Zaterdag 17/04/2021

interview

Daan Heerma van Voss: "Ga in vredesnaam op je bek in de liefde"

Daan Heerma Van Vos en vriendin Doortje. Beeld Aurélie Geurts
Daan Heerma Van Vos en vriendin Doortje.Beeld Aurélie Geurts

"Liefde is altijd weer een beslissing. Je verbrandt bepaalde bruggen achter je. En dat heeft tegenwoordig niemand er nog voor over’." Daan Heerma van Voss (32) ontpopt zich in zijn roman Noem het liefde als de haarfijne radioloog van de liefde én van de Instagram-generatie.

"Iemand moest het maar weer eens doen, een liefdesroman schrijven”, poneert Daan Heerma van Voss (°1986) met een uitgestreken gezicht, alsof het genre zomaar op apegapen ligt. “Of tenminste”, corrigeert hij zich snel, “iemand moest die roman schrijven over onze hedendaagse obsessie met perfectie in de liefde. En over alle desillusies waartoe dat onverbiddelijk leidt.”

Zes jaar geleden bleef Heerma van Voss na een hoogst enerverende relatie bedremmeld achter. Hij besloot het kasboek van de liefde op te maken, bij wijze van zuiveringsritueel. “Ik dacht: hier kijk ik nooit meer naar om, ik ben van je verlost!” Maar het onderwerp viel hem opnieuw in de nek. Hij bleef maar vijlen, schuren, ziften en filteren aan de tekst. Tot hij een verhaal beet had dat zich compleet loszong van de pijnlijke aanleiding.

Noem het liefde is dat “distillaat van échte liefde, echte intimiteit en echt verdriet” geworden, zoals hij het met enig tremolo omschrijft. Vooral is het een pittige roman die prettig meandert van melancholie naar lichtheid en van vertedering naar venijn. Een wrang hedendaags sprookje over de accidentrijke liefde tussen de doelloze, 34-jarige scenarist Tomas en het ongrijpbare achttienjarige Meisje A., tegen het decor van Amsterdam.

Het is ook een ode aan het grofgebekte schepsel. ‘Al die volstrekt aseksuele componenten die samen zo’n ongekend opwindend wezen als het meisje A. hadden voortgebracht.’ En aan de seks: ‘Ze kwam klaar, toen haar moeder iets riep over de rollade.’ Of aan liefde in penibele omstandigheden: “Ik ben verliefd en over een tijdje ook nog platzak. (…) de droom van elke romanticus.”

Toch doet Heerma van Voss meer dan alle liefdesclichés nog even opwarmen. In zijn zesde, soepel lezende roman neemt hij ook geestig de tijdgeest op de korrel: ‘Je hebt toch geen bindingsangst? Dat is zo passé.’ Dat je af en toe moet denken aan generatiegenoot-auteurs als Philip Huff of Gustaaf Peek, neem je erbij. Liefde in Instagram-tijden, het is bepaald geen sinecure.

“Liefde was altijd een terugkerend motief in mijn vorige romans als De laatste oorlog of Het land 32”, zo vertelt Heerma van Voss, wanneer ik hem – toepasselijk genoeg – tussen de millennials in een Antwerps studentencafé spreek. “Ditmaal wilde ik me niet verstoppen achter andere onderwerpen, of te veel uitwaaieren. Er moest een hoop ballast weg.”

De liefde is meer dan ooit een lucratieve industrie, van liefdeslessen en zelfhulpboeken tot tv-programma’s en datingapps. Vanwaar komt die blijvende fascinatie voor het woord ‘liefde’, vermoed jij?

Daan Heerma van Voss: “Omdat het ongeveer het enige is waar we nooit genoeg én nooit teveel van hebben. Het zijn verwarrende, eenzame tijden en de behoefte aan liefde is groot. Ik las onlangs een vroege roman van Julian Barnes, Talking It Over. Daarin stond: ‘Uiteindelijk willen we iemand die na de seks gewoon darling zegt.’ Zo simpel is het soms. Iemand die op kwetsbare momenten je liefje is. Het is een aparte combinatie van zekerheid en avontuur die we allemaal nastreven.”

Hoe overmoedig is het om aan die immense berg liefdesboeken een roman van je hand toe te voegen?

“Nou, ik was het eerst ook niet van plan (lacht). Ik vond het bovendien heel moeilijk om te doen, vooral omdat ik een onsentimenteel iemand ben. Het kostte me uiteindelijk zes jaar. De aanleiding was erg autobiografisch. Ik maakte een liefde mee die stuk ging. Hoe meer ik erover nadacht, hoe minder ik begreep waarom we ooit voor elkaar gevallen waren.

“Oké, ik had wel al eens eerder liefdesverdriet doorgemaakt. Maar dit keer leek het alsof zij en ik onder liefde iets heel verschillends verstonden. Ik schreef voor mezelf een soort autopsierapport van deze liefde. Om het vervolgens in een lade te gooien. Anderhalf jaar later diepte ik het toch opnieuw op. Vreemd genoeg hadden veel kennissen en vrienden min of meer hetzelfde beleefd; er zat een verhaal in, dat verteld moest worden.”

Je bedoelt: het universele verhaal van blinde verliefdheid die vervolgens genadeloos op de klippen loopt? In dit geval tussen de 34-jarige Tomas Wolf en het 18-jarige meisje A., bij wie het generatieverschil al meteen een reden van spanning en misverstand is?

“Veel meer dan dat! Er is iets aan de hand met de liefde. Jonge mensen beleven liefde fundamenteel anders dan hun ouders: ze zijn geobsedeerd geraakt door perfectie. Het meisje A. in mijn roman heeft dat heel sterk. Ze weet nochtans niet hoe een perfecte liefde er moet uitzien. Onder invloed van sociale media krijg je de hele dag door beelden van perfectie geserveerd. Terwijl niemand weet hoe je op dat punt terechtkomt.

“Wie beseft nog dat je eerst vijf slechte, rotte momenten moet beleven om enige volkomenheid te bereiken? Want de realiteit is: vijf minuten na die perfecte Instagram-foto hebben de twee geliefden meestal ruzie, omdat een van hen toch nét niet verleidelijk genoeg keek. Maar die krijgen we niet te zien. En dat betekent een vloek voor jonge mensen die nog moeten ontdekken wat liefde is. Als je alleen maar denkt dat alles perfect moet zijn, dan kun je niet anders dan teleurgesteld raken. En dat is zo zonde. Ontdek het gewoon. Ga in vredesnaam lekker op je bek.”

Kortom, de verpakking van de liefde overvleugelt de inhoud?

“Ik geef een symptomatisch voorbeeld van hoe ingewikkeld het tegenwoordig is. Mijn huidige geliefde is zesentwintig jaar. Ik leerde haar kennen en pas daarna zag ik digitale foto’s van haar. Daarop zag ze er heel anders uit; het waren heel gestileerde foto’s, die me zelfs deden twijfelen aan mijn eerste blik op haar, toen ik haar zo interessant en mooi vond. Stel dat ik die foto’s eerst had gezien, dan was ik minder snel verliefd op haar geworden, of misschien wel helemaal niet.”

Net om de tijdgeest scherp te stellen, laat je vier generaties aan het woord in Noem het liefde. Ook de oma van het hoofdpersonage en de ouders van het meisje krijgen een rol.

“Ik wilde laten zien hoezeer de invulling van liefde radicaal verschilt van generatie tot generatie. Ik kan mijn oma niet uitleggen hoe liefde tegenwoordig werkt. Ze snapt niet waarom alles perfect zou moeten zijn. Dat zij toevallig verliefd werd op mijn grootvader, was mooi meegenomen. Maar voorts was een relatie – in casu een huwelijk – iets wat als status van je verwacht werd.

“Bij mijn ouders waren er al iets meer idealen. Zij geloofden wel in grotere en kleinere liefdes, met als gevolg dat de scheidingsgevallen omhoog zijn gegaan. En nu is er dus dat waanidee van perfectie.”

Tegelijk zie je toch veel experimenten met andere samenlevingsvormen, met genderidentiteiten en met polyamoureuze relaties? Je kunt evengoed zeggen dat het nu nét opener is?

“Zeker, je hebt wel mensen die van liefdesideaal veranderen. Maar iemand die kampt met zijn geaardheid, laat daarom nog niet het idee van perfecte liefde schieten. Perfecte liefde is eigenlijk niks anders dan: een liefde om over op te scheppen.”

null Beeld Aurélie Geurts
Beeld Aurélie Geurts

Maar ze blijkt uiteindelijk in jouw roman allesbehalve perfect. Tomas twijfelt er zelfs aan of hij zichzelf zomaar in deze liefde kan storten.

“Tomas wil heel graag verliefd worden op het meisje A. Zij leert hem hoe je moet leven, temeer omdat hij na het verongelukken van zijn ouders in een overlevingsmodus is beland. Zij houdt van hem en hij houdt van haar. Toch is het bij vlagen niet genoeg. Hij heeft te veel liefdeservaringen gehad, hij hoort echo’s van vroegere desillusies. Hij denkt te snel: ik heb dit eerder gevoeld. Terwijl het meisje A. iemand zoekt die haar vertelt hoe de liefde in elkaar zit.

“En dan is er dat plechtige moment waarop ze zeggen: we zijn verliefd. Zo is het bij mij ook altijd gegaan. Je wordt ten slotte ook verliefd op die verliefdheid, op dat romantische aspect, op de grootspraak dat je mooier en beter verliefd bent dan ieder ander mens in de wereld. En dus luidt de afspraak: ‘noem het liefde.’”

Er is een merkwaardige rol weggelegd voor Adriaan, de vriend die de hoofdfiguur financieel steunt maar zijn einde ziet naderen.

“Naast de liefde is er inderdaad nog genoeg dood en ellende in deze roman, wees gerust (lacht). Tomas’ oude vriend Adriaan lijdt aan kanker maar wil nog een keer meemaken wat het betekent om verliefd te zijn. Daarom stelt hij de hoofdfiguur voor dat hij de liefde in kaart brengt. Adriaan onderscheidt in de liefde drie fases. Eerst de fase van verliefdheid waarin je volop droomt over de toekomst, dan de fase waarin je over het heden nadenkt: hoe vullen we het in en maken we het draaglijk? En ten slotte de fase waarin je samen terugkijkt op het verleden.

“Adriaan wil die eerste fase herbeleven, nu dat nog kan. Hij vraagt aan Tomas, die scenarist is: documenteer alles wat je denkt, voelt en beleeft. Leg het vast, daar betaal ik je voor. Ook omdat hij geld nodig heeft, stemt hij toe. Vanaf dat moment is hij een dubbelagent in zijn eigen liefdesverhaal.”

‘Ik had geen idee welke van deze slechte eigenschappen me op den duur zouden ontroeren en welke me zouden ergeren’, zegt Tomas op een bepaald moment over A. Haar grilligheid is een deel van de aantrekkingskracht. Maar welbeschouwd is hij geen haar beter?

“Uiteindelijk blijkt zij een stuk volwassener dan hij, haar idee-fixes zijn minder hardnekkig. Wel is zij voortdurend bezig met de buitenwereld en dat is typisch voor haar generatie. Zij scant de ruimte om te zien of er mensen zijn die mooier zijn dan zij. Of er een bekende acteur rondloopt.

“Ook wil ze de oorsprong van hun liefde mooier maken. Ze wil met hem overeenkomen dat ze elkaar zogezegd in Parijs hebben ontmoet, in een buurt waar geen toerist komt. Om uit te komen bij het verhaal dat hij haar heeft gered van een kudde op hol geslagen wilde zwijnen. (lacht). Hun origin story moet steeds aangedikt worden, zij smacht naar een groter liefdesverhaal.”

Ondanks dat verlangen naar romantiek, merk je ook de trend om in hedendaagse relaties deuren en poorten open te houden. Waarmee ik bedoel: er lijkt altijd wel iemand beter te vinden?

“Klopt. En dat hoort juist bij het idee van perfectie. Liefde is op een zeker moment een beslissing. Mijn ouders en grootouders wisten dat. Maar de jongere generatie durft door die hang naar perfectie die beslissing amper nog te nemen. Een beslissing betekent ook: ik verbrand bepaalde bruggen. Dat blijkt verdomd moeilijk.”

Het valt op dat je de ironie – sterk aanwezig in je eerste romans – enigszins hebt afgezworen.

“Er zat soms te veel pose in, dat realiseer ik me nu. Ironie is leuk als stijlmiddel maar het moet geen masker worden. Ik heb mijn verhaal langdurig uitgezuiverd. Het is ook echt een roman. Geen liefdesmemoir waar de sensatie eruit bestaat dat het echt gebeurd is. Er verschijnen heel veel boeken met dit unique sellingpoint. Het enige wat ik wilde overhouden van mijn levensverhaal: een distillaat van échte liefde, echte intimiteit, en echt verdriet. Wat moet je dan met ironie?”

Hoe moeilijk was het om alle gangbare clichés over de liefde uit de weg te gaan? En om – ik zeg maar wat – Shakespeare, Hugo Claus en Jan Wolkers literair de loef af te steken?

“Ik moest überhaupt uitvinden wat sentimentaliteit is: het de lezer opdringen van emotie. Dat kostte veel tijd. Ik wilde een boek waarin de lezer verdwaalt in die liefde... Hoe moet je een liefdesverhaal eindigen? Ik dacht eerst: een perfect einde is een cliché. Maar in de literatuur, zo ondervond ik, is het droevige einde juist het cliché. Dat het allemaal instort en iemand naar een vliegveld rijdt, zo’n halfopen, metaforisch einde... Zo verstikkend.”

Las je – bij wijze van research – veel liefdesromans?

“Toch wel. Veel klassiekers. Het jaar van de kreeft van Hugo Claus viel me zeer mee, daarin trof ik zowel ironie als sentiment aan. Jan Wolkers vond ik dan weer gedateerd, vanwege al die seks de hele tijd. Dat staat ver van de huidige moraal. Die uitbundigheid van seks, dat stuntwerk van tegelijk klaarkomen, bestaat eigenlijk niet meer in de literatuur.”

Twintigers en dertigers hebben trouwens veel minder seks dan hun ouders, zo wijzen talloze onderzoeken uit. Is dat ook een verklaring?

“Ik vermoed dat het een angst is om teleur te stellen. Seks moet bevrijdend zijn, seks moet het summum zijn. In de praktijk is het ook veel ongemak en mislukking. In de jaren 70 was er wel ruimte voor de ranzigheid en goorheid van die mislukking. Als tegenwoordig iets niet lukt, dan schaamt men zich ervoor.”

Humo prees je ooit als een auteur die goed over seks wist te schrijven. In Noem het liefde gaat het niet zozeer om de lichamelijke prestaties. Maar hoe kom je tot een geloofwaardige seksscène?

“Campert dichtte ooit: ‘Europa is een matras.’ Ik zou tegenwoordig zeggen: ‘Europa is een Instagram-foto.’ Mijn hoofdpersonages hebben meer gesprekken over seks dan dat ze het effectief doen. En ja, seksscènes schrijven blijft balanceren op een dunne koord: ofwel te bloemrijk ofwel heel onthecht, zoals de kille, rare seks van Houellebecq, met zijn voorliefde voor woorden als ‘poes’ of ‘kittelaar’.

“Seks is kwetsbaarder dan vroeger. Mijn seksscènes gaan meer over afzonderlijke aanrakingen en wat die met hen doen dan over de technische kant; het poëtisch gemijmer over natte kutten en rotsharde pikken, dat werkt voor mij niet.”

Je scherpt wel zichtbaar plezier in het taalregister van het meisje A.

“Voor mij was zij heel erg leuk om neer te zetten, met dat onstuimiger, trendy taalgebruik, deels echt, deels verzonnen. Ze is een vrouwelijk personage dat aan geen enkel stereotype voldoet. Ze is geen beeldschone nimf maar ook geen Manic Pixie Dream Girl. Voor mij ís ze, eenvoudigweg.”

Of mogen we denken aan een persiflage op Lolita?

“Ik wilde dat Nabokov-complex – de piepjonge vrouw versus de oudere man – echt vermijden. Het meisje A. is voor Tomas geen verboden vrucht. En dat verlekkerd kijken naar jonge vrouwen of die objectiverende blik van een mannelijk hoofdpersonage? Dat soort ouwelullenfetisjisme hoort niet meer thuis in de hedendaagse literatuur. Finaal is het trouwens de man die in zijn blootje wordt gezet. Het meisje A. is de morele winnaar.”

Sta je zelf anders tegenover de liefde na het voltooien van dit boek?

“Naarmate dit boek vorderde, ben ik gek genoeg positiever en luchthartiger gaan denken over liefde. Vroeger had ik meer oog voor de relatietragiek, nu leg ik me toe op wat wél werkt. Ik ben nederiger geworden in de liefde. Dat betekent niet dat ik met minder genoegen neem. Maar ik vind het eigenlijk al heel mooi als iets wel lukt. Als twee mensen elkaar überhaupt begrijpen en iets voor elkaar over hebben, is dat op zich iets wonderbaarlijks. Redenen om elkaar te haten zijn er altijd wel.”

Daan Heerma van Voss, Noem het liefde, De Bezige Bij, 272 p., 19,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234