Maandag 22/07/2019

CULTUUR

Houdt u van objecten?

Omdat ik wel eens zin heb om de spontane reacties van niet-specialisten te horen op een aantal designobjecten die in vaktijdschriften hoog aangeschreven staan, en vooral ook omdat het de bedoeling is er een leuk dagje van te maken, neem ik vier vriendinnen mee naar het Frac (Fonds Régional d'Art Contemporain Nord-Pas de Calais) in Duinkerken. Daar loopt de tentoonstelling 'Vous aimez les objects?', gewijd aan drie internationaal toonaangevende designers: Achille Castiglioni (°1918, Milaan), Jasper Morrison (°1959, Londen) en Konstantin Grcic (°1965, München).

Ondanks de nationaliteit- en generatieverschillen zijn er goede redenen om die drie met elkaar in verband te brengen. Om te beginnen hebben ze een uitgesproken voorliefde voor bestaande, alledaagse gebruiksvoorwerpen gemeen. Daarnaast hebben ze de reputatie om met het nodige inzicht in industriële processen eenvoudige, praktische serieproducten voor iedereen te ontwerpen met een logisch, concreet en toegankelijk verhaal erachter.

De junior in het gezelschap, Konstantin Grcic, die de eregast was op de laatste interieurbiënnale in Kortrijk, voelt zich niet te beroerd om wasteilen, emmers, stoffers en blikken te ontwerpen. Van pogingen tot artistiekerige moeilijkdoenerij kan die man bezwaarlijk beschuldigd worden. Grcic werkte na zijn studies een tijdje in de Londense designstudio van Morrison en werd in 1997 door Castiglioni tot meest beloftevolle designer van zijn generatie uitgeroepen. Net als zijn twee oudere collega's is hij geen voorstander van het te sterk theoretiseren van design. Wie zijn totaal onspectaculaire lezing als eregast van Interieur Kortrijk vorig jaar bijwoonde, zal dat beamen. Het was een diavoorstelling met een absoluut minimum aan commentaar, geïnspireerd wellicht door de manier waarop Castiglioni eind jaren tachtig voor overvolle auditoria het vak industriële vormgeving doceerde aan de Politecnico di Milano. Volgens de overlevering nam de man alleen een grote zwarte tas mee naar de les. Daaruit viste hij dan voorwerpen uit zijn fenomenale privé-collectie: anonieme brilmonturen of werktuigen die zijn belangstelling hadden gewekt. Met stijl, esthetica, politiek of wereldbeschouwing hield hij zich niet bezig. Het leren observeren en begrijpen vond hij essentieel. Gezond verstand en humor waren voor hem belangrijk.

Niet toevallig zijn ook Grcic en Morrison verwoede verzamelaars. In het Frac hangen grote posters met de respectieve collecties hamers van Castiglioni, kleerhangers van Konstantin Grcic en lepels van Morrison. De collecties tonen waar ze hun inspiratie vandaan halen.

Het eerste deel van de kleine tentoonstelling bestaat uit drie opeenvolgende nissen met telkens op de zijwand een grote afbeelding van het atelier van de designer en een tiental geëxposeerde objecten. De meeste behoren tot de eigen collectie van het Frac. Dat is op zich al vrij uitzonderlijk, want Frankrijk is (net als België) een land waar slechts weinig instellingen met betrekking tot design een aankoopbeleid voeren. Aan de muren hangen verklarende opschriftbordjes. Mijn ogen zijn echter te slecht om alles te kunnen lezen. Dat zou geen probleem mogen zijn, want om een stoel, lamp of schakelaar te bewonderen, heb je normaal geen handleiding nodig, laat staan biografische noten. Dat ligt echter plots heel anders als zo'n lamp, plastic flessenrek of emmer als museaal object wordt uitgestald. Dat merk ik ook aan de blikken van mijn vriendinnen die niet goed weten wat ze moeten denken. Gewild of ongewild reiken de tentoonstellingsmakers van het Frac trouwens zelf een verklaring voor die verwarring aan. Naast het statische tentoonstellingsgedeelte, hebben ze ook een kleine educatieve testruimte voorzien. Die is weliswaar bedoeld voor kinderen, maar ze illustreert overtuigend hoe een kennismaking met designobjecten veel zinvoller kan zijn.

De 'Mayday'-lamp (Flos) van Konstantin Grcic is, met permissie, behoorlijk oninteressant als sculptuur. Ze komt raar over als je ze afstandelijk, op een spreekwoordelijke sokkel plaatst. Je kunt het ding veel beter even in je handen hebben om het uit te proberen, want dat maakt alle tekst en uitleg overbodig. Dan merk je vanzelf dat de looplamp gewoon als sfeerverlichting op de grond of op een tafel kan staan, maar dat je ze ook kunt ophangen aan een haak in de muur. Je merkt hoe snel en efficiënt je het verlengsnoer rond het handvat kunt wikkelen, hoe licht en makkelijk te hanteren en toch tegen een stootje bestand de lamp is. Je hoort het klikgeluid van de knop. Kortom, je wordt je automatisch bewust van alle kwaliteiten waarover Grcic zorgvuldig heeft nagedacht.

Mijn mopperend gezelschap is in die testruimte terecht minder geneigd design als elitair, vergezocht en willekeurig te bestempelen. Zelfs de Mezzadro (ontwerp uit 1954, sinds 1971 in productie bij Zanotta) van Achille Castiglioni vindt nu genade in hun ogen. Het object heeft dan blijkbaar toch niet zoveel te maken met autonome readymadekunst. Het is geen afgeleide van het dadaïsme, niet in de eerste plaats een gecodeerde boodschap of abstracte aanklacht. Het is vooral iets nuttigs, een krukje om op te zitten. De vormgeving is radicaal, dat wel. Vier decennia later lijkt het nog altijd ongewoon om die bestaande industriële losse onderdelen (een metalen tractorschelp, een vleugelmoer, een stalen bindstuk en een stuk beukenhout) te assembleren tot een meubel voor je huiskamer. Het nuttige ding zet dus wel degelijk aan tot reflectie, maar die heeft vooral te maken met constructie en productieproces, vrij concrete factoren die bij industrieel design even bepalend kunnen zijn als mooie ontwerptekeningen. De Mezzadro was een revelatie in het Italië van de jaren vijftig, volop in de naoorlogse wederopbouw.

Het werk van Morrison en Grcic kun je niet helemaal op dezelfde manier benaderen, al was het maar omdat het design is van de jaren negentig. Een universele, pasklare benadering van design bestaat trouwens niet, evenmin als je elk designobject tot eenzelfde soort basisredenering of -verhaaltje kunt herleiden. Hoe zou het anders ooit vernieuwend kunnen zijn? Grcic' kleerhanger plus -borstel voor Cappellini is het resultaat van een doodsimpele optelsom van twee bestaande functies. De Toio-lamp voor Flos (1962) van Castiglioni is een combinatie van een koplamp van een auto met een mechanisme voor vislijnen. Bij Morrison is de 'vondst' meestal minder expliciet. Wie zich niet onmiddellijk aangesproken voelt door zijn aparte, sobere vormentaal, zal zijn Air Chair voor Magis (1999) misschien de zoveelste minimalistische stoel vinden. In ieder geval wel bijzonder is dat het dankzij een geavanceerde technologie van gasinjectie maar drie minuten duurt om die kunststofstoel van de productieband te doen rollen. "Ja, maar is dat de verdienste van de designer of van een ingenieur?", vraagt een van mijn vriendinnen. "Wie heeft die technologie uitgevonden? Hoort die persoon niet in het museum? Is zijn denkwerk niet belangrijker?" Wie het meeste recht heeft op een ereplaats in een museum, lijkt me niet de kern van de vraag. Het klopt echter dat we door de groeiende cultus rond sterdesigners sneller geneigd zijn te vergeten dat succesvol industrieel design meestal goed teamwerk is. De economische, technologische, industriële en commerciële vereisten zijn niet alleen maar ergerlijke beperkingen van en remmende factoren op de creativiteit, ze zijn de normale context waarin gebruiksobjecten ontstaan, of die nu mooi, lelijk, innovatief of déjà vu zijn.

Druk discussiërend verlaten we het oude ziekenhuis waarin het Frac haar onderkomen heeft. Over één ding zijn we het toch eens: netjes enkele collectiestukken uitstallen is niet de beste manier om design voor een groot publiek begrijpelijk te maken. Het is dus jammer dat het Frac zijn pedagogische en interactieve aanpak niet consequenter in de hele tentoonstelling heeft doorgevoerd. Eén troost: wie zich graag meer in het onderwerp wil verdiepen, kan ter plaatse opzoekingswerk doen in het documentatiecentrum of een rondetafelgesprek bijwonen op 15 september om 16 uur.

Christelle Méplon

'Vous aimez les objects?', Achille Castiglioni, Jasper Morrison, Konstantin Grcic, nog tot 20 oktober 2001 in het Frac, avenue de Rosendaël 930, Duinkerken, tel.: 0033-3-28.63.63.13, fax 0033-3-28.63.63.39, van dinsdag tot vrijdag open van 10 tot 19 uur, op zaterdag van 13 tot 19 uur, gratis rondleiding elke zaterdag om 16 uur, groepsrondleidingen op aanvraag (0033-3-28.65.84.20), gratis toegang.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden