Woensdag 13/11/2019

Cruijff, van superster tot zeur

Als begenadigd voetballer stichtte het Orakel van Betondorp mee de voetbalnatie Oranje en als landbouwmachine verleende hij Catalonië bestaansrecht. Maar toen hij op het punt stond een wijze oude man te worden, gooide hij in al zijn geldingsdrang zijn dierbaarste principes overboord. Cruijff, zoals u hem misschien nooit zag of wilde zien.

Door Hans Vandeweghe

BRUSSEL l Nooit heeft een betere voetballer minder gewonnen. Johan Cruijff was een van de allerbesten maar won nooit het hoogste goed: de wereldtitel. De slechte raad van zijn entourage zit daar voor iets tussen.

Cruijff was intrinsiek wellicht zelfs de beste voetballer ooit, beter dan Pelé, Beckenbauer en Maradona, met wie hij altijd in één adem wordt genoemd. Maar omdat Pelé, Maradona en Beckenbauer wel de wereldtitel hebben gewonnen - der Franz ook als coach - zijn zij betere voetballers. Dat is zo simpel als het voetbalspel dat je niet moeilijker moet maken dan het is. U las zonet een interpretatie van een Cruijffiaanse uitspraak.

Maradona kon er wat van als het erop aan kwam vervelend te doen, maar Cruijff is het vleesgeworden conflictmodel in de sport. Zijn hele carrière is doorspekt met ruzies, intriges (meestal tegen hem), kuiperijen, oorlogjes met bestuurders, even zelfs spelers en later met collega's. Recent nog ging hij dwarsliggen na een afspraak dat hij 1947 boeken van een persoonlijke handtekening zou voorzien. Het incident bezorgde een oude vriend - VI-hoofdredacteur Johan Derksen - nagenoeg een beroerte.

Rond diezelfde tijd kwam het boek Beckenbauer en Cruijff uit, ondertiteld De Keizer en de Verlosser. Een zeer gestoffeerd, zeer goed geschreven en zeer genuanceerd portret van twee generatiegenoten. Hun overeenkomsten, en hun tegenstellingen. Prima journalistiek, kanshebber op de titel beste sportboek van het jaar. Te genuanceerd, volgens Cruijff, die er wordt neergezet als een egoïst die nauwelijks nog naar zijn oude moeder omkijkt? Misschien, maar dat was niet de reden voor de rel die (het management van) Cruijff uitlokte. Gebruik van de beeltenis van JC leidt in Nederland en ver daarbuiten - als ze het zien - tot een claim voor gebruik van portretrecht. Dus werden de Belgische uitgeverij Houtekiet en de Nederlandse auteur Marcel Rözer gesommeerd om snel even 10 procent van de opbrengst af te staan aan de goeie werken van JC, beter bekend als de Johan Cruijff Foundation.

Jan Mulder zei ooit over Cruijff: "Het is zo mooi om Cruijff te zien voetballen: dan praat hij namelijk niet over voetbal." Bij uitbreiding geldt dat voor alles wat Cruijff doet als het niet voetballen of trainen is. Cruijff is nooit een makkelijke jongen geweest. Zich bewust van zijn uniek waarde voor Ajax eiste hij als jeugdinvaller in het eerste team de premies op voor de fanionspelers. Hij had daar niemand voor nodig. "Johan was een leider", zegt Klaas Nuninga, de aanvaller naast wie hij bij zijn eerste wedstrijd uit in Groningen werd uitgespeeld. "Johan was 17, kwam het veld in en begon me meteen aan te wijzen waar ik moest lopen."

JC werd Godenzoon in Ajax en later God in Catalonië. Ook zijn waarde voor het Nederlandse voetbal kan nauwelijks overschat worden. Er was de generaal Rinus Michels, maar zonder Cruijff was Michels maar half zo groot geweest en Nederland een beter voetballand dan België maar niet het beste voetballand ter wereld, zoals in de jaren zeventig. Zonder Cruijff geen vier Europacup I-finales, geen finale van het WK 1974 en misschien zelfs geen kwalificatie voor het WK 1978.

En toch: te weinig gewonnen, is het algemeen aanvaarde oordeel. Te weinig engagement, is een ander. De oorzaak? Slechte raadgevers. De meeste daarvan hebben de achternaam Coster. Schoonvader en manager Cor Coster uiteraard, maar ook Danny, de eerste en enige vrouw van Johan Cruijff. Zij zou Nederland minimaal twee wereldtitels hebben gekost. Bekend is het zwembadincident tijdens het WK van 1974. Cruijff en collega's zouden met blote Duitse mädels hebben gezwommen en daar zou Danny uren voor aan de telefoon hebben gehangen, tot in de nacht voor de finale. Daardoor geraakte een dodelijk vermoeide Johan niet in zijn spel. En Danny was er ook de oorzaak van dat hij in 1978 niet naar Argentinië afreisde, waar Oranje met een B-elftal bijna nog de finale won.

Er zat ook een commercieel aspect aan. Cruijff-o-fielen hebben zijn shirtje: Oranje met zwart, met twee strepen in plaats van drie. Hij had al vroeg zijn eigen merk. Later wilde Nike dat nog overkopen om hem ook op die manier bij het Nederlands elftal als bondscoach te halen, maar dat mislukte.

Opstandigheid hoorde bij het Nederland van de jaren zestig, maar een provo was Cruijff nooit. Hij zette zich als twintigjarige zelfs af tegen de krakersbeweging. Zijn gezeur, ingegeven door de hang naar perfectionisme en zijn geniale inzicht in het spel, was bijna een genetisch trekje. Al in zijn tweede interland tegen Tsjecho-Slowakije moest hij om die reden van het veld. Hij zal wel gelijk hebben gehad. Cruijff had altijd gelijk, ook als hij geen gelijk had. "Dat was heel erg vermoeiend en het team was blij dat hij weg was, maar ik niet", liet mede-Ajacied Arie Haan zich later ontvallen.

JC werd verscheept naar Catalonië en in die beeldspraak zit meer waarheid dan u denkt, want Cruijff mocht het land eigenlijk niet binnen als hij geen meerwaarde betekende voor de regio. Barcelona liet hem dan maar inschrijven als landbouwwerktuig. Maar het werktuig ploegde niet. Het danste over de vruchtbare akker van Nou Camp. Cruijff werd El Salvador, de verlosser. In Madrid werd het Real van het centrale gezag van Franco zelfs vernederd met 0-5. Meteen in zijn eerste seizoen werd Barcelona kampioen en op die golven van voetbaleuforie richtte Jordi Pujol in november van 1974 zijn nationalistische Catalaanse partij op.

Zowel bij Ajax (geen titels) als Barcelona (in acht jaar vier titels en twee Europacups) was hij een gewaardeerd trainer die zijn voetbalfilosofie trouw bleef: voetbal op de helft van de tegenstander, uitgaan van balbezit, 4-3-3. Waarom 4-3-3? "Omdat je bij 4-4-2 oneven getallen krijgt en dan kun je niet voetballen."

Hallo? Jawel, Cruijffiaans is een moeilijke taal. Zo moeilijk dat niemand hem nog begreep toen hij de voorbije zomer vierkant achter het minst aanvallende en slechtste Nederlandse elftal in decennia ging staan.

Marco van Basten was wel Cruijffiaan van het eerste uur, maar dat hij de sierlijke aanvaller met de weke enkels als bondscoach bleef steunen, vonden alle voetbalvolgers vreemd. Net zo min als ze ooit hebben begrepen waarom zijn collega-trainer Louis van Gaal - ook een Cruijffiaan in zijn principes - maar niets goed kon doen volgens het Orakel. Rancune was JC nooit vreemd, maar het lijkt er sterk op dat de wereldvoetballer van weleer - de enige, behalve Beckenbauer wellicht, die een heel team volgens zijn tactiek kon laten voetballen en bijsturen - een oude zeur is geworden die minder dan ooit zijn ongelijk durft toe te toegeven.

Wim Rijsbergen, een soldaat van weleer op dat WK van 1974 en nu bondscoach van Trinidad & Tobago, verwoordde recent wat steeds meer Nederlanders denken: "Het gekke is dat er nog altijd naar Johan wordt geluisterd. Wat hij tijdens en na het WK over Van Basten zei, dat was klinkklare onzin. Gezwets."

Cruijffiaans is een moeilijke taal. Zo moeilijk dat niemand hem nog begreep toen hij vorige zomer vierkant achter het Oranje van Van Basten ging staan

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234