Zaterdag 16/01/2021

'Daar zat een mokkend verliefd stel'

Een kwarteeuw na zijn Hitler-biografie heeft de Duitse historicus Joachim Fest het leven van diens lievelingsminister Albert Speer beschreven. Speer, de belangrijkste architect van het Derde Rijk en tijdens de oorlog minister van Bewapening, verachtte de nazi's maar hij kon niet weerstaan aan de aantrekkingskracht van Hitler. 'Er was meer tussen hen dan een verhouding tussen baas en ondergeschikte. De ondergeschikte was in dit geval de sterkste van de twee.'

door Wim Vermeylen

Joachim Fest

Uit het Duits vertaald door Louw Dijkstra, Annemieke Hornstra en Jantsje Post Manteau/De Bezige Bij, Antwerpen/Amsterdam, 408 p., 1.095 frank.

Joachim C. Fest is volgens notoire collega's historici een eminent onderzoeker van het nazi-regime. Hij studeerde in Freiburg, Frankfurt en Berlijn. Recht was zijn hoofddomein, daarnaast hield hij zich onledig met geschiedenis en seminaries germanistiek. Na zijn studies belandde hij in de media, eerst bij de radio, daarna als uitgever bij de gerenommeerde Frankfurter Allgemeine Zeitung (1973-1993). In 1973 werd Joachim Fest wereldberoemd met zijn Hitler-biografie. Het boek werd in 21 talen vertaald, er zijn ongeveer twee miljoen exemplaren van over de toonbank gegaan. Waarom hij als Duitser aan een Hitler-biografie begonnen was?

Joachim Fest: "De Engelse historicus Alan Bullock had een biografie over Hitler geschreven die in 1952 is verschenen. Ze gold lange tijd als de klassieke, definitieve Hitler-biografie. Het was inderdaad een fantastisch werk. Een Amerikaanse uitgeverij vroeg mij om ook een Hitler-biografie te schrijven. Ik verwees naar het werk van Bullock, zei dat ik geen zin had om dezelfde biografie vanuit Duits perspectief te vertellen. Tenzij er bij Bullock een wezenlijke fout kon worden ontdekt. Toevallig kreeg ik vier maanden later een toespraak in handen van de Engelse historicus Hugh Trevor-Roper die hij in München had gehouden. Al na drie pagina's wist ik dat de hele Bullock fout was."

Wat klopte er niet?

"Alan Bullock beweerde dat Hitler geen ideologische doelen heeft gehad. Wat de Führer deed was louter gericht op de verovering, het behoud en de uitbreiding van macht. Trevor-Roper bewees zeer overtuigend dat Hitler wél ideologische bedoelingen had: ten eerste de verovering van het Oosten, ten tweede de vernietiging van de joden. Die thesis wordt nu door zowat alle historici aanvaard. Bullock heeft zijn biografie later ietwat aangepast, maar de teneur is gebleven."

Toch beweert u in uw Spiegel-essay van eind oktober vorig jaar dat Hitler nooit een afgewerkt concept in het hoofd had.

"Onder de nazi-historici is er een hele discussie geweest tussen 'intentionalisten' en 'actionisten'. Voor de eersten zou Hitler een haast definitieve langetermijnplanning hebben gehad. De actionisten beweren dat alles zich uit de situatie heeft ontwikkeld. Ik beschouw die discussie als overbodig en ben met Ian Kershaw van mening dat Hitler géén uitgewerkte planning had. Wel was er een vage, algemene richting die hij wilde uitgaan. Als je wilt weten wat hij van plan was met de joden, moet je Mein Kampf niet gaan lezen, daar staat absoluut niets in. Je vindt er ook niets concreets in over de oorlog. Wel staat er te lezen dat Duitsland aan levensruimte moet winnen, maar dat wordt niet gespecificeerd."

Heeft Kershaw gelijk wanneer hij beweert dat anderen Hitler tot handelen hebben aangezet?

"Hij overdrijft ietwat, maar in essentie is het zonder twijfel juist. Toch blijft het een probleem voor historici dat niemand de beslissende gesprekken tussen Hitler en de afzonderlijke nazi-kopstukken heeft bijgewoond. Er bestaan geen protocollen. Zo weten we niet of het Hitler of Himmler was die de Endlösung, de 'definitieve oplossing' van de jodenkwestie heeft voorgesteld. Er bestaan redenen om te geloven dat het Hitler was. Diens secretaresse heeft Himmler eens na een gesprek met Hitler in een stoel zien zakken met de woorden: 'Mijn God, wat moet ik doen, ik heb net een verschrikkelijke opdracht gekregen.' Waarschijnlijk ging het gesprek over de vernietiging van de joden. Veel historici vermoeden dat in die periode, tussen de zomer en midden december 1941, over het lot van de joden is beslist. Himmlers dagboek geeft maar schaarse informatie, hij werkte veel met trefwoorden, we kunnen er niet al te veel uit afleiden. Het is zeer de vraag of Kershaw altijd gelijk heeft, we moeten voorzichtig blijven."

Nieuwe dingen vertelt Ian Kershaw in zijn recente Hitler-biografie niet. Of toch?

"Hij voegt er veel details aan toe, maar ik vind eerlijk gezegd geen belangrijke verschillen. Hij bekijkt de figuur Hitler meer uit sociaal-maatschappelijk perspectief, dat aspect gaat zelfs een eigen leven leiden. Ik heb een klassieke biografie geschreven. Alles is ondergeschikt gemaakt aan de persoon Hitler. Kershaws boek heeft een grote renommee gekregen bij de wetenschappers vanwege zijn droge stijl. Hij heeft mij ooit gezegd dat mijn boek de historische bronnen erg precies respecteert maar te literair is. Het Derde Rijk zou veel saaier zijn geweest dan ik het laat uitschijnen. Maar ik vraag me af hoe hij met zijn protocollaire stijl Hitlers laatste dagen in de kanselarij, de zogenaamde Götterdämmerung, onder woorden zal brengen. Dat is een zeer interessante fase van het Derde Rijk, met veel opwinding en drama. Ik ben benieuwd."

Onlangs liet Kershaw in een Spiegel-interview tussen de regels door uitschijnen dat zijn Hitler-biografie betrouwbaarder is. Hij gaat namelijk uit van Goebbels' dagboeken, die elke dag opnieuw werden aangevuld. Ze zouden nauwkeuriger zijn dan Albert Speers notities, die toch pas vanaf oktober 1946 in de gevangenis zijn opgetekend.

"Ik heb maar een gedeelte van Goebbels' dagboeken kunnen lezen, het andere deel lag in Moskou en ik kreeg geen inzage. Nu zijn ze volledig gepubliceerd en dat is voor Kershaw zonder twijfel een voordeel. Ik moet toegeven dat hij over meer informatie kon beschikken. Maar Der Spiegel maakt een vergissing als het blad stelt dat ik mij op Speer baseer. Ik verwijs een twintigtal keer naar zijn geschriften, in totaal zijn er ongeveer vijftienhonderd aantekeningen. Die stelling klopt dus niet. Het spel van de concurrentie zal ook wel een rol spelen in Kershaws opmerking."

Een andere collega, Daniel Goldhagen, stelt in Hitlers gewillige beulen dat het denkmodel dat tot de holocaust heeft geleid al heel lang bij de Duitsers gangbaar was.

"Wat Goldhagen beweert is onzin. Hij begrijpt niets van de Duitse geschiedenis, hij verabsoluteert zijn opvattingen, hij vangt vliegen uit de lucht en maakt er levensgrote dinosauriërs van. Wat hij zegt is vooringenomen, onwetenschappelijk en dwaas. Eén klein voorbeeld. Hij zegt dat Hitler door het antisemitisme aan de macht is gekomen. In Hitlers redevoeringen vanaf midden 1931, toen hij plotseling de macht in zijn bereik zag, duikt geen antisemitische propaganda meer op. Dat is opvallend en bewezen. Goldhagen beweert precies het omgekeerde, hij stelt dat Hitler aan het genetisch antisemitisme van de Duitsers heeft geappelleerd. Fritz Stern, Gordon Craig en anderen hebben zich tegen Goldhagens stelling uitgesproken en dát, vind ik, is al te veel eer voor de man. Goldhagen gaat selectief te werk, hij gebruikt wat hem past en verzwijgt de rest. Als historicus moet je ook documenten durven te gebruiken die tegen je thesis spreken. Die moet je dan weerleggen."

Het markantste feit in uw Speer-biografie is ongetwijfeld het homo-erotische motief, dat bepalend was voor de relatie Hitler-Speer. Wat maakt u zo zeker?

"Veel kleine, afzonderlijke observaties. Merkwaardig genoeg heeft geen enkele andere biograaf dat ontdekt. Speer toonde mij ooit een foto van hem samen met Hitler op een bank. 'Kijk, twee verliefden,' zei ik. Speer, een preutse Duitse burgerzoon, was verontwaardigd en wees erop dat hij en Hitler allebei boos op het uiteinde van de bank zaten. Maar dát was het nu precies. Daar zat een mokkend verliefd stel. Zo'n foto van Hitler met Goebbels of Goering of Himmler is ondenkbaar. Er was meer tussen hen dan een verhouding tussen baas en ondergeschikte. De ondergeschikte was in dit geval de sterkste van de twee. Natuurlijk is er nooit een seksuele relatie geweest. Speer dacht dat ik daarop doelde.

"Verder vind ik Speer als figuur bijzonder interessant omdat hij absoluut geen notie heeft gehad van schuld als metafysisch begrip. Hij is representatief voor veel Duitsers die zeggen dat ze schuldig zijn, maar in feite weten ze niet wat dat betekent. Ze kennen dat religieus-metafysisch begrip niet meer, het blijft bij een puur betreuren en dat is iets heel vrijblijvends. Schuld is een metafysische categorie. Zonder God geen schuld, geen verantwoording in de overgeleverde traditionele Europese zin."

U verwijst naar de Verlichting als bron van het kwaad. Toen begon toch het grote emancipatieproces?

"Met de Verlichting werd God afgeschaft, de scheppingsmythe uit de bijbel werd als onwetenschappelijk afgedaan. De mens beschouwde zichzelf als het middelpunt van de hele kosmos, alles was realiseerbaar, man en vrouw zouden een tweede keer geschapen worden. Zowel de nazi's als de communisten - de twee grote utopieën van de twintigste eeuw - dachten die nieuwe mens te kunnen realiseren. De nazi's hadden hun Lebensborn, waar kinderen werden opgevoed om perfecte vertegenwoordigers van het Arische ras te worden. In de Sovjet-Unie heeft men kweekstations opgericht waar kinderen werden gedrild om 'nieuwe mensen' te worden. Trotski heeft ooit gezegd dat de Sovjet-Unie op die manier mensen zou creëren die Aristoteles, Leonardo da Vinci en Goethe nog ver zouden overtreffen. Doelmatig mensen plannen. Met de huidige gentechniek kun je zelfs nog een stuk verder fantaseren."

Ook in traditionele westerse instellingen kregen kinderen en jonge mensen oogkleppen opgezet om ze in de juiste richting te houden.

"Dat klopt, maar het beoogde effect bij de communisten en nazi's ging veel verder. De nieuwe mens moest iemand worden zonder al te veel familiale bindingen. Vooral sociale relaties waren belangrijk, het nut van de mens voor de maatschappij was het enige richtsnoer. Nazi's en communisten verheerlijkten en vergoddelijkten een mensentype dat onzelfzuchtig maar hard en meedogenloos was. De traditionele Europese morele categorieën waren bij hen van geen tel meer."

Speer komt uit het bovenste segment van de burgerlijke bevolking, heeft een goede opvoeding genoten, is een uitstekend student, wordt architect en toch loopt het helemaal fout.

"Ik verzet mij tegen de neiging om Speer als een vertegenwoordiger van de burgerlijke maatschappij te beschouwen. Hitler was een enorme uitdaging voor iedereen. Alle lagen van de bevolking zijn tegenover hem en zijn regime tekortgeschoten. Burgers, arbeiders, katholieken, protestanten, links, rechts, alle ideologieën. Alleen enkele afzonderlijke personen met een sterk karakter zijn overeind gebleven en hebben weerstand geboden. Maar in het algemeen, nee, Duitsland en zelfs de wereld kon er niet tegenop."

Waarom was dat zo, denkt u?

"Hitler weerspiegelde een stuk tijdgeest. Het belangrijkste was de vraag naar orde, discipline en een strakke regeringsvorm, alles samen genomen overzichtelijke staatsstructuren. De maatschappelijke chaos was in de ogen van zijn tijdgenoten te groot. In Duitsland kwam daar de nationale vernedering bovenop door het Verdrag van Versailles. En er was de haat tegen de moderniteit. Alles wat modern was, was verdacht. De toekomst was bedreigend, genereerde alleen maar angst en gevaar. Dat heeft Hitler zeer handig verwoord."

Speer wordt, vind ik, als persoon nooit helemaal duidelijk.

"Dat is ook voor mij het grote dilemma geweest. Speer was een non-figuur en de biografie heeft in feite géén voorwerp. Hij was zeer begaafd maar had een zwakke persoonlijkheid, het ontbrak hem aan gewicht. Hij was afhankelijk van een katalysator, van iemand die hem bij de hand nam, opdrachten gaf en doelstellingen uittekende. Eerst was dat zijn professor Tessonow, vervolgens Hitler, daarna een of andere Amerikaanse commandant in Spandau en na de oorlog was het zijn uitgever. Dan functioneerde hij perfect. Hij stapte moeiteloos van de éne in de andere theorie. Wat hij bij Tessonow had geleerd, een eenvoudige kleinschalige architectuuropvatting, vergat hij onmiddellijk wanneer hij voor Hitler ging werken. Hij merkte zelfs de breuk niet. Dat is toch verbluffend."

Speer werd in Berlijn ongetwijfeld geconfronteerd met de methoden van de nazi's. Er was de toenemende haat, de pesterijen tegen joden en andersdenkenden, de Neurenbergse rassenwetten, de Kristalnacht in 1938... en Speer zou al die tijd niets gemerkt hebben? Gelooft u hem?

"Hij deelde een zeker gevoel van nationale vernedering met de rest van de bevolking, maar hij haatte de Weimarrepubliek niet en hij nam geen notie van de verzoeningspolitiek van Gustav Stresemann tegenover de geallieerden. Het was vooral de aantrekkingskracht van Hitler die hem naar de nazi's dreef. Maar hij verachtte hen, hij vond ze kleinburgerlijk en bekrompen. Omgekeerd vonden de nazi-kopstukken Speer zeer hoogmoedig. Ze voelden aan dat hij hen minachtte en ze hadden gelijk. Goebbels schreef dat Speer voor hem geen revolutionair was, hij was nog te veel een burger en dus niet volledig te vertrouwen. En Goebbels had gelijk. Speer was geen typische nazi, hij was een van de mannen met wie de nazi's carrière hadden gemaakt. Speer was een verleidbare figuur, hij viel voor grote gebaren en pathetiek, voor ensceneringen. Ik geloof hem wanneer hij me zei dat hij de Kristalnacht nauwelijks had waargenomen. Hij was zo'n type dat even kijkt wat er gebeurd is, maar verder niets onderneemt. Die zijn er nu nog."

Toch was Speer ooit een pleitbezorger van de oorlog, terwijl uitgerekend Goebbels en Goering lid waren van de Friedenspartei, wat dat ook moge betekenen.

"Hitler, Speer en von Ribbentrop waren lid van de Kriegspartei. Enkele anderen zoals Goebbels en Goering wilden geen oorlog. Zij waren - we spreken nu over 1939 - van mening dat er heel wat gerealiseerd was. Oostenrijk en het Sudetenland waren ingelijfd, het Memel-gebied was veroverd, de nazi's konden Danzig terugkrijgen. De Friedenspartei was van mening dat verdere oorlog absoluut niet nodig was en zeker geen oorlog met Rusland. Duitsland was daar niet rijp voor. Maar Hitler was een va-banquespeler. Hij wou gebieden in het oosten veroveren. Goebbels en Goering vonden dat knettergek. Speer was zoals vele intellectuelen radicaal. Hij ging meteen tot het uiterste. Het maakte hem niet uit of Duitsland de nodige middelen en mogelijkheden had om die oorlog te voeren."

Iedereen zal Joachim Fest een intellectueel noemen. Bent u radicaal?

"Misschien ben ik er een die lessen getrokken heeft uit de Duitse ziekte. Hoewel, ook de Franse intellectuelen zijn radicaal, de Belgische, de Hollandse... Intellectuelen neigen tot radicalisme. Op papier zorgen radicale oplossingen altijd voor de beste resultaten, daar klopt alles. Of het leven zich naar die concepten kan schikken, is een andere zaak. Meestal moeten er voor de realisatie van die ontwerpen veel brokken worden gemaakt."

Op zeker ogenblik schrijft u: 'De historicus moet op dit punt even uit zijn rol als afstandelijke kroniekschrijver stappen en toegeven dat hij hier wordt overvallen door twijfels.' Speer heeft op dat moment, eind april 1945, zijn loyaliteit aan Hitler herbevestigd. Terwijl hij meent dat Hitler de onwaarachtigheid van zijn uitspraak aanvoelt, schrijft u: 'het verwarrende is echter dat Speer de waarheid sprak'.

"Speer was een vat vol contradicties. Vanaf februari-maart 1944 begon hij zich te distantiëren van Hitler. Hij wou terugtreden, schreef hem memoranda waarin hij de oorlog een verloren zaak noemde, negeerde zijn bevelen. Zulke zaken gebeurden voortdurend. Hitler wees Speer terecht. Hij ontnam hem enkele volmachten die Speer later weer terugkreeg omdat zijn genegenheid voor zijn lievelingsminister te sterk was. Tegen een hoge SS-officier zei Speer dat Hitler een misdadiger was. En daar stond Speer voor Hitler om afscheid te nemen en zei: 'Mein Führer, ik sta onvoorwaardelijk achter je.' Dat is choquerend. Maar tegelijk erg verhelderend. Zo zie je hoe tegenstrijdig mensen zich kunnen gedragen. Bij Speer komen die contradicties in alle scherpte naar voren, in zekere zin lijkt het wel een experiment. Hij leeft verder alsof er niets is gebeurd en heeft nooit over die contradictie nagedacht.

"Speer is beslist geen unicum. De shock die het Derde Rijk heeft teweeggebracht, vindt zijn oorsprong niet bij Hitler, hij komt van mensen zoals Speer en vele andere loyale burgers die de morele implicaties van hun handelen niet meer ter discussie stelden en gewoon deden wat hen werd gevraagd."

U bent erg pessimistisch. U bent ervan overtuigd dat mensen zoals Hitler 'steeds opnieuw zullen opduiken'. Maar neem nu Duitsland, dat heeft zich de jongste vijftig jaar toch op een democratische manier ontwikkeld?

"Ik ben al sinds mijn jeugd een scepticus. De mensen zijn oriënteringsloos, de kerken doen het niet meer, kunnen het niet meer. Dan komen de wereldlijke verleiders. Ik weet niet of het slecht zal aflopen, maar ik zie weinig hoop. Wat gebeurt er wanneer de economie wereldwijd in elkaar stort zoals in de jaren dertig? Zullen de mensen dan nog de democratie verdedigen? Hoe sterk een volk en zijn democratie is, wordt pas duidelijk tijdens een crisis. Duitsland heeft nog niet voor de vuurproef gestaan. Ik geef toe dat de geschiedenis van de Bondsrepubliek succesvol is geweest, brede lagen van de bevolking hebben van de economische ontwikkeling kunnen profiteren. Dat is de democratie ongetwijfeld ten goede gekomen. Maar ik blijf sceptisch. En ik ben niet pessimistisch maar realistisch."

Joachim Fest treedt op in het kader van Het Andere Boek, op zaterdag 30 september om 15 uur in de Stadsfeestzaal (Podium 1), Meir 78, Antwerpen.

'Speer was zoals vele intellectuelen radicaal. Hij ging meteen tot het uiterste. Het maakte hem niet uit of Duitsland de nodige middelen had om oorlog te voeren''Tegen een hoge SS-officier zei Speer dat Hitler een misdadiger was. En daar stond Speer voor Hitler om afscheid te nemen en zei: Mein Führer, ik sta onvoorwaardelijk achter je'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234