Dinsdag 13/04/2021

DAAN

undefined

Het is een wijdverbreide opvatting dat de Shoah en taal elkaars vijanden zijn. Wat viel er immers nog te zeggen na de gaskamers? Als krachtigste vertolking van deze opvatting wordt vaak Adorno geciteerd, die stelde dat het barbaars was om na Auschwitz nog een gedicht te schrijven. Vreemd genoeg houdt deze opmerking volgens de overlevering een verbod in, terwijl Adorno haar juist bedoelde als een gebod. In zijn woorden: 'Een gebod aan de kunst om wat onmogelijk was geworden, na Auschwitz kunst te maken, op te vatten als een noodzaak: kunst te maken na Auschwitz.' Tragisch. Zijn beroemdste citaat heeft meer verwarring opgewekt dan duidelijkheid.

Zijn waarschuwing aan iedereen die het in zijn hoofd haalde na 1945 nog kunst te maken, was in werkelijkheid vooral een aansporing. Nooit eerder was verbeelding zo nodig als toen, en nooit eerder was het zo moeilijk om deze verbeelding tot uiting te laten komen. Des te meer reden om het te proberen, aldus de filosoof.

Op de avond nadat het manuscript van mijn nieuwe roman, waarin iemand een oorlogsdagboek vervalst, naar de drukker was gegaan, zat ik in een concertzaal om een opera over Eichmann bij te wonen.

Als iemand die de Oorlog niet heeft meegemaakt zich toch aan het onderwerp waagt, ontvouwt zich meestal een debat tussen twee onvermurwbare partijen. 1. Hen die zeggen dat het pervers is je vanaf de zijlijn te bemoeien met het leed dat voor zoveel mensen zo tastbaar is geweest. 2. Hen die zeggen dat de geschiedenis deel uitmaakt van onze wereld, en daarom altijd een onderwerp zal blijven.

Vanzelfsprekend hebben beide partijen gelijk. Het is enigszins pervers, en toch moeten we blijven onderzoeken, steeds met andere middelen, soms komen we dichterbij, soms vallen we.

Toen ik mijn manuscript aan een rabbijn liet lezen, schreef deze terug: 'Je gaat te ver! Je weigert gewoon de realiteit echt tot je door te laten dringen en denkt er als schrijver mee te kunnen dealen. NIET ALLES IS TEKST. En als je dat niet gelooft, reis dan naar een echt oorlogsgebied af en toon je kloten.'

Nog afgezien van het verontrustende gegeven dat iemand wiens functie bestaat bij de gratie van tekstanalyse en -interpretatie zich op deze manier uitdrukt, was zijn klacht bijzonder tegenstrijdig. Ik ging te ver én toonde geen kloten. Terwijl juist het feit dat ik 'mijn kloten' toonde hem woedend had gemaakt. Ik had het recht niet, ging hij verder, om me met deze materie bezig te houden.

Welk recht toch?

Op het podium werd Eichmann vertolkt door archetypen als de filosoof, de clown, de uitvoerder ('Het leven is een bevel') en de oermens. Hij danste, zong, schreeuwde en zweeg. De rabbijn zou het schandalig hebben gevonden. Langzaamaan is de tijd van de survivors voorbij. Nu de directe band met de oorlog is verweerd, zullen anderen gehoor moeten geven aan Adorno's gebod.

Het was een koude avond, de stad lag er mooi en vredig bij. Welk recht toch? Het geluk is van een enkeling, had ik hem moeten antwoorden, maar het verdriet is van ons allemaal.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234