Dinsdag 22/10/2019

Dagboek van de revolutie

Op Facebook wijzigt acteur en theaterregisseur Ruud Gielens zijn profielfoto in een verbodsteken van president Moebarak. Hij maakt digitaal zijn relatie met Laila Hassan Soliman bekend. Zij is een Egyptische theatermaakster die hij enkele maanden geleden in Berlijn ontmoette.

Ik stuur hem een bericht: “Ben je in Caïro?” Onmiddellijk gaat de telefoon. “Laila is nog in Brussel. We vertrekken zondag naar haar huis in Caïro om te zien of alles veilig is.” “Ik ga mee.”

Laila is geboren in 1989. Het jaar waarop Moebarak aan de macht kwam. Ze woont vlak bij het Tahrirplein in Caïro. Haar vriendenkring in Caïro bestaat uit jonge, geëngageerde mannen en vrouwen die elkaar tijdens hun studententijd leerden kennen. Ze demonstreerden de voorbije jaren vooral tegen wat er gebeurde in de Gazastrook. Laila probeerde op haar manier iets te doen: ze gaf theaterworkshops in vluchtelingenkampen. In Caïro proberen haar vrienden projecten op te zetten met mensen uit de armenwijken. Nu hebben ze hun tenten opgesteld op het Tahrirplein.

Laila zit in de Brusselse Adolphe Maxlaan in het appartement van Ruud. Iets voorbij middernacht. Ruud is naar de herneming van zijn theaterstuk Bezette Stad in de KVS. Laila plaatst een bericht op haar Facebookpagina: “Friends outside Egypt: the Egyptian regime has shut down Facebook, Twitter, YouTube, BlackBerry, and SMS. We expect tomorrow’s media/communication blackout will be worse. You’ll have to cover the Egyptians’ backs, you’ll have to spread the news around the world. Stand by us. Please spread this status”

Ze zegt dat ze zich zo gefrustreerd voelt dat ze nu niet in Caïro is. Er wordt heen en weer gebeld met vrienden en familieleden in de Egyptische hoofdstad die nog bereikbaar zijn. Er wordt geskyped, getwitterd met iedereen buiten Caïro. Vrienden van over de hele wereld besluiten zo snel mogelijk naar Caïro te gaan. Er wordt heen en weer gebeld. Vele vrienden zijn onbereikbaar geworden. ’s Avonds blijkt hoe gewelddadig die dag het optreden van de politie tegen de manifestanten is geweest. Het dodental loopt over de honderd. Enkele van Laila’s vrienden zijn gewond. Ze roept zoveel mogelijk mensen op om de volgende dag mee te manifesteren voor de Egyptische ambassade in Brussel.

Appartement Adolphe Maxlaan. “Ik kan het niet geloven”, zegt ze. Laila kijkt ontzet naar de televisiebeelden vanuit Caïro op Al-Jazeera. Ze ziet hoe er hevige gevechten aan de gang zijn. De binnenstad zou overgenomen zijn door plunderaars. Het regeringsgebouw aan de Nijl staat in brand. Tanks hebben zich verzameld rond het Tahrirplein. Niemand weet wat het leger zal doen. Ze ziet de graffiti op de tanks. “Het is een goed teken”, zegt ze. “Dat wil zeggen dat het leger niet noodzakelijk tegen de demonstranten zal ageren. De meeste burgers hebben veel meer vertrouwen in het leger dan in de politie.”

Wat ze niet kan geloven is dat er zoveel mensen durven op te komen tegen het regime. “Wij hebben in Egypte vroeger alleen maar kunnen betogen tegen buitenlandse kwesties. Zodra er slogans gescandeerd werden die naar binnenlandse materies verwezen, werden we opgepakt. En nu: zoveel mensen op straat.”

Ze belt met haar moeder die in de VS woont. Een moeder die haar als kind al wel eens meenam naar manifestaties. Ze doceert nu arabistiek aan de universiteit van North Carolina. Laila gaat op de grond zitten en tekent verder aan de borden die ze voor de manifestatie zal uitdelen. Change, staat er op. Freedom. Ruud schrijft mee. “Vergeet het uitroepteken niet, Ruud.”

Aan de manifestatie in Brussel nemen enkele tientallen mensen deel. In de kranten staat: “Caïro brandt”.

De luchthaven van Zaventem. Berichten over chaos in Caïro. Mensen trachten hun huizen en eigendommen te beschermen nu de politie helemaal uit de stad schijnt weggetrokken te zijn. Berichten over chaos in de luchthavens. Reisagentschappen besluiten de toeristen naar huis te brengen. De luchthaven in Caïro zit overvol.

Beelden van een gevechtsvliegtuig boven de stad. Laila belt een vriend. In de chaos in Caïro is het straks niet veilig een taxi te nemen. Hij komt ons oppikken.

“Ik zou mijn hele familie naar hier willen halen om hen te beschermen”, zegt iemand van de staf van Egypt Air. “Zeker nu de gevangenen zijn vrijgelaten. Het is onvoorstelbaar wat er nu in Caïro gebeurt.”

De vlucht naar Caïro vertrekt niet. Wachten tot de volgende ochtend zes uur. Ruud, Laila en ik drinken koffie.

De luchthaven van Caïro ligt nog vol met mensen die wachten op een vlucht naar huis. Nameer (32) pikt ons op. Hij heeft een grote brandwonde aan zijn hand. Een traangasgranaat. Nameer is in het gewone leven organisator van evenementen en seminaries. Het gewone leven bestaat hier even niet meer.

De binnenstad lijkt een woestenij. Winkelruiten gesneuveld. Uitgebrande politiewagens. Winkels leeg. Glasscherven overal. Mensen bewaken hun huizen. Het huis van Laila is veilig. Het staat vol schilderijen van haar vader. Hij overleed drie jaar geleden. Hij was een befaamd schilder, academicus en ooit museumdirecteur. “Hassan Soliman had een vechterswil en duellerende geest”, staat er op de folders die zijn overzichtstentoonstelling aankondigen. Zijn dochter heeft het niet van een vreemde. Ze zegt: “We gaan onmiddellijk naar het Tahrirplein.”

Op dat plein hebben zich enkele honderdduizenden mensen verzameld. Families met kleine kinderen, mannen, vrouwen, gelovigen, ongelovigen. Jong en oud. Het is moeilijk om door de massa heen te komen.

Laila wijst ons op Kamal Khalil. Hij is een bekend publiek figuur, een studentenleider in de jaren zeventig. Hij wordt op schouders gedragen. Als hij op de grond staat, zegt hij: “Dit is geen kwestie meer van politieke partijen, dit is een kwestie geworden van alle burgers. Heel publiek Egypte is hierbij betrokken. Ik was donderdag een van de 520 mensen die werden opgepakt. Twintig van het moslimbroederschap, twintig die behoren tot een politieke partij en de overige honderden waren jongeren. Mensen die hebben kunnen genieten van het onderwijssysteem waar mijn generatie eind jaren zestig en begin jaren zeventig voor geijverd heeft. Dit is een kans om met verschillende generaties Egypte te veranderen. Zij willen zich nu tot het eind opofferen.”

Op het plein staan drie tenten. Daarin zitten jongeren met een computer. Ze tikken teksten in. “Selma!” Het is een emotioneel weerzien. Selma (25) is woordvoerder voor culturele organisaties Ze is getrouwd met een Britse ingenieur die nog voor een internetverbinding kan zorgen. Hella (35) is een Egyptische fotografe en kunstenares die in twee steden woont en werkt. “Ik pendel tussen Amsterdam en Caïro.” Hun tantes en ooms, hun ouders komen mee. Egyptenaren uit alle delen van de wereld. Mustafa is doctoraatsstudent musicologie in Beiroet. Hij is blind. en bespeelt de oud, een Arabisch snaarinstrument. Als de nacht valt, zet hij een lied in. Niet alleen de jongeren rond de tenten, ook de oude mannen die op de matten naast de tenten liggen, zingen de volksliederen mee. Kinderen dansen. De filmmaker Ahmed Abdallah, Ahmed en Amr Gharbeya zetten hun teksten op een memorystick. “Hun ouders waren vrienden van mijn ouders”, zegt Laila.

Een oude man maakt plaats op zijn mat. Zijn vrouw in boerka biedt ons brood aan. “Ga maar liggen”, gebaart ze. Iemand geeft een deken. Het is koud. “Maar wat hier gebeurt, is zo hartverwarmend”, zegt Laila.

Haar tante belt vanuit Londen. “Om te zeggen dat ik uit Caïro moet wegtrekken. Dat het hier onveilig is. Ik blijf hier.” Ruud en ik blijven ook. Zelden zo’n vredig oord gezien. “Dit lijkt Rock Werchter wel, maar zonder muziek en bier”, zegt Ruud. Mensen schreeuwen samen hun woede over een regime uit. Als tegenreactie zorgen ze goed voor elkaar. “We hebben afgesproken dat iedereen die wil zoveel mogelijk vuilniszakken van thuis meebrengt en het vuilnis op het plein verzamelt”, zegt Nameer. Terwijl de plattelandsmensen bananen brengen, lopen de hoogopgeleide stadsmensen met vuilniszakken rond om de boel net te houden.

Er wordt een bericht afgeroepen. “Er is een kind verloren gelopen. Wij wachten de ouders op bij de Kentucky Fried Chicken.” De KFC is wel helemaal uitgebrand en is zoals alle eettenten dichtgetimmerd. Maar de ouders vinden hun kind. En iedereen biedt iedereen eten en water en fruitsap en dekens aan.

’s Nachts met Mustafa aan de schouder naar huis. Hij heeft een paar nachten op het plein geslapen en wil even een bed. De soldaten wijken voor de blinde jongen met zijn oud. Een van hen zegt iets. Mustafa lacht. “Wat zegt die man?” Mustafa vertaalt: “Uw muziekinstrument is het mooiste zwaard.” En dan even later: “Was het een soldaat die sprak?”

Het plein stroomt vol. Rond de middag is er bijna niet meer door te komen. Laila koopt in een van de winkeltjes die nog open zijn veertig dozen La Vache qui Rit, vijftig melkdrankjes, zestig vruchtendranken, vijf zakken vol broodjes. “De ouders van Hella hebben geld gegeven om voor de mensen op het plein eten te kopen.”

Op het plein wandelt ze rond met de driehoekjes smeerkaas en het brood, iedereen die wil krijgt er een.

“Ik had nooit gedacht dat ik dit nog zou meemaken. Een veranderd Egypte! Mensen die op straat hun stem en frustratie durven laten horen. Ik dacht dat het alleen voor mijn kinderen zou weggelegd zijn”, zegt Laila.

Het zijn niet alleen de hoger opgeleiden die hier samenstromen. “Het zijn alle mensen die zich ooit vernederd gevoeld hebben door het regime. Iedereen voelt zich aangetast door de manier waarop hij of zij door de machtswellust en onvrijheid van het regime is getroffen.” Het zijn er veel. Anderhalf miljoen, zeggen de mensen hier. De soldaten op hun tanks lepelen potjes roze yoghurt leeg. Een man houdt blij zijn baby in de lucht. Een meisjesstemmetje roept door de microfoon: “Moebarak weg!” Haar moeder heeft haar op haar schouders gezet. Er staat een grote kring rond haar. Alle mannen en jongens roepen als een echo: “Moebarak weg!” De ouders van een van de honderden manifestanten die enkele dagen geleden omkwam, zitten stil te kijken naar hoe er wensballonnen worden opgelaten. “Het is de eerste keer dat ik aan een demonstratie deelneem”, zegt de moeder.

De feministische schrijfster Nawal Al Saadawy komt haar steun betuigen bij de kleine kampeertenten.

“Ik wil door de massa wandelen”, zegt de blinde Mustafa. Hij is de man met de satelliettelefoon die, nu alle binnenlandse gsm-verkeer bemoeilijkt is, kan overbruggen. Hij verspreidt de boodschappen. Mustafa legt een hand op onze schouder. “Het plein is vol, Mustafa. Tot in de straten rond het plein loopt het vol met demonstranten.” “Ik ben zo blij”, zegt hij.

Rond tien uur naar huis. Mustafa draagt zijn oud op de schouders. Rusten. Even een bed. Naar toilet. Moebarak heeft aangekondigd dat hij op de staatstelevisie iets zal zeggen. Niemand weet wat.

Laila belt Mido, in het gewone leven de organisator van een hedendaags kunstcentrum in Caïro. In dit leven van een Caïro dat voor zichzelf moet zorgen, de organisator van de burgerwacht in de straten rond het Tahrirplein. We lopen naar de smalle straatjes. De wegen zijn afgezet door mannen rond een vuurtje. Ze houden ijzeren stokken in hun hand en hebben dranghekken gezet. “Welkom”, zeggen ze.

In het koffiehuis bij Mido zitten twintig mannen en vrouwen koffie te drinken, waterpijp te roken, twee spelen er met de Playstation. Een paar dobbelen. De meesten praten. Het geluid van de televisie staat af. Op de staatszender verschijnen teksten. “Pensioenen zullen vervroegd worden uitbetaald. Morgen zullen de geldautomaten weer werken. Er zal weer benzine zijn. Alle winkels zullen heropenen.” Het beeld van Moebarak verschijnt. “Geluid aan! Geluid aan!” “Ik heb besloten mij niet meer verkiesbaar te stellen bij de volgende verkiezingen”, zegt Moebarak. “We zullen op een eerlijke manier onderzoeken wat er gebeurde op het Tahrirplein en wie verantwoordelijk is. We zullen nagaan of er fraude is gepleegd bij de parlementsverkiezingen in november”. Hij kondigt een overgangsperiode aan. “Ik ben trots op dit land. De geschiedenis zal over mij oordelen”, vertaalt Laila.

Mensen reageren verbouwereerd. “Hij treedt niet af!”

“Hij doet toch genoeg! Wat willen jullie nu!”

In het koffiehuis ernaast, waar het portret van Moebarak hangt, zegt een vrouw: “Hij kan niet anders dan een overgangsperiode aankondigen. De demonstratie is voorbij”. Op het plein is iedereen ontsteld. Het volk buiten het plein is verdeeld. De strijd gebroken. Het mobiele telefoonnetwerk binnen Egypte werkt weer. Laila krijgt een sms-bericht: “Van het leger! Een oproep aan de jeugd van Caïro zich waardig te gedragen.” Niemand weet hoe het leger zal reageren.

“Dit wordt een excuus voor Moebarak om ons via de politie nog sterker te intimideren”, voorspelt Mido. Hij leidt ons om drie uur in de lege straten terug naar huis. “We weten niet hoe de mensen zullen reageren.” Overal beginnen discussies op te laaien. Hier en daar staan kleine groepjes mannen bij een vuur. “Morgen komt Obama!”, roept een van de jongens met een ijzeren stok in de hand. “Hij maakt een grap”, zegt Mido.

’s Nachts de eerste verwittigingen dat er hier en daar gevechten zijn uitgebroken. ’s Ochtends om tien uur eerst melk voor bij de koffie kopen. De wereld is anders. De auto’s rijden opnieuw met een enorme vaart door de stad. Het Tal’aat Hard plein, vlak bij Laila’s flat, stroomt vol uitgelaten mensen met het portret van Moebarak bij zich. Ze komen naar ons toe: “Zeg de wereld dat Moebarak goed is!”, lachen ze. Ze lopen juichend de straat door, honderden mensen op weg naar het Tahrirplein. Ze komen met volgeladen auto’s. Veel mannen. Weinig vrouwen. Geen kinderen. Verontrustend. We vergeten de melk.

Ik zie Laila en Ruud terug op het Tahrirplein. De spanning is groot. Het plein omsingeld met pro-Moebarakbetogers. Mensen schreien. Om twee uur is er aan de toegangsweg bij het museum een stenenregen zichtbaar. Pro-Moebarakdemonstranten proberen binnen te dringen. Mustafa zit rustig op een mat naast de tent. Zijn moeder van 57 heeft deze morgen een uur gereisd om naar het Tahrirplein te komen. “Ik wil mijn zoon steunen”, zegt ze. Ze zegt dat ze bang is, maar zeker van wat ze hier doet. Zij kijkt naar de stenenregen voor haar. De mannen op het Tahrirplein worden opgeroepen om de ingangsweg aan de brug te beschermen. Zij legt de hand op de schouders van haar zoon. Hij legt de hand op zijn oud. Hij speelt niet vandaag.

Om twee uur ’s middags worden gewonden van bij de uitvalswegen naar de soldaten gedragen. “Hier, neem wat bachbloesem om te kalmeren”, zegt Laila aan een schreiende vriendin. Terwijl ze haar vuist omhoog steekt tegen de pro-Moebarakdemonstranten, waarvan er een tiental zijn binnengedrongen. “Pas goed op voor wie je naast je hebt”, roept ze. Ze heeft telefoon gekregen dat er politiemannen in burger op het plein zijn.

“Kom Mustafa, ga met mij mee”, zegt Mina. Hij is forensisch arts. “Ik ga nu gewonden helpen”, zegt hij. Mustafa en Mina gaan samen naar het hospitaal. Om drie uur neemt het geweld toe.

“Als je van het plein weggaat, wees voorzichtig”, zegt Laila. In de straten rond het plein is de sfeer gewelddadig. Groepjes gedrogeerde jongeren lopen met hakbijlen en grote messen over straat. Mensen bij de burgerwachten in de straten rond het Tal’aat Hard worden hard aangepakt. De hekken worden omvergegooid en naar het plein gesleurd. Zakken vol stenen geladen. Het is halfvier. Om vier uur lopen tientallen gewonden door de straten. Een man trekt mij naar binnen. Twee gewonde vrouwen vallen neer in het portiek net voor het plein. Ze willen naar huis, maar kunnen niet voorbij de pro-Moebarakdemonstranten. Wij helpen elkaar. Ik weet niet of ze pro of contra zijn. De sfeer is inderdaad veranderd. Niemand kan nog iemand vertrouwen.

De telefooncontacten met het plein zijn geruststellend. “Op het plein wordt er aan de ingang gevochten”, zegt Ruud. “Op het grasperk blijft iedereen rustig.” Het is een ander soort rust dan die wij gewoonlijk kennen.

Tegen de avond wordt de sfeer te gevaarlijk. Iemand toont een weg. “Het is beter bij je vrienden te zijn”, zeggen ze. Op het Tahrirplein zijn nog meer dan honderdduizend mensen. Laila deelt bij de tenten dekens uit.

We lopen langs bij Pierre. Hij heeft een flat die uitkijkt op het plein. “In normale dagen de beste partyflat van de stad”, zegt Laila. Nu ligt de flat vol mensen die even willen bijkomen van hun meer dan een week lange actie. “We kunnen hier naar het toilet gaan.”

Nameer komt van bij de verdedigingslinie naar het grasveld. Hij is gewond. Hij gaat mee naar huis. Laila wil niet wijken. We horen schoten. Om drie uur komt Mido. Hij overtuigt haar. De kennis van de straat boven de geruchten en de paniek en de overmoed. Mido loopt voorzichtiger dan anders naar huis. Nameer gaat mee.

We gaan op het balkon staan. Roken een sigaret. “Die vuurschoten”, zegt Nameer. We horen ze op de achtergrond. “Op het plein hebben we de afspraak dat niemand vuurwapens meebrengt en dat niemand van de tegenstanders gedood of zwaar gewond wordt. Mannen roepen elkaar op door met stokken tegen de dranghekken te slaan. Het drummen helpt je energie op te wekken.”

Iedereen probeert een paar uur te slapen. Maar de telefoon gaat voortdurend. “Scherpschutters schieten op het plein!” “De broer van Selma is gewond!”

Zodra het licht wordt, vertrekt Nameer naar het plein. Hij belt naar de flat: “Vijf doden.”

Nescafé oploskoffie. Er is geen brood. In de keuken ligt de opgeplooide kartonnen doos die Nameer onder zijn sjaal om zijn hoofd bindt. Hij belt dat de weg naar het plein “relatief veilig” is. Laila belt naar vrienden om te kijken of er niemand gewond is. Ze zit met haar Mac op bed. Ze herleest wat ze op haar Facebookpagina heeft geschreven: “what crime can it be to sit and shout a bit? join us if you can or feel guilty for the rest of your life. egyptian women and people around the world, if you cannot join scream from your balcony, hang signs and show solidarity that is the least you can do.”

Ik ga brood halen en bananen. De mensen op de markt zijn vriendelijk. Voor het naar huis gaan, even langs het plein. Langs de burgerwacht. Langs de soldaten. Ze zijn niet zo vriendelijk meer. Strenger en duidelijk met te weinig. Een van de soldaten wil me niet doorlaten omdat ik cash geld op zak heb. “Het zou kunnen dat demonstranten op het plein betaald worden”, zegt hij. Via een andere weg, kan het dan weer wel. Ik zie in mijn hoofd de beelden terug van gisteren. Bij KFC, waar de soldaten de dag voordien nog roze yoghurt aten, werden de tanks aangevallen. Pro-Moebarakbetogers klommen op de tanks. De tanks richtten hun vuurlopen zowel op het plein als naar de invalswegen waaruit de pro-Moebarakbetogers kwamen.

Op het plein zitten nog altijd veel vrouwen met kinderen, schreeuwend tegen het regime. Maar mensen zijn wantrouwiger geworden. “Pas op”, had Laila gezegd. “De agitators zijn betaald door de regering. Ambtenaren kregen gisteren 500 Egyptische pond om mee voor Moebarak te vechten. De vechtersbazen kregen 50 pond.” Ambulances rijden af en aan. In de tent bij Selma ligt een jongen met een rugwonde. Eten is er genoeg. Laila roept thuis iedereen op om dekens mee te brengen. Via Facebook. “Blankets needed. all supplies through mohamed mahmoud please! blankets, milk and juice are the most needed now. people dont move with more than 2 blankets and if anyone stops you on the street say you will donate them to ....”

Op het plein krijgt Rachid de eerste tweets dat mensen systematisch worden aangehouden. Toch komen er steeds meer mensen naar Tahrir, ook gezinnen met kinderen en vrouwen. Het plein wordt weer aangevallen van buiten uit. “De verdediging houdt stand.”

Voor het grasperk in het midden, naast de tenten is de gehandicapte man in een rolstoel in slaap gevallen. Zijn protestbord “Neen aan Moebarak”, ligt op zijn schoot. Het lijkt rustig. Maar de berichten dat er buiten het plein mensen zijn opgepakt, worden frequenter. “De intimidatie is begonnen.” Er zijn journalisten opgepakt en tegengehouden door de politie, mensenrechtenactivisten opgepakt. Ik ga terug naar huis. Daar is de ongerustheid groot. “De vrouw van mijn neef is opgepakt! Ze is Amerikaanse. Ze werd verdacht van spionage. De politie in burger is binnengevallen in het huis waar vrienden juridische hulp aan armen bieden en waar het centrum voor sociale en economische rechten is gevestigd.” Laila is in alle staten. Er wordt getwitterd, gesms’t, gebeld. De vrienden op het plein lijken nu veilig, of wat men zo noemt. Ik hoor Laila roepen aan de telefoon: “Wat? Gekidnapt?” De buren hebben gezien hoe dertig mensen gewelddadig uit het huis van mensenrechtenactivisten zijn weggevoerd. Laila wordt verwittigd niet met een niet-Egyptenaar over straat te lopen. “Ook niet met Ruud. Jullie moeten doen alsof jullie niet bij elkaar horen”, komt iemand zeggen.

Een vriendin die arts is belt Laila op om te zeggen dat er in het Aslari Ziekenhuis 168 dode lichamen zijn binnengebracht zonder identiteitsbewijs. We horen schoten buiten. De pro-Moebarakdemonstranten lopen roepend door de straat. ’s Avonds horen we auto’s door de straten rijden. Iemand twittert: “Auto’s vol pro-Moebarakdemonstranten rijden het Tahrirplein op.” We bellen op. “Het is hier rustig. Het lijkt nog altijd net een brandoefening. Bij iedere aanval op de toegangsweg, lopen de mannen massaal een bepaalde richting uit om het gebied te verdedigen.” Dit begint te lijken op de bestorming van een burcht.

“Troepen in gevechtskledij patrouilleren rond Tahrir”, leest Laila op de BBC-site. Op het plein zijn vannacht honderdduizenden mensen toegestroomd, horen we. Vrienden van Laila die iets buiten de stad wonen en op weg waren naar het plein zijn door buren aangevallen. “De politie intimideert vooral de intellectuelen”, zegt ze.

De wijken buiten Caïro lijken afgesloten. Een vriendin van Laila probeert nog in de stad te raken via omwegen. Onderweg wordt ze tegengehouden. Ze vinden in de auto schetsen van haar vader die architect is en een kerk bouwt. “Hij is christelijk.” Ze vinden pamfletten voor de antiregeringsdemonstratie en een camera. Ze wordt vijf uur lang vastgehouden. Men laat haar gaan.

Laila kleedt zich aan. Ze geeft Ruud een T-shirt met de Egyptische vlag op. Zijn exemplaar met het opschrift Normal Is Over moet hij uittrekken. We moeten vertrekken voor het middaggebed gedaan is.

“Slecht nieuws”, zegt Laila. “Wat?” “Ik heb mijn maandstonden.” “Wil je tampons?” “Gebruik jij tampons? Dat is het slechtste idee dat er bestaat! Dat staat gelijk aan jezelf vergiftigen.” Ik denk aan oude feministische discussies die allang irrelevant leken geworden.

“Je weet niet of je gearresteerd wordt of hoe lang we nog op het Tahrirplein zullen blijven. Misschien wel twaalf dagen! Ik neem maandverband mee. We houden die tampons voor mensen die straks misschien een bloedneus hebben.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234