Vrijdag 24/05/2019

Openbaar vervoer Trambus

Daar is de trambus, het tuig dat u langs de files rond Brussel zal loodsen. Straks. Misschien

Mobiliteitsminister Ben Weyts (N-VA). Beeld Tim Dirven

‘Hij heeft de voordelen van een tram, maar vereist geen dure investeringen in sporen of bovenleidingen.’ De allereerste trambus van het land is officieel uitgereden in Brussel, maar dat verloopt allesbehalve gesmeerd.

Beeld u in: een supersnelle bus die over een aparte boulevard op de snelweg rijdt. Onderweg stopt hij bij verhoogde perrons, waar de deuren van de bus perfect aansluiten op de glazen schuifdeuren op het perron. Een bovengrondse metro, zeg maar, die de bumperende auto’s op de ring gezwind voorbijsteekt. Het is geen fantasie, want het bestaat al in de Colombiaanse hoofdstad Bogotá met het TransMilenio-systeem. Verkeersexperts zoals Oosterweel-intendant Alexander D’Hooghe zijn fan.

Ook in België is dinsdag de eerste trambus ingereden op Brussels Airport. Mobiliteitsminister Ben Weyts (N-VA), directeur-generaal van De Lijn Roger Kesteloot en voorzitter Marc Descheemaecker (N-VA) pakten trots uit met deze “dubbele primeur”. Niet alleen is het 24 meter lange gevaarte een nieuwkomer in het straatbeeld, de Vlaamse overheid gaat ook “de langste busbaan” van 16 kilometer aanleggen, van de Heizel tot Brussels Airport.

Maar Brussel is Bogotá niet. De trambus rijdt niet over een snelle baan langs de ring, maar kronkelt langs omliggende dorpen om zoveel mogelijk mensen op te pikken. De aanleg van het parcours werd opgedeeld in vijftien segmenten. Daar worden telkens aparte vergunningen voor aangevraagd. Zowel de timing van de oplevering als de concrete invulling verschilt van segment tot segment. Resultaat is een lappendeken van systemen.

Beeld Tim Dirven

Pot verf

Zo gaan ze op de Luchthavenlaan in Vilvoorde aan de slag met een pot verf en een laag asfalt om automobilisten duidelijk te maken dat het om een busbaan gaat. Even verderop, op de Sint-Annalaan, komt er een volledig afgescheiden busbaan voor trambussen in beide richtingen. In de aanloop naar een kruispunt, waar de meeste file staat, rijden ze telkens op de busbaan, om daarna – zodra het licht op groen springt – op de rijstrook voor auto’s te komen.

Bijkomend probleem is dat er niet overal een busbaan is. Want in werkelijkheid is het traject 22 kilometer lang in plaats van 16. “De extra 6 kilometer is het gedeelte van het traject dat niet over een aparte busbaan loopt”, vertelt Marijn Struyf van de Werkvennootschap, het vehikel dat door de Vlaamse regering werd opgericht om de werken te coördineren. Op die segmenten rijdt de trambus gewoon tussen de auto’s.

De pijnpunten zijn een gevolg van de manier waarop de trambus tot stand kwam. Oorspronkelijk zou er een tram met een eigen bedding worden aangelegd. Die maakte deel uit van het Brabantnet, dat ook een sneltram van Willebroek naar Brussel-Noord en een luchthaventram van hartje Brussel naar Brussels Airport bevat. Die laatste twee komen er. Maar de tram in de noordrand was te duur. Dus werd er voor een tussenoplossing gekozen.

Beeld Tim Dirven

Gelobby

“Een trambus heeft alle voordelen van een tram, maar vereist geen dure investeringen in sporen of bovenleiding”, zegt Struyf. Bovendien gaat de aanleg sneller. Dat is handig voor de Vlaamse regering, die nog snel voor de verkiezingen met de lancering kan uitpakken. Al zullen zelfs in september, wanneer de trambus effectief gaat rondrijden, delen van het traject nog niet klaar zijn. Daar rijdt hij over het traject van de bestaande buslijn 128.

“Vergeet niet dat er ook gelobbyd is”, zegt verkeerskenner Herman Welter. De trambussen van De Lijn worden gemaakt door de Vlaamse busbouwer Van Hool, een belangrijke werkgever met meer dan 4.500 werknemers. Van Hool leverde al gelijkaardige types aan onder meer Frankrijk, Duitsland, Italië, Noorwegen en Oostenrijk. “Maar het bedrijf wilde ook thuis een voorbeeld hebben dat rondrijdt”, zegt Welter.

België kan nu wel uitpakken met een trambus, maar in tegenstelling tot andere landen wordt het potentieel ervan niet helemaal benut. Jammer, vindt Welter. “Zonder vrije doorstroming gaat het effect verloren.” Bij de Werkvennootschap werken ze intussen naarstig voort. Al zal de reiziger nog even geduld moeten hebben. Struyf: “Het zal nog een paar jaar duren voordat we die 16 kilometer in één keer kunnen afleggen.”

Beeld Tim Dirven
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.