Woensdag 23/09/2020
Abele, Helleketelbos, Hugo (55).

FotografieJelle Vermeersch

‘Dag platteland, hoe is ’t?’ Fotograaf Jelle Vermeersch trok met een omgebouwde tractor door de Vlaamse boerenbuiten

Abele, Helleketelbos, Hugo (55).Beeld Jelle Vermeersch

Gent, Antwerpen, Brussel... Altijd gaat het over de stad. Maar hoe is het met de mensen op het platteland? Ze stemden rechts, van corona hebben ze weinig last, en het leven gaat er zijn gangetje. Of niet? Fotograaf Jelle Vermeersch kocht een tractor met beestenkar, verbouwde die tot fotostudio en trok op onderzoek uit. Een roadmovie, met 2O km/uur.

Beeld Jelle Vermeersch

Krijg je dat ooit uit je systeem, het platteland? Die liefde voor ver kijken, die weeë silogeur en overzichtelijke dorpen? Wim de bakker en Odette van de superette. Twintig jaar ben ik er al weg. Ik ben nu van ’t stad en ik prijs mijn cinema’s en koffiebars. En toch. Vorig jaar schreef ik bij de aanblik van mijn ouderlijk huis in Keiem: #veelegewonnensedertdienmaargodverookveeleverloren. Het werd in 2015 verkocht.

Liefde dus, maar ook misprijzen. Drie geboden slechts kende het platteland destijds: god, gat en geld. In mijn puberogen was het niet meer dan een tearoom- en steenwegland vol Vlaamse epaulettenzangers, amfetaminecoureurs met nektapijten en boeren in lichtgroene Mercedessen 200D. Op de eerste rij in de parochiekerk, en om ter luidst ‘Hosanna’ zingen, en na de mis foefelen voor het vaderland weg.

Pervijze, Daniël (62). 'Dat zie je niet veel meer, hè, boeren met een rugsproeiertje. Het is om doorlevend wiet, hanepoot zeggen we daar tegen, aan de kanten van het veld dood te spuiten.' Beeld Jelle Vermeersch

Maar dat was toen en nu is 2020. Corona, lockdown en nog geen regering. Stilstand. Steeds meer begon ik mij af te vragen: hoe zit het met dat platteland van nu? Spelen de kinderen nog buiten met hun gocarts? Drinken alle boeren nu sproeistof? Hebben ze daar ook last van trauma’s, en zijn ze nog altijd bang van de vremde?

Ik ben naar West-Vlaanderen gereden en heb daar een oude beestenkar gekocht. En een tractor. Een rode Massey Ferguson, een 155 met open cabine, gelijk boer Jonckheere in Keiem. Ik heb van die beestenkar een fotostudio gemaakt, met vers sparrenhout. En ik kreeg goesting om de baan op te gaan, onder het alziend oog van virologen en GAS-boeteschrijvers.

Bulskamp, Dirk (48) en Matthijs (9), vader en zoon.Beeld Jelle Vermeersch

Op 3 augustus ben ik vertrokken. In een geur van jaren 70-dieseldoemp en kruipvet van mijn dubbele vitessebak heb ik iedere afslag van de steenweg genomen. Drieënvijftig uren hebben de vier cilinders van mijn Perkins-diesel gestoempt en geklepperd. Duizenden keren heeft mijn zwaailicht geflikkerd en heeft mijn aftandse zadel op en neer gebonkt over die vreselijke betonbanen. Ik heb vaak afgrijselijk slecht geslapen in mijn kar, tot ik in Sint-Genesius-Rode opeens om 4 uur ’s nachts wakker werd door piepende banden, een loeiende motor en een luidkeels meegezongen ‘Blijf ik je altijd trouw!’ van Anja en Gorki en Luc.

‘Tommy, you best have a word with Arthur as well.’
‘What’s wrong with bloody Arthur?’
‘He’s got the Flanders Blues again.’

Thomas & John Shelby in ‘Peaky Blinders’

Meer dan 400 kilometer heb ik afgelegd, met 20 per uur. De verkeersborden waren nog nooit zo lief. 20. Smiley. 21. Smiley. 20. Duimpje. 21. Duimpje. Kriskras tuffend door dat Vlaamsche land, altijd met de blik strak naar het oosten. Een maand lang heb ik gereden en gepraat, gevloekt en gelachen. En liters gezweet. Het was als een paternoster van toevallige ontmoetingen, een trage roadmovie, een trek van de laatste stuiptrekkingen van de graanoogst in het westen, naar het begin van de fruitpluk in het oosten. Een maand The Flanders Blues. En het was mooi.

Kluisbergen, Faust (19) en Laurence (22)/ ‘We zijn nog niet vaak op deze plek aan het Kluisbos geweest. Geweldig uitzicht!’Beeld Jelle Vermeersch
Boezinge, Sarina (l) en Bianca: ‘Ik heb haar uit de Kempen geïmporteerd.’Beeld Jelle Vermeersch

Bianca: “Ik ben van de Kempen, van Herentals, we wonen hier nu twee jaar.”
Sarina: “Dat is hier een boerengat. Ik ben oorspronkelijk van Tielt afkomstig. Ik heb zowat overal in West-Vlaanderen gewoond. Te lang in Oostende alleszins. Als je hier in Boezinge geen auto hebt, is het ver van alles.
“We kennen elkaar van op het internet. Puur toeval, ze dacht dat ik iemand anders was. Een beetje babbelen en van het ene is het ander gekomen. Ik heb haar uit de Kempen geïmporteerd. Ze ging een dagje afkomen en ze is drie weken gebleven.
“Nog een fijne dag en niet verongelukken, hè.”

Noordschote, Astrid (17, rechts) en haar familie: ‘Tractorrijbewijs gehaald.’Beeld Jelle Vermeersch

Astrid: “Ik ben 17 en ik heb mijn G-rijbewijs begin februari gehaald waardoor ik met deze tractor en mestkar mag rijden. Ik vind het jammer dat je zo weinig meisjes achter het stuur van tractors ziet. Waarom zouden wij dat niet kunnen?

Astrid: ‘Ik werk graag met de beesten: melkkoeien en varkens.’Beeld Jelle Vermeersch

Astrid: “Nu ga ik naar het laatste jaar in het College van Poperinge en vanaf volgend jaar zou ik graag iets in de landbouw studeren. Het staat nog niet helemaal vast, maar ik denk om de richting bio-ingenieur te kiezen. Ik ben de oudste van drie meisjes en ik zou graag het bedrijf overnemen, maar je weet natuurlijk nooit wat de toekomst brengt. Andere sectoren zeggen me weinig, de landbouw blijft iets speciaals voor mij. De afwisseling is groot, ieder seizoen is anders en ik werk graag met de beesten: melkkoeien en varkens.

Astrid: ‘Ook op de buiten zijn er fuiven.’Beeld Jelle Vermeersch

Astrid: “Ik vind het leuk om in Noordschote op te groeien, het is hier rustig en er zijn heel wat minder auto’s. Je woont natuurlijk ver van alles, maar dat valt uiteindelijk wel mee. Op de buiten zijn er ook fuiven en stadsmensen vinden dat dan ook ver om naartoe te gaan, terwijl wij het gewoon zijn om rond te rijden…”

Abele, Helleketelbos, Hugo (55): ‘In Frankrijk waren de gendarmes veel strenger dan hier.’Beeld Jelle Vermeersch

Hugo: “Tijdens de lockdown mocht ik naar Frankrijk omdat ik daar land heb. Ik ben nooit tegen-gehouden. De Fransen mochten België niet binnen, maar ze gingen langs achter, langs de kerk, stiekem toch om brood, niet via de voordeur. In Frankrijk waren de gendarmes veel strenger dan hier.
“Ikke benauwd van de corona? Een mens zou dat liever niet hebben, hè. Je wilt toch nog een beetje leven. Maar wat ik nu gehoord heb: de mensen die smoren, zouden daar beter tegen kunnen.” 

Reninge, Waterhoek, Lenner (31): palingvissen.Beeld Jelle Vermeersch

Lenner: “Ik vis al van kleins af aan, maar het heeft jaren stilgelegen. Vijf jaar geleden heb ik dan iemand leren kennen en sindsdien ga ik met mijn schoonvader vissen. Hij is wel een witvis-visser, ik ben meer een palingvisser. Overdag vissen we op witvis en bij het vallen van de avond wisselen we naar paling. Het duurt lang, maar je moet er iets voor over hebben ook, hè.”

Merkem, Marcel (64): ‘Of ik al naar mijn pensioen verlang? Bwa.’Beeld Jelle Vermeersch

Marcel: “Ik heb nog zes maanden te gaan bij De Groene Kans en dan moet ik op pensioen. Of ik er al naar verlang? Bwa, ik weet het gelijk niet. Hoe zal dat zijn, hele dagen alleen thuis zitten?”

Wervik, Rosette (73): ‘De eerste op een ventenkoersevelo.’Beeld Jelle Vermeersch

Rosette: “Ik koers al vijftig jaar, zeker? Mijn man heeft nog gekoerst bij de liefhebbers van Flandria en door hem heb ik de smaak te pakken gekregen. In mijn tijd was ik een van de eerste dames die rondreed op een ventenkoersevelo.”

Wervik, Sahidzada, 25: ‘Stress about my papers.’Beeld Jelle Vermeersch

Sahidzada: “I’m nine months in Belgium and only three weeks here in Wervik. It’s good work in the carwash. People are friendly. I’m from Afghanistan and we came through Pakistan, Libya, Turkey, Greece, Italy and France to Belgium. A long and heavy travel. I’m happy now, but I have stress about my papers. I’m waiting for the big interview. Stress, yes.”

Poperinge, Danzel (14), skater: ‘Er is hier weinig volk ’s avonds.’Beeld Jelle Vermeersch

Danzel: “Ik kom hier dagelijks skaten op het skatepark. Ook tijdens de lockdown, ja. Er is hier weinig volks ’s avonds, de meesten moeten rond 19 uur gaan eten en keren dan niet meer terug.”

Jonkershove, gebroeders Callewaert, Gerard (91) en de tweeling Hubert en Gilbert (88): ‘Bij ons geen vrouwvolk aan de muur.’ Beeld Jelle Vermeersch

Hubert: “Ons paard is 24 jaar oud. Hij staat godver nog schoone. We halen er zelfs nog de bieten mee van het veld en we eggen en zaaien er nog mee. De rest laten we doen door tractors. Moet je een limonadetje hebben vanuit de kelder? Heb je het al gehoord van mijn knie? Is al vijf keer geopereerd geweest. Ik ben eerst naar het ziekenhuis van Ieper en UZ in Gent geweest en dan zijn ze er in Leuven eindelijk in geslaagd om een goeie prothese te steken.
“We doen nog altijd onze commissies, en onze zus komt ons ook soms eten brengen. Op onze leeftijd moet je in route blijven. Mijn broer zit graag in de zetel, maar ik zeg ‘mis’ tegen hem, je moet bewegen.”
Gerard: “Aan de ouderdom dat we hebben, gaat het nog goed.”
Hubert: “Ja, er zit niemand achter ons, hè.”
Gerard: “Er zijn veel oude mensen die niet meer weten wat ze zeggen. Die er helemaal uit zijn, maar we zijn bijna 90 en het gaat nog.”
Hubert: “Zie je nog veel paarden bij de boeren? Neen, zeker? Het zijn allemaal tractors, hè. Wij hebben altijd twee trekpaarden gehad, op 26 november 2018 is ons tweede paard gestorven, het was 26 jaar. Van ouderdom dood. Kijk, hier hangt geen vrouwvolk aan de muren, alleen maar paarden. (hilariteit)

Houthulst, Marc (71): ‘Dertig procent van de mensen hier stemde vorig jaar voor Vlaams Belang.’ Beeld Jelle Vermeersch

Marc: “De tijd van ‘Houthulst voor de Houthulstenaars’ is verdwenen. Het is hier de laatste jaren sterk veranderd, maar daarom niet verslechterd. Integendeel, er zijn veel jonge gezinnen bij gekomen en Groot-Houthulst telt sinds kort meer dan 10.000 inwoners. De jonge mensen gaan wel meer naar de grotere supermarkten, maar ik zie ze soms toch ook in mijn winkel, hoor. Ik zorg voor jong en oud. Als de ouderen niet meer kunnen komen, bezorg ik de bestelling aan huis. Ik denk dat ik zeker een twintigtal zulke klanten heb.

“30 procent van de Houthulstenaars heeft vorig jaar voor het Vlaams Belang gestemd. Omdat ze miscontent waren over de regering zeker? Als er nu verkiezingen zouden moeten zijn, dan zitten die trouwens in de meerderheid, hè. In de winkel werd daar toen niet veel over gebabbeld. De mensen wilden blijkbaar veranderingen. Dat waren proteststemmen. Ik weet wel niet of die echte, oude Houthulstenaars voor het Belang gestemd hebben. Onze CD&V-burgemeester, Joris Hindryckx, is hier heel populair. Hij weet overal de weg en bekomt alles voor Houthulst.

“De winkel bestaat ondertussen al 95 jaar, waarvan ik bijna 50 jaar aan het roer sta. Zolang ik kan, ga ik blijven voortdoen, maar de jaren beginnen te wegen. Ik heb twee nieuwe knieën en ik werk nog altijd 70 tot 80 uren per week, 6 op 7 dagen. Iedere dag sta ik om 4.30 uur op en werk van 5 uur ’s morgens tot ’s avonds 19 uur. Enkel zondagmiddag doe ik niets, die is voor mij. De lockdown was trouwens een drukke en goeie periode, ik heb ongeveer 15 procent meer omzet gehaald. Bang ben ik niet geweest, neen. En de mensen gehoorzamen de maatregelen ook goed.”

Wervik, Annie (65): ‘Mijn man herkent bijna niemand meer.’Beeld Jelle Vermeersch

Annie: “Goh, het is te warm, hè. Ik moet sebiets nog naar de kleine Carrefour. Ik ga niet te lang wegblijven. Ik zorg voor mijn man Robert. Hij is 72 en heeft al een drietal jaar alzheimer. Hij herkent bijna niemand meer.”

Kluisbergen, Monique (79): graag onder het volk.Beeld Jelle Vermeersch

Monique: “Zolang het nog gaat, doe ik het café verder. Het was nu wel een rare periode, maar ik ben niet bang geweest. Ik ben heel graag onder het volk, da’s mijn lank leven. Rare soorten komen hier niet, daar moet ik geen schrik van hebben. Hoeveel uw schuld is? Nikske, jongen. En een goeie reis.”

Kluisbergen, Kluisbos, Filip (53): ‘Dat is hier wel privaat, maar we ontvangen graag mensen.’Beeld Jelle Vermeersch

Filip: “Ik ben een kind van de streek, mijn vader was conciërge van het Provinciaal Instituut Heynsdaele in Ronse. Zelf ben ik hier een tijdje gewone garde geweest en sinds een aantal jaren ben ik bijzonder jachtopzichter van het kasteel van Calmont en beheerder van dit domein. (trots) 600 hectare groot en het omvat voor een groot stuk het Kluisbos. Het is eigendom van meneer Elie Behaeghel de Bueren, een zeer sympathieke en sociale man die met iedereen praat, arm of rijk. Hij rijdt zelfs met een gewone Peugeot, ge kunt niet zien dat hij van adel is. Hij is nog enorm goed, ondanks zijn 80-jarige leeftijd.

“Het is hier een unieke plaats. (wijst) Dit jachthuis staat op een van de hoogste punten van Vlaanderen. Ik ben grootgebracht in de bossen. Dat leven was mij op het lijf gegoten. We bakten zelf ons brood, hebben zeer primitief geleefd. Nu nog leven we een beetje zoals de oude mensen, we hebben hier alles op stock staan. Om de veertien dagen gaan we eens naar de winkel. Er is hier ook geen openbaar vervoer, we moeten twee kilometer wandelen naar een bushalte, van een belbus dan nog. Nu, we zijn er zo mee groot gebracht en we zullen er mee sterven, denk ik.

“Tijdens de lockdown hebben we heel veel volk in het bos en op onze velden gezien. Het is hier misschien wel privaat, maar we ontvangen graag mensen. Op dat vlak heb ik toch wel kritiek op het Agentschap Natuur en Bos, want zij sluiten hun bossen af met palen en draden en duwen daardoor alle mensen in ons stuk van het bos. Als wij ook alles zouden afsluiten, waar zouden de mensen dan naartoe moeten om te wandelen? De mensen van het ANB komen vaak ook uit de stad, van Gent of Antwerpen, die vooral op papier en computer naar de natuur kijken. Ze komen te weinig naar ons buitenmensen toe. Wij leven toch elke dag met de natuur en de dieren. Wij weten waar de zwarte spechten, valken, marters en wasberen zitten.

“Vaak worden jagers in een negatief daglicht gesteld, maar we doen voornamelijk aan natuurbeheer. Zonder de jacht zouden we hier bijvoorbeeld geen fazanten meer zien. We beschermen eieren van vogels, leggen wildakkers en weiden aan om de dieren van voedsel te voorzien. Er komt veel bij kijken. De natuur moet soms een handje geholpen worden. Bossen moeten ook verder aangeplant worden. Of ik zelf een liefhebber van de jacht ben? Ik jaag liever niet, want ik zie veel te graag de beesten. Ik probeer alles in zo goed mogelijke banen te leiden.”

Volkegem, Wolvenberg, Johannes (37): ‘Skaten is mijn manier van dansen.’Beeld Jelle Vermeersch

Johannes: “Ik ben afkomstig uit Winterberg in de Duitse Eiffel en ik ben hier acht jaar geleden door de liefde terechtgekomen. Qua rust en structuur vind ik het hier geweldig, maar het platteland vind ik hier te plat. (lacht) Ik amuseer me. Mensen gaan hier ruimer om met regels dan in Duitsland, wat bijvoorbeeld tot gevaarlijke situaties op de weg leidt, en dat betreur ik ten zeerste, maar het maakt wel dat ze hier soms wat creatiever zijn. Kijk alleen maar naar de kleurrijke huizen overal.

“De Wolvenberg is mijn favoriete plek om met mijn longboard naar beneden te skaten. In Vlaanderen is het als skater moeilijk om in de openbare ruimte een plaats te vinden waar je je aanvaard voelt. De mensen staan vaak zwijgend en boos door hun ramen toe te kijken. Maar misschien begrijp ik hun code niet als immigrant. (lacht) Vlamingen moet je echt leren kennen. Jammer dat je nu vooral skaters ziet in een skatepark. In het openbare domein moet je praten met mensen die je niet kent, moet je je eigen weg vinden, onderling afspraken maken en rekening houden met de anderen. Dat zijn dingen die je veel minder terugvindt in dat afgesloten skatepark.

“Naast skaten is de natuur voor mij zeer belangrijk. Vroeger heb ik vaak in de bergen gesnowboard en geklommen, en ik hou ervan om in de bossen te wandelen en in open lucht te slapen. Dat is het echte leven. Ik zou kunnen leven zonder skateboard, maar niet zonder bijen of insecten, bijvoorbeeld. Niet omdat ik het mooi vind, maar omdat het essentieel is voor ons. Moest ik kunnen kiezen dan zou ik liever geen asfalt hebben, maar meer bomen en meer natuur. Maar dit is mijn manier om daarmee om te gaan. Ik ben geen jager en ook geen landbouwer, maar ik hou ervan om creatief te zijn met de omgeving die ik vind. Mooie macadambaantjes dus. Skaten is mijn manier van dansen.”

Horebeke, Dominiek (41), Hilde (40) en Brecht (11): ‘Ze zeggen dat de boeren moeten blijven groeien, maar het moet ook nog haalbaar blijven.’ Beeld Jelle Vermeersch

Dominiek: “We hebben 65 melkkoeien, en telen aardappelen voor thuisverkoop en de markt. Voor Corona verkocht ik heel veel op de markt, maar dat is nu helemaal in elkaar gestort. Het volk mankeert.”
Hilde: “We verkopen nog een derde van daarvoor.”

Dominiek: “Echt, waar. Deze aardappelen hier moeten er voor september uit, want dan beginnen de late rassen. We proberen nu zoveel mogelijk thuis te verkopen, maar de prijzen zijn ook niet goed. Overaanbod. Gelukkig hebben we onze aardappelen nog net voor de lockdown kunnen uitleveren.”

Hilde: “Hoe we de toekomst zien? De mensen zeggen dat de boeren moeten blijven groeien, dat we naar grotere bedrijven moeten, naar 120 koeien, maar het moet ook nog haalbaar blijven, want op den duur… Ik ga trouwens vier dagen per week werken bij de politie. En mijn verlof hou ik vrij om te helpen op het hof.”

Brecht: “Ik help ook heel graag mee. Later zou ik graag de boerderij willen verderzetten.”

Hilde: “Ja, hij is daar enorm mee bezig. Pas op, we hebben het in het begin, in 2008, heel lastig gehad. We hadden net heel zwaar moeten investeren in een nieuwe stal, en toen is de prijs van de melk ingestort. We zaten ook in het midden van de economische crisis.”

Dominiek: “Ja, toen hebben we een beetje zwarte sneeuw gezien, maar we zijn er erdoor geschart.”

Hilde: “En dan is het wel leuk om het enthousiasme van onze zoon te zien. Onze dochter Lisa die tien is, heeft die interesse minder, maar dat is geen enkel probleem.”

Maarkedal, Jean-Pierre (66): ‘Met zo een tractor is mijn vader verongelukt.’ Beeld Jelle Vermeersch

Jean-Pierre: “Ja, uwen tractor hier, doet me wel iets. Met zo enen is ons vader verongelukt. Op nen vrijdag, de 15de oktober van 1971. Hij was aan het ploegen, nog met een eenschaar, en op een bepaald moment is hij achterwaarts van een verhoogde berm naar beneden gegleden. Tijdens het vallen heeft hij een slag gehad van de ploeg. Ze hebben mijn oudste broer onmiddellijk gebeld en toen hij daar aankwam, stond de tractor nog te scharten om de berm omhoog te rijden. De 900 was gekomen, mijn broer is nog meegeweest naar het ziekenhuis.

(zwijgt) Ah, het is nu al zo lang geleden en ik ben nu zo oud en als ik het vertel... Ik weet nog dat we ’s morgens vertrokken naar school, ‘Tot vandenavont, hè pa!’ En pa zei altijd hetzelfde: ‘Gasten, uile manieren houden, hè.’ ‘Tot vandenavont, hè pa.’

“Ja, ’s avonds lag hij in het doodshuizeke. (stil) Ik kan u verzekeren, als ge 17 zijt...”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234