Woensdag 13/11/2019

Crisis in Cannes? Welke crisis?

Meer zelfs: de selectie oogt als een menu waarbij elke rechtgeaarde filmliefhebber het water in de mond krijgt.

Hét Festival van Cannes bestaat niet. Er zijn bij wijze van spreken evenveel versies als er festivalgangers zijn. Enkele jaren geleden kwam ik op de laatste dag een Belgische filmdistributeur tegen. We waren het er allebei over eens. Dit was een mooie editie geweest. Een sterke cru. Ik had veel goede films gezien en hij had veel goede films gekocht. Wie volgens hem de Gouden Palm zou winnen? Geen idee, zei hij, want hij had geen enkele competitiefilm gezien. Hij had zijn aankopen in de andere festivalsecties en op de Marché gedaan. Iedereen maakt of beleeft dus zijn eigen festival.Daarom is het ook zo moeilijk om de impact van de financiële crisis op deze 62ste editie in te schatten. Jerôme Paillard, directeur van de Marché, wil dat woord niet eens in de mond nemen. Er worden dit jaar op de Marché du Film maar liefst 4.500 titels te koop aangeboden. Dat zijn er evenveel als vorig jaar. Wel wordt er veel media-aandacht besteed aan het fenomeen dat enkele luxehotels in Cannes niet maandenlang op voorhand volgeboekt waren, zoals andere jaren. Zo zou juwelenmerk Chopard, een van de officiële festivalsponsors, dit jaar het prestigieuze Carlton en zijn privéstrand ingeruild hebben voor het iets goedkopere, maar toch nog altijd erg luxueuze Martinez. Tja, als een of andere dealer van luxeauto’s zou vaststellen dat de verkoop een beetje slabakt, mag hij van mij gerust een beetje klagen. Ook hier geldt dus dat iedereen zijn eigen crisis beleeft.Sommigen halen de crisis ook graag aan om te verklaren waarom bepaalde films na hun succesrijke doortocht in Cannes soms zo lang moeten wachten op hun bioscooprelease. Een voorbeeld is dan Le silence de Lorna van de gebroeders Dardenne, die hier vorig jaar de prijs voor beste scenario wegkaapten. Hun film zal pas in juli in de Amerikaanse zalen te zien zijn. Dat is niet echt een crisisverschijnsel, maar eerder het bewijs dat er een reëel overaanbod van goede en interessante titels is, die als het ware hun beurt moeten afwachten om vrije bioscoopzalen te vinden.

Triple A

Misschien zullen er dit jaar minder extravagante feestjes zijn en zullen sommige Amerikaanse filmstudio’s de trip naar de Croisette niet langer als de jaarlijkse bedrijfsvakantie beschouwen en hun delegaties daarom beperken tot de mensen die hier werkelijk iets te doen hebben. Maar als je de line-up van de officiële selectie overloopt, kun je moeilijk van filmcrisis spreken: Pedro Almodóvar, Jane Campion, Michael Haneke, Ang Lee, Quentin Tarantino, Terry Gilliam, Sam Raimi, Ken Loach, Lars von Trier. Welke filmliefhebber die naam waardig begint niet te watertanden bij zo’n aantrekkelijke lijst? Cannes is weliswaar geen zakenbank, maar de selectie wordt in het Amerikaanse vakblad The Hollywood Reporter wel omschreven als “the cinematic equivalent of a triple A credit rating”.Tegelijk lijkt Cannes niet van plan om de Berlinale-editie van begin dit jaar op inhoudelijk vlak te imiteren. Het Festival van Berlijn opende met The International, een financiële actiethriller met kwaadaardige bankiers in de hoofdrol, terwijl Cannes gekozen heeft voor een echte feelgoodfilm, Up, de nieuwste en zeer vermakelijke animatiefilm van wonderfabriek Pixar.

In de ban van de genrefilm

Als er nu al van een bepaalde trend op deze editie kan worden gesproken, is het de opmerkelijke aanwezigheid van zogenaamde genrefilms. Genrefanaat bij uitstek Quentin Tarantino waagt zich met Inglourious Basterds (met onder meer Brad Pitt, Daniel Brühl en Diane Krüger) op het terrein van de oorlogsfilm, en Lars von Trier doet dat met Antichrist (met Willem Dafoe en Charlotte Gainsbourg) in het genre van de horrorfilm. Hongkonggrootmeester Johnnie To verkent het genre van de film noir met Vengeance, waarin niemand minder dan Johnny Hallyday de hoofdrol speelt van een huurmoordenaar die zich tot chef-kok heeft omgeschoold. Maar het wraakmotief in de titel suggereert dat hij niet de hele tijd achter het fornuis zal staan. Van Terry Gilliam mogen we een nieuwe uitstap in het fantastische genre verwachten met The Imaginarium of Doctor Parnassus. Iedereen is alvast razend benieuwd hoe de (gedeeltelijke) afwezigheid van de overleden hoofdrolspeler Heath Ledger uiteindelijk is ingevuld door het trio Johnny Depp, Jude Law en Colin Farrell.Het Zuid-Koreaanse enfant terrible Park Chan-wook, die in 2004 in Cannes voor Old Boy de Prix Spécial du Jury kreeg, waagt zich nu met Bak-jwi/Thirst aan het genre van de vampierenfilm. Ook Sam Raimi is na zijn spectaculaire Spider-Man-films teruggekeerd naar zijn oude voorliefde voor horrorfilms met Drag Me to Hell. Misschien is die film toch wel een teken des tijds, want het verhaal draait om een man die met een duivelse vervloeking wordt opgezadeld nadat hij geweigerd heeft de hypotheeklening van een oudere huiseigenaar te verlengen.

Voetbalfilms op de Croisette

Mocht er in het genre van de sportfilm zoiets bestaan als een subgenre over voetbal, dan is dat de laatste tijd erg welkom in Cannes. Festivalbaas Thierry Frémaux gebruikt de cinefiele belangstelling voor die populaire sport graag om kwatongen die beweren dat er in Cannes alleen maar aandacht is voor “le très auteur et le très glamour” het zwijgen op te leggen.Vorig jaar trakteerden regisseur Emir Kusturica en zijn idool Maradona de fotografen en cameraploegen op enkele balexploten op de rode loper, toen ze de documentaire Maradona by Kusturica kwamen presenteren. Twee jaar eerder, in 2006, werd in Cannes de ‘conceptuele’ voetbaldocumentaire Zidane, un portrait du 21e siècle getoond, waarvoor kunstenaars Douglas Gordon en Philippe Parreno een wedstrijd tussen Real Madrid en Villareal lieten capteren met maar liefst zeventien camera’s, die alleen maar oog moesten hebben voor de Franse voetbalster Zinédine Zidane.In 2005 werd het Festival van Cannes officieel geopend met Joyeux Noël van de Franse regisseur Christian Carion. Dat was eerder een oorlogs- dan een voetbalfilm, maar het centrale verhaalelement was het historische voetbalduel dat rond Kerstmis 1914 tussen de Duitse soldaten enerzijds en de Franse en Engelse soldaten anderzijds op vreedzame wijze werd ‘uitgevochten’ tussen de modderige loopgraven van de Eerste Wereldoorlog.Dit jaar worden de voetbalhonneurs waargenomen door Manchester Unitedicoon Eric Cantona. Hij speelt een belangrijke rol in Looking for Eric, de nieuwe film van Ken Loach. Daarin heeft postbode Eric uit Manchester het niet makkelijk om zijn leven in de juiste plooi te krijgen. Boven zijn bed hangt een poster van zijn grote idool, Eric Cantona, ook bekend als ‘The King’. Stilaan raakt de postbode en Manchester Unitedfan ervan overtuigd dat Cantona dé persoon is die hem kan helpen om zijn leven weer op de rails te krijgen.Van Canneshabitué Ken Loach is geweten dat hij, net als Wong Kar-Wai trouwens, een grote voetbalfan is. In 1998 kwam hij in Cannes My Name Is Joe presenteren, over sociaal werker Joe die zich in Glasgow de moeite getroost om een zootje ongeregeld van werklozen, alcoholisten en andere marginalen tot een ietwat coherent voetbalploegje te coachen. Hoofdrolspeler Peter Mullan werd toen gelauwerd als beste acteur. En kijk, het idee van voetbalcoaching als sociale therapie is inmiddels een televisieformat geworden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234