Maandag 27/01/2020

Cryptogrammen in het Eenzame Harten Buro

Karl van den Broeck is chef Boeken van De Morgen. Hij leest zowel de lettertjes op de muesliverpakking als hermetische poëzie.

ijn eerste weken als chef Boeken van De Morgen ("Jef Boeken" zegt mijn postbode) gingen gepaard met overmatig drankgebruik. Dat hoort zo wanneer er iets gevierd moet worden. Zowel redacteur Dirk Leyman als poëzierecensent Paul Demets vielen recent in de prijzen. Leyman werd door het Vlaams Fonds voor de Letteren onderscheiden voor zijn huisvlijt bij De papieren man en Paul Demets won zowaar de Herman de Coninckprijs. En aangezien er hier ten kantore nog een sjaal, een paar wanten en een stuk of wat gevleugelde woorden van Herman de Coninck (mijn illustere voorganger) rondslingeren, kon die tweede bekroning me zeker ontroeren.

Herman de Coninck zou best trots geweest zijn op Paul Demets, met wie hij in de laatste jaren nog vaderlijk correspondeerde over diens ingestuurde gedichten.

Of hij ook nog instemmend zou hebben geknikt bij het lezen van het interview dat Demets gaf in De Krant Van De Concurrentie, durf ik te betwijfelen. In dat interview kwam de lezer welhaast niets te weten over de pregnante verzen die in Demets' bekroonde bundel De bloedvlek staan. Wel vernam hij alles over de hartproblemen waarmee de dochter des dichters vijftien jaar geleden geboren werd. Het interview had zo op de cover van een vrouwenblad gekund of in het Eenzame Harten Buro.

Ik herinner me dat Herman de Coninck zich ooit naakt in bad liet fotograferen met zijn Kristien Hemmerechts, maar normaliter gunde hij de lezer weinig inkijk in zijn privéleven.

Dichters horen immers niet over hun privé-besognes te praten. Hun verzen moeten voor zichzelf én voor de dichter spreken. Sinds T.S. Eliot en het New Criticism horen critici en boekbesprekers een literair werk als een autonome entiteit te beschouwen die niks te maken heeft met de auteur. De betekenis van een tekst mag alleen worden achterhaald via close reading en niet door het leggen van verbanden tussen het leven van de auteur en zijn werk. Dat zou alleen maar leiden tot huis-, tuin- en keukenpsychologie én dus tot slechte literaire kritiek.

Sta me toe deze opvatting niet alleen dwaas, maar ook hypocriet te vinden. Een auteur die teksten schrijft die niks met zijn leven te maken hebben is een robot. Of een ambtenaar.

T.S. Eliot was een blaaskaak. In 2007 ontdekte Paul Claes - de meester-close reader - dat zijn belangrijkste gedicht 'The Waste Land' eigenlijk een subtiel schimmenspel is waarin Eliot zijn mislukte huwelijk verstopte achter ontelbare verwijzingen uit de mythologie, de wereldliteratuur en de (cultuur)geschiedenis. Het meest geanalyseerde gedicht uit de twintigste eeuw bleek voor new critics onverklaarbare passages te bevatten tot Claes ontdekte dat een personage in het gedicht verwees naar Bertrand Russell, de Britse filosoof, mathematicus en rokkenjager die een tijdlang een relatie had met Eliots vrouw Vivien. Wie 'The Waste Land' leest met die kennis, begrijpt eindelijk waar Eliot het (ook) over heeft.

Zelfs een 'toegankelijke' dichteres als Alice Nahon verstopte - volgens biograaf Manu Van der Aa - een geheime abortus in één van haar verzen. De zeemzoete, eigenboezempoëzie van de femme fatale van de Vlaamse Letteren krijgt er toch een andere dimensie door.

Dichters die zich laatdunkend uitlaten over 'belijdenispoëzie' en die zelf hermetische, soms schier onbegrijpelijke verzen schrijven, zijn misschien gewoon cryptografen die hun verdriet, angst of geluk willen verstoppen achter een stuk of wat intertekstuele verwijzingen.

En toch ben ik een fan van moeilijke poëzie. Waarom? Omdat dichters die luidkeels hun liefdesverdriet uitschreeuwen meestal erg slechte poëzie schrijven.

Laat Paul Demets dus maar ontroerend vertellen over de doodsangsten die hij uitstond bij de geboorte van zijn dochter. Laat Nachoem M. Wijnberg zichzelf maar op de cover van zijn nieuwe bundel zetten. En laat Michaël Vandebril maar moedig pleiten voor een Belgische dichter des vaderlands. Hun prachtverzen worden door die buitenliteraire dimensies niet minder goed. Integendeel. Ze worden rijker door de context die vroeger angstvallig verstopt werd.

Er is misschien één uitzondering. Als Dirk van Bastelaere echt de viezentist is die figureert in de pornofilm die vorig jaar door Gerrit Komrij werd 'ontdekt', dan ga ik zijn meesterwerk Pornschlegel toch nog eens herlezen. Verzen als "Mijn glimlach was glad en hard als een dildo" krijgen dan in elk geval een nog... euh diepere dimensie.

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234