Zondag 05/07/2020

'Cultiveer de verwondering. Laat het wauw-effect zijn gang gaan'

Vijfendertig jaar was Johan Swinnen Belgisch diplomaat. Sinds enkele maanden is hij op rust. Zonder frustraties, omringd door vrouw Mieke, kinderen en kleinkinderen. 'Wat ik hen wil meegeven? Ga nooit onverschillig of nonchalant om met mensen die je graag ziet en ideeën die je belangrijk vindt.' Koen Vidal

it gesprek vond plaats in 'de zevende hemel': het dakterras dat Johan Swinnen en zijn vrouw Mieke met zorg ombouwden tot een oase met uitzicht op Ter Kamerenbos. De levenstrip Brussel-Bujumbura-New York-Athene-Kigali-Den Haag-Kinshasa-Madrid eindigt voorlopig in dit mooie appartement op het einde van de Louizalaan. "Weet u, ik geef toe dat ik erg gesteld ben op comfort en esthetiek. De afgelopen maanden heb ik me vooral beziggehouden met de inrichting van ons nieuwe appartement. Veel energie gestoken in dit dakterras. Soms op een heel gejaagde manier. Nog net voor de winkels sluiten absoluut een prulletje willen kopen omdat je het diezelfde avond in huis wil hebben: een lichtje, een bloempot, bloembollen, een boek."

Swinnen geniet van de vrijgekomen tijd en het feit dat hij verlost is van allerlei verplichtingen en recepties die nu eenmaal eigen zijn aan het ambassadeursleven. "Ik ben niet zo iemand die in paniekstemming met pensioen gaat. Mij zul je niet horen zeggen: 'Ze hebben me gedwongen om te stoppen, ik had nog jarenlang kunnen doorgaan en nu kom ik in een leegte terecht. Wat een sukkelaar ben ik toch.' Neen, ik ben 35 jaar diplomaat geweest, heb een prachtige tijd beleefd, maar het is mooi geweest. Nogal wat collega-diplomaten hebben het wél moeilijk met dit moment: jarenlang een zeer rijk sociaal leven gehad en plotseling wordt alles veel kalmer. Maar ikzelf geniet van dit scharniermoment. De leegte waarover iedereen het heeft, is voor mij eerder een nieuwe ruimte om te exploreren."

Veel behoefte om terug te blikken hebt u blijkbaar niet?

Johan Swinnen: "Ik voel me nog te jong om mijmerend stil te staan. Natuurlijk, de verleiding om dat toch te doen, is er wel. Onder mijn bureau staat een doos vol brieven; van vrienden, broers, zussen, mijn kinderen. Ik stam nog uit de tijd toen mensen brieven naar elkaar schreven. En ik weet heel goed: als ik daarin begin te lezen, kan ik niet meer stoppen. Een brief van mijn zoon vastnemen, ontroerd raken, die jongen opbellen. Maar ik wacht daar nog even mee. Het is nog te vroeg.

"Momenteel ben ik het gelukkigst als ik plannen kan maken. Niet dat het allemaal grootscheepse projecten moeten zijn. Integendeel: joggen in Ter Kameren, een wandeling met mijn vrouw, mijn zeven - binnenkort acht - kleinkinderen koesteren, afspreken met vrienden. Het is fijn om opnieuw mijn eigen tijd te kunnen beheren. Tegelijk ken ik mezelf goed genoeg om te weten dat er binnenkort een nieuw project zal komen. Dit gezapige bestaan van rustig naar de krantenboer stappen, lezen, 's avonds op tijd pantoffels aan, laat televisie kijken: op een bepaald moment zal ik daarmee stoppen en iets nieuws in de plaats laten komen. Ik heb al enkele ideetjes. Misschien moet ik die biografie toch maar schrijven. Ik ben ook net voorzitter geworden van de Vereniging voor Internationale Relaties, een internationaal debatforum dat maandelijks een lunchconferentie over een belangrijk buitenlands thema organiseert. Maar ik geef toe: de belangrijkste reden waarom ik geen angst heb voor verveling, is mijn familie: mijn vrouw, mijn vier kinderen, mijn zeven kleinkinderen, het gezin waarin ik ben opgegroeid. Telkens wanneer je leven een belangrijke wending neemt, beseft een mens wat het allerbelangrijkste is. Familie. Het bijzondere is dat mijn vier kinderen nu volwassenen zijn. Dan ontstaat er zoiets als complicité. Verstandhouding, medeplichtigheid, een bondgenootschap. Naarmate je kinderen opgroeien, worden ze ook steeds meer je gelijken, echte vrienden. Dat vind ik heel mooi, precies omdat ik vriendschap zo waardevol vind."

Op welke leeftijd is die complicité tussen u en uw kinderen ontstaan?

"Goh, je ziet ze natuurlijk al vanaf de geboorte doodgraag. Maar die verstandhouding komt pas op latere leeftijd. Misschien op het moment dat ze naar de universiteit gaan. Of neen, iets later, denk ik. Want op 18 jaar heb je er toch nog wel wat werk aan. Ik herinner me die dag toen mijn vrouw en ik onze kinderen in Leuven gingen bezoeken. Ik was ambassadeur in Den Haag, het was einde juni, de examens waren net gedaan. De drie oudsten zaten op de unief, de jongste ging naar de humaniora. Weet je wat we die dag te horen kregen? Dat ze alle vier gebuisd waren. Alle vier! De ouderlijke frustratie was totaal en ik begon me af te vragen waar ik was tekortgeschoten. 'Heb ik ze niet te veel verwend?', vroeg ik me af. 'Hebben ze het niet te gemakkelijk gehad? Neen, ze hebben het niet gemakkelijk gehad. Want ze moesten ieder keer met ons naar een ander land verhuizen. Was dat misschien het probleem? Hadden we ze te veel ontheemd?' Enfin, zulke vragen tolden door mijn hoofd. Maar alles is goed gekomen hoor. De liefde voor je kinderen gaat nooit stuk. De fierheid krijgt misschien af en toe eens een deuk, maar niet voor lang. Maar nu is het dus geweldig. Ik kan met mijn kinderen over cultuur praten, over politiek. Het leven. Ik maak met hen plannen."

Wat is het belangrijkste dat u uw kinderen hebt proberen mee te geven?

"Ik kan daarop vlug antwoorden: een gevoeligheid voor verwondering. Ik heb dat ooit in een huwelijksspeech gezegd: 'Never take anything for granted.' Cultiveer de verwondering. Niets is vanzelfsprekend. Ga nooit onverschillig of nonchalant om met de mensen die je graag ziet en de ideeën die je belangrijk vindt. Laat het wauw-effect zijn gang gaan. Sta open voor knappe, mooie zaken en geniet ervan. Daarvan ben ik overtuigd: wie zo in het leven staat, heeft meer kans om gelukkiger te worden en is ook beter bestand tegen tegenslagen en moeilijke momenten."

U klinkt als een overtuigd gelukkig man.

"Dat ben ik ook. Ik heb veel geluk gehad in het leven. In mijn privéleven, maar ook professioneel. Ik heb geluk gehad met de posten waar ik heb gediend. Nu zult u zeggen: Kinshasa, Kigali, dat waren toch geen eenvoudige bestemmingen. Dat klopt, maar het was wel ongelofelijk boeiend. Zelfs Nederland, zo dicht bij huis en toch zo verschillend, was in zekere zin een exotische ervaring."

Je ne regrette rien?

"Dat zult u mij nooit horen zeggen. Edith Piaf zingt dat fantastisch, maar als gewone sterveling zou ik die uitspraak nooit doen. Ik vind dat pretentieus, ijdel, radicaal en vooral zelfgenoegzaam. Niemand is perfect, we blijven maakbaar en we zijn nooit te oud om te leren. Zijn er zaken die ik in mijn leven anders had willen doen? Waarschijnlijk wel. Maar als ik me dan afvraag welke dingen precies, dan vind ik daar geen antwoord op. Achteraf beoordelen is al te gemakkelijk. Het is een oefening waarmee ik me eigenlijk nooit bezighoud."

In Rwanda speelde zich voor uw ogen een volkerenmoord af. U was getuige van het ergste wat mensen elkaar kunnen aandoen. Op welke manier heeft dat drama u getekend?

"Uiteraard heeft die ervaring me getekend. Er zijn toen in Rwanda afgrijselijke zaken gebeurd die me voor de rest van mijn leven zullen bijblijven. Maar het is niet zo dat ik sindsdien gebukt ga onder een trauma. Ik heb mijn uiterste best gedaan om daar een positieve rol te spelen en denk niet dat ik ergens tekortgeschoten ben. Een slecht geweten of een schuldgevoel heb ik daaraan niet overgehouden.

"Wel ben ik zwaar ontgoocheld. Ik heb echt geloofd in het Rwandese vredesproces en was ervan overtuigd dat we de radicalisering zouden kunnen tegenhouden. Ik heb aan dat vredesproces getrokken, geduwd, gesleurd; maanden aan een stuk. In de hoop dat de gematigde krachten het zouden halen. Maar het tegendeel is gebeurd: de extremisten hebben de bovenhand gehaald en de gematigden zijn vermoord. Een ongelofelijke mislukking.

"Maar betekent dat dat het Belgische beleid in Rwanda slecht was? Integendeel. België was in die wanhopige dagen een positieve kracht. In die zin vond ik het toch wel ongepast dat latere Belgische premiers en ministers herhaaldelijk in Kigali hun excuses zijn gaan aanbieden voor de Belgische fouten ten tijde van de genocide."

Reden we daar dan een foutloos parcours?

"Uiteraard niet. Iets waarmee ik het wél moeilijk had, is dat de Belgische regering na het uitbreken van de volkerenmoord wereldwijd is gaan pleiten voor de algehele terugtrekking van de VN-vredesmacht in Rwanda. Dat de Belgische blauwhelmen na de moord op tien van hun makkers niet meer konden functioneren, was duidelijk. Maar dat rechtvaardigde niet dat we dan maar meteen een totale terugtrekking gingen eisen waardoor de Rwandese extremisten vrij spel kregen om honderdduizenden burgers te vermoorden. Ook al gelden hier verzachtende omstandigheden: het mandaat van de VN-troepen was te zwak om echt efficiënt op te treden.

"Een ander gevoel dat ik aan die gebeurtenis overhoud, is een diepe verontwaardiging over het feit dat het blijkbaar onmogelijk is om de echte waarheid over de volkerenmoord te achterhalen. Ik stel vast dat het huidige Rwanda het niet toelaat om bepaalde vragen te stellen, laat staan ze te beantwoorden. Wie heeft het vliegtuig van toenmalig president Habyarimana neergehaald? We weten het nog altijd niet. Nochtans was die aanslag het begin van de volkerenmoord. Die schijnbare onmogelijkheid om de waarheid te achterhalen kan ik niet aanvaarden. Op die manier zullen we nooit in het reine komen met het verleden."

Heeft deze ontgoocheling van u een Afrikapessimist gemaakt?

"Hoegenaamd niet! Integendeel. Ik heb nog altijd een groot vertrouwen in de capaciteit van de Afrikanen. Daarvoor ben ik tijdens mijn verblijven in Rwanda, Congo en Burundi te veel fantastische mensen tegengekomen. Ik weet gewoon dat het vroeg of laat goed komt met dat continent. Ooit zal een land als Congo opstijgen. Als je ziet over hoeveel grondstoffen, landbouwgrond, waterkracht en menselijk kapitaal ze beschikken, kan dat gewoon niet anders.

"Maar het zal waarschijnlijk nog een tijd duren. Ik begrijp de frustratie van Congolese jongeren die hunkeren naar zekerheid, stabiliteit en ontwikkeling. Je kunt hen moeilijk zeggen: 'Heb geduld. Wacht nog maar vijftig jaar.' Wat er dan moet gebeuren? Er moeten reële signalen komen op verbetering. Daarmee zeg ik niets nieuws: leiders die het vertrouwen van de bevolking verdienen, goed beheer, respect voor mensenrechten. Als je op die vlakken vooruitgang boekt, zal er langzaam een kritische massa opstaan van mensen die erin geloven en die bereid zijn om mee aan de weg te timmeren.

"Voorwaarde is wel dat de huidige Congolese intellectuelen wakker worden. Want daar is toch een probleem. Bij mijn afscheid als ambassadeur had ik een gesprek met de rector van de universiteit van Kinshasa. 'Ik ben een soixanthuitard', vertelde ik hem. 'En ik begrijp niet waarom de Congolese studenten en de professoren hun maatschappelijke rol niet spelen. Waarom zijn ze niet kritischer voor wat er in Congo fout loopt? Waarom is er zo weinig protest?' De rector haalde zijn schouders op. 'Daarmee zijn wij niet bezig', was zijn antwoord. 'De studenten zijn hier om een diploma te halen waarmee ze voor zichzelf en hun familie geld kunnen verdienen. C'est tout.' Ik vond dat wat magertjes."

Moet België nog een rol spelen in Congo?

"Absoluut. En niet alleen via ontwikkelingssamenwerking. Ik pleit al jaren voor een nieuwe Belgische economische aanwezigheid in Congo. Onze ondernemers zouden op dat vlak meer authentieke ambitie moeten hebben. Of gaan we het daar allemaal overlaten aan de Chinezen, de Zuid-Afrikanen en de Pakistanen?

"Het gekke is dat ook de Congolezen ons voortdurend vragen om opnieuw intenser samen te werken. 'Het is vooral met jullie dat we graag zaken doen', hoorde ik in Kinshasa keer op keer. De Congolezen gaan daarin zeer ver. Voormalig premier Antoine Gizenga vond zelfs dat we ons opnieuw moesten bezighouden met het Congolese onderwijssysteem. Let op: we moeten over die retour au Congo niet naïef zijn. Het mag geen onverantwoord avontuur worden en de Congolese overheid moet inspanningen doen om investeerders meer rechtszekerheid en transparantie te bieden. Maar het zou niet slecht zijn als onze ondernemers, onze politici en onze academici een doorgedreven denkoefening beleggen over een nieuwe samenwerking met Congo. Ook onze media zouden die oefening moeten maken: houden we ons enkel met Congo bezig omdat het onze ex-kolonie is en omdat er zoveel miserie is, of gaan we over het land berichten omdat het een potentieel powerhouse is dat in de toekomst wel eens een heel belangrijke economische rol zou kunnen spelen in de regio en de rest van de wereld? Niet enkel economisch, ook cultureel.

"Belgen zijn momenteel veel te voorzichtig en te terughoudend als het over Congo gaat. Iets meer ambitie graag! Zelfs iemand als voormalig buitenlandminister Karel De Gucht legde af en toe een liefdesverklaring af over Congo. Heel terecht. De huidige minister Didier Reynders heeft dat voor zover ik weet nog niet gedaan. Ik hoop dat hij daarmee niet te lang wacht."

U pleit voor een retour au Congo maar onder Karel De Gucht beleefden we bijna een exit uit Congo. President Kabila voelde zich dermate beledigd dat hij de diplomatieke banden met ons land op de helling zette. U was toen ambassadeur in Kinshasa, hoe hebt u die periode beleefd?

"Ik blijf erbij dat we toen de juiste analyse hebben gemaakt. De vaststelling dat Congo blokkeert omdat het land in de wurggreep zit van een corrupte elite, is juist. Maar misschien hebben we dat standpunt op de verkeerde manier uitgelegd. Toen de rel tussen Kabila en De Gucht was losgebarsten, zag ik in de cité van Kinshasa een affiche hangen met daarop een foto van De Gucht. Weet je wat er op die poster stond: 'Ici on parle la verité'. Met andere woorden: De Gucht was een symbool geworden voor iemand die de waarheid spreekt. Maar tegelijk vertelden de Congolezen me: 'De Gucht heeft gelijk maar hij had nooit onze chef mogen beledigen.'

"Wat me opviel: iedereen had het over de rel tussen Kabila en De Gucht, maar niemand had het nog over de fond van de zaak: namelijk dat België de corruptie en het gebrek aan een rechtsstaat had willen aanklagen. Enkele weken na het losbarsten van de rel heb ik op een zondagnamiddag mijn telefoon genomen om dit aan Karel De Gucht te vertellen. 'Meneer de minister', zei ik. 'Ik vraag me af of u niet ongewild de objectieve bondgenoot bent geworden van die corrupte bestuurslui die u hebt proberen aan te klagen. Want niemand heeft het hier nog over uw boodschap tegen corruptie. Het debat gaat nu over die onbeschofte, neokoloniale Belg die de chef heeft beledigd. De corrupte schurken die u viseerde, blijven buiten schot.' Hoe de minister daarop reageerde? 'Ja, Johan', zei hij, 'ik begrijp je wel maar je moet toch toegeven dat we gelijk hebben...'"

U kent meneer De Gucht. U werkte tijdens uw carrière ook als woordvoerder of diplomatiek adviseur voor verschillende premiers en ministers: Leo Tindemans, Mark Eyskens, Jean-Luc Dehaene, Pieter De Crem. Als diplomaat kwam u in New York, Kinshasa, Den Haag en Madrid in contact met tal van wereldleiders. Wie heeft op u het meeste indruk gemaakt?

"Als ambassadeur heb je het voorrecht om veel interessante mensen te ontmoeten. Niet enkel politici maar ook cultuurmensen, artiesten, bedrijfsleiders, paters, nonnekes, journalisten. Ik beschouwde dat steeds als een groot voorrecht. Op mijn laatste post in Madrid had ik het genoegen om opera-intendant Gerard Mortier te mogen ontmoeten. Het klikte meteen en we zijn nog altijd goede vrienden. Ik hou van zijn onbevangenheid, zijn eerlijkheid, zijn minzaamheid, zijn lef. Wat hij op de planken van de Munt, de Salzburger Festspiele en de opera's van Parijs en Madrid heeft gebracht, was steeds gewaagd en vernieuwend.

"Mortier is ook niet bang om zijn emoties en zijn verontwaardiging te tonen. Geen koele kikker. Iemand die je vragen stelt, die belangstelling toont voor jou, die nieuwsgierig is en wil weten wie je bent. Daar begint alles. Dat is een teken van respect en daardoor worden wederzijds respect en vertrouwen mogelijk. Zeer belangrijk."

Iets wat u te weinig bij politici terugvindt?

"Dat zeg ik niet. (stilte) Ik geef toe dat niet al mijn ervaringen met politici zo positief waren. Wat mij soms gestoord heeft bij bepaalde Belgische politici? Vooringenomenheid. Egoïsme. Gebrek aan humor. Kortzichtigheid. Onverdraagzaamheid. De namen mag u er zelf bij denken. Maar die negatieve eigenschappen kom je ook in andere beroepscategorieën tegen.

"En uiteraard heb ik ook een aantal indrukwekkende en bijzonder bekwame politici mogen ontmoeten. De Nederlandse ex-premier Wim Kok is er één van. Hij kon korzelig zijn, onaangenaam zelfs. Maar hij had een heel eerlijke kijk op de wereld. En hij had gezag. De manier waarop hij na de moord op Pim Fortuyn de natie tot rust aanmaande, was indrukwekkend. Een echte staatsman. Nog zo iemand is de voormalige Amerikaanse president Jimmy Carter. Een onderschatte president die door pure pech niet herverkozen is geraakt. Hij was een van de eerste wereldleiders die veel belang hechtten aan mensenrechten. Sommige Amerikanen vonden hem daardoor te soft maar in feite was hij een moedige trendsetter.

"Mensenrechten: daarop mag je nooit toegeven. In Afrika hoorde ik wel eens: 'Ja maar, die Afrikanen denken helemaal anders over mensenrechten. Die vinden dat niet zo belangrijk.' Een racistische redenering vind ik dat. Mensenrechten zijn fundamenteel en moeten overal gerespecteerd worden: of het nu gaat over een rijk land of een land in ontwikkeling."

Hebt u ook een Belgische politieke favoriet?

"Er zijn heel wat Belgische politici voor wie ik veel respect heb. Maar als ik er toch één moet kiezen, dan ga ik voor Europees president Herman Van Rompuy. Iemand met een heel droge humor. Maar ook zijn stijl ligt me wel. Sommigen vinden hem een grijze muis die weinig bevlogen overkomt. Maar dat klopt niet. Het is iemand die problemen in de diepte analyseert en daardoor vaak met echte oplossingen komt. Oppervlakkigheid is niets voor hem."

Is hij de juiste man op de juiste plaats om de huidige Europese crisis op te lossen?

"Dat vind ik wel. Al moet ik eerlijk zijn: ik heb daar soms aan getwijfeld. 'Moet hij niet meer profiel geven aan zijn job?', vroeg ik me dan af. 'Heeft de Europese burger geen nood aan een president die meer zijn persoonlijkheid durft te tonen en Europa een gelaat geeft?' Maar uiteindelijk vind ik dat hij zijn functie op een zeer geloofwaardige en verstandige manier invult. Wat voor nut heeft het om zich te profileren in een Europa waar 27 staats- en regeringsleiders voortdurend in de aandacht willen komen? Het loopt daar vol met big ego's. Door zich boven het gewoel te stellen, zorgt Van Rompuy voor de nodige rust. Hij doet dat smooth and soft en juist daardoor zo efficiënt. Echte leiders hoeven niet altijd luid te roepen. Misschien is dat wel het probleem van onze huidige democratieën. Ik vrees dat vele van onze politici zich te veel laten opjagen. Door de tirannie van de opiniepeilingen en de waan van de dag. Populisme. Spelen ze niet te veel in op de directe wensen van bepaalde groepen en op gevoelens die niet altijd even nobel zijn? Heeft de huidige generatie politici wel voldoende moed om in te gaan tegen de onderbuik van de samenleving? Moeten ze niet meer vertrouwen hebben in hun eigen visie, hun overtuigingskracht en hun oplossingen voor de lange termijn? Echt inspirerend leiderschap. Dat mis ik momenteel wel."


VOLGENDE AFLEVERING

De Vlaams-Poolse filosofe Alicja Gescinska: 'Wij zijn wachtende wezens'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234