Vrijdag 21/02/2020

Cultureel onbehagen (1)

Leo de Haes

Ongeveer gelijktijdig met de tentoonstelling Over the Edges was in Gent ook de grootste bloempot ter wereld te aanschouwen. Een vreselijk onding, hoonde Jan Hoet. Dat was het ook, op een schaamteloze manier zelfs. Toch is de kans groot dat ooit een kunstenaar iets soortgelijks verzint. Vanaf dat moment wordt zo'n misbaksel als kunstwerk gepercipieerd en krijgt het onwillekeurig een kritische functie, zoals de hammen van Jan Fabre zogenaamd kritisch bedoeld waren, terwijl ze tegelijk bakken kritiek over zich heen kregen. Als er maar gereageerd wordt, is vandaag de leuze. Sensation! Het aantal afstotelijke bedenksels in de hedendaagse kunst is dan ook niet te turven. Mensen reageren nu eenmaal feller op voosheden dan op stillevens van Morandi. Vandaar het onbehagen, de wrevel, de onverschilligheid bij veel mensen over hedendaagse kunst. De meest spraakmakende hedendaagse kunst is niet de mooiste, de beste of de meest verhevene maar de meest provocerende, want daar stormen de media op af. In de stortvloed van beelden die ons dagelijks overspoelt, kunnen blijkbaar alleen het vulgaire, het gewelddadige en het nadrukkelijk erotische de aandacht trekken, en zelfs dat maar eventjes. De spektakelmaatschappij is tot in het hart van de kunstwereld doorgedrongen. Het opgeschroefde en het geschifte zijn vandaag zowat de belangrijkste toegangspoorten tot de almaar geslotener wereld van de hedendaagse kunst.

Hoe gesloten die wereld is, bewijst Thierry De Duve indirect met zijn tentoonstelling Kijk/Voici in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel. Hij heeft zich bewonderenswaardig uitgesloofd om de kijker aan het verstand te brengen dat hedendaagse kunst over ons en vandaag gaat en dat die kunst wil communiceren. Aangezien ik nogal geporteerd ben voor monochromen, heb ik met plezier weer naar het werk van Robert Ryman, Yves Klein en Günther Umberg gekeken, maar ik miste wel Malevich. Ook de Wirschaftswerte van Joseph Beuys mag ik elke keer weer graag bekijken. Er waren zelfs enkele verrassingen: een onverwacht aardige tekening van Warhol, een ongewone maar prachtige Miró en de videoinstallatie van Gary Hill, die zeventien mannen op een rij heeft gefilmd. Ook zonder Big Brother zijn we permanent gefascineerd door het gedrag van andere mensen in functie van onze eeuwige zelfbepaling. Maar wat Kijk onbedoeld aantoonde, is de grote slijtagefactor in de hedendaagse kunst, een zelfde soort slijtage die we normaal toeschrijven aan de televisie, dat andere visuele medium. De copulerende neonbuisfiguren van Bruce Nauman bijvoorbeeld worden als nummertje zo vaak opgevoerd dat er geen verschil meer bestaat met de platste neonreclame op de Amsterdamse walletjes. De collages van Kurt Schwitters, lang één van mijn favoriete kunstenaars, zijn al zo vaak zoveel beter overgedaan dat ze nu vijfderangs lijken. De originaliteit van het origineel is zo uitgehold dat het alleen nog historisch te vatten is - ik had dat ontgoochelende gevoel nog sterker op de overzichtstentoonstelling van Schwitters in Amsterdam. Nog opvallender is het sluipende verdesigningseffect. Het revolutionaire fietswiel van Duchamp, het werk van Elsworth Kelly, de kopieerlust van Warhol, de meticuleus gemaakte objecten van Donald Judd of Anthony Caro, hoe meer je ze in de loop der tijden tegenkomt, hoe meer ze op veredeld design lijken. Zelfs het werk van Matisse en Brancusi, dé beeldhouwer die naar de essentie puurde, lost ofwel op in arty behang (Matisse) of in ronde, gladde, weinig expressieve vormen (Brancusi). Al met al bewijst Kijk dat veel hedendaagse kunst gekenmerkt wordt door inwisselbaarheid, grijsheid en slaapverwekkende vrijblijvendheid. Nergens was er een vonk van genialiteit te bespeuren. Het boek, Kijk, 100 jaar hedendaagse kunst, (prachtig uitgegeven door Ludion) is beter dan de tentoonstelling.

Heel anders verging het me op Art@Belgium, de verzameling Belgische kunst van Dexia, die ik dezelfde dag bezocht. Ook daar waren de herkenningsgraad en de gewenning redelijk hoog. Van Rysselberghe! Laermans! Rik Wouters! Magritte! Maar toch. Ik liep er van het ene knappe doek naar het andere, zodat ik me onwillekeurig de vraag stelde: vinden wij ze zo goed omdat de makers ervan beroemd zijn, of zijn de kunstenaars zo beroemd omdat hun werk zo goed is? Ik neig naar het laatste. Er hing bijvoorbeeld een mij onbekende vroege Ensor, De Dronkaards, een zeer realistisch doek voor deze schilder. Er ging zo'n grote zuigkracht van uit, dat ik er drie, vier keer opnieuw voor ben gaan staan. Je hoeft bij deze werken ook geen urenlange uitleg, duiding of verantwoording. Ze legitimeren zichzelf. In één oogopslag merk je waar deze kunstenaars, hoe verscheiden in stijl ook, artistiek mee bezig zijn, of het nu om een subtiel kinderportret van Khnopff gaat of een surrealistisch doek van Delvaux. De complexiteit van deze schilderijen moet je niet ontdekken in een in duister koeterwaals geformuleerde bijsluiter maar zit hem in de open, aansprekende aanpak en het grote stilistische vermogen van de kunstenaars. De werken overleven zelfs een stuntelige opstelling, want zo overzichtelijk en dialogerend de kunstwerken ten opzichte van elkaar in Kijk opgesteld staan, zo verwarrend en chaotisch is de opbouw van de Art@Belgium-expositie. Desondanks ben ik duizendvoud gelukkiger de Dexia Galerie uitgewandeld. Na mijn bezoek aan Kijk snakte ik alleen nog maar naar schilders die schilderen en naar beeldhouwers die beeldhouwen. Tenslotte wordt ook van schrijvers verwacht dat ze niet overtuigen door hun praatjes en kunstvisies, maar door wat ze hebben geschreven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234