Zaterdag 20/04/2019

Onderwijs

Crevits vs. Francken: schoolstrijd om de volgende onderwijsminister te worden

Hilde Crevits. Beeld BELGA

Het nieuws over de tanende kwaliteit van het onderwijs zet de politieke discussie weer op scherp. Aan de ene kant werpt N-VA zich op als de beschermer van de Vlaamse identiteit, aan de andere kant verdedigt CD&V de vrijheid van de koepels. Wie wint deze schoolstrijd?

“De dalende kwaliteit van het onderwijs is te wijten aan de pretpedagogie van het katholieke net.” Duidelijker kon N-VA-voorzitter Bart De Wever het standpunt van zijn partij niet verwoorden toen hij maandag in Terzake reageerde op de tanende kwaliteit van het Vlaamse onderwijs. “Het katholiek onderwijs was vroeger een baken tegen vernieuwingen. Nu lijkt de koepel de grootste promotor van dit soort nivellering naar beneden.”

Het is volgens N-VA overduidelijk dat het hoogdravende ideaal van de gelijkheid de kwaliteit van het onderwijs ondermijnt. In de klas moeten leerlingen vooral uitgedaagd worden, zodat ze individueel kunnen excelleren. Een klas waarin alle leerlingen over dezelfde lat moeten, leidt de facto tot een verlaging van de lat voor iedereen. Het gevolg zijn slechtere resultaten in taal, wiskunde en wetenschappen. Een studie van de KU Leuven lijkt die these te bevestigen.

“Vroeger richtte men zich op de sterke leerlingen en pompte men de rest bij. Nu richt men zich op de middelmaat en is men al blij dat die meerderheid die middelmaat haalt. Zwakkere leerlingen worden niet meer aangezet om zichzelf te overstijgen. Sterke leerlingen gaan achteruit”, duidt Joachim Pohlmann, partijwoordvoerder van N-VA. “Wij willen het zwaartepunt dat verschoven is naar welbevinden en welzijn weer opschuiven richting basiskennis.”

Het is de reden waarom N-VA nu ook expliciet de volgende minister van Onderwijs wil leveren. “Ik vind dat we een onderwijsminister nodig hebben die verder van de koepel staat. Daarom claimen wij die post”, zei De Wever in Terzake. Meteen ook een sneer naar huidig onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V), die de voorbije jaren in zijn ogen te veel vrijheid heeft gegeven aan het katholieke onderwijs.

“In principe zijn wij niet tegen minister Crevits, want we hebben samen beleid gevoerd. Ze heeft dat goed gedaan. Alleen is ze te weinig de confrontatie aangegaan met de koepels, en zeker met de Guimardstraat. Daardoor moeten we helaas vaststellen dat veel van onze hervormingen dode letter blijven in het veld”, zegt Pohlmann. “Neem nu de taalbaden, waarmee we het Nederlands van nieuwkomers willen bijspijkeren. De koepels houden die tegen.”

Hetzelfde verhaal met de brede eerste graad, klinkt het. “Wij hebben ons altijd verzet tegen domeinscholen (waarin een school kan kiezen voor een bepaald domein en daarin zowel de richtingen aanbiedt die naar het hoger onderwijs leiden als naar de arbeidsmarkt, ADB). Maar de facto voeren de koepels dat nu toch uit via de fusie van scholen. Dáár zit het werkelijke probleem.”

Cultuurpessimisme

Puur strategisch is onderwijs voor N-VA cruciaal. Zeker nu De Wever kandidaat is om de volgende Vlaamse regering te leiden. “Onderwijs is zowat de enige Vlaamse bevoegdheid die de Vlaming echt raakt”, zegt Nicolas Bouteca, politicoloog aan de Universiteit Gent. Naast cultuur is het ook zowat het enige domein waarover Vlaanderen de volledige bevoegdheid heeft. “Veel andere opties heeft hij niet om zich te profileren in de campagne. En dat hij daarmee ook de kopvrouw van CD&V kan raken, is mooi meegenomen.”

Ideologisch gezien past het conservatieve onderwijsideaal ook perfect bij N-VA. “Het is een handig onderwerp om haar cultuurpessimisme tentoon te spreiden, zoals ook Thierry Baudet dat doet”, zegt Bouteca. De identiteit van de Vlaming staat op het spel. Of zoals Pohlmann het verwoordt: “Onderwijs is de basis, de toekomst. Als je daar een scheve voet zet, sleep je de gevolgen generaties mee. Het Vlaamse onderwijs moet dus van topniveau zijn.”

Voor N-VA gaat het ook om de economie. Kennis is de belangrijkste grondstof van Vlaanderen, redeneert de partij. Als die achteruitgaat, heeft dat een impact op onze concurrentiekracht. Dat is meteen ook het grote verschil met de schooloorlogen uit het verleden. Zij speelden zich vooral af rond een levensbeschouwelijke of communautaire breuklijn. Nu draait het om het sociaal-economische.

Theo Francken. Beeld Eric de Mildt

Voor CD&V, van haar kant, is dit ook een kwestie van overleven. Het onderwijs is, buiten de zorg, een van de weinige plaatsen waar de verzuiling nog altijd zichtbaar is. Zo vertegenwoordigt het katholiek onderwijs de meerderheid van de Vlaamse schoolgaande jeugd. Dat verklaart waarom de christendemocraten de post ook niet zomaar wil opgeven. Als ze onderwijs moeten lossen, dan zou dat een ferme klap zijn. Bovendien zou het de relatie tussen CD&V en de zuil kunnen verzwakken.

“Toen ze in 1999 uit de federale regering vlogen, gingen er bij het ACW ook al stemmen op om toenadering te zoeken tot andere partijen die wel aan het stuur zaten”, zegt Bouteca. Het verklaart voor een stuk de nervositeit in CD&V-rangen rond een mogelijke vorming van een Bourgondische coalitie na de verkiezingen, tussen N-VA, Open Vld en sp.a. In dat scenario zouden ze niet alleen onderwijs, maar ook die andere cruciale bevoegdheid over de zorgsector kwijtspelen.

In de hele discussie speelt ook een fundamenteel andere visie mee over de rol die het middenveld speelt in de samenleving. Terwijl N-VA de macht van dat middenveld – en dus van de onderwijskoepels – wil inperken, wil CD&V de koepels net de vrijheid geven om hun eigen beleid in te vullen, zolang ze de doelstellingen van de overheid maar halen.

Francken of Crevits?

Wie haalt het na de verkiezingen van 26 mei: N-VA of CD&V? Van de andere partijen krijgen ze alvast weinig concurrentie. De socialisten focussen vooral op zorg in plaats van onderwijs. De groenen mikken op een federale regeringsdeelname. En de liberalen lijken te beseffen dat CD&V en N-VA hen de ministerspost niet gunnen.

Als N-VA onderwijs binnenhaalt, is Theo Francken een evidente kandidaat. Hij is pedagoog, heeft een uitgesproken visie en laat interesse blijken. Wie ook genoemd wordt, is onderwijsspecialist Koen Daniëls, die nu ‘de schaduwminister van Onderwijs’ wordt genoemd. Maar wat als N-VA niet in de federale regering geraakt? Wat dan met Jan Jambon? Maakt hij kans op het voorzitterschap, of wordt hij uitgespeeld als beleidsman? En wat met onderwijzer Peter De Roover, die opklom in de hiërarchie door zijn Marrakech-werk?

De vraag is ook of N-VA zowel het minister-presidentschap als onderwijs, de twee grootste posten, kan claimen. Als er een Bourgondische coalitie van komt, misschien wel. In de Wetstraat wordt gefluisterd dat Zorg, die andere grote Vlaamse bevoegdheid, een mooie post zou zijn voor John Crombez (sp.a). N-VA zou dan wel een aantal andere bevoegdheden moeten afstaan. “In Antwerpen was het tot voor kort ook niet de traditie dat een partij zowel de burgemeester als de havenschepen leverde”, merkt Pohlmann op.

Bij een voortzetting van de huidige coalitie ligt het iets moeilijker. Hilde Crevits zei eerder in deze krant “zeker geen neen” tegen een nieuwe legislatuur als onderwijsminister. Als zij de post moet lossen, moet ze doorschuiven naar een ander zwaar departement. Zorg is dan een interessante uitweg, maar een ex-onderwijsminister als ‘schoonmoeder’ ligt mogelijk moeilijk bij N-VA, die schoon schip wil maken in het departement.

Eén ding staat vast: tegen de start van het volgende schooljaar volgt er nog een hevige strijd.

De Morgen zoekt getuigenissen over de kwaliteit van het Vlaams onderwijs:

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.