Donderdag 02/12/2021

Cuba om te knuffelen

'Hotels zijn voor Cuba wat boortorens zijn voor de Golfstaten. Maar het toerisme is ook een sluipend gif dat de revolutie ondermijnt'

Erik Raspoet / Foto's Stephan VanfleterenHet bonsaikapitalisme van Fidel Castro

Enkele jaren geleden zag het er beroerd uit. Na het opdoeken van de Comecon bleef Cuba verweesd achter, een socialistisch eiland in een kapitalistische oceaan. Weinigen die nog twijfelden: de dagen van Fidel Castro waren geteld. Maar de revolutie bleek taaier dan gedacht, en ze gaat zelfs weer de goede kant op. Tenminste, dat vernemen we uit het boek De gok van Fidel, Cuba tussen socialisme en kapitalisme? van Marc Vandepitte. Zou het iets met zijn beroep van wiskundeleraar te maken hebben? Vandepitte staaft zijn optimisme met een overvloed aan statistieken, tabellen en taartdiagrammen. Jo en Betty Van Damme, net terug van een familiebezoek op het eiland, zijn niet onder de indruk. 'Cuba heeft de rol gelost, een hele generatie gaat verloren.'

Geëngageerd en coherent. Marc Vandepitte (39), een leraar met diploma's wiskunde, filosofie en godsdienstwetenschappen op zak, is in progressieve kringen geen onbekende. Eerder schreef hij al mee aan pamfletten als Socialisme en vrijheid en NGO's, missionarissen van de nieuwe kolonisatie?. Veelzeggend is de slotzin uit het voorwoord van mentor Jaap Kruithof. "Met het socialisme valt nooit en nergens te spotten," dreigt de Gentse professor-emeritus. Daarmee is de toon gezet. Niet dat het ontbreekt aan kritische noten over het gevoerde beleid. De sores van de Cubanen worden ontkend noch geminimaliseerd. Maar het geloof in de Cubaanse revolutie staat buiten discussie. Soms lijkt het alsof de auteur Fidel Castro links wil inhalen. Hij waarschuwt voor kleinburgerlijke tendensen, huldigt de voorhoederol van de partij en fulmineert tegen sociaal-democratisch revisionisme.

Aan stof tot discussie geen gebrek. Maar één zaak staat buiten kijf: het is een mirakel dat het socialistische regime anno 1998 nog bestaat. Met de roemloze ondergang van de Comecon in 1991 kwam liefst 85 procent van de Cubaanse handel op de helling te staan. Plots moesten vitale importproducten als levensmiddelen, petroleum en machineonderdelen in keiharde deviezen worden betaald. De gevolgen waren rampzalig. De productie stortte in elkaar, de peso devalueerde razendsnel, schaarste greep om zich heen. Havana kondigde de 'speciale periode in vredestijd' af, een eufemisme voor een oorlogstoestand waarin het volk zich met rantsoeneringsbonnen in leven moest houden. Een ramp komt nooit alleen. De Verenigde Staten hadden Fidels bloed geroken en verscherpten nog hun handelsembargo. De crisis bereikte een hoogtepunt toen in augustus 1994 dertigduizend wanhopige Cubanen hun land ontvluchtten. Met gammele vlotten kozen ze het ruime sop, op weg naar het beloofde land in Florida.

Volgens Vandepitte hoeven we geen herhaling van deze beschamende exodus te vrezen. Het bnp vertoont sinds 1994 een gestage groei, de peso is gestabiliseerd, de export van suiker en zink neemt toe, de industriële en agrarische productie klimt uit een diep dal. Hij signaleert ook uiterlijke tekenen van herstel. Het transport loopt opnieuw vlotter, her en der worden huizen opgeknapt, stroomonderbrekingen duren minder lang, de algemene schaarste neemt geleidelijk af.

Blijkbaar sorteren de behoedzame hervormingen succes. Het principe van de socialistische planeconomie bleef weliswaar buiten schot maar de jacht op deviezen noopte het regime tot onorthodoxe maatregelen. De legalisering van het dollarbezit en de explosie van het toerisme springen het meest in het oog. Maar ook elders deed de vrije markt haar stille intrede. Joint ventures, particuliere restaurants en boerenmarkten kruiden het socialisme met Cubaanse karakteristieken. Is dat de gok van Fidel?

Marc Vandepitte: "Die titel verwijst eigenlijk naar de rectificatiecampagne van 1986. Daarmee keerde Cuba zich radicaal tegen het hervormingsbeleid van Michaïl Gorbatsjov. Het leek toen een stommiteit van jewelste. Cuba was met handen en voeten aan de Sovjet-Unie gebonden, de hele wereld applaudisseerde voor glasnost en perestrojka. En wat deden de Cubanen? Ze verboden de perestrojka-publicaties. Ongetwijfeld heerste er in de partij diepe verdeeldheid, vergeet niet dat vele jonge kaders in de Sovjet-Unie werden opgeleid. Maar de oude garde wist haar visie door te drukken. Fidel heeft het altijd gezegd: je kunt het socialisme niet redden met kapitalistische middelen. En de geschiedenis heeft hem gelijk gegeven. Rusland is nu een sociaal kerkhof, Cuba wist de crisis te bedwingen zonder de socialistische idealen op te offeren."

Hoe vallen joint ventures, privé-restaurants en de jolis organisateurs van de Club Med te rijmen met dat socialistische ideaal?

"Een Cubaans ambtenaar wist het goed te formuleren. Hotels betekenen voor Cuba hetzelfde als boortorens voor de Golfstaten. Toeristen zijn een noodzakelijk kwaad, een bron van deviezen die Cuba dringend nodig heeft om de revolutie te redden. Sommigen hebben het moeilijk met die hervormingen, vooral de legalisering van de dollar ligt zwaar op de maag. Een pijnlijke maatregel, maar onvermijdelijk om de monetaire stabiliteit te herstellen. Ik beschouw de hervormingen als een tactische stap terug: tijd winnen en krachten verzamelen om vervolgens de revolutie voort te zetten.

"Overigens is er geen sprake van een uitverkoop aan het kapitalisme zoals in Rusland, China of Vietnam. De staat behoudt een meerderheidsparticipatie in de joint ventures en dicteert de arbeidsvoorwaarden. Dus geen uitbuitingskapitalisme zoals in de speciale economische zones in China. Weet je waar het verschil zit? Cuba heeft niet uit enthousiasme voor het kapitalisme gekozen, alleen waar het niet anders kon werd de markt te hulp geroepen. Bonsaikapitalisme, de term komt van de BBC. Het boompje wordt zo geknipt dat het klein blijft. Neem nu de liberalisering van de arbeidsmarkt. Cubanen mogen voor eigen rekening restaurants openen of taxi's besturen. Maar de voorwaarden zijn erg streng. De belastingen zijn zo zwaar dat heel wat beginnende ondernemers er gauw de brui aan geven."

De media hangen een somber beeld op van Cuba. Kinderen die zich in toeristenhotels prostitueren, ouders die hun kroost amper kunnen voeden, lange rijen voor winkels met lege rekken. En u stelt dat de crisis bezworen is en dat de sociale verworvenheden gespaard bleven.

"Je moet de Cuba-verslaggeving met een korrel zout nemen. Het probleem van de prostitutie wordt fel overdreven. Journalisten hebben de neiging opvallende fenomenen meteen als belangrijk te duiden. Daarbij komt dat ze steeds dezelfde plaatsen bezoeken: de Malecón in Havana, de stranden in Varadero. Daar lopen inderdaad prostituees rond, jongens en meisjes die een paar dollars willen bijverdienen om zich wat luxe te veroorloven. Belangrijk is wel dat die jineteros niet door honger worden gedreven. Zelfs op het hoogtepunt van de crisis leden de Cubanen geen honger.

"Pas op, ik wil de offers van het volk niet minimaliseren. Vlees, zeep, schoenen, het was schaarste over de hele lijn. Toch waakte de overheid erover dat de levensstandaard nooit beneden de minimumgrens zakte. Nergens ontstond hongersnood, aan de sociale rechten werd niet geraakt, geneeskunde en onderwijs bleven gratis. Sterker nog, sinds 1991 werden veertig klinieken gebouwd. Gelet op de omstandigheden een onwaarschijnlijke prestatie."

Tachtig procent van de Cubanen zou achter Fidel staan. Toch is kankeren over het belabberde levenspeil volkssport nummer één. Is dat geen paradox?

"Natuurlijk klagen de Cubanen. Hoe zou je zelf zijn als het buiten veertig graden is en je hebt geen zeep om je te verfrissen? Maar dat betekent niet dat de Cubanen hun geloof in het regime hebben verloren. Om te beginnen beseffen ze dat de oorzaken van de crisis extern zijn. Bovendien stellen ze vast dat de lasten evenredig worden gespreid, dat sociale voordelen behouden blijven en dat er beterschap op komst is. Ook nationalisme en revolutionair bewustzijn spelen een rol.

"Daarom werkt de VS-blokkade contraproductief: ondanks de gigantische schade aan de Cubaanse economie versterkt ze de positie van Fidel Castro. Zowel Clinton als het Pentagon is zich daarvan bewust, maar zolang de hardliners het Congres domineren is een ommekeer uitgesloten. Tot groot verdriet van het Amerikaanse bedrijfsleven, dat met lede ogen toeziet hoe de Cubaanse markt door Europese en Canadese concurrenten wordt ingepalmd."

Waarom is een populair regime als de dood voor oppositiepartijen en democratische verkiezingen?

"Er is gewoon geen georganiseerde oppositie. Tijdens het pausbezoek wemelde het op Cuba van de buitenlandse journalisten. Een buitenkans voor dissidenten om het regime te contesteren. Maar nee, er is niks gebeurd. Dat ligt niet alleen aan de repressie. Cuba combineert een eenpartijstelsel met basisdemocratie. Er is ruimte voor discussie, dagelijks vinden honderden vergaderingen plaats waar eenieder zijn mening over het beleid kan spuien. Poder popular is geen schijnvertoning. Het plan van de regering om salarissen te belasten werd door de basis afgeschoten. De nauwe betrokkenheid van het volk waarborgt de legitimiteit van het socialisme. Een meerpartijenstelsel of een onafhankelijke pers is uit den boze, daarmee zet je de deur open voor Amerikaanse destabilisatie. Het gaat nu al hard: vanuit Miami zenden radiostations dag en nacht antipropaganda uit. In zulke omstandigheden zijn vrije verkiezingen zelfmoord.

"Denk maar aan de nederlaag van de sandinisten. Bakken geld hebben de Amerikanen besteed aan de verkiezingscampagne van Violeta Chamorro. Nicaragua is er niet beter van geworden, de kindersterfte en ondervoeding scheren hoge toppen. Eerlijk gezegd, de Cubanen hebben weinig reden om jaloers te zijn op de prille democratieën in Latijns-Amerika. Ga maar kijken in Mexico, Brazilië of Peru, de neoliberale recepten van het IMF richten overal ravages aan."

Intussen wordt de kloof tussen Cubanen met en Cubanen zonder dollars almaar groter. Een bedreiging voor het egalitaire model?

"De inkomenskloof is een onvermijdelijk gevolg van noodzakelijke hervormingen. Cuba telt vijf- tot tienduizend rijken, met gemiddeld 200.000 peso's (35.000 frank) op hun bankrekening. Dat zijn privé-boeren, mensen die voor eigen rekening werken of Cubanen die op een of andere manier aan dollars geraken. De regering laat voorlopig betijen. Al zorgt ze er wel voor dat de nieuwe rijken niet tot een klasse an sich evolueren. Kapitaalaccumulatie wordt aan banden gelegd, het is verboden personeel in dienst te nemen. Cuba blijft een socialistisch land, waar het gros van de productiemiddelen door de staat wordt gecontroleerd."

In Oost-Europa en China is de nomenklatoera beter geworden van de economische hervormingen. Hoe zit dat op Cuba?

"Partijkaders hebben minder kansen om zich te verrijken dan gewone Cubanen. Ze mogen geen eigen zaak beginnen noch dollars verdienen. Corruptie wordt streng bestraft. Ik ken het geval van een kaderlid dat van een Cubaanse muziekmanager vijf dollar had aangenomen. Zijn dochtertje lijdt aan astma, het geld moest dienen voor extra medicatie. De corruptie kwam aan het licht en de man werd op staande voet ontslagen. Dat is hard maar in de huidige omstandigheden heeft de partij geen keuze. De geloofwaardigheid van het regime staat op het spel."

Vorig jaar onthaalde Cuba meer dan een miljoen toeristen. Buitenlanders die dagelijks het equivalent van ettelijke lokale maandlonen kunnen spenderen. Schept dat geen frustraties?

"De consumptieapartheid is inderdaad schrijnend. Toeristen lopen te pronken met sportschoenen en camera's waar de autochtonen alleen maar van kunnen dromen. Cubanen zijn niet van steen, het verschil in materiële rijkdom laat hen niet koud. Toerisme is een medaille met twee zijden. Een bron van levensnoodzakelijke deviezen maar ook een sluipend gif dat de revolutionaire waarden ondermijnt.

"Vooral jongeren hebben het moeilijk. Zestig procent van de werklozen is jonger dan dertig. Geld voor ontspanning is er niet. Religieuzen van uiteenlopende pluimage organiseren fuiven om de jeugd te recupereren. En daar blijft het niet bij. Ze delen ook voedselpakketten uit om de mensen naar hun kerk te lokken. Een kwalijke zaak, want de partij dreigt haar greep op het volk te verliezen. Dergelijke uitwassen baren de Cubaanse leiders grote zorgen. Niet toevallig werd twee jaar geleden met een nieuwe rectificatiecampagne begonnen. Het was de hoogste tijd dat men de beginselen van de revolutie nog eens duidelijk onderstreepte."

Uw boek wemelt van de cijfers. Zijn die wel betrouwbaar?

"Ik heb de gegevens van de Cubaanse overheid getoetst aan onafhankelijke bronnen zoals The Financial Times, The Economist en de Commissie voor Latijns-Amerika van de Verenigde Naties. Andere cijfers heb ik door extrapolatie zelf berekend. Zo bleken statistieken over de suikerproductie geheim, daar kunnen de Amerikanen immers hun voordeel mee doen. Ook over de crisisjaren 1991 tot 1994 kreeg ik weinig informatie. Dat is begrijpelijk: als je huis in lichterlaaie staat, ga je niet zitten uitrekenen hoeveel het behangselpapier kost."

U maakte twee reizen van veertien dagen naar Cuba. Is dat niet wat weinig om een boek op te baseren?

"Eind 1994 en eind 1996 was ik in het land. Dat lijkt weinig maar ik had die reizen grondig voorbereid. Mijn bezoek bleef niet beperkt tot de Malecón in Havana en Varadero. Ik heb hoge partijkaders ontmoet, en sporthelden zoals Ana Quirot en Alberto Juantorena. Het korte verblijf is eigenlijk een pluspunt. Om nuchter te analyseren is het altijd beter afstand te houden."

Klinkt weinig overtuigend uit de mond van een geëngageerd auteur. Vanwaar uw warme sympathie voor het Cuba van Fidel?

"Ik heb de voorbije jaren genoeg in Latijns-Amerika rondgereisd om de alternatieven te bewonderen. Sla er de cijfers van de UNDP, het ontwikkelingsprogramma van de VN, maar op na. In Latijns-Amerika sterven elk jaar een half miljoen kinderen door gebrek aan geneeskundige zorg, die op Cuba gratis wordt verstrekt. Om dezelfde reden overlijden jaarlijks twintigduizend Latijns-Amerikaanse vrouwen in het kraambed. Cuba is geen paradijs maar er zijn geen straatkinderen, er opereren geen doodseskaders, er floreert geen vrouwenhandel. Geloof me, de Cubanen beseffen maar al te goed wat ze aan de revolutie te danken hebben. Ik zie de toekomst dan ook rooskleurig in. Fidel Castro heeft niet het eeuwig leven, maar ook zonder hem kan het socialisme op Cuba overeind blijven."

Marc Vandepitte, De gok van Fidel, Cuba tussen socialisme en kapitalisme?, EPO, Berchem, 240p., 698 frank.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234