Donderdag 24/06/2021

'Daar zat het geld'

Pulitzerwinnaar J.R. Moehringer, een ervaren rot in de journalistiek, debuteerde dit jaar met de roman 'De spiegelwereld van Willie Sutton'. Het boek is een gefictionaliseerde biografie van Amerika's grootste bankrover. Meteen een metafoor voor de bankencrisis die maar niet wil weggaan.

Tussen 1920 en 1950 ontvreemdde Willie Sutton meer dan 2 miljoen dollar van honderd banken en dat zonder een schot te lossen. Daar staat tegenover dat hij meer dan de helft van zijn volwassen leven achter tralies doorbracht, waar hij als een bezetene literatuur las en drie keer uitbrak. Een spannend verhaal, maar wel met kritische kanttekeningen.

Moehringer raakte op het spoor van Willie Sutton tijdens de bankencrisis van 2008 en 2009. "Terwijl die enorme financiële ramp zich voltrok, groeide mijn frustratie. Het was allemaal zo onnodig, en in tegenstelling tot de meeste rampen werd de crisis heel direct door een paar mensen in gang gezet. De daders waren duidelijk een handjevol corrupte, muizige bankiers. Op een dag kwam de crisis wel erg dichtbij. Ik hoorde dat de bank waar ik al mijn geld had gestald, failliet ging. Ik racete ernaartoe en nam al mijn geld op. Een paar dagen later kreeg ik een telefoontje dat mijn nieuwe bank ook zou vallen, sneller dan de eerste. Terwijl ik naar de tweede bank sjeesde, wist ik dat ik moest schrijven over deze groeiende bal woede in mijn buik."

Eigenlijk was Moehringer bezig met een satirische roman over football, maar hij vond het geen tijd meer voor satire: "Het was een tijd om de consequenties van deze economische ramp te onderzoeken, de explosies die ze veroorzaakte, de paniek en de daaruit voortvloeiende golven van pijn die de Amerikaanse geschiedenis bepaalden - en hoeveel daarvan te wijten was aan de banken. Ik vroeg me af hoe ik dit onderwerp op een literaire manier kon verwerken en begon te denken aan personages die de banken nog meer zouden haten dan ik, waardoor ik vanzelf uitkwam bij bankrovers en bij de beste bankrover van Amerika, Willie Sutton. Een naam die ik vaak had gehoord in mijn jeugd in New York. Ik groeide in de buurt van zijn geboortegrond Brooklyn op.

"Tegelijk werd mijn jongensachtige herinnering aan Sutton geprikkeld doordat in 2008 en 2009 allerlei financiële experts hem op televisie voortdurend aanhaalden. Zijn fameuze zin werd meestal gebruikt zonder referentie en altijd in een nieuwe context. Meestal ging het zo: een financieel expert vroeg een andere: 'Waarom creëerden de banken deze kredietbrieven, deze derivaten, deze zwendel waarmee onschuldige mensen werden opgelicht en de wereld naar de rand van de afgrond werd geduwd?' En dan zei de ander met een zucht: 'Daar zat het geld.' Ik was met stomheid geslagen. De quote van een bankrover die werd gerecycled om de motieven van bankiers te verklaren? Het was bijna lachwekkend, zij het dat in die tijd niets meer lachwekkend was."

Waar bent u begonnen?

"Met research. Ik bracht maanden lezend en reizend door en ik bezocht vrijwel alle plaatsen uit het boek. Ik leerde alles over het kraken van kluizen en gevangenisontsnappingen. In de gevangenis van Philadelphia, Eastern State Penitentiary, liep ik een cel in die erg moet hebben geleken op die waarin Sutton zat. Gebouwd begin 1800, het was een vreselijke gevangenis. Charles Dickens vroeg om een tour langs Eastern State toen hij Amerika bezocht, omdat het toen wereldwijd bekendstond om zijn wreedheid. Hij schreef over zijn ontmoetingen met gevangenen, vertelde over de psychologische verschrikkingen die zij moesten doorstaan en ontketende daarmee een enorme rel.

"De feiten over Sutton vormden een grote contradictie: de FBI-dossiers spreken de politiedossiers tegen, die weer niet kloppen als je op de berichtgeving in de krant afgaat en zelfs de kranten onderling verschillen van mening. En dan waren er nog twee elkaar tegensprekende autobiografieën van Sutton zelf. Zelfs zijn fameuze uitspraak is niet zeker weten van hem. Dus kóós ik de feiten. Ik deed mijn ogen dicht en luisterde naar Suttons stem. Ik was de auto die Sutton de stad doorreed.

"Heel de tijd zaten dezelfde twee voorin: de romancier en de journalist. Maar ze namen afwisselend het stuur. Wanneer de archieven vlekkerig waren, elkaar tegenspraken of onhandig uitkwamen, liet ik de romancier rijden. Hij kon dan pagina's lang aan het stuur blijven. Wanneer het tijd werd om de grote weg op te gaan, om het verhaal te gronden met een paar feiten, liet ik de journalist weer op het gaspedaal trappen."

Wat verbaasde u het meest?

"Niet alleen dat feiten steeds weersproken werden, maar vooral Suttons belezenheid. Hij was niet zomaar een lezer, hij las klassiekers. In zijn tweede autobiografie citeert hij Nietzsche en Schopenhauer. Dat hij, eenmaal ontslagen uit de gevangenis, gedurende een dag een interview deed met twee verslaggevers in een auto heb ik ook opgevat als een knipoog naar de literatuur. Als veellezer en Ier zal hij Ulysses vast gekend hebben. Daarom verwijs ik in het boek diverse keren naar dat boek. Ik heb mezelf toegestaan om een paar specifieke klassiekers tot zijn favorieten te rekenen, zodat ik bepaalde ideeën en symbolen kon benadrukken. Cicero, Locke, Tennyson en Brecht zijn er daar enkelen van."

U citeert Brecht in uw roman: 'Wie is een grotere crimineel: hij die een bank berooft of hij die een bank bezit?'.

"Ja, Brecht had een vooruitziende blik. Tegenwoordig is die quote niet slim maar vanzelfsprekend. Het is een waarheid als een koe, want de grootste crimineel die we inmiddels kennen, is de bankdirecteur. Een bankrover benadeelt een handvol mensen, maar een bankier kan de hele wereld op zijn knieën dwingen."

Dan is Sutton opeens een kleine figuur. Alhoewel, in zijn tijd werd hij een Robin Hood genoemd.

"De twee journalisten proberen Sutton te typecasten als een antiheld, een kruisvaarder tegen de banken, net zoals dat in Suttons tijd gebeurde. Maar hij was allesbehalve politiek bevlogen, hij was geen rebel. Hij was een machteloos slachtoffer van economisch moeilijke tijden. Als jongen overleefde Sutton de sloppen van New York. Vlak na de Eerste Wereldoorlog, een tijd van pijnlijk herkenbare chronische werkloosheid, was het vrijwel onmogelijk een baan te vinden. Als twintiger zag Sutton geen andere uitweg dan de criminaliteit. "Vandaag bevinden zich in Amerika, en overal ter wereld, miljoenen mensen in soortgelijke uitzichtloze omstandigheden, niet in staat zich een deugdzaam werkend bestaan voor te stellen, simpelweg omdat er geen mogelijkheden toe zijn. Het is beangstigend te bedenken hoeveel toekomstige Suttons dat kan opleveren."

De roman begint met een clusterfuck: een groep verslaggevers die bij de uitgang van de gevangenis als een kudde schapen op Sutton wacht. Wat was uw clusterfuck?

"Ik heb als nieuwsjournalist van zoveel verslag gedaan in mijn leven: orkanen, tornado's, bombardementen, executies, massale schietpartijen. Dat was afgrijselijk. De tragedie zelf was iedere keer overweldigend, maar ik schaamde me er ook vaak voor om op jacht te moeten gaan naar een paar woorden van een slachtoffer of ooggetuige. Ik verzekerde mezelf ervan dat er betekenis school in dit werk, dat miljoenen mensen over de tragedie geïnformeerd wilden worden zodat ze konden delen in het verdriet, maar toch. Verhalen vertellen is in mijn ogen geen groepsactiviteit. Het is ook geen luidruchtige activiteit. Het is ernstig en verstild.

"Dat gevoel kreeg ik heel sterk toen ik in 1999 verslag moest doen van het bloedbad op Columbine High School. Toen ik daar de ontzetting en ontreddering zag, terwijl ik naast honderden journalisten van over heel de wereld uit was op nieuws, was dat zo deprimerend, ontmoedigend en demoraliserend om zoveel redenen, dat ik de journalistiek er bijna aan gaf. Ik werd gewoon naar van mijn eigen beroep."

In het boek ligt de journalistiek onder vuur. Sutton maakt de twee verslaggevers belachelijk. De journalisten doen hun best, maar krijgen de ware Sutton niet te pakken.

"Wat wil je, Sutton was een aartsleugenaar. Iedereen vertelt zijn eigen verhaal, we zitten vanaf onze geboorte gevangen in mythen en hebben een vertekend beeld van onszelf. Maar slechts enkelen zijn zo pathologisch als Sutton. En hij schiep er denk ik genoegen in.

"Journalisten doen mee aan de mythe, ze creëren helden en schurken, vaak op basis van lucht. Dat gebeurt doorgaans niet met opzet. Het gaat niet altijd om de verkoopcijfers van kranten of het opvoeren van het aantal hits of waarderingen. Journalisten zijn net mensen: net als iedereen zien zij de wereld door mythische ogen. Ze stoppen mensen in categorieën, in vooraf vaststaande narratieve sjablonen, helemaal als ze onder druk staan.

"De grote boosdoener in de journalistiek is, net als in andere beroepen, de haast. Journalisten moeten steeds sneller werken. Mensen eisen instant-informatie, en daardoor worden er meer fouten gemaakt. Deze ontwikkeling verergert doordat iedereen met een mobieltje zichzelf tegenwoordig tot 'journalist' kan bombarderen. Fouten vermenigvuldigen zich sneller, verkeerde informatie dijt uit als een olievlek, feiten worden ook moeilijker te herkennen en achterhalen. Hoor en wederhoor? Gebeurt steeds minder. Ik heb geen idee waar dit alles toe leidt, maar ik grijp meer en meer naar de literatuur voor de waarheid."

J.R. Moehringer

John Joseph 'J.R.' Moehringer (°1964) is een Amerikaanse journalist en schrijver. Hij werkte voor de Los Angeles Times. In 2000 werd zijn reportage over de geïsoleerde gemeen- schap Gee's Bend in Alabama bekroond met een Pulitzer Prize. Zijn memoires The Tender Bar verschenen in 2005. Andre Agassi vroeg Moehringer om hem te helpen bij zijn memoires. Die verschenen in 2009 onder de titel Open. Sutton (2012) is de eerste roman van Moehringer.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234