Woensdag 29/06/2022

Cultureel Onbehagen (12)

Leo de Haes

Taal dient niet alleen om te verleiden of te overtuigen, taal gaat ook met ons op de loop. Sommige uitdrukkingen zijn zo krachtig, efficiënt of fraai geformuleerd - vaak komt dat op hetzelfde neer - dat we ze onvoorwaardelijk geloven. Ze zetten ons verstand op nul. Een van die clichés, bij voorkeur in bekakt Latijn gestameld, jaagde onlangs weer het bloed naar mijn keel: de gustibus non disputandum. Maar over smaak valt wél te twisten. En hoe! Je mag er zelfs donder op zeggen dat wie met deze slogan uitpakt dat maar al te goed beseft. Alleen wie geen smaak bezit, heeft geen argumenten en wil met dit verbale passe-partout het debat beslechten nog voor het begonnen is. Dat lukt ook meestal. Let maar op. Elke discussie versloft meteen, zodra iemand zich leent tot dit ouwe-jongens-krentenbrood-Latijn. Bovendien, en dat steekt me nog meer, wordt die stoplap vaak gebruikt, om lukraak rond te toeteren dat alle culturele uitingen even waardevol zijn. Maar je hebt goede smaak en slechte smaak, en daartussenin duizendenéén schakeringen. Het doet er zelfs niet toe in welk genre, want in elk genre dringt zich een eigen smaakelite op: de techno-elite, de jazzelite, de elite van de klassieke muziek, de Song Festival-elite... En in elke soort bestaat er kwaliteitsverschil en dus smaakverschil. Elke soap op VTM bijvoorbeeld is boerser en platter dan een soortgelijk feuilleton op de VRT, zelfs in de categorie 'dom vertier'. Eén oogopslag en je merkt het aan de kadrering, de dialogen, de montage, het acteren. Net zoals de elite van de beeldende kunst ziet dat de minste krabbel op een bierviltje van Schiele, Picasso of Ensor meer talent verraadt dan de hele jaarproductie van een voltallige Academie voor Schone Kunsten. Onlangs heeft radio Klara de discussie over smaak en kwaliteit weer eens op een bespottelijke manier heropend na een regen klachten van trouwe luisteraars. De Klara-lobby verdedigde zich door het begrip kwaliteit aan democratie te linken. Link inderdaad, want kwaliteit meet je niet met publiekscijfers. Over artistieke kwaliteit kan niet democratisch gestemd worden, wel elitair geargumenteerd. Roland Jooris is geen slechtere dichter dan Herman de Coninck, omdat hij minder bundels heeft verkocht. Het de gustibus non disputandum blijft in de eerste plaats een smakeloze smoes om elk debat te smoren.

Een andere valkuil is het al even vaak misbruikte 'Alles van waarde is weerloos'. Het is een van de bekendste dichtregels van Lucebert, een beetje ten onrechte. Hoewel. Het ritme loopt perfect, de alliteratie versterkt de samenhang en de onontkoombaarheid van de gedachte. En door het absolute 'alles' word je als lezer deelgenoot gemaakt van een ondeelbare waarheid. Precies daardoor heeft deze dichtregel carrière kunnen maken als discussiewapen. Wat valt er tegen zoveel monolithische wanhoop in te brengen? Ook hier geldt dat wie dit vers in volle gevecht voor zich heen prevelt, het gesprek platslaat. Maar waarom eigenlijk? Waarom kijkt iedereen bij het horen van dit vers als een zuchtende zombie voor zich uit? De feiten spreken Luceberts apodictische vers tegen. Zijn dichtregel is van 1974 en overleeft dus zelf al meer dan een kwarteeuw. Niet slecht voor poëzie. En dan zwijg ik nog over de muziek van Bach. Ook Homeros wordt nog gelezen. De Doopkapel in Florence trekt dag in dag uit massa's volk en de toren van Pisa werd zopas veertig cm rechtgetrokken. Ik zou ook de Zonnebloemen van Van Gogh kunnen vermelden, of de gebouwen van Gaudí. Of de filosofische geschriften van Plato. Op dit moment alleen al zijn er vijf Nederlandse vertalingen van De Lof der Zotheid van Erasmus in omloop en enkele vertalingen van Baudelaire. Er verdwijnt oneindig veel - leven is verdwijnen -, maar zeker niet alles van waarde.

Betekenis is gebruik, zei Wittgenstein. En een te veel en te lang gebruik van geijkte uitdrukkingen verstopt ons denken. Toen ik de zin 'Alles van waarde is weerloos' in Rotterdam op het gebouw van een verzekeringsmaatschappij zag staan blinken, ging me een licht op. Het commerciële gebruik ervan gaf een totaal andere draai aan het vers - het werd een goedkope voorzet om je te verzekeren. Maar wat bedoelde Lucebert zelf, toen hij deze beroemde regel neerschreef? Was het een weemoedige uiting van cultureel onbehagen? Een aforisme dat de last van de verloedering van de wereld samenvatte? Niets van dit alles, zo blijkt; we zijn er door de taal zelf in geluisd. Het vers is een regel uit een simpel (nou, ja) liedje over de knagende tijd.

Ik geef het hele gedicht hierbij graag als vakantiecadeau. Want: cultuur is gebruik.

DE ZEER OUDE ZINGT:

Er is niet meer bij weinig

noch is er minder

nog is onzeker wat er was

wat wordt wordt willoos

eerst als het is is het ernst

het herinnert zich heilloos

en blijf ijlings

alles van waarde is weerloos

wordt van aanraakbaarheid rijk

en aan alles gelijk

als het hart van de tijd

als het hart van de tijd

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234