Vrijdag 14/08/2020

Reportage

Dan maar kamperen in eigen land: ‘Veertien uur in de auto is echt niet nodig’

Olivier Vander Biest en Sofie Roels met dochters Cato en Ines.Beeld Kevin Faingnaert

Eigenlijk ging je naar Schotland of naar Kos, of je had plannen voor Peru of Texas. Dat ging dus even niet door. Veel mensen gingen voor plan B: een Belgische camping. ‘Best spannend.’

‘Na een week rondtrekken hebben we niet het gevoel dat we in hetzelfde land blijven’

Olivier Vander Biest (42), Sofie Roels (42), Cato en Ines (8) trekken ruim twee weken door België in een camper.

• kampeerplek: Camping Zennijs in Sint-Denijs

• gingen eigenlijk naar: Schotland

“Het was de bedoeling dat we met de camper naar Schotland zouden gaan. Het werd al snel duidelijk dat die reis niet zou doorgaan, maar de reservatie van de camper hebben we wel behouden – voor de flexibiliteit. Uiteindelijk zijn we in België gebleven, zo steunen we de Belgische economie ook een beetje. We reizen het hele land door, op een pedagogisch verantwoorde manier: onze dochters hebben immers heel wat school en uitstapjes moeten missen die we nu zowat compenseren. De Leeuw van Waterloo, het hellend vlak van Ronquières, Pairi Daiza…

“De route brengt ons langs plaatsen waar we zelf misschien niet direct aan gedacht zouden hebben. Zo zijn we gestart in Zonhoven, omdat daar blijkbaar een speelgoedwinkel is waar je zelf je teddybeer kan bouwen. Dat wilden onze dochters heel graag.

“We zijn al meer dan een week op weg, maar we hebben niet het gevoel dat we in hetzelfde land gebleven zijn. Het heeft ons wel geleerd dat we misschien niet altijd duizend kilometer moeten rijden voor een gevarieerde vakantie. Zeker voor de kinderen maakt het niet zoveel uit. Hier is een speeltuin, soms is er een zwembad. Meer hebben ze niet nodig. Eigenlijk rijden we nu nooit langer dan een uurtje of twee. Gek om te denken dat we op andere vakanties soms veertien uur in de auto zitten.

Beeld Kevin Faingnaert

“Belgische campings zijn niet altijd een succesverhaal. Deze plek in Sint-Denijs is heel fijn, de beste waar we al geweest zijn, maar er is nogal wat variatie. Er is bijvoorbeeld veel verschil met residentiële campings, waar de meeste mensen een heel seizoen, en soms wel een heel jaar verblijven. Die hebben geen website, die kom je gewoon tegen. Een onthaal is er niet echt, je checkt in bij een vaste bewoner en vult daar van die ouderwetse formuliertjes in die in de jaren tachtig een keertje door de stencilmachine zijn gegaan. Charmant hoor! Daartegenover heb je de hele toeristische campings, vooral in de Ardennen, waar ze zelfs aan het onthaal Hollands praten… In de Ardennen! Ja, de campingclichés worden soms wel bevestigd. Teenslippers. Plastic teiltjes vol afwas. Chemische toiletten waar je het deksel af moet draaien. En momenteel heb ik zoveel muggenbeten op mijn benen dat ik ze niet meer kan ontharen. (lacht)

“Gek genoeg heb ik op deze trip nog geen existentiële crisis gekregen, terwijl dat toch een jaarlijkse traditie is op reis – zo’n paniekske van ‘fuck, hadden we dit niet beter moeten plannen?’ En dat terwijl we nu bijna niets plannen…

“We beslissen meestal pas de avond ervoor waar we naartoe zullen rijden. Voor de kampeerplekken baseren we ons op de foto’s die we online vinden. Als er animatie met clowns te zien is, slaan we die plek alvast over. (lacht)

“Eigenlijk kan je op voorhand niet controleren waar je gaat terechtkomen en hoe het weer die dag zal zijn, maar dat kan je ook niet als je naar Zuid-Frankrijk zou rijden. Soms valt het mee, en soms valt het tegen. Dat vat zo’n beetje de reis samen.”

‘Het spannendste was een lange wandeling naar Nieuwpoort’

Beeld Kevin Faingnaert

Annelies Mommen (35), Jeroen Delvael (36) en hun dochter Lily (2,5) verblijven in een caravan aan zee

• kampeerplek: Kompas Camping Westende

• gingen normaliter: in het najaar naar Thailand

“Als je mij voor de hele crisis zou gezegd hebben dat ik mijn zomervakantie al wandelend en fietsend aan de Belgische kust zou doorbrengen, had ik je waarschijnlijk in je gezicht uitgelachen. Doorgaans kiezen we toch voor ietwat… avontuurlijker reizen, en altijd in het buitenland. Dit was dus wel even een aanpassing. Niet zozeer het kampeergedeelte, in heel mijn leven heb ik denk ik nog maar één keer op hotel geslapen. Wij waren van die mensen die een mobilhome hadden voor het cool was. Nee, ik hou van leven in de buitenlucht. Ik hou dan weer heel wat minder van het dijktoerisme, en zeker het Belgisch dijktoerisme, waar de dijk een lang doorlopend stuk beton is waar het constant vol mensen loopt, kinderen gocarts tegen je benen rijden en volgeplaveid met middelmatige restaurants.”

“Het culinaire aspect is heel belangrijk voor ons – ik denk dat het zelfs het eerste is wat door mijn hoofd schiet: is daar goed eten? Zo zijn we naar Peru vertrokken nadat ik een artikel had gelezen over de Peruviaanse keuken. Hetzelfde met Vietnam. Omdat we ook niet te veel op restaurant wilden gaan vanwege corona, hebben we voor deze reis Jeroen Meus’ recepten doorspit naar lekkere Belgische campingkost. Dat viel eigenlijk supergoed mee. De hele reis viel eigenlijk goed mee. We hebben ook geluk hè. Deze caravan is van mijn ouders, die staat er het hele seizoen, van de paas- tot de herfstvakantie. We moeten dus niets opbouwen of afbreken, gewoon aankomen en onze stoeltjes uitklappen. Bovendien is het een rustige camping, waar de caravans ver uit elkaar staan, waar geen lawaaierige groepen komen en waar je door de duinen recht naar het strand kan wandelen. Ik hoef dus de dijk niet over.” (lacht)

“We waren natuurlijk al wel eens een weekendje naar hier gekomen, maar twaalf dagen is toch wat anders. In het begin waren we daar wel nerveus voor: wat kan je daar in godesnaam doen voor zo lang?De Belgische kust is nu niet meteen de meest zinderende plek op aarde. Maar ik heb net gemerkt dat de afwezigheid van culturele prikkelingen ook even rust gaf. Het spannendste dat we de voorbije weken gedaan hebben was een lange wandeling tot Nieuwpoort, waar Lily dan uiteindelijk toch in het karretje mocht waar ze al de hele tijd naar vroeg. Jep, zo’n ding dat tegen mensen hun benen rijdt. (lacht) Maar het was fijn.

“We hebben ook opgezocht wat het beste ijssalon van Nieuwpoort was, en daar een ontzettend lekker ijsje gegeten. Doorgaans heb ik op reis een wel hele lijst met dingen die we zeker moeten gezien of gedaan hebben, en foeterde ik wanneer we te lang sliepen. Wij zijn geen ochtendmensen, ook onze dochter niet trouwens. Hier was het heel rustig, niets moest, en dat gaf wel een ultiem gevoel van ontspanning. Lily heeft veel op het strand gespeeld, we hebben veel gewandeld, gefietst en de polders ontdekt, en we hadden ons dagelijks aperitiefmomentje. Dat was zodanig deugddoend dat het nu onze dochter haar favoriete maaltijd is geworden. (lacht

‘Ik denk dat ik straks beter slaap, voor de zekerheid heb ik wat Orvallekes gedronken’

Beeld Kevin Faingnaert

Daniil Lavrovski (26) fietst door de Ardennen

• kampeerplek: Val de Poix in Saint-Hubert

• ging eigenlijk: zijn grootmoeder in Zwitserland bezoeken

“Een tent, een slaapzak, een matje, een opblaasbare zetel, een zak met eten, een reparatiekit, een pomp, twee liter water, twee bidons van 700 ml, kleding en een toiletzak. En dat alles in drie tassen – eentje aan mijn stuur, eentje aan het frame en eentje aan het zadel. Het is de eerste keer dat ik ga bike­packen, maar ik fiets wel veel. Ik ben ermee begonnen op mijn zeventiende, al reed ik toen voornamelijk met fixies (fixed gear of doortrapfiets, KS). Het afgelopen jaar heeft het wat stilgelegen, maar door de lockdown heeft de microbe me weer te pakken gekregen. De fietsmicrobe, bedoel ik! Omdat ik al langer eens met de fiets op reis wou, was de keuze snel gemaakt. Het bevalt me echt enorm goed, ik moet niet eens een rugzak dragen! Een vuurtje heb ik niet mee, dat was te veel extra bagage, dus gisteren heb ik overleefd op granenrepen en vandaag heb ik een broodje gekocht. Dat is oké. Het enige wat ik mis, is mijn koffie ’s ochtends.

“De voorbije nacht heb ik verschrikkelijk geslapen. Er zit blijkbaar een gat in mijn matje. Toen ik na een tocht van zeven uur mezelf eindelijk in mijn tent liet ploffen, was ik ervan overtuigd dat ik in een coma ging belanden, zo uitgeput was ik. Maar niks dus. Naar mijn gevoel heb ik heel de nacht wakker gelegen. Het hielp natuurlijk ook niet dat de man in de tent naast me een heel regenwoud bij elkaar heeft gezaagd. Ik bedoel niet gezapig snurken hè, het was buitensporig luid en… agressief zelfs op een bepaalde manier. Normaal vind ik campinggeluiden nog wel charmant, maar dat was niet gezellig. Nu heb ik mijn tent vlak aan een riviertje gezet, dus ik denk dat ik een betere nacht tegemoet ga. Voor de zekerheid heb ik ook wat Orvallekes gedronken.

“De voornaamste reden waarom ik het bij officiële kampsites hou, is omdat ik een hele dag fiets en ’s avonds toch graag een douche wil kunnen nemen. Deze site in Saint-Hubert is heel gezellig, maar La Roche was toch wat anders. Daar was het ontzettend druk, en tot overmaat van ramp waren het bijna allemaal West-Vlamingen. (lacht) Daarstraks heb ik een veldje gezocht met een panoramisch uitzicht. Ik heb op mijn gemak die pintjes gedronken, naar muziek geluisterd en af en toe wat opgeschreven in mijn notitieboekje. Dat was eigenlijk een beetje het hele opzet van deze tocht. Tot rust komen en inspiratie opdoen voor de drukke periode die eraan zit te komen. Ik ben fotograaf en hou dit najaar een expo in Antwerpen, dus dat is veel werk. Ik voelde echt dat ik er even tussenuit moest.

“Of ik na al dat gefiets niet liever in een hotelbed slaap? Nah. Dit is supergoedkoop. Ik betaal zo’n 15 euro per nacht. Bovendien heb je met kamperen geen verwachtingen. Het is wat het is. Je moet je niet afvragen of je een slechte kamer zult hebben, bijvoorbeeld. Je kent je tent, je kent je slaapzak, je weet hoe het zal zijn. Alleen dat gat in mijn matje. Dat kwam onverwacht.”

‘Kamperen heeft sowieso iets magisch, zelfs als je het in je achtertuin doet’

Beeld Kevin Faingnaert

Pieter Dejonghe (37) en zijn twee dochters Marit (6) en Ada (4) slapen in een tent in de eigen achtertuin

• kampeerplek: Mariakerke

• gaan gewoonlijk naar: Frankrijk of Engeland

“Mijn dochters wilden al lang eens in een tent overnachten. Samen. In principe is dat geen probleem, ware het niet dat Marit stilte nodig heeft om in slaap te vallen, en Ada moet zingen om in slaap te vallen. Je begrijpt dat dat geen schitterende combinatie is.

“Thuis hebben ze beiden hun eigen kamer, maar op reis is een gedeelde kamer nooit een succes geweest, en hebben mijn vrouw en ik altijd apart met een van de meisjes geslapen. Daarom dat ik hun eerste kampeerervaring ook bij ons in de achtertuin liet plaatsvinden.

“Ik denk dat het er voor hen vooral om draaide om eens niet in hun eigen bed te slapen – ook al heb ik voor hen wel de matrassen van hun bed gehaald.

“Voor mij was het vooral belangrijk om eens een try-out te doen, zodat ik niet in het midden van de nacht met twee huilende kinderen op de achterbank van de Ardennen naar huis moet rijden.

“Kamperen heeft sowieso iets magisch, zelfs als je het in je eigen achtertuin doet. De kinderen konden langer buiten spelen, in hun pyjama zelfs, en kropen dan met vuile voeten in de tent, waar ze nog hebben liggen babbelen met elkaar terwijl ik buiten een boek heb gelezen. Dat was voor hen ook wel spannend, om zo even alleen in een tent te liggen. Daarna ben ik er netjes tussen gekropen. Veel plaats had ik niet, maar het was heel gezellig.

“We zijn wel gewoon binnenshuis naar het toilet gegaan, ja. (lacht) En een kampvuur hebben we ook niet gebouwd – dat is immers niet zo evident in een stedelijke omgeving. Maar toch voelde het voor hen allemaal echt.

“Normaal gaan we eens klimmen in Frankrijk of wandelen in Engeland. Een ideale vakantie is voor mij een mix van avontuur, cultuur en rust. Het is misschien een beetje cliché om dat laatste als argument aan te halen, dat je op vakantie moet om niets te kunnen doen, maar het is toch echt zo dat het elders makkelijker gaat dan thuis. We proberen het, maar er is altijd wel een klusje dat je kunt doen. Je moet het niet, maar je zou het in principe wel kunnen, dus doe je het. Dat heb je niet wanneer je weg bent.

“De kinderen hebben de afgelopen maanden natuurlijk veel thuis gezeten. Het is opvallend hoeveel Marit en Ada tijdens de lockdown naar elkaar toe zijn gegroeid.

“Ze schelen maar 21 maanden, in tijd is dat niet veel, maar qua ontwikkeling is dat toch een wezenlijk verschil. Door zoveel op elkaar aangewezen te zijn is hun band echt veel sterker geworden.

“Ze zijn ook op een leeftijd gekomen dat je ze niet meer constant in het oog moet houden en ze ook met twee kunnen spelen zonder ons toezicht. Dat hebben ze veel gedaan. Ze komen goed overeen. Behalve om in slaap te vallen dan.” (lacht)

‘Als ik naar boven kijk, waan ik me in Spanje’

Beeld Kevin Faingnaert

Els Bars (47) en Bruno Lanckman (47) staan met hun mobilhome op een Kempens recreatiedomein

• kampeerplek: De Lilse Bergen

• zaten normaliter: in het Basken­land of langs de Atlantische kust van Frankrijk

“Er is niet echt een verschil tussen een Belgische of een buitenlandse camping, behalve dan soms het weer. Nu hebben we echt veel geluk met het zonnetje. Als ik naar boven kijk, waan ik me in Spanje. Het komt eigenlijk door onze tienerdochters dat we voor deze camping hebben gekozen. Een maand geleden zaten we hier al eens een weekend, en toen hebben zij hier vrienden gemaakt. Ze wilden dus graag terugkeren. Voor hen is dat wel het voordeel van in België te blijven: ze leggen veel sneller contact met de andere jongeren op de camping. Wij hebben niet per se nood aan contact met de buren – we zijn doorgaans heel sociaal, maar op vakantie wil je toch een beetje rust. Bovendien is het hier makkelijk om in onze bubbel te blijven, terwijl we thuis misschien wel meer verleid zouden worden om die te doorbreken. Nee, we zitten hier goed. Er zijn heel wat mooie wandel- en fietsroutes, er is een strand, zelfs voor hondjes, en vooral: je staat hier niet op elkaar gepropt.

“Heel wat anders dan de populaire campings in de Ardennen moet ik toch zeggen. Daar is het momenteel écht te druk – op het onveilige af. De hele camping zat er vol, maar je kon er door corona wel maar het halve sanitaire blok gebruiken, waardoor je ook vaak in de file stond om je te wassen. Hier is het veel beter geregeld. Uiteraard zijn er soms wel eens spits­uren, maar het is niet te vergelijken met ginder. Bovendien hebben wij ons eigen sanitair in de mobilhome – we hoeven niet van ons perceel af als de nood hoog is.

“Toen we voor het eerst met de mobilhome op reis gingen, een aantal jaar geleden, waren we daar wel bang voor. Hoe zou dat zijn, dat sanitair? Ga ik wel fatsoenlijk kunnen koken? Terwijl ik hier juist meer tijd neem om recepten uit te proberen dan thuis. Zo’n camper, da’s de ultieme vrijheid hè, niet alleen kun je je locatie kiezen en ben je flexibel, je hangt niet af van vaste uren voor het ontbijt of het avondmaal, zoals in een hotel vaak wel het geval is. Vroeger deden we dat wel eens, zo’n all-in­hotel, maar onze dochters begonnen dat saai te vinden. Ze wilden liever onderweg zijn, dingen bezoeken en beleven, een beetje spontaner leven. Het is dus door hen dat we aan de mobilhome zijn begonnen, maar we zijn ondertussen helemaal verkocht.

“Ik zie deze zomer wel dat steeds meer mensen de weg naar kamperen gevonden hebben. Heel wat jonge gezinnen die voor het eerst met de kinderen en de tent eropuit trekken. Dat doet me wel deugd om te zien, hoe iedereen het hier toch gezellig maakt gezien de omstandigheden. Naast de vrijheid is dat het grootste voordeel van kamperen: je bent echt op elkaar aangewezen, je leeft – zeker als het regent – toch wel dicht op opeen. Dat is niet altijd een pretje, maar je leert elkaar veel beter kennen en je brengt veel quality­time samen door. Spelletjes spelen we niet meer samen, zij willen op deze leeftijd toch vooral met hun vrienden hangen, maar daardoor hebben wij dan weer wat meer tijd als koppel. Iedereen content.” 

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234