Zondag 19/09/2021

'Croeso i Cymru', welkom in het land van de vrienden

Zeggen dat de Welsh van achter Offa's Dyke en de Engelsen aan de andere kant als de beste vrienden door het leven gaan, is zoveel als zeggen dat het over het Kanaal nooit regent. Er zijn tijden geweest dat ze elkaar het licht in de ogen niet gunden. Tegenwoordig leven ze als gemiddelde buren: ze spreken maar kennen elkaar niet echt. De Engelsen vinden trouwens nog steeds dat 'die uit Wild Wales' zo'n raar taaltje brabbelen - en schrijven - en dat ze bovendien in plaats van rugby nu maar eens dringend polo moeten leren spelen.

Rugby. In Engeland is dat een spel, in Wales het nationale opium. Toen de wildemannen de Anglo-Saxons weer eens in het stof hadden doen bijten, tijdens een confrontatie in Cardiff Arms Park, kopte The Times: "There are no heroes like rugby heroes". De namen van vroegere helden zinderen zelfs nog na in de geïndustrialiseerde zuidoostelijke valleys. Behalve Cwrw da - Welsh voor 'good beer' - wordt er in de pubs ook wel eens een rugbymop getapt. Ken je deze? Tijdens een international vraagt een Welshman aan zijn buur van wie dat lege zitje naast hem is. "Van mijn vrouw". "En waar is uw vrouw?" "Overleden". "Had je dat ticket dan niet beter aan haar broer gegeven?" "Heb ik gedaan, maar de idioot stond erop naar haar begrafenis te gaan."

We bestellen nog a pint in The Lion in Llanymynech, even bezuiden Llangollen (vooral bekend van de 'eisteddfod', een populair Welsh festival), op weg naar het noordelijke Snowdonia National Park en doormidden gesneden door de grens, waardoor de ene helft in Wales ligt, de andere in Staffordshire. Tot '82 mocht in het Welshe deel geen druppel alcohol geschonken worden op zondag. Er kwam een referendum aan te pas om een einde te maken aan die kurkdroge 'Welsh Sunday'.

Aan breuklijnen was er overigens nooit een tekort. Zo liet de Saksische koning Offa, die in de 8ste eeuw de plak zwaaide over Mercia, zijnde Midden- en Zuid-Engeland, een greppel en een wal aanleggen om zijn gebied af te bakenen en zodoende de handhaving van een Saksische wet af te dwingen. Volgens die wet mocht een Welshman slechts onder begeleiding van een Engelsman Engels grondgebied betreden. De dijk ligt er nog, markeert nog steeds de grens, maar is nu een wandelpad, het Offa's Dyke Footpath, 285 kilometer lang (zie route 1). Achter Offa's Dyke noemden de mensen zich Y Cymry ('land van de vrienden', spreek uit: 'koemri') en hun land Cymry. De Saksen noemden het land Wales, van het Oud-Engelse wealas (vreemdelingen), en verdeelden het in koninkrijken, met Gwynedd, Powys en Dyfed (van noord naar zuid) als de belangrijkste drie. Toen William in 1066 ook Wales wilde bezoeken, bleek de dijk toch een ietsje te hoog. Hij gaf de grensgebieden, de Marches, dan maar in leen aan drie baronnen, de Marcher Lords, met standplaats in Shrewsbury, Hereford en Chester. Zij klauterden wel geregeld over het muurtje, bouwden een ring van Normandische forten en kastelen - het eerste in de rij was Chepstow Castle (zie route 1) - en beheersten op de duur zelfs het Welshe laagland. De prinsen van Wales trokken zich terug in de bergen in het noordwesten - daar leven de Welshe cultuur en taal trouwens nog steeds het sterkst. Onder Llywelyn de Grote (1194-1240) was Noord-Wales zelfs zo goed als onafhankelijk gebied. De dood van Llywelyn in 1282 was een zware klap voor het Welshe volk. Een paar bijzonder oorlogszuchtige eeuwen zouden volgen.

In 1485 was de War of the Roses, waarin de huizen van York en Lancaster vochten om de strategisch belangrijke forten in Wales, eindelijk volledig uitgedoofd, en kwam Hendrik Tudor, afkomstig uit het Welshe Pembroke, op de troon terecht. De Act of Union (1535) bezegelde de inlijving bij Engeland, de Marcher Lords konden opkrassen, en het erfrecht werd op Engelse leest geschoeid. Het Engels werd de officiële voertaal, het Welsh werd geduld.

Wales heeft in zijn geheel iets van een schiereiland, maar zeg nooit tegen een Welshman dat zijn 'land' een Engelse provincie is, die er maar wat bij hoort, al wordt het nog steeds vanuit Westminster bestuurd. In 1964 werd een minister voor Welshe Zaken aangesteld. Sinds 1926 is er een nationalistische partij, Plaid Cymru genaamd, die elke gelegenheid te baat neemt om erop te wijzen dat Wales als England's backyard wordt behandeld. Vooralsnog zonder politiek gevolg, want in '79 sprak de bevolking zich uit tegen een beperkt zelfbestuur. Ondanks de bemoeienissen van Londen is Wales altijd een zelfstandig land gebleven met een uitgesproken eigen Keltische identiteit. Hoe verder weg van de Engelse buur, hoe prominenter die Welshe cultuur en taal - wat voor een goed deel ook een gevolg is van het relatief onherbergzame terrein. Een groot stuk van Wales bestaat namelijk uit de Cambrian Mountains, een bergketen die feitelijk gold als een natuurlijke dam tegen invloeden van buitenaf. De paden, de drover's routes, waarover de schapen - en er waren er wel wat, nog steeds trouwens - vroeger naar Engeland werden gedreven, zijn nu geliefde wandelpaden.

Van een concentratie aan industrie is in Noord-Wales geen sprake, enkele resten van een ooit florerende leisteenindustrie buiten beschouwing gelaten. In Zuid- en Oost-Wales was de impact van de industrialisatie des te groter. Cardiff, de stad die momenteel een ware metamorfose ondergaat, veranderde van rustig kustplaatsje in de grootste exporthaven van kolen ter wereld. Het gebied tussen de Brecon Beacons en de kust was tot diep in de 18de eeuw nog een prachtig, dunbevolkt natuurgebied. Een eeuw later werd dat wel even anders: er ontstond een kaal en mistroostig landschap van mijnen, fabrieken en grauwe, eentonige rijen mijnwerkershuisjes. Rond 1920 waren hier 620 mijnen actief, goed voor een derde van 's werelds kolenproductie. De woon- en werkomstandigheden waren vaak mensonterend. Geen wonder dus dat in een dergelijke situatie de mensen gingen samenklitten, in de pub, de kerk - de opkomst van het methodisme viel trouwens samen met de industrialisatie - zangverenigingen (er zijn nogal wat koren in Wales) en later de vakbond. Remember Neil Kinnock, leider van de Labour Party vanaf 1983, een typische Welshman, "the miner's son from the valleys, an angel in the choir, a tough guy on the pitch", aldus auteur Peter Sager.

Ten tijde van de industrialisatie deed de Engelse regering verwoede pogingen om de Welshe taal te bannen. Kinderen die het aandurfden op school Welsh te spreken, kregen als straf een houten bord aan een lederen riem, de gevreesde cribban, rond de nek gebonden. Telkens als er een Welsh woord over de lippen rolde, verhuisde het stigma naar het volgende kinderkopje. De laatst betrapte van de dag kreeg dan als toemaatje nog een behandeling met de cribban.

De situatie is inmiddels opnieuw grondig veranderd. De economische crises van de jaren dertig en zeventig gaven de zware industrie de genadeslag. Nieuwe vormen van werkgelegenheid moesten worden aangeboord, en die reconversie is duidelijk nog niet voltooid. Hier en daar zijn de afbraakbuurten, ontstaan door sluiting van mijnen en fabrieken, nog niet of niet volledig gesaneerd. De her en der gehavende natuur komt er stilaan weer bovenop. Cardiff, de hoofdstad, rijst op een onwaarschijnlijke manier als een 21ste-eeuwse paddestoel uit de grond. Mijnen en ander industrieel erfgoed zijn toeristische attracties geworden. Denk aan de Big Pit (1880) in Blaenavon, met ex-mijnwerkers als gidsen.

In het zog van de langzame heropbouw werd tevens de noodzaak aan saamhorigheid minder dwingend, de onderlinge verbondenheid minder hecht. Niettemin troepen de praatgrage Welshmen nog steeds samen in hun chapels, waar u ze beter niet stoort, en in hun pubs, waar u met hen tussen pot en pint over het leven kunt klappen. Als u hen verstaat tenminste.

Dÿdw i ddim ÿn siarad Cymraeg

Kent u de film, die met de langste titel uit de Britse filmgeschiedenis: The Englishman who went up a hill but came down a mountain? Wanneer de twee Engelsen in het Welshe dorpje arriveren om de hoogte van de 'heuvel' te komen opmeten, zegt de ene (rol van Hugh Grant) al meteen ietwat verontschuldigend tegen het plaatselijke heerschap dat hen opwacht: "I do not speak Welsh". Het was een kleine moeite geweest, maar zelfs dat ene zinnetje in het Welsh, Dÿdw i ddim ÿn siarad Cymraeg, komt kennelijk niet zonder problemen onder een stiff upper lip vandaan. Mr. Lewis van de Welsh Tourist Board, die het Welsh ooit als tweede taal op school kreeg, verzekert ons dat het minder moeilijk is als het er uitziet. Met volgende regels moet het mogelijk zijn alvast de plaatsnaamborden in het Welsh te lezen: c = k, ch = zoals in kachel, dd = als in het Engelse th, f = v, ff = f, g = zoals In het Engelse got, ll = combinatie van g-klank en l, w = oe, y = i zoals in hit of u zoals in hut.

Het Welsh is een Keltische taal, verwant met het Cornish en Bretoens, als spreektaal zo'n tweeduizend jaar oud, maar pas 'officieel' gemaakt door de bijbelvertaling van 1588. Vanaf dan begonnen ook de problemen. De Act of Union (1535) bepaalde al dat wie Welsh sprak, geen aanspraak kon maken op een functie in het Britse rijk. Wales werd in feite tweetalig: het Engels als officiële taal, het Welsh als de taal van boeren, mijnwerkers, dichters en andere vrijdenkers. De Education Act van 1870 maakte de zaak alleen maar erger door voortaan het Welsh uit de scholen te bannen - in die tijd werd ook het Ierse Gaelic met de karrewats uit de kinderen gemept.

Dat het Welsh desondanks standhield, mag een klein mirakel worden genoemd. Naast de officiële gang van zaken is er namelijk altijd een sterke onderstroom geweest: er was een - sterk literair gekleurde - Celtic revival onder de Welshsprekende bevolking in de 18de eeuw, en ook nu weer, vooral dan de laatste twintig jaar, worden serieuze inspanningen geleverd om de taal effectief te gebruiken (to use), niet alleen te bewaren (to preserve). Pas in 1967 werd de Welsh Language Act gestemd (en inmiddels reeds twee keer bijgespijkerd: in 1993 en in 1998 met de Government of Wales Act). Die bepaalde, voor het eerst sinds de annexatie in 1536, dat het Welsh dezelfde rechten verdiende als het Engels. In een aantal scholen, vooral in de meest landelijke gebieden, is het Welsh nu zelfs de eerste taal en het Engels de eerste vreemde taal. Sinds vorig jaar is het Welsh een verplicht vak in alle scholen voor leerlingen van 5 tot 16 jaar.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234