Zaterdag 24/10/2020

Dag 3 van Bart Steenhaut: Portishead (****1/2), Jake Bugg (*) en Marble Sounds (****)

PortisheadBeeld alex vanhee

Het Pukkelpopteam van De Morgen stuurt ook dit jaar vier recensenten naar de weide. Ze hebben voor de volgende drie dagen elk een eigen traject uitgetekend en plechtig beloofd om elkaar nooit voor hetzelfde podium tegen te komen. Het parcours van Bart Steenhaut brengt 'm vandaag naar BRNS (***1/2) , Sweethead (*1/2), Glass Animals (**) , James Vincent McMorrow (**1/2) Jake Bugg (*), Marble Sounds (****) en Portishead.

Portishead (****1/2)
Portishead heeft voorlopig niks te promoten, en hoewel de invloedrijke triphopband al twee jaar aan een nieuwe plaat sleutelt, blijkt niemand gehaast om die snel af te werken. Omdat er ondertussen wél geld in het laadje moet komen speelt de groep de jongste paar zomers consequent een handvol optredens, die vrijwel zonder uitzondering onder de superlatieven worden bedolven.

Op zich niet eens zo verwonderlijk, want een gezelschap dat zo'n stricte kwaliteitscontrole aanhoudt - létterlijk drie cd's op twintig jaar - laat live uiteraard ook weinig aan het toeval over. Los daarvan moest wie zich helemaal in de set van Portishead wilde onderdompelen eigenlijk bewust passen voor Queens Of The Stone Age, die op de main stage speelden. Louter planmatig lukte het weliswaar om beide optredens te combineren, maar het contrast tussen de snoeiharde stonerrock van Josh Homme en het subtiele geknars van Portishead was té groot: onmogelijk om opgenaaid van een energiek rockconcert meteen het andere uiterste in te duiken.

De setlist die de groep rond Geoff Barrow bij elkaar had gepuzzeld bleek niet écht verrassend, maar de manier waarop die werd uitgevoerd was dat wél. Van een band met zo'n beperkte catalogus zou je denken dat ze volop achterkijkt, maar in plaats daarvan blijft het gezelschap consequent op zoek naar nieuwe manieren om dat vertrouwde songmateriaal te presenteren. Opener 'Silence' - meteen een hap van zeven minuten - gaf meteen aan wat Portishead zo bijzonder maakt. De kruisbestuiving tussen Barrows hiphopbeats, gitarist Adrian Utley gave om die met filmische gitaarlijnen in te kleuren, én Beth Gibbons emotionele, buitengewone stemgeluid was ook nu meer dan eens goed voor een krop in de keel.

Ook genoteerd: te oordelen aan het warme herkenningsapplaus dat nummers als 'Glory Box' en 'Sour Times' te beurt viel had de muziek vrij gemakkelijk haar weg naar de jongere generaties gevonden. 'Dummy', het debuut van Portishead, geldt naast 'Blue Lines' van Massive Attack als dé plaat waarop het hele triphopgenre is gebaseerd. Maar ook de twee daaropvolgende cd's hadden zich klaarblijkelijk moeiteloos in het collectieve geheugen genesteld. Wanneer het geluid wat robuuster werd - zoals het aan Kraftwerk verwante 'Machine Gun' - merkte je bovendien hoe gevariëerd het oeuvre van de groep eigenlijk was. Op de verschroeiende beats - die inderdaad deden denken aan een ratelent machinegeweer - werden beelden geprojecteerd van de oorlog in Syrië die niets aan de verbeelding over lieten.

Nog pakkender: het tot de spartaanse essentie gestripte 'Roads', waarbij Gibbons op hartverscheurende wijze het uiteenvallen van een relatie beschijft. De Marquee stond stampvol, maar het geroezemoes ging plots op in een ontzagwekkende stilte. Met het fors aangezette 'We Carry On' zette de groep er nadien op grootse wijze een punt achter. Een zinderende apotheose waar je onmogelijk onbewogen bij kon blijven. En net zoals we voor Portishead bewust de Queens hadden gemist, kon er na dat optreden alleen nog plaats voor stilte zijn.

Beeld alex vanhee
Beeld alex vanhee
Marble Sounds.Beeld Alex Vanhee

Marble Sounds (****)
Een plek in de Wablieft-tent van Pukkelpop - het enige podium waar uitsluitend Belgische bands worden geprogrammeerd - is vaak een mes dat aan twee kanten snijdt. Het oogt achteraf mooi op 't cv, én het geeft bovendien de kans om een nieuw publiek aan te boren. Daar staat tegenover dat al die local heroes er zelden in optimale omstandigheden kunnen werken.

Dat merkte je ook tijdens de bloedmooie set van Marble Sounds, waarbij zanger Pieter Van Dessel droogjes opmerkte dat hij nog een extra tamboerijnspeler had meegebracht om Snoop Dogg te overstemmen, die tegelijkertijd over de nabijgelegen main stage bulderde. Maar ook dat mocht niet baten. Het gezelschap stond met acht man op het podium - waaronder drie blazers, die echt een aanwinst waren - en kon als het moest behoorlijk stevig uit de hoek komen.

'Photographs' klom door toedoen van gitarist Gianni Marzo bijvoorbeeld naar een Mogwai-achtig hoogtepunt, maar veel vaker hield de band het bewust wat intiemer. 'My Friend' bleef klein en kwetsbaar en 'A New Breeze' was nog zo'n opvallend nummer over een onopvallend bestaan. 'Leave A Light On', met knappe tweede stem van de Aino Vehmasto, werd uiteraard het warmst onthaald, en introduceerde op deze zomerdag zowaar een kerstsfeertje in de tent. Het weemoedige 'Evenings' bouwde vervolgens op naar een huiveringwekkend stukje postrock, en vormde meteen een fraaie apotheose.

Nauwelijks te geloven dat Marble Sounds niet groter is, in België én daarbuiten. Alleszins: die bescheidenheid van hun eerste cd, die nog heel voorzichtig 'Nice Is Good' gedoopt werd, mogen Van Dessel en zijn vrienden inmiddels wel achterwege laten. Op Pukkelpop was Marble Sounds 'great full stop'.

Beeld Alex Vanhee
Beeld Alex Vanhee

Jake Bugg (*)
Merkwaardig hoe ver de perceptie soms van de realiteit verwijderd staat. Ed Sheeran wordt gemakshalve beschouwd als een commerciëel tieneridool, terwijl Jake Bugg in diezelfde kringen een artistieke geloofwaardigheid wordt toegedicht die kant noch wal raakt. Op Pukkelpop bracht de praktijk net het omgekeerde aan het licht. Sheeran pakte vrijdagavond in zijn dooie eentje niet alleen de gigantische massa voor het hoofdpodium in, maar bond er - dankzij z'n indrukwekkende gedrevenheid én een goed ontwikkeld gevoel voor humor- ook nog eens een strikje rond.

Bugg stond een dag later op hetzelfde podium, en draaide ongeïnteresseerd een oninteressante set af voor een compleet apatisch publiek. Er was geen zucht interactie met zijn band of de mensen voor het podium, geen glimp spelplezier in zijn houding, geen enkele indicatie dat de sufgehypte Brit het fijn vond om muziek te maken. In plaats daarvan grossierde de nieuwbakken twintiger in flauw songmateriaal dat ofwel met beide voeten in de rock-'n-roll van de jaren vijftig stond, ofwel naar de skifflebands van de sixties lonkten.

Niks mis met recyclage, mits dat hergebruik tot iets nieuws leidt. Dat was - met uitzondering van 'Lightning Bolt', de hit die toch een béétje deining veroorzaakte - nergens het geval. Tel daar nog een ontstellend nasaal stemgeluid bij, en de uitstraling van een platgereden knaagdier, en je begreep meteen waarom de set van Jake Bugg met voorsprong het langste uur van het hele festival werd.

Beeld Alex Vanhee
Beeld Alex Vanhee

James Vincent McMorrow (**1/2)
Om maar meteen met de deur in huis te vallen: James Vincent McMorrow is verantwoordelijk voor één van de mooiste concerten die we de voorbije jaren gezien hebben. Hartverscheurend, kortom, om hem zo onderuit te zien gaan in de Marquee, waar zijn set niet alleen genekt werd door de geluidsoverlast van de main stage, waar op dat moment de luidruchtige power pop Jimmy Eat World door de luidsprekers loeide. En omdat een ongeluk nooit allen komt werd het optreden tegelijk nog eens gekelderd door aanhoudende technische problemen, zodat 'If I Had A Boat' zonk als een baksteen, 'Glacier' smolt als sneeuw voor de zon, en 'Red Dust' onder een dikke stoflaag ten grave werd gedragen.

Een gegeneerde McMorrow excuseerde zich herhaaldelijk. 'Dat heb je met festivals: soms begeeft alle apparatuur af, en dan blijf je toch doorgaan. Voor wie ons zonder al dit gekraak wil horen: we spelen later dit jaar nog in het Koninklijk Circus'. Pas tijdens de laatste drie songs viel alles in z'n plooi, en meteen kantelde de hele set. 'We Don't Eat' werd aangedreven door een strakke trom, en ingekleurd met de rest van de band als achtergrondkoortje.

McMorrow's falsetstem leek vooral bij vrouwen in de smaak te vallen, en ook de muziek -folky liedjes met een spiritueel trekje, waar af en toe ook een electronische beat doorheen kwam gerold- was vrij van machismo. Met 'Gold' -weer die prachtige samenzang- en 'Cavalier' werd de set verder recht getrokken, maar gezien alle mankementen die eraan vooraf waren gegaan kon je moeilijk over een geslaagd concert spreken. Zonde.

Beeld Alex Vanhee

Glass Animals (**)
Denk aan Oxford en je legt als vanzelf de link met Radiohead, Foals en Thomas Dolby, stuk voor stuk acts met een eigen geluid die elk op hun manier iets toevoegen aan de grote popencyclopedie.

Op basis van het zopas verschenen Zaba zou je denken dat Glass Animals aansluiting zoekt bij die traditie. Ze koppelen downtempo pop aan gestroomlijnde r&b, maar live voelde de muziek afstandelijk en kool aan. Dat had ook met de opstalling te maken. De drummer had uiterst links van het podium postgevat, de als gitarist dubbelende keyboardspeler aan de overkant op rechts, waardoor zanger Dave Bayley vrijwel in zijn in eentje de leegte moest opvullen. Een daar ontbrak het hem dan weer aan het nodige charisma voor.

De set teerde meer op sfeer dan songs, en toen driekwart diep in de show dan ook nog de stroom uitviel, werd het duidelijk dat deze glazen beesten voorlopig nog even gekooid zouden blijven. Te vrijblijvend, te clinisch, ook. Kortom: een valse start voor een band die beter verdient.

Beeld Alex Vanhee

Sweethead (*1/2)
Naar Pukkelpop gaan is ook: lukraak wat namen aanstippen om een gat op te vullen in het parcours dat je voor jezelf hebt uitgestippeld. Zo kwam het dat we zonder enige voorkennis naar Sweethead stonden te kijken, een band rond Queens Of The Stone Age-gitarist Troy Van Leeuwen, met naast zangeres Serrina Sims nog een ritmesectie die haar sporen bij de Mark Lanegan Band had verdiend.

Het cv telde tot nog toe één plaat -vijf jaar oud inmiddels- en een tweede die binnenkort verschijnt. Te oordelen naar de songs die zaterdag alvast een sneak preview kregen wordt dat geen vervolg om meteen de adem voor in te houden. Sweethead speelde even vlekkeloos als ongeïnspireerd, en miste - net zoals de overduidelijk door plastische chirurgie toegetakelde Sims- een eigen gezicht.

In plaats daarvan kregen we woestijnrock-by-numbers voorgeschoteld, maar niet één keer kwam een song aanwaaien die je écht het noteren waard vond. Zelfs 'Reverse Exorcism' niet, wat nochtans als de nieuwe single werd aangeprezen. Dat Sims een vlakke , monotone stem had hielp de boel uiteraard ook niet vooruit. Dat maakte het er voor de ervaren muzikanten die ze achter haar had staan, eigenlijk alleen nog genanter op. De ene Queen is duidelijk de andere niet.

Beeld Alex Vanhee

BRNS (***)
Er worden grote dingen verwacht van BRNS, een Brussels collectief dat na een handvol EP'tjes op tien oktober een eerste volwaardige plaat uitbrengt, en zaterdagochtend al voor de tweede keer op Pukkelpop stond. De vier toonden zich - perfect tweetalig - meteen echte wereldburgers, en ook de muziek van BRNS (spreek uit als Brains) was niet voor één gat te vangen. Je hoorde stemmige artrock die zijn plaats had tussen buitenlandse voorbeelden als alt-J en Django Django, maar in een opzwepend nummer als 'Mexico' - het hoogtepunt in de set - net zo goed aan Arcade Fire refereerde.

De songs vertrokken stuk voor stuk bij drummende zanger Tim Philippe, en werden dan verder ingekleurd met percussie, bas, gitaar en - één enkele keer - drie melodica's. Het geheel klonk ecclectisch, dwars en eigenzinnig, maar ook speels en avontuurlijk. Allemaal adjectieven die duidelijk moeten maken dat het debuut van de band er eentje wordt om naar uit te kijken.

Beeld Alex Vanhee
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234