Zondag 21/04/2019

Opvoeden

Dan toch maar weer een beetje autoritairder opvoeden?

Beeld © Munir de Vries

In vier jaar tijd is het aantal leerlingen met gedragsproblemen in de klas gestegen met 30 procent. Het gevolg van een té vrije opvoeding, volgens kinderpsychiater Peter Adriaenssens. Maar hoe kun je kinderen kritisch leren denken zonder zelf gezag te verliezen?

Het aantal leerlingen dat de vloer aanveegt met de klasregels, is in vier jaar tijd met bijna 30 procent toegenomen. Vorig schooljaar ging het om 7.919 jongeren. Dat blijkt uit het jaarverslag van de Centra voor Leerlingenbegeleiding. De cijfers verdienen wel meteen enige nuance. 

“Scholen en ook de CLB’s reageren nu alerter op gedragsproblemen, waardoor ze ook vaker gerapporteerd worden”, stelt Stefaan Grielens, algemeen directeur van de Vrije CLB-koepel. “Om maar een voorbeeld te noemen: alcoholgebruik op een schoolreis. Dat werd vroeger oogluikend toegelaten, nu is dat uit den boze.”

Maar het recente rapport lijkt toch ergens te bevestigen wat ouders, leerkrachten en jongerenbegeleiders al een tijdje aan hun water voelen: veel jongeren lijken problemen te hebben met opgelegde grenzen. “Er is een schrijnend gebrek aan autoriteit”, reageerde kinderpsychiater Peter Adriaenssens in Het Nieuwsblad. “We moeten dringend met zijn allen de ogen openen. En onze kinderen weer leren omgaan met autoriteit.”

Bij de Vlaamse Scholierenkoepel schoten ze meteen in een kramp. “Meer autoriteit mag nooit het antwoord zijn”, meent Rania el Mard, voorzitter van de koepel. “De tijd waarin scholieren zwijgend achter hun bankje zaten te beven uit angst voor de leerkracht vooraan ligt definitief achter ons. Gelukkig maar. Wanneer het goed uitkomt, heeft iedereen de mond vol van burgerschap en het belang van kritische en mondige jongeren. Grijp dan ook niet overhaast terug naar recepten uit het verleden. Werk liever aan betere schoolregels en een betere school.”

Vieze bijklank

Autoriteit. Het is een woord dat voor velen toch een beetje vies klinkt. Omdat het beelden oproept van strenge colleges waar een eigen mening hebben afgestraft werd. Of van pastoors naar wie je moest luisteren, ook al vielen ze je lastig. Geen wonder dus het afkeer opwekt en dat ouders hun kinderen tegenwoordig graag een gezonde dosis wantrouwen voor gezag willen bijbrengen.

En dat is ook een goede zaak, meent Patrick Lancksweerdt, directeur van het Centrum voor Leerlingenbegeleiding van Roeselare. Zolang alles maar in evenwicht is. “Jongeren die niet zomaar alles klakkeloos aanvaarden en marsorders volgen. Natuurlijk zijn we daarvoor. Maar het probleem is dat de slinger toch wat doorgeslagen is.”

Iets wat wij, volwassenen, voor een groot stuk aan onszelf te wijten hebben, vindt hij. “We hebben onze kinderen opgevoed met veel uitleg. We hebben onszelf verplicht om alles te verantwoorden aan onze kinderen. En zijn daar ook te ver in gegaan. Terugkeren is moeilijk, maar zal toch moeten. We moeten jongeren durven zeggen dat bepaalde zaken niet kunnen of mogen, zonder daar veel uitleg aan te geven. Zonder dat er uitvoering gediscussieerd moet worden.”

Patrick Lancksweerdt. Beeld Tim Dirven

Het is toch een wat dubbele situatie. Je probeert als ouder je kind op te voeden tot een mondig burgertje, dat in staat is om argumenten te formuleren. We zijn er met zijn allen van overtuigd dat dat belangrijke vaardigheden zijn voor hun verdere leven. “Alleen is daar wel tijd en energie voor nodig”, zucht Kaat, mama van twee tienerdochters. “En dat zijn nu precies twee dingen die je als ouder, maar ook als leerkracht of begeleider, niet altijd hebt.”

Een situatie die ook Jonas (33) en papa van twee herkent. “Als ik ’s morgens de kinderen op tijd op school en mezelf op het werk wil krijgen, dan heb ik liever dat ze niet discussiëren of hun eigen mening beginnen formuleren. Dan moeten ze ook gewoon kunnen luisteren en doen wat ik zeg.”

Oeverloze discussies

Leerlingen die oeverloos discussiëren om toch maar die toets uit te stellen, of blijven argumenteren waarom ze die taak niet konden indienen: het komt Gerrit De Neef, leerkracht geschiedenis aan het Gentse Atheneum Wispelberg niet onbekend voor. Zo merkt hij dat de leerlingen in zijn klas steeds meer de discussie aangaan met het gezag, en daarbij vaak als de dood zijn om hun ongelijk toe te geven.

Al is dat volgens De Neef geen negatieve zaak. “De tijd dat de leraar angst inboezemde, is gelukkig voorbij. Mijn leerlingen zijn bijzonder kritisch geworden.” Die kritische geest hebben ze volgens De Neef te danken aan een vrijere opvoeding. “De jeugd krijgt minder oogkleppen mee van thuis.”

De vrijere opvoeding van de scholieren beïnvloedt echter ook het regime in de klas. “De leraars uit de  babyboomgeneratie verdwijnen, en de generatie die hen vervangt gaat veel vrijer om met de leerlingen”, legt De Neef uit. “Het woord nemen in de les verloopt bijvoorbeeld veel losser in vergelijking met vroeger. Ook gebeurt het minder dat een leraar beleefd wordt aangesproken.” Maar ook hier ziet De Neef meer voordelen dan nadelen. “De school is geen instituut meer waar men leert en moet zwijgen, het is een open ontmoetingsplaats.”

Voor De Neef mogen zijn leerlingen best nog wat mondiger en kritischer worden. “Kritische leerlingen doen dat voorlopig meest uit eigenbelang. Over maatschappelijke thema’s zijn ze minder bewogen. Zo komen debatten over pakweg de Syrische burgeroorlog er vaak op mijn aansturen, niet vanuit een vraag uit de klas.”

Gerrit De Neef. Beeld Tim Dirven

Al is er volgens De Neef wel een verschuiving merkbaar. “Ecologie is een uitzondering. Kritiek over milieu- en klimaatbeleid zijn bij de leerlingen namelijk wél alomtegenwoordig.”

Ook binnen het jeugdwerk zien ze een verschuiving. Daar wijzen ze vooral in de richting van de ouders, die het gezag over hun kind moeilijk overdragen aan de leiders, vindt Seth Muylle, KSA-leider van de Brugse afdeling Sint-Trudo. “En dan krijg je kinderen die tegen het gezag van de leiding ingaan. Ze krijgen van thuis de les om niets te doen waar ze zelf niet achter staan. Zo durven ze de uitdaging om een rauw ei te eten vaak weigeren, terwijl dat vroeger uit den boze was.”

De leiders krijgen het vaak te horen in discussies, dat ‘het niet mag van thuis’. “Het traditionele vertrouwen in de leiding is verdwenen. Of dat erg is? Neen, zelfverzekerde jongeren die voor zichzelf opkomen, kunnen we alleen maar toejuichen.”

Geconditioneerd

Maar niet iedereen ziet het zo rooskleurig als de leraar geschiedenis en de KSA-leider. De mondigheid van tieners en het eeuwige discussiëren kan een grote bron van frustratie zijn, weet CLB-directeur Lancksweerdt. “Omdat ook dat wat foutgelopen is. Het is een goede zaak dat onze kinderen mondiger geworden zijn, maar nu zijn ze soms geconditioneerd. Als ze maar blijven discussiëren, kunnen ze alsnog hun zin krijgen. Dat is wat we hen geleerd hebben. De deur is in hun ogen nooit helemaal dicht, staat altijd op een kier. Een neen kan nog altijd een ja worden. Dat zorgt ervoor dat we van die eeuwige discussies krijgen, die elke ouder of begeleider van jongeren wel zal herkennen.”

Onschuldig zijn die eeuwige discussies allerminst. “Het neemt voor hen structuur en houvast weg. Ze weten niet meer wanneer ze moeten stoppen. Ik zie het vaak in mijn kantoor. Een jongere bijvoorbeeld die door de school is buitengezet. Zo’n beslissing wordt echt niet lichtzinnig genomen. In de meeste gevallen bekijkt de school eerst alle andere opties en wordt ook met alle betrokkenen gepraat. Dan valt uiteindelijk de beslissing. Maar dan nog komt die jongere hier discussiëren. Je krijgt maar moeilijk uitgelegd dat zoiets geen enkele zin heeft.”

Seth Muylle. Beeld Tim Dirven

Leren stoppen en discussies afronden. Het is iets wat leerlingen met een moeilijk schooltraject kunnen leren in een van de Time-Outprojecten. Die halen dergelijke jongeren voor enkele weken uit de klas en begeleiden hen intensief. “We focussen daarbij heel erg op gedrag en leren hen basisvaardigheden aan”, legt Bert Degryse, teamleider bij Groep INTRO uit. “Een daarvan is inderdaad ‘leren afronden’. We leren ze wanneer ze moeten stoppen en ook dat ze enkel ‘gevechten’ moeten aangaan die zinvol zijn.”

Ook Degryse verwijst naar de thuisomgeving van de jongeren. “Jongeren worden steeds mondiger. Cruciaal is dat ze daarin begeleid worden. Dan heb ik het over de thuiscontext, want school is ook maar school. Iedereen met pubers in huis weet: als je hen loslaat, zijn ze weg. Je moet als ouder een kader scheppen en hen terugfluiten als ze fouten maken. Maar pubers die thuis zien dat het oké is om regels te overtreden, krijg je moeilijk nog in het gareel.”

Moeten we dan opnieuw naar een meer autoritaire opvoeding? Neen, meent CLB-directeur Lancksweerdt. “Niemand wil terug naar vroeger. Maar er is wel nood aan een nieuwe vorm van autoriteit. We moeten kinderen opvoeden tot kritische en mondige wezens, die wel degelijk hun grenzen kennen. Hoe je dat doet? Door duidelijke afspraken te maken. Zo gaat het in de volwassenwereld ook. Je kunt met je baas onderhandelen over je arbeidscontract. Maar eenmaal dat getekend is, moet je je aan die afspraken houden. Doe je dat niet, dan heeft dat gevolgen. We zullen dus moeten leren om ook duidelijke afspraken te maken met onze jongeren.”

Lees ook: "We creëren massaal narcistische jongeren"

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.