Vrijdag 27/01/2023

Cyclamens voor fijnproevers

Voor de meeste mensen horen bloembollen nog altijd bij de lente. Dat er ook herfst- en zelfs winterbloeiende bollen en knollen bestaan, is zelfs voor veel tuinliefhebbers nog altijd een goed bewaard geheim. Een van de mooiste herfst- en winterbloeiers is de cyclamen.

Paul Geerts

Veel mensen kennen de cyclamen alleen als de wat ouderwetse winterbloeiende kamerplant die rond Kerstmis op grote schaal in de bloemenwinkel wordt verkocht. Deze kamerplant is de Perzische cyclamen of Cyclamen persicum. De naam is nogal ongelukkig gekozen, want ze komt niet uit Perzië maar uit het oostelijke gedeelte van het Middellandse-Zeegebied. In ons klimaat is de plant absoluut niet winterhard.

Er bestaan gelukkig wel een paar cyclamens die ondanks hun zuiderse herkomst - de meeste groeien van nature rond de Middellandse Zee - wel goed winterhard zijn. Het is trouwens niet zozeer de koude die een probleem vormt, maar wel het overdreven vocht. Alle cyclamens moeten daarom in goed doorlaatbare grond worden geplant, zodat ze vooral in de winter nooit nat staan. Ideaal is een vrij lichte, humusrijke grond. Vermeng bij het planten flink wat bladgrond in het plantgat, op zware grond ook wat zand, fijne kiezel of zelfs dolomiet (ze houden van kalk) om de grond lichter te maken, en zorg voor een goede afwatering door onderaan in het plantgat wat steenafval te leggen.

Tuincyclamens zijn in alle opzichten veel kleiner dan de kamerplant, maar veel eleganter. Ze hebben net als hun soortgenoten op de vensterbank een heel typische bloeiwijze: de bloempjes staan solitair aan een gebogen bloemsteel die naar de bodem knikt, maar de vijf kroonbladeren zijn achterovergevouwen en naar boven gericht, zodat het lijkt alsof de bloem zich als een badmintonpluimpje opricht. Ook het blad is zeer typisch: rond tot hartvormig, soms met een gekartelde bladrand en met een heel sierlijk grijs- of zilverachtig vlekkenpatroon, alsof er iemand met een fijn borsteltje een marmermotief heeft op aangebracht. De variatie in bladpatronen is oneindig groot; zelfs binnen eenzelfde soort is geen enkele plant hetzelfde. Cyclamens zijn plantjes voor fijnproevers, mensen die het niet moeten hebben van de spectaculaire effecten - al is een bloeiend groepje cyclamens tussen het afgevallen blad in de herfst of onder de sneeuw best wel spectaculair - maar die kunnen genieten van de kleine wonderen des levens.

Geduld

De wetenschappelijke naam van het geslacht komt van het Griekse 'cyclos' en zou verwijzen naar het schroefvormig verdraaien van de bloemsteel na de bloei. Dat is een trouwens een heel merkwaardig fenomeen. Na de bloei krullen de steeltjes zich als een kurkentrekker rond het vruchtbeginsel, in een soort beschermende omarming. Eens de zaadjes rijp zijn, ontrolt de spiraal zich en worden de zaadjes weggeslingerd. Die zaadjes hebben een zoet omhulsel, wat ze aantrekkelijk maakt voor mieren, die op die manier zorgen voor de verdere verspreiding van de zaadjes. Als ze het naar hun zin hebben, kunnen cyclamens - vooral dan C. hederifolium - op die manier vrij snel verwilderen en na een aantal jaren hun terrein flink uitbreiden. Het is dan wel zaak om in en rond het cyclamenveldje niet te veel te harken om de nauwelijks zichtbare zaailingen - het duurt drie à vier jaar voor de zaadjes een bloeiend plantje geven - niet te verstoren.

Uiteindelijk is dit de enige manier om een klein cyclamenperkje te kunnen aanleggen. De knolletjes zijn namelijk zo duur (50 tot soms 100 frank voor één knolletje van C. hederifolium, 150 à 200 frank voor één bloeiend plantje) dat je er niet direct grote hoeveelheden van kunt kopen en dus bent aangewezen op spontane vermenigvuldiging. Als cyclamens het naar hun zin hebben, kunnen ze ook heel oud worden. De knollen kunnen dan zo groot worden als een soepbord. Eén enkele knol kan dan wel een honderdtal bloempjes geven. Maar eer het zover is, moet je minstens twintig jaar geduld oefenen... Een tuin is nu eenmaal niet bestemd voor gehaaste mensen die vandaag aan iets denken en morgen al de resultaten willen zien. Die grote knollen zouden vroeger, voor de cyclamen gepromoveerd werd tot tuinplant, in landen rond de Middellandse Zee gebruikt zijn als voeder voor de varkens. Dat verklaart de volksnaam 'varkensbrood'. Voor de mens zijn ze echter giftig.

Schaduwplanten

Er bestaan een twintigtal cyclamensoorten, maar slechts drie daarvan zijn in ons klimaat winterhard: de herfstbloeiende C. hederifolium, C. coum die in de winter bloeit en C. purpurascens die in de zomer bloeit. Ik ken ook een tuin in mijn buurt waar C. cilicium groeit en bloeit, maar dat is toch meer een liefhebbersplantje voor avontuurlijke tuiniers die bereid zijn om hun plantjes te vertroetelen als couveusekindjes. In Engelse tuinboeken zal u soms ook C. repandum, C. intaminatum, C. graecum, C. mirabile en C. parviflorum vinden, maar al deze soorten zijn bij ons niet winterhard. De soorten die in ons klimaat winterhard zijn, zijn ideale schaduwplanten die zelfs groeien onder bomen waar veel andere planten het nauwelijks zullen uithouden. Zo heb ik ooit in Frankrijk een dicht cyclamentapijt gezien onder de dichte schaduw van een oude beuk waar normaal bijna niets wil groeien. Zelfs onder een coniferenhaag zullen ze gedijen. Bomen zorgen niet alleen voor schaduw, maar meestal is de grond onder bomen ook droog en zorgt het afgevallen blad voor een constante aanvoer van humus. Je mag ze gerust planten tussen de wortels, waar je nauwelijks een gaatje kan maken. C. hederifolium (of C. neapolitanum), de cyclamen van Napels of de klimopbladige cyclamen, is de meest winterharde en ook de meest aangeboden soort. Ze bloeit overvloedig in september-oktober. De bloemen gaan van teer roze tot paars. Er bestaat ook een bijna witte vorm 'Album'. Bij sommige cultivars verspreiden de bloemen een lichte geur, maar meestal zijn ze geurloos. Het blad dat een beetje op dat van klimop lijkt, vertoont de typische zilverkleurige marmertekening. Dat bladpatroon verschilt van plant tot plant; er bestaan zelfs types die een bijna helemaal groen en andere die een bijna helemaal zilvergrijs blad hebben. Het blad verschijnt onmiddellijk na de bloei en is heel de winter erg decoratief. Het verdwijnt pas in de zomer. Met enig geluk zal deze cyclamen zich uitzaaien en gemakkelijk verwilderen. Een truukje om C. hederifolium iets vroeger in bloei te krijgen en de zaadvorming te stimuleren is om ze in juli, als de groei terug op gang komt, flink te besproeien.

C. coum is een winterbloeiende soort. Ze bloeit van januari tot maart met kleine bloempjes in alle tinten van roos tot diep paars. Ook hiervan bestaat een witbloeiende vorm 'Album'. Het niervormige blad is soms egaal groen, maar de meeste cultivars hebben ook weer het mooie zilvergemarmerde bladpatroon. C. coum is iets delicater dan de vorige soort, maar met enig geluk zal ze zich ook beginnen uitzaaien en verwilderen. C. purparescens (soms ook C. europaeum genoemd) of alpenviooltje is de enige soort met doorlevend blad. De andere soorten verliezen hun blad in de zomer. Die eigenschap maakt dat het alpenviooltje slecht bestand is tegen droogte in de zomer en dus zeker een heel humusrijke grond nodig heeft. Het alpenviooltje komt van nature voor in de beboste gebieden van de Alpen in Frankrijk, Italië, Zwitserland en Oostenrijk, tot in Centraal-Europa. Het bloeit op het einde van de zomer en het begin van de herfst met roodpaarse bloemen die geuren zoals een viooltje. De ronde blaadjes zijn licht getand en vertonen de typische marmertekening. Het is van de drie winterharde soorten de delicaatste soort. Vandaar dat ze ook moeilijker te vinden is.

Nog delicater is ten slotte C. cilicium, afkomstig uit het zuiden van Turkije. Het is meer een rotsplantje dat in ons klimaat alleen kan overwinteren op een zonnige, beschutte en droge standplaats. Als je niet over een goed gedraineerd verhoogd bloemenbed in volle zon beschikt, begin je er beter niet aan. C. cilicium bloeit in de herfst, iets later dan C. hederifolium, met elegante roze-witte bloempjes die naar honing geuren. Het ovale blad lijkt een beetje op een grote lepel en is mooi gemarmerd.

Gemakkelijk

Toen de Engelse cyclamenspecialist Trevor Wiltshire een paar jaar geleden in het Arboretum van Kalmthout een lezing gaf over de cyclamen, noemde hij het "de ideale plant voor wie tuinieren haat". Met die enigszins provocerende uitspraak wilde hij beklemtonen dat het eigenlijk heel gemakkelijke planten zijn die nauwelijks enige verzorging nodig hebben. Je moet dan wel een paar elementaire regels respecteren.

* Ten eerste moeten ze, zoals al gezegd, in een humusrijke en vooral goed doorlaatbare grond worden geplant.

* Als je knollen koopt, koop ze dan niet te groot (hoogstens zo'n 5 à 10 cm) omdat de grotere maten dikwijls veel moeilijker herpakken. Koop bij voorkeur knollen met zichtbare groeipunten of wortels, zodat je weet dat het om recent gerooide knollen gaat en bovendien kunt zien wat boven en onder is. Plant ze onmiddellijk, om verder uitdrogen te vermijden. Met gedroogde knollen weet je trouwens nooit 100 procent of ze zullen herpakken. De Nederlandse bollenspecialiste Rita van der Zalm geeft volgend truukje om gedroogde cyclamenknollen toch aan de praat te krijgen: leg de knollen na aankoop enkele dagen in water en plant ze dan op een laagje steengruis om het vocht vast te houden. Beter is echter om uit zaad gekweekte jonge plantjes in pot te kopen of zelf te zaaien.

* Plant de knollen met de kale bolle kant naar onder en niet te diep: niet meer dan zo'n 4 cm, zodat de bovenkant van de knol slechts met een dun laagje grond is bedekt. Planten gebeurt best bij het begin van het nieuwe groeiseizoen na de zomer of heel vroeg in de herfst.

* Ze verdragen slecht verstoring. Daarom is het beter om in hun onmiddellijke buurt geen andere snelgroeiende of woekerende planten te zetten. Boomwortels zijn echter geen probleem.

* De winterharde cyclamens gedijen in ons klimaat best in de schaduw van bomen of struiken.

* Geef ze elk jaar wat kalk in de vorm van tuinkalk, zeewier, beendermeel...

Wie meer informatie wil over cyclamen, kan terecht bij de Britse Cyclamen Society, op het internet: www.cyclamen.org. Deze vereniging heeft ook in België een actief lid: Jean-Marie Vande Weghe, te bereiken via e-mail: jeanm.vandeweghe@pi.be

De soorten die in ons klimaat winterhard zijn, zijn ideale schaduwplanten die zelfs groeien onder bomen waar veel andere planten het nauwelijks zullen uithouden

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234