Vrijdag 30/10/2020

'Daens', maar nog wat erger

C&A betuigde zijn medeleven en ook H&M reageerde. Twee modeketens met hun gedachten bij de meer dan honderd doden in een fabrieksbrand in Bangladesh. Niet toevallig: het straatarme land is een van de grootste kledingproducenten ter wereld. Helaas in mensonwaardige omstandigheden. Rik Van Puymbroeck

De verslagenheid was gisteren groot in Dhaka. Het protest ook: duizenden mensen trokken de straten van de hoofdstad van Bangladesh op om hun verdriet en hun boosheid uit te schreeuwen. Omdat de 112 doden, dit weekend gevallen bij een brand op de Ashulia-site net buiten Dhaka, niet de eersten waren en ongetwijfeld ook niet de laatsten. Ze eisten straffen voor de verantwoordelijken.

Volgens de lokale politieofficier Badrul Alam werd een moordonderzoek geopend om na te gaan of de eigenaars van het negen verdiepingen tellende gebouw nalatig waren geweest in het naleven van de veiligheidsvoorschriften. "We zullen niemand sparen", aldus Alam. Gisteravond kwam dan het bericht dat het vuur aangestoken zou zijn. Volgens eerste minister Skeikh Hasina, die in het parlement zei dat ze de beelden van de bewakingscamera's had gezien, konden twee mannen gevat worden die zondag probeerden een andere textielfabriek in brand te steken.

"Diegenen die achter de sabotage zitten, zullen gevat worden", zei ze. Een van de mannen zou bekend hebben 20.000 taka (ongeveer 190 euro) te hebben gekregen voor de brandstichting. Hasina kondigde verder aan dat vandaag, dinsdag, een nationale dag van rouw is.

Uitgebuite bevolking

Dicht bij verslagenheid ligt verontwaardiging, maar laat geen mens in Bangladesh of in de internationale textielsector verrast zijn. Ruim 4 miljoen mensen vinden werk in de industrie, verdeeld over duizenden fabrieken of fabriekjes. In en rond Dhaka zijn dat er zo'n 4.000. In een filmpje op de website van de Zweedse kledinggigant H&M zegt Mrinal Sircar van de Wereldbank dat ruim 80 procent van de buitenlandse inkomsten van het land uit de textielproductie komt. En dat is niet toevallig. Combineer 'textielproductie' en 'Bangladesh' als willekeurige internetzoektermen en de grote kledingmerken rollen over het scherm.

"Grofweg kun je zeggen dat je geen bedrijven vindt die níét in Bangladesh produceren", zegt Tessel Pauli, van de organisatie Clean Clothes Campaign. Uit het blote hoofd somt ze een top 10-lijstje op: Wallmart, H&M, C&A, Carrefour, Inditex. "Dat laatste zegt weinig, maar in die groep zitten merken als Zara, Berschka en Massimo Dutti", zegt Pauli. Misschien dat niet al hun kleren in Bangladesh worden gemaakt, maar toch een flink deel ervan.

Gisteren liet H&M wel snel weten dat het tragische ongeval gebeurde in een fabriek 'die niet voor H&M produceert', concurrent C&A moest een ander persbericht de wereld rondsturen. "Ons medeleven gaat uit naar de slachtoffers van de vreselijke ramp en hun familie en geliefden", zei Thorsten Rolfes, directeur Corporate Communications bij C&A Europa. In hetzelfde bericht bevestigde het bedrijf zijn contractuele relatie met de getroffen fabriek: "Tazreen Fashions heeft de opdracht gekregen om 220.000 sweatshirts te leveren aan C&A Brazilië in de periode december 2012 tot februari 2013."

220.000 lijkt veel, is het dat allicht ook, maar het moet een fractie zijn. "Bangladesh is een van de grootste textielfabrieken in de wereld", zegt Ben Vanpeperstraete, coördinator van de Schone Kleren Campagne in België. Daar staat tegenover dat in het land volgens het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties bijna 90 procent van de bevolking onder de armoedegrens leeft. Wat meteen alles verklaart. Lage lonen, uitgebuite bevolking, vreselijke werkomstandigheden.

"Overal in Dhaka zie je immense fabrieken", zegt Tessel Pauli. "Daarbuiten zie je de sloppenwijken waar de arbeiders wonen. In de meest onmenselijke omstandigheden. Nog niet zolang geleden brak overigens in een van die wijken brand uit. Ook dat heb je."

Volgens Vanpeperstraete is een voorstelling van het leven in die fabrieken niet zo moeilijk. "Je kunt makkelijk de analogie maken met het einde van de 19de eeuw bij ons", zegt hij. "Denk aan de film over Daens en stel je dat nog wat erger voor. Dan zit je in Bangladesh." De lage lonen zijn onvoldoende om een fatsoenlijk leven te leiden. "Het gevolg is dat mensen overuren gaan maken", zegt hij. "In fabrieken waar soms middeleeuwse werkomstandigheden heersen: hele hoge temperaturen, lange dagen, weinig pauzes, amper tijd om naar het toilet te gaan, hygiëne nul."

Weinig contracten ook nog. "Dus zo goed als geen bestaanszekerheid", aldus nog Vanpeperstraete die, bijna cynisch, zegt: "De vraag was niet of dit ooit zou gebeuren, wel wanneer het zou gebeuren. De grote kledingmerken zijn mee verantwoordelijk." Sinds 2006 lieten overigens al meer dan zeshonderd arbeiders en arbeidsters het leven bij gelijkaardige branden.

Over de lonen die de Bengaalse fabrieken uitkeren, bestaan veel theorieën. De enige constante is dat ze laag zijn. Vaak gelezen: een minimumloon van 30 euro per maand. Zo'n 3.100 Bengaalse taka. "Ook om in Dhaka te wonen is dat onvoldoende", zegt Vanpeperstraete. "En je kunt je zelfs afvragen of het betaald wordt."

Het laatste loonoverleg gebeurde in 2010. "Voor verschillende functies werden toen verschillende loonschalen uitgezet", zegt Pauli. "Sindsdien is het minimumloon inderdaad rond de 30 euro per maand. Maar na die herschaling, die er zou voor zorgen dat de lonen van heel veel mensen zouden stijgen, zag je dat plots heel veel arbeiders gedegradeerd werden. Dus in een lagere categorie vielen. En dus toch niet meer gingen verdienen."

Lot arbeiders verbeteren

Terug naar H&M. In de categorie 'sustainability' (duurzaamheid) verspreidde het Zweedse kledingmerk gisteren een persbericht waarin het niet alleen haar medeleven aan de getroffen families betuigde, maar waarin het ook wees op haar eigen inspanningen om de brandveiligheid in kledingfabrieken in Bangladesh te verbeteren. In 2011 ontwikkelde het bedrijf een informatiefilmpje rond het thema dat, volgens het bedrijf, de bedoeling heeft getoond te worden aan alle werknemers van de naar schatting 4.500 exporterende fabrieken.

Maar nog opvallender is een ander filmpje dat een bezoek van CEO Karl-Johann Persson aan Bangladesh toont. Dat was in september. De CEO bepleitte daarin, onder meer met een bezoek aan eerste minister Hasina, het lot van de arbeiders te verbeteren, een stijging van de minimumlonen en een jaarlijkse herziening van de arbeiderslonen. H&M werkt sinds 1982 in het land en heeft er sinds 1999 een opleidingscentrum.

"Maar we hebben er geen eigen fabriek", zegt Marianne Nerinck, in België persverantwoordelijke van de keten. "Al die bedrijven zijn leveranciers. Wij kunnen dus zelf niks eisen. Maar we willen wel de discussie op gang brengen omdat dat op langere termijn voor iedereen beter is. H&M is overigens het eerste bedrijf dat die inspanningen doet."

Ben Vanpeperstraete bevestigt dat ook wel. "Van alle grote kledingmerken die met Bangladesh werken, is H&M het bedrijf dat allicht de meeste inspanningen doet. Ze gaan het debat aan. Tegelijk vinden we toch dat ze blijven vasthouden aan te lage minimumlonen. Overigens niet alleen in Bangladesh. Een ander voorbeeld is Cambodja. H&M zegt wel dat de textielarbeiders daar evenveel verdienen als politieagenten en in onze ogen klinkt dat dan fair. Maar dat is het niet meer als je weet dat politieagenten daar heel slecht betaald worden en dat corruptie daarvan een van de gevolgen is."

Politieke onwil

De BGMEA, zeg maar de Bengaalse werkgeversfederatie voor de textielsector, bood gisteren aan om de nabestaanden van de ramp 925 euro per familie uit te betalen. En ook Li & Fung, een klant van Tazreen Fashions, bood aan hetzelfde te doen.

Begin november was er een gelijkaardige brand in een fabriek in Dhaka. Een Duits kledingmerk dat daar liet produceren, liet snel weten aan de 318 nabestaanden een schadevergoeding van een half miljoen dollar op korte en nog eens een half miljoen dollar op langere termijn uit te betalen. Samen goed voor 770.000 euro dus. "Een aalmoes", zegt Ben Vanpeperstraete. "Want volgens andere berekeningen was ruim 20 miljoen dollar nodig om die mensen te helpen. Ook wat de nabestaanden nu wordt geboden, is bedroevend laag."

Waarmee duidelijk is dat westerse bedrijven misschien wel inspanningen willen doen, maar niet té veel. Want er was ook een piste dat de brand van zaterdag het gevolg was van een kortsluiting. "Zoiets kan in de 21ste eeuw toch vermeden worden. Is dat niet het geval, dan moet je spreken van politieke onwil. In vergelijking met de gigantische winstmarges die bedrijven opstrijken door hun kleren in Bangladesh te laten produceren, zijn de investeringen in een degelijke elektriciteitsvoorziening verwaarloosbaar." Een 'Memorandum of Understanding', dat al op tafel lag en dat door op zijn minst vier grote textielspelers ondertekend moet worden, zou misschien versneld kunnen worden. "Dat is onze hoop", aldus Vanpeperstraete.

Nog één klikje op schonekleren.be. Via bedrijven en modekleding kom je bij een lijstje van Belgische modemerken en dan bij hun inspanningen om werk te maken van een beleid voor betere arbeidsomstandigheden in de toeleveringsketen. Interessant om zien is met welke productielanden ze werken. Weinig merken geven dat bloot, alleen de uit het West-Vlaamse Deerlijk afkomstige modeketen Bel&Bo vermeldt onder meer Bangladesh. Maar een telefoontje naar het bedrijf was gisteren vruchteloos. "We hebben geen contract met de getroffen firma, dus een interview hierover doen we niet", liet het bedrijf weten.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234