Dinsdag 20/10/2020

Damien Hirst: genie of geldwolf?

Ooit droomde hij ervan genoeg geld te hebben om een rol noppenplastiek te kunnen kopen om zijn kunstwerken te beschermen. Nu is hij de rijkste nog levende kunstenaar ter wereld. Damien Hirst: geniaal enfant terrible of mediageile geldwolf? Tate Modern presenteert nu de eerste grote retrospectieve van zijn werk.

Ooit zei hij in een interview tegen David Bowie dat hij nooit tentoon zou stellen in een museum. "Musea zijn voor dode kunstenaars", dixit Hirst. Nu is in Tate Modern voor het eerst een indrukwekkend overzicht van zijn werk te zien met zeventig werken. Mensen veranderen.

Tijdens zijn studies liep Hirst stage in een mortuarium. Op de foto With Dead Head is een lachende Damien Hirst te zien die poseert naast het hoofd van een dode man. Al van jongs af aan was hij gefascineerd door de dood. De fragiliteit van het bestaan blijft doorheen zijn carrière een erg belangrijk thema.

Het bekendste werk over dit onderwerp draagt de prachtige titel The Physical Impossibility of Death in the Mind of Someone Living en is uiteraard te zien in Tate. Kunsthandelgoeroe Charles Saatchi gaf Hirst in 1991 de opdracht om het werk te maken. Een jaar later verkocht hij de haai voor 12 miljoen dollar (zo'n 9 miljoen euro) aan Steve Cohen. Maar intussen was de haai door slechte conserveringsmethodes beginnen te ontbinden. Cohen telde dus miljoenen neer voor een rottende haai. Het dier werd vervangen en de angstaanjagende tijgerhaai die bewegingloos in blauwgroene vloeistof in een gigantische witte tank zit, blijft een indrukwekkend kunstwerk.

Nadien volgde er nog een hele reeks dieren op sterk water. Zelf spreekt Hirst over zijn 'Natural History'-reeks. In een futiele poging om levende wezens te behoeden voor hun onvermijdelijke verval stopt hij ze achter glas of op sterk water.

Hoewel de haai het duurste en daardoor bekendste werk is in zijn dierenreeks, blijft A Thousand Years uit 1990 het werk dat zijn fascinatie voor het leven en de dood het sterkst uitdrukt. Velen beschouwen het als Hirsts beste werk. Het bestaat uit twee glazen vitrines naast elkaar, gescheiden door een glazen wand met gaten in. Aan de ene kant staat een witte kubus vol larven. Als die ontpoppen kunnen ze naar de ruimte ernaast vliegen. Daar vreten de dikke zwarte vliegen een koeienkop aan die op de grond in een plas bloed ligt. Maar als ze tegen de insect-o-cutor vliegen die erboven hangt, worden ze geëlektrocuteerd en sterven ze. The circle of life. Het is een werk waar al eindeloos veel over te lezen was, maar het plots in het echt te zien doet toch gruwelen. A Thousand Years roept een fysieke reactie van walging op. Wanneer een kunstwerk dat effect op je kan hebben, is het geslaagd.

Liefde voor kleur

Hetzelfde thema, de angst voor de dood, werkt hij uit in zijn eigen versie van zeventiende eeuwse vanitasschilderijen: het iconische werk For the Love of God. Daarvoor liet Hirst een platina schedel met 8.601 diamanten loepzuivere diamanten bezetten door edelsmeden van juwelierszaak Bentley and Skinner. Met vooraan een roze diamant van 52,4 karaat - naar verluidt de grootste opdracht voor een juwelier sinds de Britse kroonjuwelen. In het afgietsel zijn de tanden van de originele achttiende-eeuwse schedel gezet.

De titel For the Love of God was een verzuchting van zijn moeder, die zich afvroeg wat Hirst met zijn leven zou aanvangen. Dit werk, dat eerder tentoongesteld werd in het Amsterdamse Rijksmuseum en nu gratis te zien is in de Turbine Hall van Tate Modern, maakte de kunstenaar bekend bij het grote publiek. Het is Hirsts 'memento mori'. In de vorm van bling bling herinnert hij ons aan de fragiliteit van het leven. Kunstcriticus Rudi Fuchs spreekt over "het schitterende aangezicht van de dood".

Vraagprijs van de schedel: 74 miljoen euro. Hij slaagde er niet in om het werk te verkopen in tijden van economische crisis. Om ervoor te zorgen dat de prijzen van zijn ander werk niet zouden kelderen kocht hij het zelf.

De Spot Paintings zijn een eindeloze reeks schilderijen van gekleurde bollen. Het eerste maakte hij al in 1986. De stippen zijn niet perfect rond, zoals in zijn latere spot paintings, en sommige zijn zelfs uitgelopen, maar het basisidee is al aanwezig. Via herhaling van bollen wil Hirst oneindigheid en zelfs onsterfelijkheid bekomen. Dat combineert hij met zijn liefde voor kleur. "Ik hou meer van kleur dan van de meeste mensen", vertrouwt Hirst interviewer Gordon Burn toe in het boek On the Way to Work.

Tate toont een hele reeks stippenschilderijen, die na de jaren tachtig vooral door Hirsts assistenten vervaardigd worden. Als je lang genoeg naar de schilderijen kijkt, begin je patronen te zien en kun je erdoor betoverd worden.

Naast de Spot Paintings zijn in de expo ook een aantal Spin Paintings te zien, schilderijen die hij maakte door verf op een draaiende schijf te laten vallen. Die reeks begon toen hij samen met Angus Fairhurst (een van de Young British Artists die veel meer aandacht verdient dan hij tot nu toe kreeg) verkleed als clown zulke schilderijen maakte. In een kleine ruimte in Tate is trouwens de video A Couple of Cannibals Eating a Clown (I Should Coco) uit 1993 te zien waarin Hirst en Fairhurst verkleed als clown in een bar zitten. Ze drinken, roken en vertellen om de beurt de meest gruwelijke verhalen over vrouwen die hun eigen man doodschieten of babysitters die in slaap vallen en bij het ontwaken de kinderen dood zien liggen. Hun monden zijn lachend geschminkt, maar contrasteren met de afschuwelijke verhalen. Je weet niet of je moet huilen of lachen.

Moeders scepsis

Hirst heeft ook nog een derde soort schilderijen, maar curator Ann Gallagher was zo verstandig om die niet te tonen in Tate. In 2008 onthulde Hirst schilderijen die naar eigen zeggen beïnvloed waren door Francis Bacon. De tentoonstelling No Love Lost waarin ze te zien waren, kreeg unaniem slechte kritieken. Terechte beslissing dus om ze in deze retrospectieve over het hoofd te zien.

Behalve door de dood is Hirst ook gefascineerd door de geneeskunde, die de dood zo lang mogelijk probeert uit te stellen. Hirst herinnert zich dat hij met zijn moeder naar een apotheek ging en zich verwonderde over het contrast tussen haar absolute geloof in de moderne geneeskunde en haar scepsis ten opzichte van hedendaagse kunst. Het eerste werk dat aan die gebeurtenis refereert is Sinner uit 1988, een medicijnkastje met scalpels, latex handschoenen en vele potjes, flesjes en doosjes van medicijnen. Verder verwerkte hij in Sinner ook de persoonlijke voorschriften die zijn grootmoeder hem voor haar dood had gegeven.

Nadien maakte hij een hele reeks medicijnkastjes en gaf ze titels van nummers van het Sex Pistols' album Never Mind the Bollocks mee: van Anarchy over No Feelings tot Pretty Vacant. In Tate hangen er tien kastjes netjes naast elkaar, tegenover de beroemde haai. Een mooi beeld.

Aan de andere kant van de ruimte is Lullaby, the Seasons te zien: vier kasten van spiegelglas met voor elk seizoen een andere verzameling van kleurige pillen om in te nemen. Tate toont ook Pharmacy, de apotheek die Hirst zorgvuldig namaakte in een cleane ruimte.

Bon ton

Is de tentoonstelling in Tate Modern nu de moeite? Tegenwoordig is het bon ton om te zeggen dat Damien Hirst een op geld beluste knoeier is. Maar laat u niet afschrikken door het feit dat hij meer in de media komt met de exuberante prijzen van zijn werk dan met de inhoud of de esthetische waarde ervan. Dit is uw kans om bekende werken die we allemaal al duizend keer op prentjes hebben gezien met uw eigen ogen te zien. En dat blijkt toch iets heel anders te zijn. Sommige van Hirsts werken hebben de kracht om fysieke reacties uit te lokken. En dat is een verdienste.

Bovendien heeft Hirst het beeld van wat kunst is en hoe de carrière van een kunstenaar loopt ingrijpend veranderd.

Naar eigen zeggen had Hirst op zijn veertigste een vermogen van bijna 160 miljoen dollar. "Dat betekent dat hij op die leeftijd meer had verdiend dan Picasso, Andy Warhol en Salvador Dalí samen", schrijft econoom en kunstverzamelaar Dan Thompson in zijn boek Shock Art. Kunst, handel en hebzucht. In de documentaire die Channel 4 over Hirst maakte, benadrukt de kunstenaar telkens opnieuw: "It's not about the money". Kunst en leven, dàt is belangrijk. Noem me naïef, maar ik kies ervoor hem te geloven.

Damien Hirst tot 9 september in Tate Modern, Londen. www.tate.org.uk

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234