelaas?

“Dat statuut is zo lek als een zeef. Vorige week heb ik een kaartje gekregen dat zegt dat ik een erkend terreur­slachtoffer ben. Maar daarvoor moet een arts-expert van Medex, de controledienst van de overheid, je 10 procent invalide verklaren. Aanvankelijk ging iedereen erkend worden als terreur­slachtoffer. Maar er zijn mensen die een aanvraag tot erkenning hebben ingediend terwijl ze de dag van de aanslagen op Tenerife zaten. Zodra je het statuut hebt, krijg je een oorlogs­pensioen en worden al je medische kosten terugbetaald – vooral dat laatste vind ik belangrijk. Wie zo’n kaartje heeft, zoals ik, denkt dat alles in orde is, maar mijn erkennings­dossier is nog altijd niet afgesloten.

“Erkende terreur­slachtoffers hebben voorts recht op een gratis trein-, tram- en bus­abonnement. Dat heb ik ook maar vernomen via V-Europe, de slachtoffer­organisatie die de broer van mijn overleden collega Fabienne heeft opgericht. Maar het klopt, het stond even op de website van de NMBS: je hoefde maar met je documenten langs te gaan in een station naar keuze en daar kon je een abonnement krijgen. Mij is het gelukt, al waren ze in het station van Mechelen niet op de hoogte van de regeling. Maar collega’s die langs­gingen in Oostende en Brussel-Zuid hebben geen abonnement gekregen. De regeling is intussen stopgezet, omdat iemand heeft beseft dat de erkennings­dossiers nog niet zijn afgehandeld. Het is een klucht.”

U bent niet de enige die dat vindt. Veel slachtoffers klagen over de administratieve romp­slomp waarin ze zijn terecht­gekomen.

“Om u een idee te geven: ik heb drie dossiers openstaan. Eén bij Ethias, dat de arbeids­ongevallen­verzekering van mijn werkgever behartigt. Dan is er Amlin, de verzekerings­maat­schappij van Brussels Airport. Zij vergoeden de morele en materiële schade. Ten slotte is er Medex, dat over het statuut van terreur­slachtoffer gaat.

“Als werknemer van de luchthaven heb ik het er moeilijk mee dat de luchthaven na vier maanden is heropgebouwd met verzekeringsgeld, terwijl wij voortdurend moeten bewijzen dat we slachtoffer zijn. Elke twee maanden moet ik naar de expertise-arts van Amlin. Dan naar die van Ethias. Zij sturen je naar een gerechts­psychiater – ik kreeg dokter D. in Antwerpen toegewezen. Vorige maand kwam ik opnieuw bij de expertise-arts van Amlin. Daar vroegen ze me of ze mij al naar een gerechts­psychiater hadden gestuurd. Opnieuw werd ik naar dokter D. verwezen. Ik stel me daar vragen bij. Veel van mijn collega’s worden ook naar dokter D. gestuurd, zelfs mensen die in Tienen, Leuven, Aalst en Oostende wonen. Zijn er in Leuven of Gent geen goede gerechts­psychiaters?”

Waarom moest u naar een gerechts­psychiater?

“Om na te gaan of ik lijd aan een post­traumatische stress­stoornis (PTSS). Ik ga naar een psycholoog en twee jaar na de aanslagen neem ik nog altijd een pilletje om te kunnen inslapen, maar goed: blijkbaar bestaan er testen om PTSS te meten. Dokter D. heeft me vier testen voorgeschoteld: een intelligentie­test en drie persoon­lijkheids­testen. Nu vraag ik mij af: wat is de relevantie van een intelligentie­test bij de vaststelling van PTSS?

“Uit de drie persoonlijk­heids­testen bleek dat ik niet waarheids­getrouw had geantwoord, hoewel dat in eerste instantie niet zijn indruk was op basis van het gesprek dat hij met mij had gehad, zo schreef D. in de begeleidende mail: ‘Het is een beetje zoals een bloed­onderzoek dat aantoont dat u op sterven na dood bent, terwijl u blakend voor de arts zit.’ Ik heb die testen opnieuw gedaan, maar ik was zo geschrokken van de manier van communiceren, dat ik een raads­geneesheer in de arm heb genomen.

Danielle Iwens: "Als het gaat over de nasleep van de aanslagen, dan stokken de gesprekken tussen de collega's." Beeld Bob Van Mol

“Aan Ethias liet dokter D. weten dat hij geen conclusies kon trekken en dat het dossier kon worden afgesloten. Verdere behandeling in het kader van mijn verwerking vond hij niet noodzakelijk. Hij vermeldde er ook bij dat ik ‘onvoldoende coöperatief’ was ingesteld tijdens het onderzoek, terwijl ik alle testen waarheids­getrouw heb ingevuld, tot twee keer toe. Toen Amlin, de andere verzekerings­maat­schappij, mij onlangs ook naar dokter D. verwees, heb ik een andere gerechts­psychiater gevraagd én gekregen.

“Ik begrijp dat je op een bepaald moment een dossier moet afsluiten. Je moet leven met je trauma’s en dat probeer ik zo goed mogelijk te doen. Maar ik heb die gesprekken met mijn psycholoog nodig. Gelukkig zijn mijn medische kosten altijd vergoed door Ethias: mijn psycholoog factureert rechtstreeks aan de verzekerings­maat­schappij. Ook de oor­arts wordt op die manier geregeld. Ik weet dat dat kan, maar veel slachtoffers niet en die betalen uit eigen zak, zonder dat ze zeker zijn dat ze die kosten ooit zullen terugkrijgen. Mensen krijgen een kaartje waarop staat dat ze terreur­slachtoffer zijn en ze denken dat alles in orde is, maar niets is minder waar.”

Vindt u dat de Belgische overheid iets te verwijten valt? Een van de daders in Maalbeek liep in het jaar voor de aanslagen in de kijker van het gerecht omdat hij via tussen­personen volop kalasjnikov­laders aan het kopen was. Het bleef bij een huiszoeking.

“Ik kan niet beoordelen of de overheid te veel of te weinig heeft gedaan om de aanslagen te voorkomen. Het enige wat ik kan zeggen, is dat de huidige aanpak niet gestructureerd is. Er was ons geadviseerd om bij de politie in de gemeente waar we wonen, een verklaring af te leggen als benadeelde persoon, zodat de procedure kan worden opgestart waardoor je je burgerlijke partij kunt stellen. Ik leg die verklaring in mei 2016 af in Mechelen, maar als ik daarna door de luchthaven­inspectie opgevorderd word om een verslag te gaan indienen, vraagt de agent die mijn verhaal opschrijft opnieuw een bewijs in te vullen van benadeelde persoon, wat ik heb geweigerd.

“Vorig jaar zei ik op televisie dat het luchthaven­personeel in de 23 jaar dat ik toen op de luchthaven werkte, nooit evacuatie­richtlijnen heeft gekregen. Sindsdien blijft Brussels Airport zich achter statistieken verbergen. Op de website lees je dat per dag 7.000 kopjes koffie worden verkocht in de luchthaven. Gebakjes: 3.500. Flesjes water: 3.300. Gemiddeld aantal passagiers per dag: 60.000. Vorig jaar: een record­aantal passagiers. De luchthaven is volop bezig met vergroten en uitbreiden.

“Maar wat ze niet weten, is hoeveel mensen er met angst in de luchthaven rondlopen. Over de aanslagen wordt niet meer gesproken. Voor de luchthaven is het weer business as usual, maar ik bots elke dag op dingen waaruit blijkt dat met onze veiligheid een loopje wordt genomen. Wij zijn kwetsbaar en het feit dat de overheid mijlenver van de slachtoffers staat, boezemt mij geen vertrouwen in.”

Bent u daarom begonnen met het fotograferen en rapporteren van veiligheids­problemen?

“Door mijn ervaring probeer ik mijn steentje bij te dragen om de luchthaven veiliger te maken. Het laatste jaar heb ik tientallen vast­stellingen gedaan, van rond­slingerende brandblus­apparaten over een kapot slot tot signalisatie die je de weg wijst naar een nooduitgang waar de deur is gebarricadeerd.

“Dat zijn banale dingen, maar op die manier komt de veiligheid in het gedrang. Brussels Airport neemt mijn klachten serieus, ik heb er met hen over samen­gezeten. Het kabinet van minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon heeft me uitgenodigd nadat ik op televisie mijn beklag had gedaan. Maar na twee jaar schiet de luchthaven nog altijd tekort. We leven elke dag met de angst dat het opnieuw gebeurt.”

Bent u bezig met de daders?

“Nee. Ik heb één artikel gelezen over het proces-Abdeslam, over de schietpartij in Vorst. Daarin werd beschreven wat hij zei en wat hij aanhad, maar dat interesseert me niet. Ik wil daar niet mee bezig zijn. Ik wil het beter maken voor alle mensen die verder moeten. Je kunt haatgevoelens koesteren tegenover de daders, maar die energie kun je beter gebruiken om elkaar te helpen. In de nasleep van de aanslagen zijn er bijzondere vriendschappen ontstaan. Dat is waardevol.

“De dag na de aanslagen heb ik een tekst geschreven over hoe ik me toen voelde. Twee jaar later zijn die woorden nog altijd van toepassing. Dat klopt toch niet? De overheid staat zelfs verder van de slachtoffers dan in het begin. Je zou denken dat het gat na twee jaar is dichtgereden, dat elke dienst in België weet wat hij moet doen. Maar de kloof gaapt breder dan ooit. IS heeft België willen destabiliseren en daar zijn ze glansrijk in geslaagd.”

Het lijkt alsof de slachtoffers veerkrachtiger zijn dan de overheid.

“We moeten roeien met de riemen die we vinden – niet met de riemen die we hebben, want die zijn er niet. Je moet ernaar op zoek, je moet je weg vinden in de papierwinkel. Voor mij is dat gelukt, vooral dankzij V-Europe. Ik raad iedereen aan om zich bij ons aan te sluiten. De verzekerings­maatschappijen sturen aan op afsluiten, men wil over naar de orde van de dag. Terwijl er nog zoveel mensen zijn die geholpen moeten worden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234