Vrijdag 24/01/2020

Creatief met de brokstukken van het verleden

Zijn veertiende werd de roman van de gerechtigheid voor Julian Barnes. Eindelijk een Booker Prize. En terecht. Alsof het voorbij is is een lang nazinderende vertelling over ouderdom, berouw en herinneringen die je altijd weer te grazen hebben.

"Wat je je uiteindelijk herinnert, is niet altijd hetzelfde als wat je hebt meegemaakt." Het is een van de eerste zinnen van Alsof het voorbij is. Even met de deur in huis vallen, moet Julian Barnes gedacht hebben, want als er één thema is dat speelt in zijn roman, dan wel het misleidende van herinneringen, de leugens van het geheugen. Het is een stokpaardje dat de Britse schrijver in zowat al zijn romans berijdt - ook in zijn vorige nog, Niets te vrezen, een soort langgerekt essay over de dood.

Vroeg of laat hebben je herinneringen je beet. Het overkomt ook zestiger Tony Webster. Zijn leven, geleden "in lijdzame vredelievendheid die hij eerst geluk en later tevredenheid genoemd had", wordt overhoop gehaald door een brief van een notaris. De moeder van zijn eerste liefje Veronica schenkt hem vijfhonderd pond en het dagboek van Adrian Finn, zijn jeugdvriend en haar schoonzoon. Na Tony's moeilijke relatie met haar was Adrian met Veronica een romance begonnen, voor Tony onherroepelijk het einde van de vriendschap. Een paar jaar later pleegde Adrian zelfmoord. Adrians dagboek is nog in het bezit van Veronica wanneer Tony de brief ontvangt, dus neemt hij contact op met haar. Waarop blijkt dat het verleden toch anders in elkaar steekt dan hij al die jaren dacht.

Een 'opa vertelt'-verhaal, denk je in het begin. Of beter: een 'Britse opa vertelt'. De toon is minzaam, maar tongue in cheek, weemoedig, maar met een stiff upper lip. Kortom: helemaal Barnes. Als de meesterverteller die hij is, laat hij zijn hoofdpersonage vertellen over zijn tienerjaren met zijn vrienden, de slimste jongetjes van de klas, die "termen als 'Weltanschauung' en 'Sturm und Drang' gebruikten en graag 'Dat behoeft in filosofische zin geen betoog' zeiden." Adrian Finn is the new kid in town die hen imponeert met zijn levenswijsheid en welbespraaktheid. En dan is er ook nog Veronica, het ijskonijn dat Tony voor Adrian inwisselt - of zo leek het toen toch.

Grote onrust

In het tweede deel echter blijkt dat Alsof het voorbij is meer is dan het verhaal van een man die terugblikt op zijn jeugd en berustend vaststelt dat de dagen van "smachten naar boeken en seks" in een ver verleden liggen. De kabbelende reflectie op jeugd en ouderdom wordt een thriller, waaruit de schrijver de badinerende toon en de ironie traag maar zeker wegzuigt. Het vrijblijvende verdwijnt. De spitse Britse opa wordt pagina na pagina een dramatischer figuur. Een man die de brokstukken van zijn verleden krampachtig in elkaar probeert te zetten om toch maar met dat verleden te kunnen leven. Vruchteloos. "Er is onrust. Er is grote onrust", besluit hij zijn verhaal.

Tony Webster is een onbetrouwbare verteller. In het leven zijn we dat nu eenmaal allemaal. "Wat bruikbaar is voor ons als mensen is meestal in strijd met wat waar is", schrijft Barnes in Niets te vrezen en die gedachte werkt hij in dit boek grondig uit. Tony lijkt een minzame oude man die onderkoeld wijsheden debiteert als "Geschiedenis is niet de leugen van de overwinnaars (...). Ze is meer de herinnering van de overlevenden, van wie de meesten overwinnaars noch overwonnenen zijn." Maar wat zijn die wijsheden waard als de man erachter steeds ongeloofwaardiger wordt? Welk gewicht werpen zijn beschouwingen over boete en berouw nog in de schaal? Wat overblijft is een wrang gevoel, de bittere nasmaak die schuldbesef ook in het echte leven nalaat in de mond.

Maar je leest verder. Omdat Barnes de spanning meesterlijk opbouwt tot de allerlaatste pagina. En omdat zijn stijl onweerstaanbaar blijft. Terwijl hij in andere boeken al eens net die literaire referentie te veel binnensmokkelde, zit de eruditie dit keer meer in de manier waarop hij het leven zoals het helaas is, beschrijft. En er is natuurlijk de humor. Humor die nooit haha-grappig is, maar mikt op de gniffel. Over een jongen op school die zelfmoord pleegde, klinkt het: "Wat zijn zelfmoordbriefje betreft, dat volgens de geruchtenmachine (Brown wederom) 'Sorry, mam' luidde, hadden we het gevoel dat er een enorme educatieve kans mee was gemist." Over zijn ex: "Als mensen zeggen 'Ze is een knappe vrouw', bedoelen ze meestal: 'Ze was vroeger een knappe vrouw.'"

Is dit het boek waar Barnes de Booker Prize mee moest winnen? Nee. Maar dan alleen omdat dat al veel vroeger had moeten gebeuren. In 1984 bijvoorbeeld, voor zijn meesterwerk Flaubert's Parrot, een van de vier romans waarvoor hij een nominatie in de wacht sleepte. Niettemin komen in Alsof het voorbij is de dingen mooi samen. Amper 150 pagina's heeft Barnes nodig om zowat elk Groot Thema te behandelen dat hij ooit over Leven én Schrijverschap uitdiepte in zijn oeuvre.

Eén ding is zeker: gerechtigheid is geschied. Barnes heeft de prijs gekregen die hij nu al meer dan twintig jaar verdient. Al wat hij nu moet doen, is blijven schrijven. Blijven schrijven om die ene zeurende gedachte te bezweren. Dat het allemaal zo voorbij kan zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234