Woensdag 21/10/2020

InterviewDaniel en Zoë Demoustier

Daniel en Zoë Demoustier: ‘Een grote reis met twee, ooit, zou ons goed doen’

20200202 Brussel Belgie, Daniël Demoustier en dochter Zoë DemoustierBeeld Bob Van Mol

De jongste is 24 jaar en performer/theatermaker. Ze kreeg in het begin van dit jaar de Leuvense cultuurprijs voor beloftevol talent voor haar engagement in het festival ‘In de maak’. De oudste is 57 jaar en begenadigd oorlogsjournalist en filmmaker. Zoë en Daniel Demoustier, dochter en vader. 

Zoë

“Het leek alsof mijn vader altijd aan het werk was in een of ander ver land. Ik heb hem vaak gemist. Maar op de momenten dat hij thuis was, gaf hij ons zijn onverdeelde aandacht.

“De gezinsvakanties waren altijd magisch. De kinderen in mijn klas gingen naar de kust of naar Frankrijk, maar door de airmiles die hij verzamelde, kwamen wij in verre landen als Kenia, Thailand of Cuba terecht.

“In 1997 reisden we naar Egypte, net na de aanslag in Luxor. Vanuit Caïro reden we met jeeps richting Soedan. Op een bepaald moment zaten we op drie dagen rijden van de bewoonde wereld, met enkel een satelliettelefoon als vangnet. Ik zat op het dak van die rijdende jeeps en als we pauzeerden, groef ik fossielen op uit het zand. Er was niets, alleen maar de overweldigende leegte van de Sahara en de sterren boven ons hoofd. Die reizen staan gebeiteld in onze familieherinneringen.

“In 2017 werd papa ziek. Na een routinecontrole bleek dat hij lymfeklierkanker had. Hij zei dat hij wel ergere dingen had meegemaakt, zoals die keer dat hij onder vuur werd genomen in Irak en drie collega’s het leven lieten.

“Hij heeft zich nooit in een slachtofferrol gewenteld, altijd bleef hij oprecht positief. Ik denk dat hij er wel deugd van had even helemaal niets te doen, na dat onverschrokken werktempo dat hij jarenlang had volgehouden.

“Die zomer zette hij een zwembadje op in de tuin en nodigde hij soms wel vijftien man uit voor een barbecue. Hij sloeg zich wonderwel door die chemo­periode heen, maar voor ons gezin was het zwaar. Hij was supermager, net een stokje. Ik zie mijn zus Lahja nog altijd de restanten van zijn haar afscheren.

“Ik wilde toen vaak en veel met hem praten. Niet over zijn ziekte, maar over ons. En over zijn werk. Ik voelde toen voor het eerst de drang om de beelden die hij in oorlogsgebied had gemaakt ten gronde te bekijken. Waarschijnlijk was dat mijn manier om dichter bij hem te komen.

“Een aantal beelden verwerkte ik in mijn afstudeerproject aan het RITCS. In Regarding the Pain of Others gebruik ik beelden die hij maakte in 1995, mijn geboortejaar. In die voorstelling stelde ik de vraag hoe wij hier in het Westen naar oorlogsbeelden kijken en of we er nog door geraakt worden. Ik voel dat er nog zoveel onontgonnen potentieel zit in dat project. Ik wil ermee verder gaan. Dat wordt mijn nieuwe, grote project.

“Ik zou graag met papa terugkeren naar die plaatsen waar hij heeft gefilmd en die ik in mijn werk laat terugkomen. Ik wil niet het meisje zijn dat voorstellingen maakt over dingen die ze nooit met eigen ogen heeft gezien.

“Zo’n grote reis met twee, ooit, zou ons goed doen. Toen ik in Amsterdam studeerde, zag ik hem hooguit twee keer per jaar. Nu komen we elkaar tegen op straat. Vóór de pandemie gingen we dan al eens spontaan iets eten of samen naar een voorstelling. We vinden elkaar nu makkelijker, letterlijk en figuurlijk.

“Met kerst heeft hij me een semiprofessionele camera gegeven. Het beste aan dat cadeau is zijn oude cameratas waarin het toestel verpakt zat. Als ik na schooltijd de voordeur opendeed en die tas stond in de gang, dan wist ik dat hij thuis was.”

Beeld Bob Van Mol

Daniel

“Toen de kinderen klein waren, was ik zelden thuis. Ik heb jarenlang een freelancecontract gehad met de Britse nieuwsprovider ITN. Zes maanden per jaar draaide ik shifts van drie weken. Ik werd uitgezonden naar broeihaarden overal ter wereld en moest 24/7 beschikbaar zijn.

“Wat dan met je kinderen, leek iedereen zich af te vragen. Maar ik heb mijn periodieke afwezigheid nooit als een probleem ervaren. Mijn toenmalige vrouw Annemie heeft zich wel in alle mogelijke bochten gewrongen om ons gezinsbedrijfje draaiende te houden, hoewel ook zij een veeleisende job had. Ik herinner me nog hoe ik me eens klaarmaakte voor een overzeese opdracht en Zoë als baby’tje meenam naar de luchthaven om haar daar in de armen te leggen van haar moeder, die net terugkwam van een buitenlandse vergadering.

“Maar als ik thuis was, probeerde ik er ook écht te zijn. Ik reed vaak twee keer per dag heen en weer tussen Louvain-la-Neuve, waar we woonden, en de middelbare school in Leuven. Tussendoor bracht ik iedereen naar hun schijnbaar eindeloze reeks hobby’s. Dans, muziek, voordracht, cello... Elke week­avond zat stampvol.

“Soms vroeg ik me af of ze zich daar wel gelukkig bij voelden. Maar als ik er een opmerking over durfde te maken, kreeg ik boze blikken terug.

“De kinderen hadden een strakke weekplanning, maar Annemie en ik waren allesbehalve georganiseerd. Ik belde haar ooit vanuit Parijs. ‘Ah, jij zit in Barcelona vandaag? En waar zijn de kinderen dan?’ Een heksenketel was het! Ik kwam terug van oorlogsgebied en kreeg meestal meteen een strakke to-dolijst in handen geduwd. (lacht)

“Ik heb de kinderen nooit afgeschermd van mijn werk. Ze wisten wat ik deed en daar hing geen zwaarte over. Ik wilde niet dat ze zich zorgen maakten over hun vader en zich afvroegen of hij wel naar huis zou komen.

“Ik toonde hun regelmatig een selectie beeldmateriaal. Ik liet hun geen beelden zien van bombardementen, wel van vrouwen en kinderen die vertelden over hun leven in oorlogsgebied. Die menselijke verhalen heb ik trouwens altijd interessanter gevonden dan het harde oorlogsgeweld op zich.

“Vooral Zoë, de oudste van de drie, pikte meer op dan ik dacht. Ze was acht jaar toen ik haar samen met een vriendinnetje ergens naartoe reed. Ze speelden een woordspelletje: noem een stad die begint met de letter B. ‘Basra!’, riep Zoë. Welk kind van acht kent de naam van die stad in het zuiden van Irak?

“Hoe ouder Zoë wordt, hoe sterker onze vader-dochterband. We wonen nu allebei in Brussel en werken af en toe samen. Dan zit ik stilletjes in de zaal en observeer ik van een afstand hoe ze regisseert. Ze blijft haar lieve zelve, maar behoudt altijd de controle.

“Onlangs vroeg ze mij om een compilatiefilmpje van haar werk te maken. ‘Ja, papa, je hebt drie uur. Begin er maar aan.’ Haar feedback was kordaat, maar gelukkig ook meelevend.” (lacht)  

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234