Woensdag 21/04/2021

ReportageBrussel

Dakloos door corona: ‘Waar ik slaap? Gewoon in de metro’

Een medewerkster van Médecins du Monde probeert uit te vissen welke hulp deze dakloze man het meest dringend nodig heeft. Beeld Tim Dirven
Een medewerkster van Médecins du Monde probeert uit te vissen welke hulp deze dakloze man het meest dringend nodig heeft.Beeld Tim Dirven

Elke dag komen er in Brussel nieuwe daklozen bij die, werkloos geworden door de coronacrisis, uit huis zijn gezet. Wij spraken met hen, en met hulpverleners die het met lede ogen moeten aanzien. ‘Het is fucking koud.’

Alles kaput”, sakkert Antonio (53), wijzend naar zijn buik en zijn benen. Die liggen horizontaal onder een deken uitgespreid voor de ingang van het Centraal Station in Brussel. Met handgebaren en een Oost-Europees aandoend Duits geeft Antonio aan dat hij honger heeft, en kou. Het wordt twee graden, deze nacht.

De man komt uit Tsjechië en is er beroerd aan toe. Een vrijwilligster van Dokters van de Wereld belt de Brusselse daklozenorganisatie Samusocial. Heel misschien is er ergens nog een opvangplek. Die is er niet, maar misschien komt er straks wel iemand kijken hoe het gaat met Antonio. Want ziekenhuizen zitten momenteel ook niet op patiënten te wachten. “Samusocial blijft voorlopig liever weg van het Centraal Station”, krijgt de vrijwilligster over de telefoon te horen. “Er zijn er daar momenteel gewoon veel te veel.”

Emmy Deschuttere van Dokters van de Wereld: “Volgens een telling van Bruss’Help uit 2018 waren er toen meer dan vierduizend daklozen in Brussel. Er zijn nu ruim drieduizend opvangplekken. Wij schatten dat er elke nacht zo’n achthonderd mensen op straat leven. En de groep blijft maar groeien.”

Timing

Het is op zich doenbaar om als dakloze te overleven in Brussel.

“Ik vind elke avond een plek”, zegt Simone Willems, een kleine zestigster met een gerimpeld gezichtje die in de centrale hal van het station doelloos rondjes draait. Voor de vrijwilligers van Dokters van de Wereld is Willems al bijna tien jaar lang een vertrouwd gezicht. De Medibus, een klein dokterskabinet op wielen, staat op maandagavond hier, op dinsdagavond aan het Zuidstation en donderdagavond aan Noord. “En zo heb ik elke dag een proper mondmasker”, zegt Willems. “Ik heb dan misschien geen huis om in binnen te blijven, maar ik hou me aan de regels.”

Medibus-projectleidster Maïté Montuir: “We hebben zo’n vijfendertig vrijwilligers en delen in de eerste plaats hygiënische kits uit. Met zeep, een tandenborstel, drinkwater, een plannetje met locaties waar ze kunnen douchen. En een mondmasker. We maken ons de laatste tijd vooral zorgen over wat we rond het Zuidstation zien. Je voelt de wanhoop daar. Er zijn ook steeds meer onbegeleide minderjarigen, met wie we nergens naartoe kunnen. De problemen die er in Brussel waren zijn er nog steeds, maar worden nu door corona verder gekristalliseerd.”

Het busje staat op een niet al te zichtbare plek, in de Stuiversstraat achter het station, geparkeerd. Dat gebeurt op last van het stadsbestuur, dat wel graag voorzieningen ziet ontstaan om wat te doen aan de daklozenproblematiek, maar liever ook niet té zichtbaar. “Dat is een beetje vervelend”, zegt Montuir. “Iemand als Simone weet ons te vinden. Wij maken ons vooral zorgen over de nieuwe daklozen. Mensen die het nog moeten leren om op straat te overleven.”

Simone Willems was ooit naaister. Als ze aan vroeger terugdenkt, verschijnt een gloed op haar gezicht. “Ik slaap vanavond in de buurt van het Zuidstation”, zegt ze. “Je moet voor vijf uur naar dat nummer van Samusocial bellen. Je moet zien dat je er op tijd bent. Je moet het allemaal gewoon een beetje weten. En je moet vooral ook zien dat je een telefoon hebt.”

Eten doet Willems na achten in metrostation Kruidtuin. Daar delen vrijwilligers van Operatie Thermos elke avond voedselpakketten uit. Het is een kwestie van goede organisatie als je én je mondmasker én een maaltijd én een slaapplek wilt bemachtigen. “Vroeger deelden ze ook hier eten uit, in het station”, zegt Willems. “Er werd op een gegeven moment te veel geduwd en gehoest. De rijen werden te lang, en nu mag het van de politie niet meer. Er is heel veel dat niet meer mag.”

Maïté Montuir: “We hebben ook al mensen in het busje gehad die een coronaboete hadden gekregen.”

Slapen in de metro

Aan de overkant van het Europakruispunt, aan de ingang van de kleine Carrefour, zit Daniel. Hij kwam vijf jaar geleden vanuit Polen naar België. Kon altijd zo aan de slag in de bouw. In het zwart, wel. Hij maakte zich nooit ergens zorgen over. Daniel was flexibel, hij kon zo’n beetje alles. Voor wie hard genoeg z’n best doet, is er altijd werk. Dacht hij.

Daniel: “Klussen worden uitgesteld, want mensen werken thuis en willen geen arbeiders in huis. Alles ligt nu al maanden stil. Even, heel even, leek in september alles weer op gang te komen, maar dat was snel genoeg weer gedaan. Drie weken geleden ben ik uit m’n appartementje gezet. Ik ga niet naar de nachtopvang van Samusocial. Ik heb het één keer gedaan, een van die eerste avonden. Het zit daar vol druggebruikers en dieven. Mensen die het systeem beter kennen dan jij en ervan profiteren. Ik wil niet worden zoals zij. Je wordt er bij Samusocial ook om zeven uur ’s ochtends buiten geschopt. Ik heb geen probleem met vroeg opstaan, totaal niet. Ik heb er wel een probleem mee als dat niet je eigen beslissing is.”

In metrostation Botanique delen vrijwilligers van Operatie Thermos maaltijden uit. Beeld Tim Dirven
In metrostation Botanique delen vrijwilligers van Operatie Thermos maaltijden uit.Beeld Tim Dirven

Want dan pas, gebaart Daniel, dan voel je het. Dan ben je officieel dakloos. Dan ben je zo iemand voor wie je niet eens een jaar geleden zelf nog de andere kant opkeek. En van wie je nu langzaam maar zeker de gewoonten begint te kopiëren, want er zit niks anders op.

Daniel: “Nu zit ik hier met zo’n kartonnen bekertje, ook al heeft dat totaal geen zin. Bijna niemand heeft nog muntjes. Mensen maken afwerende gebaren. Zeggen: ‘Ik zou wel iets willen geven, maar ik heb geen muntjes.’ Ik betaalde zelf ook alles contactloos, toen ik een tijdje geleden nog een bankkaart had. Ik dacht toen de hele tijd: we komen hier wel door.

“Waar ik vannacht dan slaap? Gewoon. In de metro.”

Ook overnachten in de metro is een kwestie van timing. De poorten sluiten na de laatste passage om 1.17 uur. Je wacht beter tot het laatste moment, want zodra de poorten dicht zijn, zit je veilig. Lange nachten zijn het niet, want om 4.30 uur gaan de poorten weer open.

Worst met appelmoes

Voor wie geen thuis heeft, is het virus de laatste der zorgen.

Maïté Montuir: “Gewoon al iets stoms als naar het toilet gaan. Dat is sinds de horeca dicht is vooral bij vrouwelijke daklozen een enorm probleem. Er zijn veel te weinig publieke toiletten. Velen leefden vroeger van dag tot dag. Ze hadden eens een baantje in het zwart voor twee maanden, en dan vonden ze wel ergens een slaapplek. Ze hadden allemaal ergens wel een café waar ze naar achteren mochten doorlopen. De meeste klachten in de Medibus gaan over hoesten, koorts, ademhalings- en dermatologische problemen. Er zijn te weinig fonteinen en publieke douches.”

Emmy Deschuttere: “Het ergste is de combinatie van nat en koud. Deze mensen hebben elke dag al zoveel uitdagingen, gewoon al om te overleven. Er werd al eens getest op corona. Vier procent bleek positief, maar op sommige plekken was het 30 procent.”

De voetgangersstunnel tussen de Finance Tower en de roltrap van metrostation Kruidtuin oogt zoals Hollywood de laatste overlevenden na een verwoestende aardbeving of een meteoorinslag uitbeeldt. De jongens en meisjes van Operatie Thermos dragen gele hesjes en manen de lange rij in de tunnel aan om zo snel mogelijk door te lopen. De vroegere glimlach bij het overhandigen van het papieren tasje met de maaltijd in is er niet meer. Iedereen draagt een mondmasker. Een thuisloze begroet de vrijwilligster die hem haastig een papieren voedselzak overhandigt: “Ah ma belle!”

Zij zegt: “Vite, vite.”

Het gaat snel, klinisch. Het moet allemaal gebeuren tussen 20 uur en 20.45 uur. Enkel onder die voorwaarden wilde de Brusselse vervoersmaatschappij MIVB de voedselbedeling nog toelaten.

Dakloos de dag doorkomen in Brussel. Naar schatting achthonderd mensen slapen er op straat. Beeld Tim Dirven
Dakloos de dag doorkomen in Brussel. Naar schatting achthonderd mensen slapen er op straat.Beeld Tim Dirven

“Vandaag is het worst en appelmoes met patatjes”, zegt coördinator Marc. “Er is ook soep, koffie en een wafeltje als dessert. Vooraan in de rij delen we mondmaskers uit. We hebben honderddertig pakketten. Tien meer dan gisteren. Elke dag zijn het er weer een paar meer dan de dag daarvoor. Wat als er na de laatste zak nog iemand komt? Ja, dan is dat pech.”

Operatie Thermos bestaat sinds 1988. Het begon ooit met een paar jongelui van de Franstalige katholieke scouts in Laken en een tiental maaltijden, één keer per week. Tweeëndertig jaar later is Operatie Thermos een begrip in Brussel. “We verkopen in de loop van het jaar chocoladetruffels voor vijf euro”, zegt Marc. “Met die vijf euro financieren we de truffel en een maaltijd. We krijgen ook wat giften. We hebben een eigen gaarkeuken. Wij zien de aantallen groeien, inderdaad. Het gaat er de komende weken alleen maar heftiger op worden.”

België bevrijdde Pjotr (40) van zijn heroïneverslaving. België bezorgde hem een lief, een baan als graficus en een dochter. Ze is zes nu, en ze woont bij haar moeder, op een flatje in Anderlecht. Zet de klok een jaar terug, en Pjotr was nog co-ouder. Zijn oogappel woonde beurtelings bij haar moeder en bij hem. Hij had als zelfstandig graficus en concertfotograaf voldoende opdrachtgevers om altijd weer nipt de maand door te komen. Hij had een eigen site en een Instagram-account. Nu staat de Pool wolkjes te blazen op het Europakruispunt: “Het is fucking koud.”

Pjotr probeert de vrijwilligers van Dokters van de Wereld duidelijk te maken dat hij hen nergens voor nodig heeft. Hij is nu al twee maanden dakloos, en hij ziet de situatie als iets tijdelijks.

Pjotr: “Ik weet hoe het gaat. Zodra ik hulp van mensen als jullie aanvaard, aanvaard ik ook mijn situatie. Ik weet dat jullie aan de achterkant van het station dat busje hebben staan. Als ik het echt ooit lastig krijg, of als ik begin te hoesten, kom ik wel. Maar nu? Liever niet. Ik bedoel dat niet slecht. Ik wil niet ondankbaar klinken. Ik apprecieer heel erg wat jullie doen.”

Pjotr heeft zijn dochter al even niet meer gezien, of heel fragmentair. Aan de voordeur bij z’n ex, voor een paar minuten. Hij krijgt dan verwijten van zijn ex, en die neemt hij erbij.

Zwangere buik

Pjotr: “Met alles wat ik nog bij elkaar gebedeld kreeg, heb ik in een toeristenwinkeltje een schudsneeuwhuisje voor haar gekocht. Kent u dat? Zo’n klein glazen ding. Als je ermee schudt, dan begint het te sneeuwen. En ook een puzzel en een set kleurpotloden. Ik ben het naar mijn ex in Anderlecht gaan brengen. Ik kreeg m’n dochter niet te zien. Ja, want het komt natuurlijk niet van papa, het komt van Sinterklaas. Of ze nog gelooft in Sinterklaas? Dat weet ik niet, ik zie haar amper nog. Ik hoop natuurlijk van wel.”

Pjotr haalt een boekje met tekeningen uit zijn rugzak. Een portfolio van een fantasiewereld in een beduimeld notaboekje. “Je moet blijven geloven dat het snel weer goed komt”, praat hij zichzelf moed in. “Concertfilmpjes maken, dat deed ik het liefst. Of logo’s maken voor jonge bands. Ooit zal dat allemaal toch weer tot leven moeten komen?”

Op Pjotrs Facebook-pagina zie je hem en haar op een bankje in een stadspark in Warschau, hij in een fraai pak, zij in een weelderige witte bruidsjurk. Een volgende foto is er een van twee handen op een zwangere buik, enkele maanden later. Weer iets later zie je de jonge vader met z’n pas enkele maanden oude dochter op een Zuid-Europees lijkend strand. Je ziet de kilometerteller van zijn nieuwe fonkelnieuwe koersfiets in 2016.

In de zomer van 2019 neemt Pjotr een foto van zijn dochtertje op een strand. Het is nog altijd zijn coverfoto.

“Wat u nu ziet, is het effect van het moratorium op huurprijzen en uithuiszettingen”, zegt François Bertrand, directeur bij Bruss’Help. “Dat moratorium is op 2 april door de Brusselse staatssecretaris voor huisvesting Nawal Ben Hamou (PS) tijdens de eerste golf afgekondigd. Het moratorium liep tot 30 augustus. Veel mensen met dubieuze baantjes in de bouw of de horeca zaten al maanden zonder inkomen. Zij konden hun huur niet meer betalen. In september en oktober zijn vrederechters dan aan de lopende band uithuiszettingen beginnen uitspreken.

Kadim zegt dat hij dankzij zijn energetische gaven in augustus Antwerp op de Heizel aan de voetbalbeker heeft geholpen.  Beeld Tim Dirven
Kadim zegt dat hij dankzij zijn energetische gaven in augustus Antwerp op de Heizel aan de voetbalbeker heeft geholpen.Beeld Tim Dirven

“We hebben nog geen zicht op het exacte aantal. Wij hebben op 9 november een telling van het aantal thuislozen in Brussel georganiseerd en de resultaten komen er pas eind februari, maar ik vrees dat ik al kan voorspellen welke richting het zal uitgaan. En ik snap zo’n kleine verhuurder ook wel. Die zit plots met vijf of zes maanden achterstal en weet dat zijn huurder die achterstand nooit meer gaat inhalen. Ja, dan trekt die naar de vrederechter. Dat is iets wat we nu ook vaak zien. Dat mensen hun laatste geld bij elkaar harken, net genoeg voor drie maanden waarborg. Dan nemen ze hun intrek in die huurflat en dan zien ze verder wel. Dus krijg je nu ook nog eens heel wantrouwige verhuurders die altijd maar hogere eisen stellen.”

Staatssecretaris Ben Hamou kondigde bij de tweede coronagolf begin november een nieuw moratorium aan. Dat loopt op 20 december af. Het vervelende aan zo’n moratorium is dat hoe langer het duurt, hoe groter de huurachterstanden, en hoe onverbiddelijker de cijfers op basis waarvan de vrederechter op een gegeven moment moet beslissen.

François Bertrand: “We worden momenteel geconfronteerd met de gevolgen van een eerste golf uithuiszettingen, want tussen het vonnis van de vrederechter en de daadwerkelijke uitzetting liggen al snel enkele weken. En nu komt er al een tweede op ons af. Dit zijn allemaal nieuwe thuislozen, pal in de winter. Het is een heel kwetsbare groep. Deze mensen moeten eerst nog door de ontkenningsfase.

Alle pijlers onder hun bestaan zijn kort na elkaar weggeslagen. Ze hebben altijd hard gewerkt, ze zijn altijd eerlijk met de mensen rondom hen omgegaan. Nu staan ze op straat. Het enige wat hen rest is hun eergevoel. Ze weigeren hulp. Ze zijn heel moeilijk te bereiken.

“Wat je ook hebt: mensen die in een kraakpand zitten. Die denken van: samen komen wij hier wel door. Waarna de buurman opeens de politie belt en iets zegt over een lockdownfeest.”

Complotten

Vergeet Ivan Leko. Vergeet het beslissende doelpunt van Lior Refaelov.

De bekerwinst van RAFC Antwerp tegen Club Brugge in augustus is te danken aan één man en één man alleen, zegt Kadim, en dat is hij. Kadim staat met zijn twee plastic boodschappentassen aan de uitgang van het station warmte te vangen. Het is niet duidelijk of hij graag lol trapt of het werkelijk meent. Misschien sluit het ene het andere niet uit.

Kadim: “Ik had een tactisch plan ontwikkeld. Het is een gave die ik heb. Die avond was ik op de Heizel. Ja, niet in het stadion, maar dicht genoeg. Vanachter een boom stuurde ik energie, en een spelconcept dat volgens wat ik achteraf op de beelden zag rigoureus is gevolgd. Ik ben autodidact, ik leef al tien jaar op straat. Ik observeer, ik leer, en ik trek mijn conclusies. Ik geef mijn kennis door, via spiritualiteit. Laatst zag ik dat Bart De Wever onder vuur lag. Hij had zonder mondmasker een interview aan de televisie gegeven. Ik zei: ‘Goed bezig, Bart.’ Iedereen weet dat het virus niet echt is. Het is een manipulatie die een hoger doel dient. En toch maar mooi dat ik Antwerp aan die beker heb geholpen.

“U moet het allemaal niet geloven. Er is helemaal geen virus. Mensen dragen iets over hun mond om geen boete te krijgen.”

Bij Dokters van de Wereld krijgen ze dagelijks dit soort verhalen. Creëer je eigen realiteit, want daar heb je tenminste nog wat controle over.

Maïté Montuir: “Er wordt ontzettend veel onzin verkocht over het virus. Ik had laatst een man in onze Medibus die er rotsvast van overtuigd was dat Maggie De Block dit virus zelf had ontwikkeld en op de wereld had losgelaten met de bedoeling om alle mannen te doen sterven, tot er maar één zou overblijven. En hij zei: ‘Nee, ik ga ’t niet doen, ik ga niet naar bed met Maggie De Block.’ Je luistert, je probeert te focussen op hun noden.”

Roma

Straathoekwerker Filip Keymeulen van de vzw Diogenes voert al dertien jaar dagelijks gesprekken met de mensen waar anderen van wegkijken. Hij publiceerde onlangs een roman, Alhambra, met verhalen van straatbewoners. Dat is de term die hij iets correcter en respectvoller vindt.

Filip Keymeulen: “Ik weet niet zo zeker of uithuiszettingen de voornaamste oorzaak zijn van de toename die wij nu zien. Er zijn in elk geval ook andere factoren. Heel veel Afrikaanse vluchtelingen die naar Engeland willen, blijven nu in Brussel hangen. Ik hoor ook geregeld van Roma dat ze rond Lyon en Parijs zijn verdreven. Ook in enkele Italiaanse steden zijn kampen opgedoekt. Er gelden daar heel strenge regels op bedelen, dus verschuiven die mensen naar Brussel. Ga iets voor tienen maar eens kijken in de Nieuwstraat. Daar overnachten hele groepen Roma elke nacht onder een afdak van een winkel of in portieken. Ik vind dat gewoon gênant. Het contrast tussen hoe het daar overdag is en ’s nachts.

Pjotr heeft een boekje met tekeningen op zak, een portfolio van een fantasiewereld. ‘Je moet blijven geloven dat het snel weer goed komt.’ Beeld Tim Dirven
Pjotr heeft een boekje met tekeningen op zak, een portfolio van een fantasiewereld. ‘Je moet blijven geloven dat het snel weer goed komt.’Beeld Tim Dirven

“Natuurlijk zijn er klachten, onder meer over uitwerpselen. Ik denk dan: hoe moeilijk is het om daar een sanitair blok neer te zetten? Die groepen worden erg snel gecriminaliseerd. Een dame staat aan een kruispunt te bedelen met haar kind om haar arm en in hun auto’s maken mensen zich daar druk om. Waar moet zo’n vrouw haar kind dan laten? Wat is haar alternatief? Voor die mensen is er geen crèche.

“Dus ja, er zijn steeds meer bedelaars en steeds minder mensen met cash op zak. En veel minder mensen in de winkelstraten. Ik stap elke ochtend op een zo goed als leeg perron uit de trein.”

Hotels

Er waren ook heel zure commentaren op een bericht over een mogelijke opheffing van het prostitutieverbod in Brussel. Op restaurant gaan, dat mocht nog altijd niet, maar naar de hoeren gaan in Brussel, dat wel?

François Bertrand: “De vitrines in de Aarschot­straat hebben een functie. Er is sociale controle. Meerdere prostituees leven er met elkaar. De sociale inspectie komt er nu en dan eens een kijkje nemen. De politie houdt een oogje in het zeil. Nu hebben de prostituees de keuze: illegaal verder doen of op straat belanden. Wat denkt u dat er gebeurt? Prostitutie is een wereld met heel veel geweld. Het beschermende kader is weggevallen en de situatie voor deze vrouwen wordt met de dag gevaarlijker.”

Train Hostel, een jeugdherberg in Schaarbeek met 200 bedden. Geopend in 2015. Failliet. Het is nu een opvangplek voor vrouwelijke daklozen. Hotel Maria, Anderlecht: 34 bedden. Ook getransformeerd tot opvangplek. Voor de uitverkorenen is de hemel plots op aarde. “Ik had al zeven jaar geen tv meer gekeken”, zo getuigde een vrouw in de krant La Capitale. “Ik was altijd onderweg met mijn caddie. Nu staat die caddie daar in de hoek van de kamer.”

Bruss’Help kreeg bovenop zijn budget van 14,8 miljoen euro voor dit soort ingrepen 20 miljoen extra toegeschoven van de Brusselse regering en koopt of huurt dagelijks leegstaande panden.

François Bertrand: “We hebben deze week nog een hotel gevonden in Vorst. We zitten nu aan 3.224 opvangplaatsen en tegen volgende week hebben we er nog eens 150 extra. We doen vreselijk hard ons best, maar er lopen altijd maar meer thuislozen door de straten. Het wordt alleen maar kouder, en hun aantallen nemen toe. En zowel in Vlaanderen als in Franstalig België is het hetzelfde. De politie spreekt een thuisloze aan. ‘Wat doet gij nog op straat? Waarom respecteert gij de nachtklok niet? Ga naar Brussel, daar zijn er voorzieningen.’ Dat heeft voor ons iets heel ontmoedigends, maar we moeten verder.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234