Woensdag 23/10/2019

DAAN

Terreur schuilt niet alleen in die paar milliseconden van ontploffing, die paar uren van verwarring, die paar dagen van ongeloof. Terreur schuilt ook (juist?) in die weken en maanden erna, in de meest dagelijkse, banale ogenblikken, in het leven van alledag, dat in retrospectief argeloos genoemd kan worden.

Vandaag reis ik naar Brussel. Natuurlijk ben ik niet nerveus, zeg ik tegen vrienden en familie, kom nou, ik heb wel voor hetere vuren gestaan. Nee, echt niet, Brussel is om de hoek!

En het is waar, ik ben niet bang. Angst heeft immers met een reële, gerichte dreiging te maken. Wat ik ben is nerveus, en daar sta ik niet alleen in.

Het eerste moment vindt plaats op Amsterdam Centraal. Twee jonge, blanke meisjes - Starbucks-bekers in de hand - staan naast elkaar te sms'en. Een duivenflatsje spat uiteen naast hun voeten, ze schrikken, hun verhoogde staat van paraatheid wordt onmiddellijk herkend door de menigte, een korte, golfachtige schrik deint door de centrale hal. Pas wanneer de meisjes beginnen te lachen - "wow, echt bijna op mijn hoofd" - komt men tot rust. Dan hoor ik ook weer de piano, iemand speelt 'Imagine', maar dan slechter.

Dan wordt het vervolg van mijn reis - overstappen in Breda - geannuleerd. Het officiële verhaal is een stroomstoring, maar de mensen om me heen weten wel beter: een aanslag.

Het gemompel houdt aan. Ik besluit over te stappen. Maar even later weigert mijn nieuwe trein Roosendaal te verlaten. Iedereen moet uitstappen. Honderden mensen zwerven door dit toch niet al te grote station; de sfeer is koortsachtig, men heeft de afgelopen dagen zo veel crisisbeelden gezien, dat drommen mensen die niet weten waar ze heen moeten lopen, automatisch lijken op terreurslachtoffers.

Even later blijkt dat de machinist thuis is gebleven, onduidelijk waarom. (Heeft hij soms reden gehad om niet te komen? Weet hij meer dan wij?) Douaniers pakken hun telefoons, converseren met gedempte stem.

Een uur later rijd ik weer. Volgende probleem: door al dat gedoe heb ik niet gemerkt dat ik eigenlijk al lange tijd moet plassen.

Ik reis, zoals altijd, met een zware leren dokterstas. De tas is ideaal om een middelgrote bom in te verbergen, stel ik me zo voor. Natuurlijk ben ik niet bang dat een of andere onverlaat er een bom in heeft gestoken toen ik niet keek, maar het lijkt me ineens alleszins voorstelbaar dat anderen de tas als 'verdacht' zouden beschouwen wanneer ik hem achterlaat om naar de wc te gaan.

Normaliter vraag ik een medepassagier die er betrouwbaar uitziet (een niet-aantrekkelijke vrouw) een oogje in het zeil te houden, maar is dat geen verdacht gedrag?

In de reflectie van de ruit zie ik dat de beharing op mijn wangen langzamerhand het predicaat baard verdient. Ik ben een bebaarde man, die nu al tien minuten panische blikken werpt, nu eens op de wc, dan weer op zijn overgrote, anachronistische tas. Tot overmaat van ramp begin ik te zweten.

Zodra ik op mijn bestemming ben aangekomen, vlieg ik de trein uit. De vrouw die me komt ophalen, glimlacht en zegt: "Brussel heet u welkom".

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234